Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie zet eerste stap op weg naar een herziening van de arbeidstijdenregeling

European Commission - IP/10/345   24/03/2010

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/10/345

Brussel, 24 maart 2010

Europese Commissie zet eerste stap op weg naar een herziening van de arbeidstijdenregeling

De Europese Commissie heeft de werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers vandaag om hun mening gevraagd over de mogelijkheden voor een herziening van de EU-voorschriften inzake de arbeidstijd. De vraag aan de Europese sociale partners in deze eerste fase van de raadpleging is of een EU-optreden inzake de arbeidstijdenrichtlijn (2003/88/EG) noodzakelijk is en wat daarvan de draagwijdte zou moeten zijn. Dit is de eerste stap op weg naar een algehele herziening van de richtlijn nadat eerdere pogingen om de bestaande wetgeving te herzien in april 2009 waren gestrand.

László Andor, EU-commissaris voor werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie, zei:Dat vorig jaar geen overeenstemming kon worden bereikt over een herziening van de arbeidstijdenwetgeving, betekent niet dat de problemen rond de bestaande regels verdwenen zijn. We moeten nog steeds een evenwichtige oplossing vinden die recht doet aan de werkelijke behoeften van de werknemers, het bedrijfsleven en de consumenten in de 21e eeuw.” Verder onderstreepte hij: “Wij hebben een algehele herziening van de voorschriften nodig, gebaseerd op een grondige effectbeoordeling met een krachtige sociale dimensie. Vandaag nodigen wij de sociale partners uit zich op dit cruciale vraagstuk te beraden en met vernieuwende voorstellen te komen die de vruchteloze discussies uit het verleden overstijgen.

In 2004 had de Commissie na breed overleg een voorstel tot wijziging van Richtlijn 2003/88/EG ingediend. Dit voorstel was bedoeld om een reeks problemen aan te pakken die in de bestaande wetgeving en de jurisprudentie van het Hof van Justitie onopgelost waren gebleven, namelijk verduidelijking van de toepassing van de richtlijn op aanwezigheidsdiensten in bepaalde sectoren; meer flexibiliteit bij de berekening van de wekelijkse arbeidstijd en herziening van de individuele opt-out van de 48-uursgrens. In april 2009 kwamen de regeringsvertegenwoordigers en het Europees Parlement echter tot de conclusie dat zij het, langdurige onderhandelingen ten spijt, niet eens konden worden over het voorstel.

Intussen is de discussie uitgebreid tot andere thema’s die het gevolg zijn van de fundamentele veranderingen die zich de afgelopen twintig jaar in de wereld van de arbeid hebben voltrokken. De gemiddelde wekelijkse arbeidstijd is in de EU bijvoorbeeld gedaald van 39 uur in 1990 tot 37,8 uur in 2006 en het aandeel deeltijdwerkers in de beroepsbevolking is gestegen van 14% in 1992 tot 18,8% in 2009. Er is ook sprake van een toenemende variatie in de werktijden in de loop van het jaar en het werkzame leven, met meer nadruk op maatregelen om werk en privéleven te combineren, zoals variabele werktijden en tijdspaarsystemen, alsook een groeiende autonomie van de werknemers naast de verbreiding van de kenniseconomie.

Daarom is de Commissie van zins de bestaande arbeidstijdenregeling op de schop te nemen, te beginnen met een grondige evaluatie van de huidige bepalingen en problemen bij de toepassing ervan, alvorens de verschillende mogelijkheden te bestuderen om deze problemen aan te pakken. Aan de herziening zal richting worden gegeven door een aantal beleidsdoelen, waaronder de bescherming van de veiligheid en gezondheid van de werknemers en een betere combinatie van werk en privéleven, die de ondernemingen en werknemers de nodige flexibiliteit bieden zonder onnodige administratieve lasten voor het bedrijfsleven, en vooral het mkb, te creëren.

De eerste fase van de raadpleging van de sociale partners is een belangrijke eerste stap in de richting van zo'n algehele herziening van de arbeidstijdenrichtlijn. De sociale partners hebben zes weken de tijd om hun standpunten aan de Commissie kenbaar te maken. Tegelijk met de raadplegingen zal de Commissie een uitgebreide effectbeoordeling maken, waaronder een onderzoek naar de juridische toepassing van de richtlijn in de lidstaten en een studie van de sociale en economische aspecten die relevant zijn voor een algehele herziening van de richtlijn.

Achtergrond

In de eerste fase van de raadpleging van de sociale partners op EU-niveau wordt voorzien door artikel 154, lid, 2, VWEU. In deze fase wil de Commissie de mening van de sociale partners peilen over de vraag of optreden op het niveau van de Europese Unie inzake de arbeidstijdenrichtlijn nodig is, en over de draagwijdte van zo’n initiatief.

De Commissie zal de tijdens deze eerste fase naar voren gebrachte standpunten bestuderen en vervolgens beslissen of een EU-optreden raadzaam is. Als de Commissie beslist dat dat zo is, zal zij de tweede fase van de raadpleging van de sociale partners op EU-niveau starten. Die fase zal, overeenkomstig artikel 154, lid 3, VWEU, betrekking hebben op de inhoud van een eventueel voorstel.

Meer informatie

De arbeidstijdenrichtlijn

http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=706&langId=nl&intPageId=205


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website