Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE ES SV

IP/10/1487

Brussel, 9 november 2010

Antitrust: Commissie legt 11 luchtvrachtbedrijven voor 799 miljoen EUR geldboeten op in prijskartel

De Europese Commissie heeft elf luchtvrachtbedrijven voor in totaal 799.445.000 EUR geldboeten opgelegd omdat zij betrokken waren bij een internationaal kartel waarvan het luchtvrachtvervoer binnen de Europese Economische Ruimte (EER) te lijden had. Bij de elf luchtvrachtbedrijven die een geldboete opgelegd kregen, gaat het om bekende luchtvaartmaatschappijen: Air Canada, Air France-KLM, British Airways, Cathay Pacific, Cargolux, Japan Airlines, LAN Chile, Martinair, SAS, Singapore Airlines en Qantas. Zes jaar lang coördineerden deze luchtvrachtbedrijven hoe zij voor brandstof- en veiligheidstoeslagen te werk zouden gaan; ook zagen zij er op toe dat geen kortingen werden toegestaan. Lufthansa (en haar dochter Swiss) kreeg in het kader van de clementieregeling van de Commissie volledige boete-immuniteit, omdat zij als eerste met informatie over het kartel kwam.

Joaquίn Almunia, Vicevoorzitter van de Commissie en belast met het mededingingsbeleid: "Het valt zeer te betreuren dat zovele grote luchtvaartmaatschappijen hun tarieven coördineerden - ten koste van Europese bedrijven en Europese consumenten. Met het besluit van vandaag wil de Commissie een krachtig signaal afgeven dat zij kartelpraktijken niet zal dulden."

Vandaag heeft de Commissie elf luchtvrachtbedrijven voor in totaal 799.445.000 EUR aan geldboeten opgelegd. De kartelleden coördineerden zes jaar lang (van december 1999 tot februari 2006) diverse tariefelementen. De kartelregelingen verliepen via talrijke contacten tussen luchtvaartmaatschappijen, zowel op bilateraal als multilateraal niveau. Daarbij ging het over vluchten van, naar en binnen de EER. Luchtvaartmaatschappijen leveren luchtvrachtvervoersdiensten in de eerste plaats aan expediteurs, die het vervoer van deze goederen (samen met de nodige diensten en formaliteiten) regelen voor verzenders.

De inbreuk

Aanvankelijk hadden de betrokken luchtvaartmaatschappijen het in hun tariefoverleg over brandstoftoeslagen. Ze hadden onderlinge contacten om ervoor te zorgen dat internationale luchtvrachtbedrijven voor alle zendingen een vaste toeslag per kilo berekenden. De kartelleden breidden hun samenwerking nadien uit door een veiligheidstoeslag in te voeren en door te weigeren hun klanten (expediteurs) een commissie over de toeslagen te betalen.

Met deze contacten wilden zij ervoor zorgen dat alle betrokken maatschappijen deze toeslagen zouden invoeren en dat verhogingen (of verlagingen) van de toeslagen onverkort werden toegepast. Door hun weigering commissies te betalen, zorgden de maatschappijen ervoor dat toeslagen geen punt van concurrentie konden worden (omdat klanten geen kortingen konden krijgen). Dit soort praktijken is in strijd met de EU-concurrentieregels.

In haar mededeling van punten van bezwaar vermeldde de Commissie ook nog heimelijke afspraken over twee andere toeslagen en over vrachttarieven. Die punten heeft de Commissie wegens onvoldoende bewijs laten vallen. Elf andere luchtvrachtbedrijven en een consultancybedrijf hadden voordien om dezelfde reden een mededeling van punten van bezwaar toegezonden gekregen. Ook tegen hen heeft de Commissie de aanklachten laten vallen.

De geldboeten

Bij het bepalen van de boetebedragen hield de Commissie rekening met de omzet van de betrokken ondernemingen op de betreffende markt, maar ook met het feit dat het een zeer zware inbreuk betrof, dat het kartel de hele EER bestreek en met de lange looptijd ervan.

Voor alle maatschappijen werd de omzet op de routes tussen de EER en derde landen met 50% verlaagd, om rekening te houden met het feit dat op deze routes een deel van de door het kartel veroorzaakte schade buiten de EER viel. De Commissie heeft de geldboete voor SAS met 50% verhoogd, omdat de maatschappij al eens betrokken was bij een kartel in de luchtvaartsector (het kartel-SAS/Maersk; zie IP/01/1009). Alle maatschappijen kregen een boetekorting van 15% omdat het algemene reguleringskader in deze sector kan worden gezien als een aanmoediging om tarieven te coördineren. Vier maatschappijen kregen een verdere korting van 10% wegens hun beperkte rol bij de inbreuk. Voor twee maatschappijen zou de geldboete hoger zijn uitgekomen dan het wettelijke maximum van 10% van hun omzet over 2009. Daarom werd het boetebedrag tot dit maximum teruggebracht (nog vooraleer eventuele clementieoverwegingen werden toegepast).

Lufthansa (en haar dochter Swiss) kreeg in het kader van de clementieregeling van de Commissie volledige boete-immuniteit, omdat zij de aandacht van de Commissie op het bestaan van het kartel vestigde en omdat zij met waardevolle informatie is gekomen. In het kader van diezelfde clementieregeling hebben de volgende maatschappijen een boetekorting kregen: Martinair (50%), Japan Airlines (25%), Air France-KLM (20%), Cathay Pacific (20%), LAN Chile (20%), Qantas (20%), Air Canada (15%), Cargolux (15%), SAS (15%) en British Airways (10%).

Vijf maatschappijen hebben een korting gevraagd omdat zij de geldboeten niet zouden kunnen betalen. Geen van deze verzoeken voldeed echter aan de voorwaarden om een dergelijke boetekorting te kunnen krijgen.

De verschillende geldboeten zijn als volgt:

Geldboete
(in EUR)*

Incl. clementiekorting (%)

1.

Air Canada

21 037 500

15%

2.

Air France

182 920 000

20%

KLM

127 160 000

20%

3.

Martinair

29 500 000

50%

4.

British Airways

104 040 000

10%

5.

Cargolux

79 900 000

15%

6.

Cathay Pacific Airways

57 120 000

20%

7.

Japan Airlines

35 700 000

25%

8.

LAN Chile

8 220 000

20%

9.

Qantas

8 880 000

20%

10.

SAS

70 167 500

15%

11.

Singapore Airlines

74 800 000

12.

Lufthansa

0

100%

Swiss International Air Lines

0

100%

(*) Rechtspersonen binnen de onderneming kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van het volledige bedrag van de opgelegde geldboete of een deel daarvan.

Schadeclaims

Particulieren of ondernemingen die van concurrentiebeperkende praktijken zoals in deze zaak te lijden hebben, kunnen de zaak voor de nationale rechter brengen en schadevergoeding eisen. Zowel de rechtspraak van de EU-rechter als Verordening (EG) nr. 1/2003 bevestigen dat een besluit van de Commissie voor de nationale rechter als bindend bewijsmateriaal kan worden gebruikt dat de praktijken hebben plaatsgevonden en verboden waren. Zelfs indien de Commissie de betrokken ondernemingen geldboeten heeft opgelegd, kunnen toch schadevergoedingen worden toegekend zonder dat deze hoeven te worden verlaagd omdat de Commissie al een geldboete heeft opgelegd.

De Commissie vindt dat schadeclaims die een goede slaagkans maken, moeten inzetten op een billijke compensatie van de geleden schade voor de slachtoffers van een inbreuk. Over schadeclaims in antitrustzaken is een witboek gepubliceerd (zie IP/08/515 en MEMO/08/216). Meer informatie over het witboek, met onder meer een publiekssamenvatting, is te vinden onder:

http://ec.europa.eu/comm/competition/antitrust/actionsdamages/documents.html.

Voor meer informatie over de strijd van de Commissie tegen kartels, zie MEMO/10/290.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website