Navigation path

Left navigation

Additional tools

De Commissie schetst een blauwdruk voor een toekomstgericht gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013

European Commission - IP/10/1527   18/11/2010

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/10/1527

Brussel, 18 november 2010

De Commissie schetst een blauwdruk voor een toekomstgericht gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013

Vandaag heeft de Europese Commissie een mededeling gepubliceerd over “het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) tot 2020 – inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten". De hervorming heeft tot doel de Europese landbouwsector dynamischer en concurrerender te maken en in staat te stellen om doeltreffend bij te dragen tot de Europa 2020-visie, die gericht is op het stimuleren van duurzame, slimme en inclusieve groei. In de mededeling worden drie opties voor een verdere hervorming beschreven. Na de bespreking van deze ideeën zal de Commissie midden 2011 formele regelgevingsvoorstellen voorleggen.

Bij de presentatie van de mededeling vandaag heeft Dacian Cioloş, EU-commissaris voor Landbouw en plattelandsontwikkeling, benadrukt hoe belangrijk het is dat het GLB “groener, billijker, efficiënter en doeltreffender” wordt. Vervolgens zei hij: “Het GLB is er niet alleen voor de landbouwers, maar voor alle EU-burgers – als consument en belastingbetaler. Daarom is het van belang dat wij ons beleid zo opzetten dat het voor het grote publiek beter begrijpbaar is en dat duidelijk wordt welke collectieve voordelen de landbouwers leveren voor de samenleving als geheel. De Europese landbouw moet concurrerend zijn, niet alleen op economisch vlak, maar ook op het vlak van het milieu.”

Vroeger dit jaar heeft de Commissie een publiek debat en een grote conferentie over de toekomst van het GLB gehouden. Uit het overgrote deel van de bijdragen bleek dat het GLB zich moet richten op de volgende drie hoofddoelstellingen:

  • rendabele voedselproductie (de levering van veilige en voldoende grote voedselvoorraden in een context van een groeiende wereldvraag, een economische crisis en een veel grotere marktvolatiliteit, met als doel bij te dragen tot de voedselzekerheid);

  • duurzaam beheer van de natuurbronnen en klimaataanpak (vaak moeten de landbouwers milieuoverwegingen laten primeren op economische overwegingen – maar de markt vergoedt de kosten daarvan niet);

  • instandhouding van de territoriale evenwichten en de diversiteit van de plattelandsgebieden (de landbouw blijft een grote economische en sociale motor in de plattelandsgebieden en een belangrijke factor bij het behoud van een levenskrachtig platteland)

In de mededeling wordt nagegaan welke toekomstige instrumenten geschikt kunnen zijn om deze doelstellingen het best te verwezenlijken. Wat de rechtstreekse betalingen betreft, wordt het belang geschetst van een herverdeling, een vernieuwd concept en een betere doelgerichtheid van de steun, op basis van objectieve en billijke criteria die voor de belastingbetaler gemakkelijk te begrijpen zijn. Deze criteria moeten zowel van economische aard zijn (het “inkomenssteunelement” van de rechtstreekse betalingen) als van ecologische aard (afspiegeling van de collectieve goederen die de landbouwers leveren) en de steun moet beter op de actieve landbouwers worden afgestemd. Een billijker verdeling van de middelen moet zo worden georganiseerd dat die economisch en politiek haalbaar is. Daarbij moet een overgangsperiode worden gelaten om een al te grote breuk te vermijden.

Een mogelijke aanpak is de betaling van basisinkomenssteun (misschien een eenvormig bedrag per regio - maar geen forfaitair bedrag voor de hele EU -, gebaseerd op nieuwe criteria en afgetopt op een bepaald niveau); plus een (jaarlijkse) verplichte milieubetaling voor aanvullende acties die verder gaan dan de naleving van de basisrandvoorwaarden (bijv. groenbedekking, vruchtwisseling, blijvend grasland of ecologische braaklegging); plus een betaling voor specifieke natuurlijke handicaps (omschreven op EU-niveau) en aanvullende bedragen in het kader van de maatregelen voor plattelandsontwikkeling); plus een beperkte optie van “gekoppelde” betalingen voor bijzonder kwetsbare landbouwtypes (vergelijkbaar met de huidige optie die [op grond van artikel 68] in de gezondheidscontrole van het GLB is opgenomen). Een eenvoudige specifieke steunregeling moet de concurrentiepositie van de kleine landbouwbedrijven verbeteren, de administratieve rompslomp verminderen en bijdragen tot de vitaliteit van het platteland.

Wat de marktmaatregelen betreft, zoals de openbare interventie en de steun voor particuliere opslag, is er ruimte om maatregelen te stroomlijnen en te vereenvoudigen en om nieuwe elementen in te voeren die de werking van de voedselketen moeten verbeteren. Hoewel het bij deze mechanismen om de traditionele GLB-instrumenten gaat, hebben de opeenvolgende hervormingen de EU-landbouw marktgerichter gemaakt en deze maatregelen gereduceerd tot een vangnet – in die mate dat de openbare voorraden virtueel niet meer bestaan. Terwijl de marktmaatregelen nog tot in 1991 goed waren voor 92% van de GLB-uitgaven, bedroegen zij in 2009 nog slechts 7% van het GLB.

Het plattelandsontwikkelingsbeleid heeft het mogelijk gemaakt de economische, ecologische en sociale duurzaamheid van de landbouwsector en de plattelandsgebieden te vergroten, maar er gaan heel wat stemmen op om kwesties in verband met milieu, klimaatverandering en innovatie op horizontale wijze volledig in alle programma's te integreren. Voorts wordt aandacht besteed aan de rechtstreekse verkoop en de lokale markten en aan de specifieke behoeften van jonge landbouwers en nieuwkomers. De aanpak in het kader van LEADER wordt verder geïntegreerd. Om de doeltreffendheid te verhogen is voorgesteld over te schakelen naar een meer resultaatgebaseerde aanpak, misschien met gekwantificeerde doelen. Een nieuw element in het toekomstige plattelandsontwikkelingsbeleid moet de toolkit voor risicobeheer zijn, waarmee de marktonzekerheden en de inkomensvolatiliteit beter kunnen worden aangepakt. Aan de lidstaten zouden mogelijkheden moeten worden geboden om de productie‑ en de inkomensrisico’s aan te pakken; hierbij gaat het onder meer om een nieuw instrument voor inkomensstabilisatie dat met de WTO verenigbaar is, en om verhoogde steun voor verzekeringsinstrumenten en onderlinge fondsen. Zoals bij de rechtstreekse betalingen zou worden gewerkt met een nieuwe toewijzing van de middelen op basis van objectieve criteria, terwijl een al te ingrijpende verstoring van het huidige systeem zou worden vermeden.

In de mededeling worden drie opties geschetst voor de richting die het GLB in de toekomst moet uitgaan om aan deze grote uitdagingen het hoofd bieden – 1) de dringendste tekortkomingen van het GLB wegwerken door geleidelijke veranderingen; 2) het GLB groener, billijker, efficiënter en doeltreffender maken; en 3) afstand nemen van inkomenssteun en marktmaatregelen en focussen op doelstellingen inzake milieu en klimaatverandering. De Commissie is van plan in alle drie de opties het huidige tweepijlersysteem te behouden – een eerste pijler (rechtstreekse betalingen en marktmaatregelen; hiervoor zijn de regels duidelijk vastgesteld op EU-niveau) en een tweede pijler (onder meer meerjarenmaatregelen voor plattelandsontwikkeling; hiervoor wordt het optiekader op EU-niveau vastgesteld, maar de uiteindelijke keuze van de regelingen wordt, in het kader van gezamenlijk beheer, aan de lidstaten of de regio’s overgelaten). Een ander element dat de drie opties met elkaar gemeen hebben, is de idee dat de toekomstige regeling van de rechtstreekse betalingen niet op historische referentieperioden mag worden gebaseerd, maar aan objectieve criteria moet worden gekoppeld. “De huidige regeling bevat andere voorschriften voor de EU-15 dan voor de EU-12; deze verschillen moeten na 2013 verdwijnen”, benadrukte commissaris Cioloş. Ook voor de toewijzingen in het kader van de plattelandsontwikkeling moeten objectievere criteria worden gehanteerd.

Voor meer informatie:

BIJLAGE: BESCHRIJVING VAN DE DRIE BREDE BELEIDSOPTIES

Rechtstreekse betalingen

Marktmaatregelen

Plattelandsontwikkeling

Optie 1

De rechtstreekse betalingen billijker verdelen tussen de lidstaten (het huidige stelsel van rechtstreekse betalingen blijft evenwel ongewijzigd)

De instrumenten voor risicobeheer versterken

Indien nodig de bestaande marktinstrumenten stroomlijnen en vereenvoudigen

Verder toepassen van het bij de “gezondheidscontrole” naar voren gekomen richtsnoer om de financiering te verhogen waarmee de uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, water, biodiversiteit, hernieuwbare energie en innovatie worden aangepakt

Optie 2

De rechtstreekse betalingen billijker verdelen tussen de lidstaten en het concept ervan grondig veranderen

De rechtstreekse betalingen zouden bestaan uit:

• een basisbedrag dat als inkomenssteun dient,

• een verplicht aanvullend steunbedrag voor de levering, via eenvoudige, algemene, jaarlijkse en niet-contractuele agromilieu-acties, van specifieke “vergroenende” collectieve goederen; dit bedrag wordt berekend op basis van de aanvullende kosten die deze acties met zich brengen,

• een aanvullende betaling als vergoeding voor specifieke natuurlijke handicaps,

• en een facultatief gekoppeld steunelement voor specifieke sectoren en regio’s1.

Invoering van een nieuwe regeling voor kleine landbouwbedrijven

Plafonnering van het basisbedrag, terwijl ook rekening wordt gehouden met de bijdrage van de grote landbouwbedrijven tot de plattelandsontwikkeling

Indien nodig de bestaande marktinstrumenten verbeteren en vereenvoudigen

De bestaande instrumenten aanpassen en aanvullen om ze enerzijds beter op de EU-prioriteiten af te stemmen, waarbij de steun vooral wordt toegespitst op het milieu, de klimaatverandering en/of de herstructurering en de innovatie, en om anderzijds de regionale en de lokale initiatieven te versterken

De bestaande instrumenten voor risicobeheer versterken en een facultatief instrument voor inkomensstabilisatie invoeren dat verenigbaar is met de “groene doos” van de WTO en bedoeld is om aanzienlijke inkomensverliezen te compenseren

Een zekere herverdeling van de middelen over de lidstaten, waarbij wordt uitgegaan van objectieve criteria, zou kunnen worden overwogen.

Optie 3

Geleidelijke afschaffing van de rechtstreekse betalingen in hun huidige vorm

In plaats daarvan voorzien in beperkte betalingen voor collectieve milieugoederen en in aanvullende betalingen voor specifieke natuurlijke handicaps

Afschaffing van alle marktmaatregelen, eventueel op de marktverstoringsclausules na, die in tijden van ernstige crisis zouden kunnen worden geactiveerd

De maatregelen zouden voornamelijk worden toegespitst op klimaatveranderings- en milieukwesties.

1 :

Dit zou overeenkomen met de huidige gekoppelde steun die in het kader van artikel 68 wordt betaald, en met andere gekoppelde steunmaatregelen.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website