IP/08/1739
Brussel, 9 november 2008
"Fijn dat de Raad zo snel werk heeft gemaakt van de goedkeuring van ons programma", aldus Mariann Fischer Boel, EU-commissaris voor Landbouw en plattelandsontwikkeling. "Het is van levensbelang kinderen op een jonge leeftijd goede eetgewoonten aan te leren, aangezien zij deze meenemen in hun latere leven. Te veel kinderen eten veel te weinig groenten en fruit en weten vaak niet hoe lekker deze producten zijn. Je hoeft maar door een willekeurige Europese hoofdstraat te lopen om een beeld te krijgen van de omvang van het probleem van overgewicht bij kinderen. Nu kunnen we daar iets aan doen".
Deskundigen zijn het erover eens dat een gezond voedingspatroon een doorslaggevende rol kan spelen in het terugdringen van obesitas en het verminderen van de risico's op ernstige gezondheidsproblemen – zoals aandoeningen aan hart en bloedvaten en diabetes 2 – op latere leeftijd. Uitermate belangrijk in dit verband is het eten van voldoende groenten en fruit. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zou iedereen op zijn minst 400 gram groenten en fruit per dag moeten eten. De meeste Europeanen halen die hoeveelheid niet en de dalende trend is het opvallendst bij jongeren.
Uit studies blijkt dat gezonde eetgewoonten tijdens de kindertijd worden aangeleerd. Wie als kind veel groenten en fruit eet, blijft dat later doen. Mensen die als kind weinig groenten en fruit hebben gegeten, neigen er niet toe hun gewoonten later te veranderen en geven deze bovendien door aan hun eigen kinderen. Onderzoek heeft tevens bewezen dat gezinnen met een laag inkomen meestal minder groenten en fruit eten. De verstrekking van deze gezonde producten kan dus echt een verschil maken, vooral in achtergestelde gebieden.
De analyse van bestaande beleidsmaatregelen en de raadpleging van deskundigen hebben de Commissie ervan overtuigd dat de schoolregeling nog meer voordelen kan opleveren als niet alleen fruit wordt verstrekt, maar kinderen ook bewust worden gemaakt en op een pedagogische manier worden doordrongen van het belang van goede eetgewoonten. Bovendien zullen stimulerende maatregelen worden genomen voor de vorming van netwerken tussen de verschillende nationale autoriteiten die efficiënte schoolfruitregelingen hebben ingevoerd. In een aantal lidstaten zijn reeds schoolfruitregelingen, in diverse vormen, van kracht. Dit neemt echter niet weg dat veel meer kan worden gedaan en dat deze EU-regeling het perfecte platform biedt om nieuwe programma's te lanceren.
De Commissie legt 90 miljoen euro per jaar op tafel om in scholen groenten en fruit te verstrekken. Het besluit om al dan niet in deze regeling te stappen, ligt bij de overheden van de lidstaten. De programma's worden gecofinancierd door de lidstaat enerzijds en de Gemeenschap anderzijds, hetzij tegen een 50/50-ratio, hetzij tegen een 75/25-ratio in de zogenaamde "convergentieregio's, waar het BBP/capita lager ligt, en in de ultraperifere gebieden. De lidstaten mogen van de ouders een verplichte bijdrage vragen. Dit geld mag niet worden gebruikt voor de vervanging van reeds bestaande nationale financiering, maar dient voor de bevordering van extra initiatieven die gekoppeld mogen zijn aan bestaande programma's of volledig van nul worden opgestart. Het staat de lidstaten vanzelfsprekend vrij om meer geld ter beschikking te stellen dan op grond van het cofinancieringspercentage van hen wordt vereist.
De nationale autoriteiten moeten in samenwerking met de instanties voor volksgezondheid en onderwijs, het bedrijfsleven en belangenverenigingen een strategie uitwerken die toegesneden is op hun eigen prioriteiten.
Informatie en documenten over de schoolfruitregeling kunt u vinden op het internet op http://ec.europa.eu/agriculture/markets/fruitveg/sfs/index_en.htm