Navigation path

Left navigation

Additional tools

Digitale Agenda: breedbandverbindingen steeds sneller, maar Europa moet zich nog meer inzetten

European Commission - IP/10/1602   25/11/2010

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/10/1602

Brussel, 25 november 2010

Digitale Agenda: breedbandverbindingen steeds sneller, maar Europa moet zich nog meer inzetten

Uit de statistieken die de Commissie vandaag publiceert, blijkt dat de breedbandverbindingen in Europa nu veel sneller zijn dan een jaar geleden. In juli 2010 had 29% van de breedbandverbindingen in de EU een snelheid van ten minste 10 megabits per seconde (Mbps) (een jaar eerder was dat slechts 15%). De breedbandpenetratie in de EU groeit nog steeds en bedroeg in juli 2010 25,6 per 100 inwoners (tegenover 23,9 een jaar eerder). De jaarlijkse groei van mobiele breedband is met 45% erg groot, met 6 toegangsapparaten voor mobiele breedband (usb-sleutels of dongels) per 100 burgers. Er is echter nog een lange weg te gaan om de EU-doelstelling te bereiken om elke Europeaan tegen 2013 toegang te geven tot basisbreedband en tegen 2020 tot snelle en ultrasnelle breedband, zoals beschreven in de Digitale Agenda voor Europa (zie IP/10/581, MEMO/10/199 en MEMO/10/200). De Commissie heeft in september 2010 een pakket maatregelen voorgesteld ter bevordering van de uitbouw en invoering van snelle en ultrasnelle breedband in de EU (zie IP/10/1142).

Neelie Kroes, vicevoorzitter van de Europese Commissie voor de Digitale Agenda, zei: “Snelle breedband is digitale zuurstof. Het is van essentieel belang voor de welvaart en het welzijn van de Europeanen. De penetratiegraad en de beschikbare snelheden worden steeds beter, maar we moeten meer doen om onze doelstellingen met betrekking tot zeer snelle breedbandverbindingen te halen. We moeten vooral dringend overeenstemming bereiken over ons voorstel om de beschikbaarheid van het radiospectrum voor mobiele breedband te garanderen, aangezien de vraag naar mobiele breedband erg snel groeit."

In juli 2010 leverde bijna een derde van de breedbandverbindingen in de EU snelheden boven de 10 Mbps (tegenover slechts 15% in juli 2009). Hogere datatransmissiesnelheden zorgen er over het algemeen voor dat klanten een ruimere en betere keuze tussen diensten hebben voor een lagere prijs per megabit. 5% van de verbindingen in de EU heeft een gemiddelde snelheid van 30 Mbps of meer (slechts 0,5% gelijk aan of meer dan 100 Mbps).

Om te kunnen tippen aan wereldleiders als Zuid-Korea en Japan, hebben nieuwe entertainmentdiensten en zakelijke diensten (zoals faciliteiten voor hoge-definitietelevisie of videoconferenties) veel snellere internettoegang nodig dan op dit moment over het algemeen beschikbaar is in Europa. Volgens de doelstellingen van de Digitale Agenda 2020 moet er tegen 2020 ten minste 30 Mbps beschikbaar zijn voor alle Europese huishoudens, terwijl de helft van de Europeanen tegen die tijd breedbandtoegang moet hebben met snelheden van meer dan 100 Mbps.

De nieuwe statistieken laten ook zien dat het aantal breedbandverbindingen tussen juli 2009 en juli 2010 in de hele EU met 8% bleef groeien (iets langzamer dan de 11% groei van het jaar ervoor). In juli 2010 waren er ongeveer 128 miljoen vaste breedbandverbindingen in de EU, waarvan 9 miljoen nieuwe verbindingen sinds juli 2009. De EU telt ongeveer 220 miljoen huishoudens.

Nederland en Denemarken blijven de wereldleiders op het gebied van breedbandpenetratie (bijna 40 aansluitingen per 100 inwoners of bijna 80% van de huishoudens). De groeipercentages nemen nu af omdat hun markten rijper worden en het verzadigingspunt naderen (in toonaangevende lidstaten, zoals Finland en Zweden, nemen de penetratiepercentages van vaste breedband zelfs af, waarschijnlijk vanwege de vervanging van vaste breedband door mobiele breedband).

In negen EU-landen (België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) ligt de breedbandpenetratie hoger dan in de VS, waar volgens de OESO-statistieken van mei 2010 26,4 aansluitingen per 100 inwoners zijn. Griekenland en Tsjechië hebben het afgelopen jaar de sterkste vooruitgang geboekt (gemeten aan de hand van de groei per hoofd van de bevolking).

DSL (Digital Subscriber Line) blijft met 100 miljoen verbindingen de meest voorkomende technologie voor breedbandtoegang in Europa, maar het marktaandeel neemt af ten voordele van snellere glasvezelaansluitingen en kabel met Docsis 3.0 (een upgrade van kabelnetwerken waarmee ultrasnel internet mogelijk is). FTTH groeide tussen juli 2009 en juli 2010 met 40%, maar vertegenwoordigt momenteel slechts 1,7% van het totale aantal verbindingen in Europa. FTTH is nog maar in een paar landen beschikbaar (met name in Zweden, waar 24% van de breedbandverbindingen FTTH zijn).

Mobiele breedband groet snel

Mobiele breedbandtoegang (bijvoorbeeld dongels voor laptops) wint in een aantal lidstaten terrein, met name in Finland (21,5 verbindingen voor mobiele breedbandtoegang via usb-sleutels/gegevenskaarten/dongels per 100 inwoners), Oostenrijk (16,7), Zweden (14), Denemarken (13,4) en Portugal (12,1). De huidige mobiele-breedbandpenetratie in Europa bedraagt 6%, een toename van 45% sinds juli 2009.

Het gemiddelde marktaandeel van de gevestigde telecommunicatie-exploitanten nam licht af tot ongeveer 44% (Cyprus kent het hoogste percentage,76%, gevolgd door Finland met 68% en Luxemburg met 66%; Roemenië en het Verenigd Koninkrijk kennen het laagste percentage, 28%, gevolgd door Bulgarije met 32%). De controle van gevestigde exploitanten over breedbandmarkten (met inbegrip van de wederverkoop van wholesalelverbindingen) neemt echter structureel af ten voordele van de concurrentie op het niveau van de basisinfrastructuur (hoofzakelijk door de ontbundeling van het aansluitnet dat toegang tot het netwerk door derden mogelijk maakt). Volledige ontbundeling van aansluitnetwerken en gedeelde toegangslijnen vertegenwoordigen 74,8% van de DSL-lijnen (een stijging ten opzichte van 71,4% van een jaar geleden). De stijging van het aantal ontbundelde aansluitnetwerken, die weliswaar trager verloopt dan vorig jaar, gaat ten koste van de wederverkoop. Dit is een goedkope toegangsvorm voor nieuwkomers, die sinds 2009 is geslonken van 10,6% naar 8,9% van het aantal DSL-lijnen. De nieuwkomers op de telecommunicatiemarkt zijn naar het schijnt geleidelijk aan meer gaan investeren, wat heeft bijgedragen aan een meer concurrerende breedbandmarkt.

Het in september 2010 voorgestelde breedbandpakket omvat een aanbeveling van de Commissie over gereglementeerde toegang tot NGA-netwerken, die het evenwicht moet waarborgen tussen de noodzaak om investeringen te stimuleren en de noodzaak om concurrentie te waarborgen (zie MEMO/10/424). Voorts heeft de Commissie een voorstel voor het radiospectrumbeleid ingediend om er onder andere voor te zorgen dat het radiospectrum beschikbaar is voor draadloze breedband (zie MEMO/10/425) en heeft zij een mededeling gepubliceerd inzake het stimuleren van investeringen in de breedbandmarkt (zie MEMO/10/427).

Het verslag kunt u hier vinden.

Bijlage

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website