Navigation path

Left navigation

Additional tools

De EU herziet de wetgeving om dieren die worden gebruikt in wetenschappelijke experimenten beter te beschermen

European Commission - IP/10/1105   09/09/2010

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/10/1105

Brussel, 9 september 2010

De EU herziet de wetgeving om dieren die worden gebruikt in wetenschappelijke experimenten beter te beschermen

Het Europees Parlement heeft de herziening goedgekeurd van de wetgeving inzake dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. De herziene wetgeving, door de Commissie voor het eerst voorgesteld in 2008, zal een betere bescherming bieden aan dieren die nodig blijven voor onderzoek en veiligheidsproeven. Tevens zal de nieuwe richtlijn er sterk toe bijdragen dat het aantal dieren dat in experimenten wordt gebruikt tot een minimum wordt beperkt en dat waar mogelijk alternatieven worden gebruikt. Tegelijk zal ze zorgen voor gelijke voorwaarden voor bedrijven in de EU en zal ze de kwaliteit van het onderzoek in de EU verbeteren.

Europees commissaris voor Milieu Janez Potočnik verklaarde in dit verband het volgende: "Met de stemming van vandaag is een einde gekomen aan een lang onderhandelingsproces, dat de gevoeligheid en het belang van de onderwerpen in kwestie duidelijk heeft aangetoond. Toch was iedereen het erover eens dat het essentieel is om de situatie van dieren die noodzakelijk blijven voor wetenschappelijk onderzoek en veiligheidsproeven te verbeteren, en tegelijk onderzoek op hoog niveau te handhaven en meer aandacht te besteden aan het zoeken van alternatieven voor dierproeven. Weldra zullen de EU-normen inzake het welzijn van proefdieren de strengste ter wereld zijn."

Strengere normen

Met de herziening van Richtlijn 86/609/EEG streeft de Commissie naar de versterking van de EU-wetgeving inzake de bescherming van dieren die voor experimentele doeleinden worden gebruikt. Tot de belangrijkste wijzigingen in dit verband behoren de vereiste om voorafgaand aan het verlenen van toelating voor projecten waarbij dieren worden gebruikt, een ethische beoordeling uit te voeren, alsook aangescherpte normen voor huisvesting en verzorging.

De nieuwe richtlijn heeft betrekking op dieren die voor onderwijs en opleiding en fundamenteel onderzoek worden gebruikt. Ze is van toepassing op alle levende niet-menselijke gewervelde dieren en bepaalde andere soorten die pijn kunnen voelen. De nieuwe richtlijn beperkt het gebruik van niet-menselijke primaten en voert ook een verbod in op het gebruik van mensapen in wetenschappelijke procedures. Alleen indien het voorbestaan van de soort zelf op het spel staat of bij een onverwachte uitbraak van een voor mensen levensbedreigende of gezondheidsondermijnende ziekte, kan een lidstaat uitzonderlijk toelating verlenen voor het gebruik ervan.

Betere bescherming voor proefdieren

Momenteel is het niet mogelijk het gebruik van dieren voor veiligheidsproeven of biomedisch onderzoek volledig stop te zetten. Met de herziening wordt daarom beoogd te verzekeren dat dieren alleen worden gebruikt wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn. Het gebruik van proefdieren moet gerechtvaardigd zijn en de verwachte voordelen moeten opwegen tegen het leed dat de dieren wordt berokkend. De nieuwe richtlijn zorgt er eveneens voor dat de dieren passende verzorging en een geschikte behandeling krijgen, zoals voldoende ruime kooien en een omgeving die is aangepast aan elke soort. De naleving van deze bepalingen zal systematisch worden gecontroleerd.

Voor het eerst wordt het wettelijk verplicht voor alle projecten toelating te vragen. Instellingen die dieren willen fokken, leveren of gebruiken, moeten toelating voor hun activiteiten krijgen. Personeel dat met dieren werkt, moet voldoende geschoold en opgeleid zijn en moet daarnaast ook zijn bekwaamheid aantonen alvorens het zonder supervisie met dieren mag werken.

Op zoek naar alternatieven

Het beginsel van de drie V's (vervangen, verminderen en verfijnen van dierproeven) is stevig in de nieuwe wetgeving verankerd. De Commissie steunt nadrukkelijk inspanningen om te zoeken naar alternatieven voor dierproeven. Waar geen alternatieven voorhanden zijn, dient het aantal gebruikte dieren te worden verminderd of moeten de testmethoden worden verfijnd om de dieren zo min mogelijk leed te berokkenen. Om de ontwikkeling van alternatieven te stimuleren, is in de nieuwe richtlijn bepaald dat op het niveau van de Europese Unie een referentielaboratorium wordt opgericht. Dit laboratorium wordt verantwoordelijk voor het coördineren en bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van alternatieven voor procedures met dieren en zal het werk van het Europees Centrum voor de validatie van alternatieve methoden (CEVMA) voortzetten. De lidstaten moeten aan deze cruciale activiteit bijdragen door geschikte gespecialiseerde en gekwalificeerde laboratoria aan te wijzen en voor te dragen, alsook door op nationaal niveau werk te maken van de bevordering van alternatieve methoden.

Toepassing van de nieuwe wet

De lidstaten hebben 24 maanden de tijd om nationale wetgeving ter omzetting van de richtlijn goed te keuren en te publiceren. De nieuwe richtlijn treedt in werking op 1 januari 2013.

Voor nadere informatie:

De website van de Commissie over laboratoriumdieren:

http://ec.europa.eu/environment/chemicals/lab_animals/home_en.htm


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website