Navigation path

Left navigation

Additional tools

IP/10/434

Brussel, 15 april 2010

Consumentenbescherming: RAPEX-jaarverslag 2009 laat zien dat EU-samenwerking op het gebied van gevaarlijke producten doeltreffend is

Het aantal gevaarlijke consumentenproducten waarvan melding werd gedaan via het EU-systeem voor snelle waarschuwingen over gevaarlijke non-foodproducten ("RAPEX") is in 2009 met 7% gestegen ten opzichte van 2008, zo blijkt uit het vandaag verschenen jaarverslag van de Commissie over RAPEX. Deze stijging van 1866 meldingen in 2008 naar 1993 vorig jaar laat zien dat de capaciteit van het RAPEX-systeem in 2009 opnieuw is verhoogd na een effectiever markttoezicht door de lidstaten. Ook nemen Europese bedrijven hun verantwoordelijkheden op het gebied van de veiligheid van consumentenproducten serieuzer en roepen zij hun onveilige producten sneller terug uit de handel. Daarnaast beginnen zij het speciale snelle waarschuwingssysteem voor het bedrijfsleven ("Business Application") systematischer te gebruiken. Speelgoed, kleding en motorvoertuigen waren in 2009 de meest gemelde producten. Daarnaast zijn vandaag ook de resultaten gepresenteerd van een EU-actie op het gebied van markttoezicht, in het kader waarvan 13 landen de veiligheid van speelgoed hebben onderzocht. Daaruit blijkt dat ongeveer 20% niet aan de betrokken veiligheidsvoorschriften voldeed.

John Dalli, commissaris voor Gezondheid en consumentenbescherming, zei hierover het volgende: "Met dit rapport checken wij jaarlijks hoe het ervoor staat met de veiligheid van consumentenproducten op de EU-markt. Veiligheid is voor elke lidstaat cruciaal, en in de afgelopen zes jaar is RAPEX een voorbeeld geworden voor de doeltreffendheid van de samenwerking binnen de EU op dit gebied".

Het aantal meldingen van gevaarlijke producten blijft stijgen

Het totale aantal meldingen via het RAPEX-systeem is geleidelijk gestegen sinds 2004 (toen de Richtlijn inzake algemene productveiligheid door de lidstaten in nationale wetten werd omgezet). In het huidige zesde jaar is het aantal meldingen meer dan verviervoudigd, van 468 (in 2004) naar 1993 (in 2009). In 2009 is het aantal meldingen met 7% gestegen ten opzichte van 2008.

De toename van het aantal RAPEX-meldingen en de hogere capaciteit van het systeem is te danken aan:

  • een doeltreffendere handhaving in het kader van productveiligheid door de nationale autoriteiten;

  • een efficiëntere investering van middelen;

  • een groter bewustzijn bij bedrijven van hun verplichtingen;

  • betere samenwerking met derde landen;

  • de opbouw van netwerken en trainingen in de lidstaten waarbij de Europese Commissie een coördinerende rol heeft gespeeld.

Wat de landen van herkomst betreft, is het aantal meldingen via RAPEX over producten uit China licht toegenomen (met 1%, van 59% in 2008 tot 60% in 2009). Het aantal meldingen zonder informatie over het land van herkomst van het betrokken product is gedaald.

Alle landen werken mee aan RAPEX

Alle EU-landen namen deel aan het RAPEX-systeem door nieuwe gevaarlijke producten op te sporen en te melden en door passende maatregelen te nemen naar aanleiding van de informatie die zij ontvingen. De helft van de landen heeft de deelname aan het systeem verder geïntensiveerd en meer gevaarlijke producten gemeld dan in 2008. De landen die de meeste meldingen doorgaven waren Spanje (220 meldingen), Duitsland (187 meldingen), Griekenland (154 meldingen), Bulgarije (122 meldingen) en Hongarije (119 meldingen). Meldingen uit deze landen vertegenwoordigen 47% van alle RAPEX-meldingen over producten die een ernstig gevaar inhouden.

Speelgoed, kleding, textiel en motorvoertuigen bovenaan de lijst

Speelgoed (472 meldingen), kleding en textiel (395 meldingen) en motorvoertuigen (146 meldingen) zijn verantwoordelijk voor 60% van alle meldingen van producten die een ernstig gevaar inhouden in 2009. Elektrische apparaten (138 meldingen) vormden de op drie na meest gerapporteerde productcategorie.

Resultaten van de speelgoedveiligheidsactie in het kader van het EU-markttoezicht

In 2009 onderzochten de autoriteiten voor markttoezicht in 131 landen specifiek de speelgoedveiligheid. Zij onderzochten meer dan 14 000 stuks speelgoed op naleving van de betrokken veiligheidswetgeving. De inspecties vonden met name bij importeurs en detailhandelaars plaats, en de douane onderzocht 160 binnenkomende speelgoedzendingen.

Van het onderzochte speelgoed werden 803 monsters naar een laboratorium gestuurd voor testen op het gebied van de mechanische veiligheid (576 monsters) en het gehalte aan zware metalen (227 monsters). 200 monsters kwamen niet door de mechanische testen, terwijl maar 17 monsters niet aan de voorschriften inzake zware metalen voldeden. Dit leidde tot veel RAPEX-meldingen en corrigerende maatregelen van de nationale autoriteiten met betrekking tot het aangetroffen onveilige speelgoed.

Het voornaamste doel van het project (dat werd gecoördineerd door PROSAFE, het EU-netwerk van toezichthoudende autoriteiten2), was de hoeveelheid onveilig speelgoed op de EU-markt te verminderen. Het stelde de lidstaten ook in staat ervaring op te doen in het samenwerken voor een beter toezicht op en een betere handhaving van de veiligheidsvoorschriften. De nationale autoriteiten zullen er intensiever aan werken dat de betrokken veiligheidsvoorschriften worden nageleefd en marktdeelnemers en consumenten worden voorgelicht.

Nadere informatie is te vinden op:

MEMO/10/129

MEMO/10/130

en http://ec.europa.eu/consumers/safety/news/index_en.htm

1 :

Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Estland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Letland, Litouwen, Noorwegen, Slowakije, Nederland

2 :

Het Product Safety Enforcement Forum of Europe is een non-profitorganisatie die is opgericht door markttoezichthouders uit verscheidene Europese landen, en wordt gesteund door de Europese Commissie – het heeft als doel het markttoezicht te verbeteren door beste praktijken. www.prosafe.org


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website