Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

IP/09/570

Brussel, 14 april 2009

Telecommunicatie: Commissie stelt het VK in gebreke voor ontoereikende bescherming van de privacy en persoonsgegevens

Na een reeks klachten van internetgebruikers uit het VK en na uitvoering overleg tussen de Commissie en de Britse autoriteiten over het gebruik van op het surfpatroon van de gebruikers gebaseerde advertentietechnieken (Phorm) door internetproviders, leidt de Commissie een inbreukprocedure in tegen het VK. De procedure heeft betrekking op verschillende problemen met de tenuitvoerlegging van de EU-regels inzake e-privacy en de bescherming van persoonsgegevens in het VK. De EU-lidstaten dienen onder meer de vertrouwelijkheid van de communicatie te waarborgen door te verbieden dat communicatie zonder toestemming van de gebruiker wordt onderschept of gecontroleerd. De problemen zijn aan het licht gekomen tijdens het onderzoek van de Commissie naar de reactie van de Britse autoriteiten op klachten van internetgebruikers over Phorm.

"Technologieën zoals advertentietechnieken op basis van het surfpatroon kunnen nuttig zijn voor bedrijven en consumenten, maar bij het gebruik ervan moet de EU-regelgeving worden nageleefd. Die regels zijn er om de privacy van de burger te beschermen en moeten door alle lidstaten strikt worden gehandhaafd," stelt Viviane Reding, EU-commissaris voor telecommunicatie. "We volgen het Phorm-dossier al een tijdje en hebben geconstateerd dat er een aantal problemen zijn met de manier waarop het VK de EU-regels inzake vertrouwelijkheid van de communicatie toepast. Ik roep de Britse autoriteiten op hun nationale wetgeving aan te passen en ervoor te zorgen dat hun nationale autoriteiten over de nodige bevoegdheden en sanctiemogelijkheden beschikken om de EU-regelgeving en de vertrouwelijkheid van de communicatie te handhaven. Het VK moet krachtdadiger kunnen optreden bij problemen in verband met e-privacy of de bescherming van persoonsgegevens, zoals die zich met Phorm hebben voorgedaan. Dit is ook belangrijk om het vertrouwen van de Britse consumenten in de bescherming van hun privacy en persoonsgegevens bij het surfen op het internet te herstellen."

Sinds april 2008 heeft de Commissie verschillende vragen ontvangen van burgers en Europese Parlementsleden uit het VK, die zich zorgen maken over het gebruik van op het surfpatroon gebaseerde advertentietechnieken (Phorm) door Britse internetproviders. De Phorm-technologie analyseert permanent het surfgedrag van gebruikers om te peilen naar hun interesses en gerichte advertenties te sturen bij het bezoek van bepaalde websites. In april 2008 gaf vaste telefoonoperator BT toe dat het in 2006 en 2007 proeven heeft uitgevoerd met Phorm zonder de gebruikers daarvan op de hoogte te brengen.

In december 2008 voerde BT een nieuwe proef uit, deze keer met instemming van de betrokken gebruikers. Naar aanleiding van de BT-proeven werd een aantal klachten ingediend bij de Britse instantie die bevoegd is voor de bescherming van de privacy, het Information Commissioner’s Office (ICO), en de Britse politie.

De Commissie heeft sinds 2008 verschillende brieven gestuurd naar de Britse autoriteiten om toelichting te vragen over de toepassing van de EU-regelgeving in het kader van het Phorm-dossier. Na analyse van de ontvangen antwoorden is de Commissie van oordeel dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de manier waarop het VK de EU-regels inzake de vertrouwelijkheid van de communicatie toepast.

Op grond van de Britse wetgeving, die door de Britse politie wordt gehandhaafd, is het onderscheppen van communicatie een misdrijf. Dit is echter uitsluitend van toepassing op het onderscheppen van "internationale" communicatie. Bovendien wordt op basis van deze wetgeving onderscheppen toegestaan wanneer de onderschepper over "redelijke gronden" beschikt om aan te nemen dat de gebruiker ermee instemt dat de communicatie wordt onderschept. De Commissie is tevens bezorgd over het ontbreken van een onafhankelijke toezichtsinstantie voor dergelijke gevallen van onderschepping.

Het VK beschikt over een termijn van twee maanden om te antwoorden op de vandaag verstuurde ingebrekestelling, de eerste stap in de inbreukprocedure. Indien de Commissie geen antwoord ontvangt of indien het VK geen bevredigend antwoorden formuleert, kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen (tweede stap van de inbreukprocedure). Indien het VK zijn verplichtingen op grond van de EU-regelgeving dan nog niet nakomt, maakt de Commissie de zaak aanhangig bij het Europees Hof van Justitie.

Achtergrond

Op grond van de EU-richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie dienen de lidstaten het vertrouwelijke karakter van de communicatie en de daarmee verband houdende verkeersgegevens te garanderen door te verbieden dat communicatie wordt onderschept of gecontroleerd zonder toestemming van de gebruiker (artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2002/58/EG). Volgens artikel 2, onder h), van de richtlijn gegevensbescherming (Richtlijn 95/46/EG) moet bij de toestemming van de betrokkene sprake zijn van vrije wil en een op informatie berustende wilsuiting. Voorts dienen de lidstaten, volgens artikel 24 van de richtlijn gegevensbescherming, sancties vast te stellen voor inbreuken op de bepalingen van de richtlijn en, volgens artikel 28, toezichthoudende autoriteiten te belasten met het toezicht op de toepassing van de regelgeving. Deze bepalingen van de richtlijn gegevensbescherming zijn ook van toepassing op de vertrouwelijkheid van communicatie.

Een uitgebreid overzicht van de inbreukprocedures op telecomgebied is te vinden op:

http://ec.europa.eu/information_society/policy/ecomm/implementation_enforcement/infringement/


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site