Navigation path

Left navigation

Additional tools

Digitale Agenda: Twee derden van Europese tv-programma's afkomstig uit de EU

European Commission - IP/10/1163   23/09/2010

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/10/1163

Brussel, 23 september 2010

Digitale Agenda: Twee derden van Europese tv-programma's afkomstig uit de EU

Gemiddeld worden gedurende 63% van de zendtijd van Europese televisieomroepen Europese producties uitgezonden en is 35% van hun programma's gemaakt door onafhankelijke Europese productiehuizen. Deze cijfers komen uit het verslag dat de Europese Commissie vandaag voorstelt over de periode 2007-2008. De Commissie publiceert om de twee jaar een verslag over de promotie van Europese producties door de Europese televisieomroepen, een van de doelstellingen van de richtlijn audiovisuele mediadiensten (de AVMS-richtlijn).

Op grond van de AVMS-richtlijn (richtlijn audiovisuele mediadiensten) dient elke Europese omroep een minimumaandeel in de EU of door onafhankelijke Europese productiehuizen gemaakte programma's uit te zenden. Op grond van de richtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat meer dan 50% van de programma's uit Europese producties bestaat en dat 10% van de zendtijd of 10% van het programmabudget wordt besteed aan onafhankelijke producties. Uit het verslag blijkt dat in 2007 gedurende gemiddeld 62,6% van de zendtijd Europese programma's werden uitgezonden; in 2008 was dat 63,2%. Het gemiddelde aandeel varieert sterk van land tot land: van 27,9% in Cyprus tot 85% in Polen in 2007 en van 30% in Cyprus tot 83,11% in Polen in 2008. In de meeste lidstaten programmeren televisieomroepen meer Europese producties dan het in de EU-regelgeving vastgestelde minimum.

Drie lidstaten (Cyprus, Slovenië en Zweden) halen de minimumnorm niet en zenden minder in de EU geproduceerde programma's uit. De Commissie roept deze landen op hun zenders ertoe aan te sporen meer Europese producties uit te zenden en bijzondere aandacht te besteden aan kleine gespecialiseerde zenders die het moeilijk hebben om de vereiste verhouding te halen.

Het gemiddelde aandeel van onafhankelijke producties in de lidstaten bedroeg 35,3% in 2007 en 34,1% in 2008. Het gemiddelde varieert tussen de lidstaten, gaande van 10,9% in Slovenië tot 61,7% in Duitsland in 2007 en van 15,1% in Griekenland tot 62,3% in Duitsland in 2008. Alle lidstaten voldoen derhalve aan de in de AVMS-richtlijn vastgestelde 10%-norm.

Het aandeel recente producties van onafhankelijke productiehuizen (programma's die worden uitgezonden binnen vijf jaar na de productie) bleef hoog: respectievelijk 63% en 62,4% in 2007 en 2008.

Sinds eind 2009 geldt de verplichting om Europese producties te bevorderen ook voor aanbieders van aanbod op aanvraag (zoals video-on-demand en uitgesteld kijken). Voor die sector zijn echter geen minimumniveaus vastgesteld. Aanbieders van diensten op aanvraag worden echter aangemoedigd Europese producties te ondersteunen door financieel bij te dragen aan de vervaardiging daarvan, door de verwerving van rechten of door de toegang van gebruikers tot Europese producties te stimuleren. De lidstaten brengen eind 2011 verslag uit over de toepassing van deze bepalingen en in haar volgend verslag, in 2012, zal de Commissie ook informatie opnemen over het aandeel van de Europese producties in het aanbod op aanvraag.

Achtergrond

Eind 2007 is de Richtlijn "Televisie zonder grenzen" opgewaardeerd tot de AVMS-richtlijn om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in de omroepsector. Op grond van artikel 4 dienen de lidstaten "er voor zover mogelijk en met passende middelen" op toe te zien dat de omroeporganisaties het grootste gedeelte van hun zendtijd reserveren voor Europese producties.

Voorts dienen omroeporganisaties op grond van artikel 5 10% van hun zendtijd of 10% van hun programmabudget te reserveren voor Europese producties die door onafhankelijke productiehuizen zijn vervaardigd. Een passend gedeelte daarvan moet binnen de vijf jaar na hun productie worden uitgezonden.

In beide gevallen wordt de aan informatie, sport, evenementen, spel, reclame, teletekst en telewinkelen gewijde zendtijd niet meegerekend.

Het volledige verslag is beschikbaar op:

http://ec.europa.eu/avpolicy/reg/tvwf/implementation/promotion/index_en.htm

Chart on the development of main indicators for 2005 – 2008 (EU level)

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

Main indicators for 2007-2008 by Member State

Country

% European works

% European works by independent producers

 

2007

2008

2007

2008

Belgium

74.9%

69.1%

54.0%

46.0%

Bulgaria

55.6%

55.6%

25.2%

25.2%

Czech Republic

64.3%

65.9%

32.2%

34.7%

Denmark

84.9%

84.8%

28.1%

25.5%

Germany

64.2%

63.9%

61.7%

62.3%

Estonia

61.6%

64.6%

50.3%

47.8%

Ireland

55.0%

56.4%

21.9%

23.0%

Greece

54.1%

61.7%

14.5%

15.1%

Spain

54.2%

55.7%

31.3%

29.6%

France

72.6%

71.7%

47.5%

45.6%

Italy

62.9%

52.7%

22.6%

17.0%

Cyprus

27.9%

30.0%

39.6%

41.9%

Latvia

62.2%

62.2%

18.4%

19.7%

Lithuania

59.3%

59.1%

39.0%

41.5%

Luxembourg

69.6%

70.7%

56.2%

56.9%

Hungary

68.5%

75.3%

39.7%

41.8%

Malta

55.9%

69.0%

41.4%

45.2%

Netherlands

80.8%

80.3%

40.2%

31.2%

Austria

81.0%

79.1%

49.0%

48.7%

Poland

85.0%

83.1%

25.0%

26.3%

Portugal

72.5%

63.8%

39.5%

24.1%

Romania

63.0%

67.2%

28.2%

25.9%

Slovenia

34.1%

44.6%

10.9%

15.9%

Slovak Republic

66.5%

67.3%

24.0%

23.8%

Finland

64.0%

56.8%

40.1%

35.7%

Sweden

45.1%

45.5%

41.6%

42.9%

United Kingdom

51.7%

50.7%

29.8%

28.3%


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website