IP/07/932
Brussel, 27 juni 2007
De richtlijn betreffende de opleiding van beroepschauffeurs[1] moest vóór 10 september 2006 in de wetgevingen van de lidstaten zijn omgezet. De tien landen die de vereiste bepalingen niet hebben vastgesteld zijn België, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en Zweden. Deze lidstaten hebben geen gevolg gegeven aan de aanmaning die hen door de Commissie op 27 november 2006 was toegezonden.
Richtlijn 2003/59 bepaalt de minimumeisen die in verband met vakbekwaamheid, opleiding en nascholing moeten worden nageleefd met betrekking tot de veiligheidsvoorschriften voor het wegvervoer. De lidstaten moeten aan de bestuurders een getuigschrift van vakbekwaamheid uitreiken dat hun vakbekwaamheid, opleiding en nascholing bevestigt.
Het bezit van een rijbewijs alleen is niet meer voldoende om het beroep van chauffeur uit te oefenen:
- een voorafgaande opleiding van 280 uren is algemeen verplicht; en
- een nascholing van 35 uren iedere 5 jaar moet de gelegenheid bieden om de kennis en bekwaamheden van de bestuurders regelmatig bij te werken.
[1] Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad.