Navigation path

Left navigation

Additional tools

IP/10/1199

Brussel, 29 september 2010

Economische governance in de EU: Commissie komt met uitgebreid pakket wetgevingsmaatregelen

Vandaag heeft de Europese Commissie haar goedkeuring gehecht aan een wetgevingspakket dat voorziet in de meest verregaande versterking van de economische governance in de EU en het eurogebied sinds de start van de Economische en Monetaire Unie. Gezien de tekortkomingen in de bestaande wetgeving wordt met het pakket een breder en beter toezicht nagestreefd, niet alleen op het begrotingsbeleid, maar ook op het macro-economische beleid en op de structurele hervormingen. Tevens is in nieuwe handhavingsmechanismen voorzien voor lidstaten die zich niet aan de regels houden. Alle herziene en nieuwe toezichtprocessen zullen in het kader van het recentelijk overeengekomen "Europees semester" worden gestroomlijnd tot een alomvattend en doeltreffend economisch beleidskader.

Met de vandaag ingediende voorstellen worden de recente Commissiemededelingen over economische governance van 12 mei en 30 juni (zie IP/10/561 en IP/10/859) in concrete wetgevingsvoorstellen omgezet. Deze beleidsvoorstellen zijn tot stand gekomen na intensief voorbereidend werk en overleg met een breed scala van belanghebbenden (zoals onder meer de taskforce economische governance, die wordt geleid door de voorzitter van de Europese Raad, de heer Herman Van Rompuy) en bevestigen dat het de Commissie menens is om van de nodige hervormingen werk te maken.

Al deze hervormingen zijn verenigbaar met het huidige Verdrag van Lissabon en moeten ervoor zorgen dat de EU en het eurogebied kunnen profiteren van een doelmatiger coördinatie van het economische beleid. Dit alles moet de EU en het eurogebied de nodige capaciteit en slagkracht verschaffen om een gedegen economisch beleid te voeren, hetgeen in overeenstemming met de Europa 2020-strategie tot een duurzamere groei en werkgelegenheid moet bijdragen.

Het wetgevingspakket bestaat uit zes wetteksten: vier wetgevingsvoorstellen hebben betrekking op budgettaire kwesties (zoals onder meer een ingrijpende hervorming van het stabiliteits- en groeipact (SGP)), terwijl twee nieuwe verordeningen bedoeld zijn om zich aftekenende macro-economische onevenwichtigheden in de EU en in het eurogebied te detecteren en doeltreffend aan te pakken.

Voor de lidstaten van het eurogebied zullen de wijzigingen tanden geven aan het handhavingsmechanisme en minder manoeuvreerruimte laten wat de toepassing van sancties betreft. Het SGP zal met andere woorden minder vrijblijvend zijn: landen die hun verplichtingen niet nakomen, kunnen automatisch sancties tegemoet zien.

1) Een verordening tot wijziging van de juridische onderbouwing van het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact (Verordening 1466/97):

Het preventieve deel van het SGP moet garanderen dat EU-lidstaten in goede tijden een prudent begrotingsbeleid voeren om een buffer voor slechte tijden op te bouwen. Teneinde een breuk te bewerkstelligen met de in het verleden waargenomen zelfgenoegzaamheid in goede economische tijden, zal het toezicht op de overheidsfinanciën voortaan worden gebaseerd op het nieuwe concept prudente budgettaire beleidsvorming, dat borg moet staan voor convergentie in de richting van de middellangetermijndoelstelling. De Commissie kan lidstaten van het eurogebied een waarschuwing geven ingeval er van een aanzienlijke afwijking van prudent begrotingsbeleid sprake is.

2) Een verordening tot wijziging van de juridische onderbouwing van het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact (Verordening 1467/97):

Het corrigerende deel van het SGP moet grove fouten in het begrotingsbeleid voorkomen. De verordening wordt zodanig gewijzigd dat schuldontwikkelingen nauwlettender worden gevolgd en op gelijke voet worden gesteld met tekortontwikkelingen wat besluiten in het kader van de buitensporigtekortprocedure betreft. Lidstaten met een schuld van meer dan 60% van het bbp moeten stappen ondernemen om de schuld in een bevredigend tempo terug te dringen. Met bevredigend tempo wordt bedoeld dat de schuld tijdens de laatste drie jaar met 1/20ste van het verschil ten opzichte van de drempel van 60% moet zijn afgebouwd.

3) Een verordening betreffende de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied:

De wijzigingen in zowel het preventieve als het corrigerende deel van het SGP worden aangevuld met een nieuwe reeks geleidelijk strengere financiële sancties voor de lidstaten van het eurogebied. Wat het preventieve deel betreft, zouden aanzienlijke afwijkingen van een prudente budgettaire beleidsvorming leiden tot het opleggen van een rentedragend deposito. In het kader van het corrigerende deel zou een niet-rentedragend deposito ter grootte van 0,2% van het bbp worden opgelegd indien wordt besloten dat een land zich in een buitensporigtekortsituatie bevindt. Dit deposito zou worden omgezet in een boete ingeval geen gevolg wordt gegeven aan de aanbeveling om aan het buitensporige tekort een einde te maken.

Bij het opleggen van deze sancties zou een "omgekeerde stemprocedure" worden gevolgd om de handhaving te verzekeren: dit betekent dat het Commissievoorstel tot oplegging van een sanctie als aangenomen wordt beschouwd, tenzij de Raad het met gekwalificeerde meerderheid afwijst. Rente-inkomsten uit deposito's en opgelegde boetes worden verdeeld onder de lidstaten waarvoor noch van een buitensporig tekort, noch van buitensporige onevenwichtigheden sprake is.

De wijzigingen zijn zodanig opgevat dat zij de in de Commissiemededeling van 30 juni beoogde uiteindelijke overgang naar een aan de EU-begroting gekoppeld handhavingssysteem vergemakkelijken.

4) Een nieuwe richtlijn betreffende vereisten voor het begrotingskader van de lidstaten:

Aangezien de budgettaire beleidsvorming gedecentraliseerd is, is het van essentieel belang dat de doelstellingen van de SGP in het nationale begrotingskader tot uiting komen. Dit is het geheel van elementen dat de grondslag van de nationale budgettaire governance vormt (boekhoudsystemen, statistieken, prognosemethoden, begrotingsregels, begrotingsprocedures en budgettaire betrekkingen met andere entiteiten zoals lokale of regionale overheden). In de richtlijn worden minimumvereisten vastgesteld die de lidstaten in acht moeten nemen.

5) Een nieuwe verordening betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden:

De procedure bij buitensporige onevenwichtigheden (PBO) is een nieuw onderdeel van het EU-kader voor economisch toezicht. Voortaan zal op gezette tijden aan de hand van een uit economische indicatoren samengesteld scorebord worden nagegaan of er van een risico op onevenwichtigheden sprake is. Op basis daarvan kan de Commissie lidstaten die een dergelijk risico lopen, onderwerpen aan een diepgaande analyse om de onderliggende problemen op te sporen. De Raad kan aanbevelingen richten tot en een "procedure bij buitensporige onevenwichtigheden (PBO)" inleiden tegen lidstaten die af te rekenen hebben met ernstige onevenwichtigheden of onevenwichtigheden die de werking van de EMU in gevaar brengen.

Een lidstaat waartegen een PBO loopt, zou een corrigerend actieplan moeten indienen, dat door de Raad moet worden gevalideerd. In dat plan moeten termijnen voor het nemen van corrigerende maatregelen worden vastgesteld. Als een lidstaat van het eurogebied herhaaldelijk nalaat corrigerende maatregelen te nemen, dan zullen tegen de betrokken lidstaat sancties worden getroffen (zie volgend punt).

6) Een verordening betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied:

Zoals ook op budgettair gebied het geval is, zal een lidstaat van het eurogebied die herhaaldelijk nalaat gevolg te geven aan PBO-aanbevelingen van de Raad om buitensporige onevenwichtigheden aan te pakken, een jaarlijkse boete ter grootte van 0,1% van zijn bbp moeten betalen. Het opleggen van de boete kan alleen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen ("omgekeerde stemming", zie boven) worden tegengehouden, waarbij alleen de lidstaten van het eurogebied hun stem mogen uitbrengen.

Volgende stappen

De voorstellen zullen worden behandeld door de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité. De Commissie dringt er bij alle partijen op aan een snelle aanneming van deze voorstellen na te streven.

Zie:

MEMO/10/454 en MEMO/10/455

en:

http://ec.europa.eu/economy_finance/articles/eu_economic_situation/2010-09-eu_economic_governance_proposals_en.htm


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website