Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

IP/10/1425

Brussel, 28 oktober 2010

Luchtvaart: de Commissie start inbreukprocedures tegen Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Finland vanwege overeenkomsten met Rusland inzake het overvliegen van Siberië

De Europese Commissie heeft vandaag inbreukprocedures gestart tegen Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Finland over hun bilaterale luchtvaartovereenkomsten met Rusland, die onder meer bepalingen bevatten met betrekking tot het overvliegen van Siberië. Dit besluit werd genomen op initiatief van de vicevoorzitter van de Europese Commissie, Siim Kallas, die verantwoordelijk is voor transport. De Commissie maakt zich zorgen over twee belangrijke kwesties. Ten eerste bevatten de betreffende overeenkomsten geen clausule waarin wordt erkend dat de voorwaarden in gelijke mate voor alle EU-luchtvaartmaatschappijen gelden, ondanks de "Open Skies"-rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit kan ernstige praktische problemen veroorzaken. Als een luchtvaartmaatschappij bijvoorbeeld wordt overgenomen door een luchtvaartmaatschappij van een andere lidstaat, kan ze al haar verkeersrouterechten verliezen. Ten tweede bevatten de bilaterale luchtvaartovereenkomsten tussen de vier lidstaten en Rusland specifieke bepalingen over de vaststelling van verkeersrechten, evenals over de vaststelling van de heffingen die de aangewezen EU-luchtvaartmaatschappijen aan Aeroflot moeten betalen om over Siberië te mogen vliegen op weg naar Azië. De Commissie is bezorgd dat deze bepalingen in strijd zijn met de EU-antitrustregels en dat ze tot concurrentieverstoringen zullen leiden ten nadele van zowel EU-luchtvaartmaatschappijen als de consument. De Commissie controleert op actieve wijze of de bilaterale luchtvaartovereenkomsten van de 23 overige lidstaten met Rusland aan de EU-wetgeving voldoen.

De Europese Commissie is van mening dat luchtvaartovereenkomsten alle Europese luchtvaartmaatschappijen gelijk moeten behandelen en dat ze aan de antitrustregels moeten voldoen. Anders zouden bepaalde Europese luchtvaartmaatschappijen kunnen worden benadeeld ten opzichte van hun directe concurrenten of onredelijke extra heffingen moeten betalen, die kunnen resulteren in hogere luchtvaarttarieven voor de consument.

Vrijheid van vestiging

Bilaterale luchtvaartovereenkomsten tussen een individuele lidstaat en een derde land moeten een "EU-aanwijzingsclausule" bevatten waarin wordt erkend dat de voorwaarden in gelijke mate voor alle EU-luchtvaartmaatschappijen gelden, en niet alleen voor de luchtvaartmaatschappijen van de betreffende lidstaat. Dit is een belangrijk onderdeel van de Europese gemeenschappelijke luchtvaartmarkt die begin 1990 werd gecreëerd en waardoor luchtvaartmaatschappijen het recht hebben om overal in de EU onder dezelfde voorwaarden te werken. De vereiste van een "EU-aanwijzingsclausule" werd bevestigd in de "Open Skies-arresten" van het Hof van Justitie in 2002. Het Hof verklaarde dat bepalingen die de voordelen van luchtvaartovereenkomsten voor onderdanen van de betrokken lidstaat beperken, in strijd zijn met de EU-regels inzake vrije vestiging (artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de EU). De meeste overeenkomsten met derde landen zijn sindsdien aangepast aan het arrest van het Hof. Rusland is één van de weinige landen ter wereld die niet erkent dat alle EU-luchtvaartmaatschappijen gelijk behandeld moeten worden, dat de voorwaarden van een bilaterale overeenkomst een "EU-aanwijzingsclausule" moeten bevatten en dat de voorwaarden voor alle EU-landen moeten gelden. Dit veroorzaakt aanzienlijke praktische problemen, waarbij bijvoorbeeld de verkeersrouterechten op het spel komen te staan van luchtvaartmaatschappijen die door een luchtvaartmaatschappij van een andere lidstaat zijn overgenomen.

Vergoedingen voor het overvliegen van Siberië

De aangewezen EU-luchtvaartmaatschappijen zijn op routes naar veel Aziatische bestemmingen verplicht om (naast bepaalde verkeersrechten) vergoedingen te betalen voor het overvliegen van Siberië. Geschat wordt dat de betrokken luchtvaartmaatschappijen alleen al in 2008 ongeveer 420 miljoen USD aan vergoedingen betaalden – de meeste rechtstreeks aan Aeroflot. De Commissie is bezorgd dat dit in strijd is met de EU-antitrustwetgeving, volgens dewelke luchtvaartmaatschappijen niet mogen worden gedwongen om een commerciële overeenkomst te sluiten met een directe concurrent. Voorts is de Commissie bezorgd dat het in strijd is met de internationale wetgeving (Verdrag van Chicago). Deze bilaterale overeenkomsten stellen tevens uiteenlopende voorwaarden aan EU-luchtvaartmaatschappijen, afhankelijk van het land waarin ze gevestigd zijn. Dit zorgt voor extra concurrentieverstoring. Tot slot lopen passagiers hierdoor het risico meer te moeten betalen voor hun vluchten dan ze anders zouden moeten.

Volgende stappen

Vandaag heeft de Commissie, in het kader van een EU-inbreukprocedure, formele verzoeken om inlichtingen in de vorm van ingebrekestellingen gezonden aan Oostenrijk, Finland, Frankrijk en Duitsland met betrekking tot hun bilaterale luchtvaartovereenkomsten met Rusland. De Commissie controleert op actieve wijze of de bilaterale luchtvaartovereenkomsten van de 23 overige lidstaten met Rusland aan de EU-wetgeving voldoen.

De vier lidstaten hebben twee maanden de tijd om de schriftelijke aanmaningen te beantwoorden. Als de Commissie tot de conclusie komt dat de bilaterale overeenkomsten met Rusland inderdaad in strijd zijn met de EU-wetgeving, is het mogelijk dat zij Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Finland verzoekt om deze overeenkomsten aan te passen.

Voor meer informatie over de inbreukprocedures van de EU, zie MEMO/10/530.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site