Navigation path

Left navigation

Additional tools

Landbouw: Gezondheidscontrole van het GLB zal landbouwers helpen op nieuwe omstandigheden in te spelen

European Commission - IP/08/1749   20/11/2008

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

IP/08/1749

Brussel, 20 november 2008

Landbouw: Gezondheidscontrole van het GLB zal landbouwers helpen op nieuwe omstandigheden in te spelen

De landbouwministers van de EU hebben tot genoegen van de Europese Commissie een politiek akkoord bereikt over de gezondheidscontrole van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De gezondheidscontrole moet uitmonden in een gemoderniseerd, vereenvoudigd en gestroomlijnd GLB dat de landbouwers ruimte geeft en hen helpt beter te reageren op marktsignalen en nieuwe omstandigheden. Het akkoord houdt onder meer in dat de braakleggingsverplichting voor akkerbouwgewassen wordt afgeschaft, de melkquota geleidelijk worden verhoogd in afwachting van afschaffing in 2015 en de marktinterventie wordt omgevormd tot een echt veiligheidsnet. De ministers spraken voorts af de modulatieniveaus op te trekken door de rechtstreekse betalingen aan de landbouwers te verlagen en de aldus vrijgekomen middelen over te hevelen naar het fonds voor plattelandsontwikkeling. Hierdoor zal de Europese landbouwsector beter kunnen reageren op nieuwe kansen en uitdagingen, zoals de klimaatverandering, de noodzaak van beter waterbeheer, de bescherming van de biodiversiteit en de productie van groene energie. Bovendien krijgen de lidstaten de mogelijkheid om melkveehouders in kwetsbare regio's te helpen om zich aan de nieuwe marktsituatie aan te passen.

“Ik ben uitermate tevreden over dit compromis”, aldus Mariann Fischer Boel, EU-commissaris voor Landbouw en Plattelandsontwikkeling, “temeer daar de basis van ons oorspronkelijk voorstel volledig overeind is gebleven”. “De gezondheidscontrole moet de landbouwers in de EU toerusten voor wat de komende jaren (denk aan de klimaatverandering op hen af zal komen en hun de ruimte geven om in te spelen op de signalen die zij van de markt opvangen. Door meer geld naar plattelandsontwikkeling over te hevelen, kunnen we oplossingen ontwerpen die zijn toegesneden op de specifieke problemen van bepaalde regio’s. Dankzij deze veranderingen zet het GLB een enorme stap vooruit”.

Geleidelijke afschaffing van de melkquota: Met het oog op de afschaffing van de melkquota tegen april 2015 wordt de melkproducenten een "zachte landing" gegarandeerd via een geleidelijke jaarlijkse verhoging van de quota met 1 % tussen 2009/2010 en 2013/2014. Voor Italië gaat de verhoging met 5 % onmiddellijk in in 2009/2010. In 2009/2010 en 2010/2011 zullen landbouwers die hun melkquota met meer dan 6 % overschrijden, een heffing moeten betalen die 50 % hoger ligt dan de normale sanctie.

Ontkoppeling van de steun: In het kader van de GLB-hervorming zijn de rechtstreekse betalingen aan de landbouwers "losgekoppeld" van de productie, wat betekent dat de band tussen de betalingen en de productie van een bepaald product werd losgelaten. Een aantal lidstaten opteerde echter voor het behoud van bepaalde aan de productie gekoppelde betalingen. De resterende gekoppelde betalingen worden nu eveneens losgekoppeld en overgeheveld naar de bedrijfstoeslagregeling, met uitzondering van de premies voor zoogkoeien, schapen en geiten, die door de lidstaten ongewijzigd mogen worden gehandhaafd.

Steun aan sectoren met specifieke problemen (de zogenaamde “artikel 68-maatregelen”): Momenteel mogen de lidstaten in elke sector 10 % van hun nationale begrotingsmaxima voor de rechtstreekse betalingen behouden voor de toepassing van milieumaatregelen of voor de verbetering van de kwaliteit en de afzet van producten van die sector. Deze mogelijkheid wordt nu versoepeld. Het geld hoeft niet meer in dezelfde sector te worden gebruikt en mag worden ingezet ten bate van landbouwers die in probleemgebieden of kwetsbare landbouwsectoren melk, rundvlees, schapenvlees, geitenvlees of rijst produceren, en ten bate van risicobeheersmaatregelen zoals verzekeringen tegen natuurrampen en onderlinge fondsen voor de bestrijding van dierziekten. Landen die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen, krijgen toegang tot dit systeem.

Uitbreiding van de regeling inzake een enkele areaalbetaling: Lidstaten die nu al gebruik maken van deze regeling, mogen dat tot 2013 blijven doen en worden dus niet verplicht om uiterlijk in 2010 in de bedrijfstoeslagregeling te stappen.

Aanvullende financiering voor landbouwers uit de EU-12: Voor deze twaalf “nieuwe” lidstaten wordt 90 miljoen euro uitgetrokken om de toegang van deze landen tot “artikel 68-maatregelen” te vergemakkelijken totdat de daar gevestigde boeren volledig in het GLB zijn geïntegreerd.

Gebruik van tot dusverre ongebruikt geld: Lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen, mogen tot dusverre ongebruikt geld uit hun nationale enveloppe gebruiken voor artikel 68-maatregelen of voor overdracht naar het fonds voor plattelandsontwikkeling.

Overheveling van middelen uit de begroting voor rechtstreekse steun naar die voor plattelandsontwikkeling: Momenteel worden de betalingen aan landbouwers die jaarlijks meer dan 5000 euro rechtstreekse steun ontvangen, met 5 % gekort en worden de overeenkomstige bedragen overgeheveld naar de begroting voor plattelandsontwikkeling. Dit percentage wordt tegen 2012 opgetrokken tot 10 %. Betalingen van meer dan 300 000 euro per jaar worden met een extra 4 % gekort. De lidstaten mogen deze middelen gebruiken ter versterking van programma’s inzake klimaatverandering, hernieuwbare energie, waterbeheer, biodiversiteit, innovatie op deze vier gebieden en begeleidende maatregelen in de zuivelsector. Het overgehevelde geld wordt door de EU medegefinancierd tegen 75 %; in convergentieregio's, met een lager gemiddeld BBP, tegen 90 %.

Investeringssteun voor jonge landbouwers: Deze wordt in het kader van de plattelandsontwikkeling opgetrokken van 55 000 tot 70 000 euro.

Afschaffing van de braakleggingsverplichting: De verplichting op grond waarvan akkerbouwers 10 % van hun grond braak moeten leggen, wordt afgeschaft, om deze landbouwers in de gelegenheid te stellen hun productiepotentieel volledig te benutten.

Randvoorwaarden: Landbouwers ontvangen alleen steun als zij voldoen aan bepaalde normen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en voedselkwaliteit. Niet-naleving van deze voorschriften leidt tot steunvermindering. Deze zogenaamde "randvoorwaarden" zullen worden vereenvoudigd, in de zin dat normen die niet relevant zijn of niet in verband staan met de verantwoordelijkheid van de landbouwer, worden afgeschaft. Bovendien zullen met het oog op het behoud van de milieuvoordelen van de braaklegging en de verbetering van het waterbeheer, nieuwe normen worden toegevoegd.

Interventiemechanismen: Op het marktaanbod gerichte maatregelen mogen geen rem zetten op de capaciteit van de landbouwer om op marksignalen te reageren. De interventie wordt afgeschaft voor varkensvlees en wordt op nul vastgesteld voor gerst en sorgho. Voor tarwe mag tijdens de interventieperiode nog steeds voor interventie worden aangekocht, met dien verstande dat de aankopen de maximumhoeveelheid van 3 miljoen ton niet overschrijden en 101,31 euro per ton wordt betaald. Voor elke aankoop boven die maximumhoeveelheid moet een inschrijving worden georganiseerd. Voor boter en mageremelkpoeder mag maximaal respectievelijk 30 000 en 109 000 voor interventie worden aangekocht. Alle aankopen boven die drempels moeten via inschrijvingen verlopen.

Andere maatregelen: Een reeks kleinschaliger steunregelingen zal vanaf 2012 worden ontkoppeld en naar de bedrijfstoeslagregeling worden overgeheveld. De premie voor energiegewassen wordt afgeschaft.

http://ec.europa.eu/agriculture/healthcheck/index_en.htm


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website