Navigation path

Left navigation

Additional tools

IP/10/1705

Straatsburg, 14 december 2010

Europese Commissie wil administratieve rompslomp verminderen voor ondernemingen en consumenten die zijn betrokken bij grensoverschrijdende gerechtelijke procedures

Een Franse onderneming heeft een bouwcontract gesloten met een Poolse onderneming om in de buurt van Parijs een fabriek te bouwen. Beide ondernemingen komen overeen dat eventuele geschillen in verband met het contract door een rechter in Warschau zullen worden behandeld. De Poolse onderneming daagt de Franse onderneming voor de rechter omdat deze haar nog bedragen verschuldigd is. De rechter te Warschau veroordeelt de Franse onderneming tot betaling van het nog openstaande bedrag. De Poolse onderneming wil de verschuldigde bedragen verhalen op de Franse activa van de tegenpartij. Momenteel moet de Poolse onderneming daartoe dan eerst een tijdrovende procedure bij een Franse rechtbank doorlopen, de zogenaamde "exequaturprocedure" – die tot 3 000 euro kan kosten. De "exequaturprocedure", die in de EU meer dan 10 000 keer per jaar wordt toegepast, is gezien de ontwikkeling van de Europese eengemaakte markt en het vertrouwensniveau tussen de nationale rechtsstelsels in burgerlijke en handelszaken achterhaald. Daarom stelt de Europese Commissie vandaag voor de "exequaturprocedure" af te schaffen, waardoor tot 48 miljoen euro per jaar kan worden bespaard en het met name voor kleine en middelgrote ondernemingen gemakkelijker wordt grensoverschrijdende activiteiten te ontplooien. Deze kostenbesparing is een van de elementen van het door de Commissie gepresenteerde voorstel voor een ingrijpende hervorming van de zogenaamde verordening "Brussel I" van 2001. Die verordening bevat een reeks EU‑regels aan de hand waarvan wordt bepaald welke rechtbank bevoegd is voor grensoverschrijdende zaken en hoe een in een EU‑lidstaat gegeven rechterlijke beslissing in een andere EU‑lidstaat wordt erkend en ten uitvoer gelegd. Doel van de hervorming is een versterking van de eengemaakte markt en een terugdringing van de administratieve rompslomp. Zij zal ook leiden tot een betere bescherming van Europese consumenten wanneer deze handel drijven met ondernemingen in derde landen, de rechtszekerheid verhogen bij forumkeuzeovereenkomsten tussen ondernemingen en het concurrentievermogen van de Europese arbitragesector versterken.

"Vandaag stelt de Commissie de afschaffing voor van een ingewikkelde en dure procedure voor de erkenning en de tenuitvoerlegging tussen de lidstaten van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Dat is goed nieuws voor de burgers en de kleine en middelgrote ondernemingen van Europa. Onze voorstellen maken het mogelijk grensoverschrijdende geschillen sneller en goedkoper te beslechten en in individuele gevallen kan aldus tussen 2 000 euro en 12 000 euro worden bespaard," verklaarde José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie.

"Op een echte eengemaakte markt moeten rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken die in een lidstaat zijn gegeven het volle vertrouwen krijgen in alle andere lidstaten van onze Europese Unie. Daarom stellen wij vandaag voor de verouderde en al te bureaucratische exequaturprocedure af te schaffen. Zo wordt een belangrijk obstakel voor grensoverschrijdende transacties in Europa weggenomen," verklaarde vicevoorzitter Viviane Reding, EU‑commisssaris voor Justitie. "Ik wil dat rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken tegen 2013 in de gehele EU doeltreffend, snel en goedkoop kunnen worden ten uitvoer gelegd, ongeacht of zij zijn gegeven door een binnenlandse rechtbank of een rechtbank van een andere EU‑lidstaat."

Hoewel ondernemingen dankzij de Europese eengemaakte markt toegang hebben tot 500 miljoen consumenten, is slechts een kwart van de 20 miljoen Europese kleine en middelgrote ondernemingen betrokken bij grensoverschrijdende handelstransacties. Uit een recent onderzoek blijkt dat bijna 40% van de ondernemingen zou overwegen om op andere markten dan de thuismarkt handel te drijven indien de procedures voor gerechtelijke geschillenbeslechting in het buitenland zouden worden vereenvoudigd. Het uit de weg ruimen van bureaucratische obstakels, die extra kosten en rechtsonzekerheid met zich brengen, is dan ook een essentieel onderdeel van het streven van de Commissie om het leven van burgers en ondernemingen gemakkelijker te maken (zie IP/10/1390 en MEMO/10/525).

De Commissie heeft vandaag een akkoord bereikt over een hervorming van de verordening "Brussel I" van 2001. Deze verordening is van essentieel belang voor de grensoverschrijdende geschillenbeslechting omdat daarin wordt bepaald welke rechtbank bevoegd is voor grensoverschrijdende zaken. Zij maakt het ook mogelijk dat een in een lidstaat gegeven rechterlijke beslissing in een andere lidstaat wordt erkend.

De hervorming behelst vier belangrijke wijzigingen:

  • Afschaffing van de omslachtige "exequaturprocedure": conform de huidige regeling heeft een in een lidstaat gegeven beslissing niet automatisch gevolgen in een ander land. Zij moet eerst in het kader van een bijzondere intermediaire procedure worden gevalideerd en uitvoerbaar verklaard door een rechtbank in de lidstaat van tenuitvoerlegging – de zogenaamde "exequaturprocedure". In complexe zaken kunnen de kosten van deze procedure oplopen tot 12 700 euro (honoraria voor advocaten, vertaalkosten en gerechtskosten). In sommige lidstaten kan het ook meerdere maanden duren om een rechterlijke beslissing te laten erkennen en ten uitvoer leggen. Voor bijna 95% van de zaken is deze procedure louter een formaliteit. De Commissie stelt daarom voor deze procedure af te schaffen. In de toekomst zullen rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken die door een rechtbank van een lidstaat zijn gegeven dus automatisch uitvoerbaar zijn in de gehele Unie. De tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing kan nog steeds worden stopgezet door een rechtbank, maar alleen in uitzonderlijke omstandigheden (zoals bij een schending van het recht op een eerlijk proces door de betrokken buitenlandse rechtbank).

  • Meer consumentenbescherming bij juridische geschillen waarbij niet‑EU‑landen zijn betrokken: momenteel zijn er tussen de lidstaten grote verschillen met betrekking tot de nationale bevoegdheidsregels voor verweerders uit derde landen. Het nationale recht van een lidstaat kan toestaan dat een burger of een onderneming een verweerder van buiten de EU voor de nationale rechter brengt, terwijl dat in een andere lidstaat niet mogelijk is. De vandaag voorgestelde hervorming zal daar verandering in brengen. Met name voor betrekkingen tussen een in de EU woonachtige consument en een buiten de EU gevestigde onderneming, zullen de rechtbanken van de plaats waar de consument woont bevoegd zijn, ongeacht de lidstaat.

  • Zorgen voor rechtszekerheid bij forumkeuzeovereenkomsten tussen ondernemingen: ondernemingen komen vaak overeen dat een bepaalde rechtbank al hun onderlinge geschillen zal behandelen. Momenteel wordt de geldigheid van dergelijke forumkeuzeovereenkomsten echter soms betwist bij een rechtbank in een andere EU‑lidstaat met als doel de geschillenbeslechting te vertragen ‑ een praktijk die soms wordt aangeduid als de "Italiaanse torpedo". De Commissie stelde vandaag maatregelen voor om een dergelijk proceduremisbruik tegen te gaan door ervoor te zorgen dat de in de forumkeuzeovereenkomst aangewezen rechtbank altijd als eerste zal beslissen over de geldigheid van die overeenkomst.

  • Het concurrentievermogen van de Europese arbitragesector versterken: door de hervormingsvoorstellen van de Commissie zal er meer duidelijkheid komen met betrekking tot arbitrage, die tot nu toe niet onder de verordening "Brussel I" viel. Meer dan 60% van de grote Europese ondernemingen geeft de voorkeur aan arbitrage boven gerechtelijke geschillenbeslechting. Europese arbitragecentra in Londen en Parijs behandelen zaken met een totale waarde van meer dan 50 miljard euro. Arbitrage is in de EU een sector van 4 miljard euro per jaar. Momenteel kan een onderneming die een arbitrageovereenkomst wil omzeilen echter relatief gemakkelijk aanvoeren dat de arbitrageovereenkomst ongeldig is en een vordering instellen bij een rechtbank van een lidstaat waar de arbitrageovereenkomst waarschijnlijk ongeldig zal worden verklaard. Daarom stelde de Commissie vandaag voor om ondernemingen de zekerheid te geven dat de keuze van het arbitragetribunaal zal worden beschermd tegen proceduremisbruik.

Achtergrond

De verordening Brussel I vergemakkelijkt de civielrechtelijke samenwerking in de EU door de meest geschikte jurisdictie voor de beslechting van grensoverschrijdende geschillen aan te wijzen en te zorgen voor de vlotte erkenning en tenuitvoerlegging van in een andere lidstaat gegeven rechterlijke beslissingen. Dat bevordert de goede werking van de eengemaakte markt.

Acht jaar na de inwerkingtreding van de oorspronkelijke verordening, hebben de hervormingsvoorstellen van de Commissie nu ten doel deze verordening doeltreffender te maken.

Het voorstel om de "exequaturprocedure" af te schaffen, volgt op eerdere initiatieven zoals het Europees betalingsbevel (een vereenvoudigde procedure voor niet‑betwiste grensoverschrijdende schuldvorderingen), de Europese procedure voor geringe vorderingen (grensoverschrijdende schuldvorderingen van minder dan 2 000 euro) en de EU‑verordening betreffende onderhoudsverplichtingen.

De Commissie nam in april 2009 een verslag aan over de toepassing van Brussel I, samen met een groenboek, waarin de verschillende beleidsopties worden uiteengezet.

De Commissie presenteerde vandaag ook een groenboek met de diverse opties om het vrije verkeer van akten van de burgerlijke stand te bevorderen (zie IP/10/1704).

Volgende stap

Nu moeten het Europees Parlement en de Raad van ministers overeenstemming bereiken over het door de Commissie gepresenteerde voorstel tot wijziging van de verordening "Brussel I".

Voor meer informatie

MEMO/10/677

Newsroom DG Justitie:

http://ec.europa.eu/justice/news/intro/news_intro_en.htm

Homepage van Viviane Reding, vicevoorzitter en EU‑commissaris voor Justitie:

http://ec.europa.eu/commission_2010-2014/reding/index_en.htm

ANNEX

Chart 1: Relevance of rules on jurisdiction and enforcement for cross-border commercial activity

"To what extent would you be inclined to engage in (more) cross-border commercial activity if, in the event of a dispute, a judgement obtained in one Member State would be enforceable in another without additional procedures?"

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

Source: CSES study, Text box 3.3, p. 61

Chart 2: Number of exequatur applications and success rates (2009)

Member State

No. Applications

Success rate %

Austria

244

93

Belgium*†

307

95

Bulgaria

54

56

Cyprus

14

75

Czech Rep

42

93

Denmark*

163

95

Estonia

8

78

Finland

46

100

France

1,176

99

Germany*

1,638

88

Greece*

500

95

Hungary*

53

88

Ireland

127

93

Italy

1,156

93

Latvia

55

76

Lithuania

183

83

Luxemburg

244

95

Malta

7

93

Netherlands*

378

95

Poland

444

88

Portugal

205

93

Romania

153

93

Slovakia

18

83

Slovenia

238

93

Spain

887

93

Sweden

380

90

UK*

1,202

93

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED
EU27

9,922

93

Chart 3: Cost and length of exequatur proceedings in the EU Member States

Member State

Estimated cost of exequatur proceedings

(€)

Length of 1st instance exequatur proceedings

Length of 2nd instance exequatur proceedings

Austria

2,786

1 week

n.a

Belgium

1,893

1-4 months

Liège: 1 year; Antwerp: 1 year; Brussels: up to 2 years

Bulgaria

1,102

n.a.

n.a

Cyprus

1,824

1-3 months

n.a

Czech Rep

1,334

n.a

n.a

Denmark

2,666

n.a

n.a

Estonia

1,883

3-6 months

6 months to 1-2 years

Finland

2,765

2-3 months

6 months

France

3,086

10-15 days

n.a

Germany

2,986

3 weeks

1-6 months; applications which obviously have no chance of success are immediately closed within a period of 1-2 weeks

Greece

1,873

10 days-7 months

6-10 months

Hungary

1,878

1-2 hours

3 months (in more than 50 % of the cases)

Ireland

3,565

1 week or more

n.a

Italy

3,855

Milan: 20-30 days ; Bolzano: 7-20 days

about 2 years

Latvia

2,616

10 days

2-6 months

Lithuania

1,309

up to 5 months

up to 2 months

Luxemburg

1,863

1-7 days

10-12 months

Malta

1,449

Exemplary single cases with procedures concluded within days up to 3 months

first hearing after 2 years; decision 3-12 months later

Netherlands

3,136

n.a.

n.a.

Poland

1,299

1-4 months

1-3 months

Portugal

2,193

n.a.

4-5 months

Romania

1,296

n.a.

n.a.

Slovakia

1,308

n.a.

n.a.

Slovenia

1,893

n.a.

2-12 months

Spain

1,048

n.a.

2-4 months

Sweden

2,646

2-3 weeks

n.a.

UK

3,955

1-3 weeks

1-2 months

EU27

2,208

n.a.

n.a.

Source: CSES study, p. 42.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website