Navigation path

Left navigation

Additional tools

Commissie stuurt België laatste aanmaning in afvalwaterzaak voordat zij België voor het Hof brengt

European Commission - IP/09/1014   25/06/2009

Other available languages: EN FR DE EL

IP/09/ 1014

Brussel, 25 juni 2009

Commissie stuurt België laatste aanmaning in afvalwaterzaak voordat zij België voor het Hof brengt

De Europese Commissie stuurt een tweede schriftelijke aanmaning aan België in een zaak van inbreuk op de EU-wetgeving inzake de behandeling van stedelijk afvalwater. In 2004 bepaalde het Europees Hof van Justitie dat geen enkel Belgisch Gewest over toereikende systemen voor de opvang en behandeling van stedelijk afvalwater beschikte. De tweede aanmaning volgt op een eerdere aanmaning die in januari 2006 aan België is gestuurd. Mocht het antwoord van België niet bevredigend zijn, dan kan de Commissie het Hof vragen België te beboeten.

Europees milieucommissaris Stavros Dimas verklaarde: “Het is noodzakelijk dat dichtbevolkte lidstaten ervoor zorgen dat het afvalwater dat in het milieu wordt geloosd adequaat is behandeld. Dit is essentieel voor het welzijn van het milieu, maar ook voor de gezondheid van de eigen burgers. Ik doe met klem een beroep op België om prompt de passende maatregelen uit te voeren om het Belgische afvalwater te zuiveren."

Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater

Volgens de EU-richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater moeten grotere steden in de Europese Unie hun stedelijk afvalwater (SAW) opvangen en behandelen 1 . Onbehandeld stedelijk afvalwater kan besmet zijn met schadelijke bacteriën en virussen en kan zo een gevaar voor de volksgezondheid opleveren. Ook bevat het nutriënten zoals stikstof en fosfor, die zoet water en het mariene milieu kunnen aantasten omdat ze een bovenmatige groei van algen veroorzaken, waardoor andere zeeplanten verstikken, een proces dat eutrofiëring wordt genoemd.

Het belangrijkste door de richtlijn beoogde procedé om stedelijk afvalwater te behandelen, is de biologische of “secundaire” behandeling. Uiterlijk 31 december 2000 moest de infrastructuur daarvoor operationeel zijn. Als stedelijk afvalwater in "kwetsbare wateren" geloosd wordt, vereist de richtlijn een striktere “tertiaire” behandeling, die de verwijdering van fosfor en/of stikstof inhoudt. Deze behandeling had op 31 december 1998 toegepast moeten kunnen worden.

Omdat het hele Belgische grondgebied als een kwetsbaar gebied wordt beschouwd, moet alle stedelijke afvalwater eerst een secundaire en tertiaire behandeling ondergaan voordat het in het milieu wordt geloosd.

Behandeling van stedelijk afvalwater in de Belgische Gewesten

De Commissie stuurt België een tweede schriftelijke aanmaning wegens onvolledige naleving van een arrest van het Europees Hof van Justitie van juli 2004 over de behandeling van stedelijk afvalwater in steden met meer dan 10.000 inwonerequivalenten in het Brussels Gewest, Vlaanderen en Wallonië. Het Hof bepaalde dat meer dan 100 steden in deze Gewesten niet over toereikende systemen voor de opvang van afvalwater en secundaire of tertiaire behandelingsinstallaties beschikten en vroeg de situatie te verhelpen. Hoewel sedert de uitspraak vooruitgang is gemaakt, voldoet België nog steeds niet aan al zijn verplichtingen op grond van de Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater 1 .

De situatie verschilt per Gewest. Hoewel alle grote steden in Vlaanderen met toereikende systemen voor de opvang van stedelijk afvalwater zijn uitgerust, slagen 20 steden er niet in alle opgevangen afvalwater adequaat te behandelen alvorens het in het milieu wordt geloosd. In Wallonië beschikken zo’n 37 grote steden niet over adequate systemen voor de opvang van stedelijk afvalwater of behandelen ze hun afvalwater niet volgens de eisen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar de opvang van stedelijk afvalwater ontoereikend blijft, past een van de twee Brusselse behandelingsinstallaties alleen secundaire behandeling toe; over de behandelingsprestaties van de andere installatie heeft de Commissie geen actuele informatie ontvangen.

In januari 2006 is aan België een eerste schriftelijke aanmaning op grond van artikel 228 wegens niet-naleving van het arrest van het Hof gestuurd. In oktober 2007 is een aanvullende eerste aanmaning gestuurd omdat het antwoord van de Belgische Gewesten niet duidelijk genoeg was en verheldering vereiste. Hoewel vooruitgang is geboekt en fors is geïnvesteerd, vindt de Commissie het onaanvaardbaar dat bijna vijf jaar na het arrest van het EHJ en meer dan 10 jaar na de uiterste termijn voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn België nog steeds niet aan de Europese eisen inzake de behandeling van stedelijk afvalwater voldoet. Wanneer een bevredigend antwoord uitblijft, kan de Commissie België voor het Europees Hof van Justitie brengen en vragen te beboeten.

Juridische procedure

Artikel 226 van het Verdrag verleent de Commissie de bevoegdheid om in rechte op te treden tegen een lidstaat die zijn verplichtingen niet nakomt.

Als de Commissie van oordeel is dat er sprake kan zijn van een inbreuk op de EU-wetgeving die de inleiding van een inbreukprocedure rechtvaardigt, stuurt zij een eerste "schriftelijke aanmaning" aan de betrokken lidstaat met het verzoek tegen een bepaalde datum, meestal binnen twee maanden, opmerkingen in te dienen.

In het licht van het antwoord van de betrokken lidstaat of het ontbreken van een dergelijk antwoord, kan de Commissie besluiten een "met redenen omkleed advies" (tweede en laatste schriftelijke aanmaning) tot de lidstaat te richten. Daarin wordt duidelijk en definitief uiteengezet waarom zij van mening is dat er een inbreuk op de EU-wetgeving is gepleegd en wordt de lidstaat verzocht binnen een bepaalde periode, meestal twee maanden, zijn verplichtingen na te komen.

Als de lidstaat geen gevolg geeft aan het met redenen omklede advies, kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Europese Hof van Justitie. Als het Hof van Justitie tot het besluit komt dat er sprake is van een inbreuk op het Verdrag, moet de lidstaat die de overtreding heeft begaan alle nodige maatregelen treffen om aan zijn verplichtingen te voldoen.

Artikel 228 van het Verdrag verleent de Commissie de bevoegdheid om op te treden tegen een lidstaat die geen gevolg heeft gegeven aan een eerder arrest van het Europees Hof van Justitie, opnieuw door middel van een eerste schriftelijke aanmaning en daarna een tweede en definitieve schriftelijke aanmaning ("met redenen omkleed advies"). Op grond van dit artikel kan de Commissie het Hof te verzoeken de lidstaat een dwangsom op te leggen.

Voor arresten van het Europees Hof van Justitie, zie:

http://curia.eu.int/en/content/juris/index.htm

1 :

Richtlijn 91/271/EEG inzake de behandeling van stedelijk afvalwater.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website