Navigation path

Left navigation

Additional tools

IP/10/1646

Brussel, 2 december 2010

Verkeersveiligheid: de EU treedt hard op tegen bestuurders die verkeersovertredingen begaan in het buitenland

Na een akkoord van de EU-ministers voor Vervoer op een bijeenkomst vandaag in Brussel zullen bestuurders worden gestraft voor verkeersovertredingen die ze in het buitenland begaan, waaronder de vier "dodelijkste overtredingen" die 75% van de verkeersdoden veroorzaken: te hard rijden, door rood licht rijden, geen gordel omhebben en rijden onder invloed.

Vicevoorzitter van de Europese Commissie Siim Kallas, bevoegd voor vervoer, zei hierover: "De kans dat een buitenlandse bestuurder een overtreding begaat is drie keer groter dan een bestuurder uit het land zelf. Zodra ze in het buitenland zijn, lijken veel mensen te denken dat de regels niet langer op hen van toepassing zijn. Mijn boodschap is dat ze wel degelijk voor iedereen gelden en dat we ze nu echt gaan toepassen."

Volgens EU-cijfers maken buitenlandse bestuurders ongeveer 5% van het verkeer uit, maar zijn ze verantwoordelijk voor ongeveer 15% van de snelheidsovertredingen. De meeste overtredingen worden niet bestraft omdat landen bestuurders niet meer kunnen vervolgen zodra ze weer thuis zijn.

De voorstellen

De voorstellen voor een richtlijn inzake grensoverschrijdende handhaving op het gebied van verkeersveiligheid zijn specifiek op deze situatie gericht. De ministers zijn het eens geworden over een tekst die gericht is op verkeersovertredingen met ernstige gevolgen voor de verkeersveiligheid, waaronder de vier "dodelijkste overtredingen" die verantwoordelijk zijn voor 75% van de verkeersdoden:

1. Te hard rijden

2. Niet stoppen voor een rood stoplicht

3. Geen gordel dragen

4. Rijden onder invloed.

En ook:

5. Rijden onder invloed van drugs

6. Geen veiligheidshelm dragen

7. Onwettig gebruik van een vluchtstrook

8. Onwettig gebruik van een mobiele telefoon tijdens het rijden.

Hoe werkt het?

Met behulp van de voorstellen kunnen bestuurders uit de EU worden geïdentificeerd en bijgevolg worden vervolgd voor overtredingen die zij hebben begaan in een andere lidstaat dan waar hun auto ingeschreven staat. In de praktijk kan met de nieuwe regels een elektronisch netwerk voor de uitwisseling van gegevens worden ingesteld om de uitwisseling van de noodzakelijke gegevens mogelijk te maken tussen het land waar de overtreding is begaan en het land waar de auto ingeschreven staat. Zodra de naam en het adres van de eigenaar bekend zijn, wordt hem/haar een bekeuring toegezonden, waarvoor in de voorgestelde richtlijn een modelformulier is vastgesteld.

Het is aan de lidstaat van de overtreding (waar de overtreding is begaan) om te bepalen hoe de verkeersovertreding wordt opgevolgd. Bij deze richtlijn worden de aard van de overtreding en de straffen niet geharmoniseerd. De nationale regels in de lidstaat van de overtreding, overeenkomstig de nationale wetgeving, blijven dus zowel wat betreft de aard van de overtreding als de straffen van kracht.

Wat gebeurt er verder?

De wetgevingsvoorstellen worden pas definitieve wetgeving als ze bij een stemming zijn goedgekeurd door de leden van het Europees parlement. Daarna hebben de lidstaten twee jaar de tijd om de EU-wetgeving om te zetten voordat de wetgeving van kracht wordt, mogelijk in 2013.

Achtergrond:

Het Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid 2011-2020, dat in juli 2010 van start is gegaan, heeft als doel het aantal verkeersdoden tegen 2020 te halveren. Voor meer informatie over de details van het programma en statistieken van verkeersdoden per land (IP/10/970 en MEMO/10/343):

http://ec.europa.eu/transport/roadsafety/index_en.htm

MEMO/10/642


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website