Navigation path

Left navigation

Additional tools

Commissie keurt wijzigingsvoorstel goed voor het programma voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Europese Unie.

European Commission - IP/10/1141   17/09/2010

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/10/1141

Brussel, 17 September 2010

Commissie keurt wijzigingsvoorstel goed voor het programma voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Europese Unie.

De Europese Commissie heeft vandaag een wijzigingsvoorstel goedgekeurd om het programma voor voedselverstrekking aan de armste bevolkingsgroepen in de Europese Unie te verbeteren. Het nieuwe voorstel is gebaseerd op een voorstel van 2008, met dien verstande dat in het kader van het programma nu op permanente basis gebruik mag worden gemaakt van aankopen op de markt om de beschikbare interventievoorraden aan te vullen. De lidstaten kunnen zelf beslissen welk voedsel moet worden verdeeld en moeten driejarenplannen voor de verdeling opstellen. Voor de verdeling wordt verder samengewerkt met liefdadigheidsorganisaties en plaatselijke sociale diensten. Jaarlijks worden 13 miljoen Europeanen met dit programma geholpen. Het wijzigingsvoorstel zorgt voor stabiele en gunstigere tarieven voor de cofinanciering door de lidstaten en legt het jaarlijkse maximumbedrag dat door de EU wordt bijgedragen vast op 500 miljoen euro. Ook op een aantal andere punten wordt het oorspronkelijke voorstel van 2008 aangepast en in overeenstemming gebracht met het Verdrag van Lissabon. Het voorstel van 2008 werd door de Raad niet goedgekeurd, ondanks het feit dat het Europees Parlement er zijn steun aan had verleend.

Dacian Cioloș, de commissaris voor Landbouw en plattelandsontwikkeling verwoordde het als volgt: "Met het programma voor voedselverstrekking aan de armste bevolkingsgroepen wordt een concrete oplossing aangereikt om de noden van de meest hulpbehoevenden in onze maatschappij te lenigen. Voor meerdere miljoenen Europeanen is de toegang tot voedsel problematisch en dus moet dit voorstel worden gezien als een onderdeel van ons streven naar een GLB met een sterke band tussen consument en productie. We mogen niet uit het oog verliezen dat alle maatschappelijke groepen de vruchten moeten plukken van het GLB en dat dit niet uitsluitend de landbouwers ten goede mag komen."

Aanvankelijk werden in het kader van het programma - dat in 1987 in het leven werd geroepen – overtollige voorraden landbouwproducten ("interventievoorraden") onder de behoeftigen verdeeld. Het programma onderging midden 1990 een wijziging om het onder bepaalde omstandigheden mogelijk te maken de interventievoorraden met aankopen op de markt aan te vullen.

De invoering van cofinanciering maakt een betere planning en een beter beheer van de financiële middelen mogelijk en geeft de lidstaten meer eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot het programma. Om de participatie van de lidstaten te vergemakkelijken zijn in het wijzigingsvoorstel met betrekking tot de cofinanciering door de lidstaten gunstiger percentages vastgesteld (25% en 10% voor cohesielidstaten tegenover 50% en 25% na de overgangsperiode in het vorige voorstel). Om de doeltreffendheid te verbeteren en de continuïteit te garanderen zouden voor de verdeling driejarenplannen worden opgesteld.

De voedselverstrekking zou niet langer worden beperkt tot interventieproducten. Zo zouden bijvoorbeeld voor het eerst fruit en groenten en bak‑ en braadolie bij de voedselbedeling in aanmerking worden genomen. In de toekomst zouden de autoriteiten van de lidstaten de voedselkeuze bepalen op basis van voedingscriteria en zou het voedsel net zoals nu, in samenwerking met maatschappelijke organisaties worden verdeeld.

Het voedsel zou beschikbaar worden gesteld uit interventievoorraden of op de markt worden gekocht waarbij, indien geschikte interventievoorraden voorhanden zijn, aan deze voorraden prioriteit zou worden gegeven. Zoals werd opgemerkt door het Europees Parlement, kunnen de lidstaten dankzij het wijzigingsvoorstel hun voorkeur laten uitgaan naar voedingsmiddelen van EU-origine. De bedeling van het voedsel moet gratis zijn of de in rekening gebrachte prijs mag slechts de bewezen kosten van de voor de bedeling aangeduide organisatie dekken.

De lidstaten zijn vrij om al dan niet aan het programma deel te nemen. Momenteel zijn 19 lidstaten bij het programma aangesloten. Typische begunstigden van de steun die in het kader van dit programma wordt verstrekt, zijn mensen die in armoede leven, onder meer gezinnen die het moeilijk hebben, ouderen die over onvoldoende inkomsten beschikken, daklozen, gehandicapten, kinderen die dreigen uitgesloten te worden, werkende armen, migranten en asielzoekers.

Zoals het in het kader van de huidige regeling het geval is, moeten de lidstaten die bij het programma aansluiten een beroep doen op geschikte organisaties - meestal liefdadigheidsorganisaties of lokale sociale diensten - om de voedselbedeling op zich te nemen. In tegenstelling tot het verleden, toen van jaar tot jaar werd geprogrammeerd, moeten de lidstaten nu een driejarenplan met betrekking tot hun behoeften opstellen en vervolgens hun verzoek bij de Commissie indienen. Hierna wijst de Commissie de nodige middelen toe op jaarbasis zodat eventuele aanpassingen mogelijk zijn, mocht de toestand in de loop van de programmaperiode nog veranderen.

Niettegenstaande het feit dat de levenstandaard in de EU door de band genomen een van de hoogste ter wereld is, zijn sommige van haar inwoners niet in staat zichzelf ordentelijk te voeden. Naar schatting 43 miljoen mensen in de EU dreigen in voedselarmoede terecht te komen, hetgeen betekent dat zij zich niet om de andere dag een maaltijd met vlees, kip of vis kunnen veroorloven.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website