IP/07/433
Brussel, 29 maart 2007
Het duidelijkste resultaat is dat een overweldigende meerderheid van de Europese burgers het eens is met het principe dat aan de steun "randvoorwaarden" worden verbonden, waardoor de landbouwers kunnen worden gekort op hun inkomenssteun als zij niet voldoen aan normen op het gebied van het milieu, het dierenwelzijn of de voedselveiligheid. Meer dan 8 op de 10 ondervraagden zijn voorstander van dergelijke maatregelen, waarbij het percentage voorstanders varieert tussen 83% en 86% afhankelijk van de betrokken specifieke norm.
Ook staat het publiek gunstig tegenover de veranderingen in de manier waarop de landbouwers steun ontvangen. Van de ondervraagden vindt 49% dat de verschuiving naar meer steun voor plattelandsontwikkeling en de vervanging van productsubsidies door rechtstreekse inkomenssteun aan de landbouwers positieve ontwikkelingen zijn, wat bijna vijfmaal zoveel is als het percentage ondervraagden dat van mening is dat dit negatieve ontwikkelingen zijn (11%). De overige ondervraagden hadden geen mening of hebben de vraag niet beantwoord.
Er zijn ook duidelijke standpunten ingenomen over de toekomstige koers van het landbouwbeleid, waarbij volgens het publiek de landbouw en de plattelandsgebieden een centrale rol in de EU moeten blijven spelen: bijna 9 op de 10 ondervraagden (88%) zeggen dat het hier gaat om zaken die van essentieel belang zijn voor de toekomst van Europa.
De opvattingen over het aan het GLB bestede deel van de EU-begroting, dat momenteel ongeveer 40% bedraagt, zijn daarmee in overeenstemming. Bijna 6 op de 10 ondervraagden (58%) vinden dat dit percentage in de komende jaren hetzelfde moet blijven of zelfs moet stijgen, terwijl slechts 17% van mening is dat het moet dalen.
Meer in het bijzonder zijn de ondervraagden van mening dat de EU in het kader van het landbouwbeleid prioriteit moet geven aan de volgende aspecten:
Het oordeel is momenteel dat het GLB zijn rol goed vervult, zoals blijkt uit het feit dat de positieve antwoorden een behoorlijk percentage uitmaken waar het gaat om het aanbod van gezonde/veilige voedingsmiddelen, milieubescherming en het bevorderen van het dierenwelzijn.
De opiniepeiling is ook in Roemenië en Bulgarije gehouden, maar bij de berekening van de EU-gemiddelden zijn de resultaten van die twee landen buiten beschouwing gelaten omdat zij toen op het punt stonden om toe te treden tot de EU, maar nog geen lidstaat waren.
http://ec.europa.eu/agriculture/survey/index_en.htm
http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/eb_special_en.htm