IP/08/1049
Brussel, 27 juni 2008
Telefoneren via het internet wordt populair
in Europese huishoudens
Een EU-onderzoek bij 27.000 huishoudens heeft
uitgewezen dat consumptiepatronen in telecomdiensten in Europa een verandering
hebben ondergaan. Dankzij technologische vooruitgang en concurrentie heeft de
Europese consument meer keuze gekregen; 24% van de huishoudens heeft de vaste
telefoon opgegeven en is overgestapt op de mobiele telefoon terwijl 22% van hen
gebruik maakt van de computer thuis om via het internet te bellen. In steeds
meer lidstaten wordt in Europese huishoudens gebruik gemaakt van mobiele of
satellietnetwerken voor draadloze toegang tot het internet. 29% van de Europese
huishoudens maakt bovendien gebruik van gecombineerde telecom- en
mediapakketten, een stijging van bijna 10% ten opzichte van vorig jaar. De
consument blijft echter de hoogste prioriteit verbinden aan de kwaliteit van de
diensten in deze zich snel ontwikkelende sector.
De voornaamste bevindingen van het derde EU-onderzoek dat vandaag door de
Europese Commissie werd bekendgemaakt luiden als volgt:
- Gebruikers stappen steeds vaker over van vaste naar mobiele telefoon
waarbij ongeveer 24% van de EU-27 huishoudens alleen nog gebruik maakt van
mobiele telefoon. Dit aandeel is aanzienlijk hoger in de nieuwe lidstaten (39%)
dan in de EU-15 (20%), met uitzondering van Finland (61%) en Portugal (48%). In
sommige lidstaten gaat deze stijging gepaard met een toename van het gebruik van
draadloze toegang tot het internet via het mobiele netwerk of per satelliet
(Tsjechië, Slowakije, Oostenrijk en Italië).
- 22% van de Europese huishoudens met een internetverbinding maakt nu
gebruik van hun computer om te bellen. Dit percentage ligt tweemaal hoger in
Letland (58%), Litouwen (51%), Tsjechië (50%), Polen (49%) en Bulgarije
(46%).
- 29% van de Europese huishoudens heeft twee of meer telecom- en
mediaproducten aangeschaft van één leverancier (een stijging van
9% sedert de winter van 2007), waarbij de combinatie van vaste telefoon en
toegang tot het internet de meest gebruikelijke is.
- Vrijwel de helft van alle Europese huishoudens heeft toegang tot het
internet (49%) en steeds meer mensen beschikken over een
breedbandaansluiting (36% in de EU-27, een stijging van 8% sedert de winter van
2007). De meeste huishoudens met internettoegang (59%, een stijging van 4% ten
opzichte van vorig jaar) gebruiken een ADSL-lijn. De voornaamste reden die wordt
aangevoerd voor het feit dat men niet over een internetaansluiting thuis
beschikt is een gebrek aan belangstelling (50% van de
respondenten).
- 22% van de Europese huishoudens ondervindt problemen wanneer ze contact
moeten opnemen met hun leverancier in verband met moeilijkheden bij de
aansluiting. Een soortgelijk percentage verklaarde dat de dienstverlening te
duur was.
- Eén op de vier mobiele gebruikers krijgt niet altijd
verbinding met het mobiele netwerk om te kunnen bellen. 28% verklaart dat de
verbinding soms wordt afgebroken.
- Meer huishoudens ontvangen digitale terrestrische televisie: een
stijging van 5% sedert de winter van 2007 tot nu 12% van de EU-27 huishoudens.
Het aandeel van de huishoudens met analoge televisieontvangst via een antenne is
gedaald van 45% tot 41%.
- Een op de tien EU-huishoudens ontvangt televisie op meer dan
één manier (antenne, kabel, satelliet, internet). Dit cijfer ligt
nog hoger in Frankrijk (25% van de huishoudens), het VK (22%), Italië
(19%), Zweden (19%) en Cyprus (16%).
Achtergrond:
Het onderzoek werd van november tot december 2007 uitgevoerd bij een
steekproef van 27.000 representatieve huishoudens in 27 landen.
Een hervorming van de EU-telecomvoorschriften die door de Commissie in
november 2007 werd ingediend, wordt momenteel in het Europees Parlement en de
Raad besproken (zie IP/07/1677,
IP/07/1678,
MEMO/07/458),.
De volledige tekst van het EU-onderzoek kan worden ingezien op:
http://ec.europa.eu/information_society/policy/ecomm/library/ext_studies/index_en.htm
Voor meer informatie over het onderzoek van vorig jaar:
IP/07/582
Annex
Penetration rates for key telecom
services
|
Average EU 27 households Winter 2008
|
Average EU 27 households Winter 2007
|
% change EU 27 Winter 2008 / Winter 2007
|
|
Overall telephone access (fixed and/ or mobile)
|
95%
|
95%
|
0%
|
|
Mobile telephone access1
|
83%
|
81%
|
+2%
|
|
Fixed telephone access
|
70%
|
72%
|
-2%
|
|
Both fixed and mobile telephone access
|
57%
|
58%
|
-1%
|
|
Mobile but no fixed telephone access
|
24%
|
18%
|
+4%
|
|
Fixed but no mobile telephone access
|
14%
|
15%
|
-1%
|
|
Broadband internet access
|
36%
|
28%
|
+8%
|
|
DSL access
|
29%
|
22%
|
+7%
|
|
Cable-modem access
|
7%
|
6%
|
+1%
|
|
Television
|
96%
|
97%
|
-1%
|
|
Aerial
|
41%
|
45%
|
-4%
|
|
Cable-TV
|
34%
|
35%
|
+1%
|
|
Satellite
|
22%
|
21%
|
-1%
|
|
Digital Terrestrial TV
|
12%
|
7%
|
+5%
|
1 Note: The EU mobile telephone access rate per household is lower
than the penetration rate per capita because of multiple mobile access
(prepaid/postpaid) within a same household which only count as one when measured
at a household level.