Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Telecommunicatie: Commissie neemt verdere stappen tegen het VK betreffende privacy en bescherming van persoonsgegevens

Commission Européenne - IP/09/1626   29/10/2009

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/09/1626

Brussel, 29 oktober 2009

Telecommunicatie: Commissie neemt verdere stappen tegen het VK betreffende privacy en bescherming van persoonsgegevens

De Commissie heeft vandaag de tweede fase opgestart van een inbreukprocedure tegen het Verenigd Koninkrijk, dat zijn burgers de in de EU-regelgeving voorziene bescherming inzake privacy en persoonsgegevens moet bieden wanneer zij gebruik maken van elektronische communicatie. De Europese wetgeving bepaalt dat de EU-landen de vertrouwelijkheid van elektronische communicatie zoals e-mail of internet moeten garanderen door te verbieden dat communicatie zonder toestemming van de gebruiker wordt onderschept of gecontroleerd. Aangezien deze regels nog niet volledig in Britse wetgeving zijn omgezet, heeft de Commissie vandaag aangegeven het VK een met redenen omkleed advies te sturen.

"De privacy van de mensen en de integriteit van hun persoonsgegevens in de digitale wereld zijn niet alleen een uiterst belangrijke kwestie, ze zijn een mensenrecht, dat door de Europese wetgeving wordt beschermd. Daarom zorgt de Commissie ervoor dat op EU-niveau regels en rechten worden vastgesteld ”, zegt EU-commissaris voor telecommunicatie Viviane Reding. "De digitale privacy beschermen is een essentieel element voor het opbouwen van vertrouwen in het internet. Ik roep de Britse autoriteiten dan ook op hun nationale wetgeving aan te passen om ervoor te zorgen dat de Britse burgers ten volle kunnen genieten van de bescherming uit hoofde van de EU-wetgeving betreffende de vertrouwelijkheid van elektronische communicatie."

De Commissie blijft bij haar standpunt dat het VK de EU-regelgeving inzake de vertrouwelijkheid van elektronische communicatie zoals e-mail of internet, als vastgelegd in de e-privacyrichtlijn 2002/58/EG en de gegevensbeschermingsrichtlijn 95/46/EG inzake bescherming van gegevens, niet naleeft. Dat blijkt uit een grondige analyse van het antwoord van de Britse overheid op de schriftelijke aanmaning - de eerste fase van een inbreukprocedure - van de Commissie, verzonden op 14 april 2009 ( IP/09/570 ). De Commissie heeft deze gerechtelijke stappen ondernomen na onderzoek van de reactie van de Britse overheid op klachten van Britse burgers over het gebruik van op het surfpatroon gebaseerde advertentie-technieken door internetproviders.

De Commissie heeft met name drie tekortkomingen in de bestaande Britse regelgeving betreffende de vertrouwelijkheid van elektronische communicatie aan het licht gebracht:

  • Er is geen onafhankelijke nationale autoriteit om toezicht uit te oefenen op de onderschepping van gegevens, hoewel dit verplicht is in het kader van de richtlijnen e‑privacy en gegevensbescherming, in het bijzonder met betrekking tot de behandeling van klachten betreffende de onderschepping van communicatie.

  • De huidige Britse wet - Regulation of Investigatory Powers Act 2000 (RIPA) - staat onderschepping niet alleen toe als de betrokken personen daarmee hebben ingestemd, maar ook als de onderschepper over "redelijke gronden" beschikt om aan te nemen dat de gebruiker ermee instemt. Deze wetgeving voldoet niet aan de Europese regels, waarin toestemming wordt gedefinieerd als een vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting.

  • De bepalingen in de RIPA die onwettige interceptie verbieden en daarvoor sancties opleggen, zijn beperkt tot 'opzettelijke' onderschepping, terwijl de lidstaten volgens de EU-wetgeving verplicht zijn onwettige interceptie te verbieden en daarvoor sancties op te leggen, ongeacht of de interceptie opzettelijk gebeurde.

Het VK heeft twee maanden de tijd om te antwoorden op deze tweede stap van de inbreukprocedure. Als de Commissie geen antwoord ontvangt of als het antwoord van het VK niet bevredigend is, kan de Commissie de zaak doorverwijzen naar het Europees Hof van Justitie.

Context

Op grond van de EU-richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie dienen de lidstaten het vertrouwelijke karakter van de communicatie en de daarmee verband houdende verkeersgegevens te garanderen door te verbieden dat communicatie wordt onderschept of gecontroleerd zonder toestemming van de gebruiker (artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2002/58/EG ). Volgens artikel 2, onder h), van de richtlijn gegevensbescherming ( Richtlijn 95/46/EG ) moet bij de toestemming van de betrokkene sprake zijn van een "vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting". Voorts dienen de lidstaten, volgens artikel 24 van de richtlijn gegevensbescherming, sancties vast te stellen voor inbreuken op de bepalingen van de richtlijn en, volgens artikel 28, toezichthoudende autoriteiten te belasten met het toezicht op de toepassing van de regelgeving. Deze bepalingen van de richtlijn gegevensbescherming zijn ook van toepassing op de vertrouwelijkheid van communicatie.

Een uitgebreid overzicht van de inbreukprocedures op telecomgebied is te vinden op:

http://ec.europa.eu/information_society/policy/ecomm/implementation_enforcement/infringement/


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site