Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE PT FI ET LV MT PL SK BG

IP/10/832

Brussel, 24 juni 2010

Milieu: De Commissie maant tien lidstaten aan de EU-wetgeving na te leven

De Commissie maant tien lidstaten (België, Bulgarije, Estland, Letland, Finland, Frankrijk, Malta, Polen, Portugal en Slowakije) aan de EU-milieuwetgeving na te leven op vijf verschillende gebieden, namelijk voorkoming van overstromingen, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, waterbeleid, beheersing van omgevingslawaai en afvalstortplaatsen. De zaken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: niet-mededeling – het niet aannemen van EU-wetgeving op nationaal niveau; niet-overeenstemming tussen nationale wetgeving en de EU-voorschriften; en slechte toepassing, het niet naar behoren toepassen van de EU-wetgeving. Negen van de lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de aanmaningen, die onder de EU-inbreukprocedures de vorm hebben van "met redenen omklede adviezen". In het geval van Malta is de antwoordtermijn één maand. Als de betrokken lidstaten geen bevredigend antwoord geven, kan de Commissie hen naar het Europees Hof van Justitie verwijzen.

Niet-mededeling van de overstromingsrichtlijn

De Commissie maant België, Bulgarije, Estland, Frankrijk en Portugal aan om de nodige maatregelen te nemen ter uitvoering van Richtlijn 2007/60/EG over beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s. De richtlijn is gericht op de vermindering en de beheersing van de risico's van overstromingen voor de menselijke gezondheid, het milieu, het culturele erfgoed en de economische bedrijvigheid.

In de richtlijn is voorgeschreven dat de lidstaten tegen 2011 een voorlopige beoordeling moeten opstellen om na te gaan welke stroomgebieden en kustgebieden overstromingsgevaar lopen. Voor dergelijke zones moeten zij vervolgens tegen 2013 overstromingsrisicokaarten maken en tegen 2015 overstromingsrisicobeheersplannen opstellen met speciale aandacht voor preventie, bescherming en paraatheid.

De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk op 26 november 2009 in nationaal recht hebben omgezet. De opvolging van laattijdige omzetting van EU-wetgeving door de lidstaten is een prioriteit voor de Commissie.

De richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) - Letland

De Commissie heeft beslist Letland aan te manen Richtlijn 2002/96 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) naar behoren uit te voeren. De Letse uitvoeringsmaatregelen inzake de definitie van het begrip "producent" zijn niet in overeenstemming met de EU-wetgeving. Volgens de richtlijn moet de definitie van het begrip "producent" in het kader van de productie van elektrische en elektronische apparatuur verwijzen naar de EU-markt in plaats van de nationale markt.

De kaderrichtlijn water – Finland en Polen

De Commissie heeft beslist Finland en Polen aan te manen tot het behoorlijk uitvoeren van Richtlijn 2000/60/EG, waarin een kader wordt vastgesteld voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. Voor beide lidstaten wordt nog steeds een aanzienlijk aantal gevallen van niet-overeenstemming met de richtlijn geconstateerd.

De lawaairichtlijn – Malta

De Commissie heeft beslist Malta aan te manen tot het nakomen van zijn verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2002/49/EG inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai. Malta heeft nagelaten strategische geluidsbelastingkaarten op te maken. In de lawaairichtlijn wordt een gemeenschappelijke aanpak uiteengezet om de schadelijke gevolgen van blootstelling aan omgevingslawaai te vermijden, te voorkomen of te verminderen. Krachtens de richtlijn moeten de lidstaten (aan de hand van een standaardmethode en standaardindicatoren) het omgevingslawaai meten om strategische geluidsbelastingskaarten op te maken voor grote stedelijke agglomeraties, wegen, luchthavens en spoorwegen.

De richtlijn storten – Slowakije

In de zaak tegen Slowakije gaat het om het niet naar behoren toepassen van de EU-wetgevingsvoorschriften. De zaak betreft de exploitatie van de stortplaats in Považský Chlmec, nabij Žilina. De exploitatie van de stortplaats is niet in overeenstemming met Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen. De stortplaats wordt beschouwd als een "bestaande stortplaats" in de zin van de richtlijn storten. Om toestemming te krijgen voor het voortzetten van de exploitatie van een dergelijke stortplaats na 16 juli 2009, zijn specifieke documenten vereist. Tot op heden hebben de Slowaakse autoriteiten niet de nodige informatie ter bevestiging van de overlegging van deze documenten verschaft.

Voor de meest recente gegevens over inbreuken in het algemeen, zie:

http://ec.europa.eu/environment/legal/implementation_en.htm


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website