IP/09/249
Brussel, 11 februari 2009
Overeenkomstig de Belgische autoriteiten hebben studies duidelijk het probleem aan de orde gesteld van de congestie op de Vlaamse wegen en van de toenemende gezondheidsproblemen ten gevolge van de sterke concentratie van fijn stof en CO2 in de lucht.
Het gebied rond de haven van Antwerpen, een economische groeipool bij uitstek, heeft bijzonder te lijden onder dit congestieprobleem. Studies hebben ook uitgewezen dat het aanbod van intermodaal vervoer (rail - weg) in de Vlaamse regio ruimschoots ontoereikend is.
In deze context hebben de Belgische autoriteiten een regeling van gedeeltelijke medefinanciering door de Vlaamse regio van de bouw van een terminal voor het intermodaal vervoer (rail - weg) aangemeld. Deze terminal zou de huidige capaciteit van de Antwerpse haven voor de behandeling van continentale containers met 28% doen toenemen. De terminal wordt toegankelijk voor alle spoorwegexploitanten en zal uitsluitend worden gebruikt voor de overslag van continentale containers die door alle belangstellenden kunnen worden aangeboden.
De Commissie is van mening dat de steunmaatregel in kwestie bijdraagt tot de ontwikkeling van de sector van het gecombineerd vervoer, daardoor het overbelaste wegennet in gebieden met grote verkeersintensiteit helpt te ontlasten en tevens de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt niet zodanig verandert dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.
Bijgevolg is de Commissie van mening dat deze steunmaatregel verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt[1].
[1] Uit hoofde van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag.