IP/07/209
Brussel, 21 februari 2007
Neelie Kroes, lid van de Commissie voor Concurrentie, verklaarde: "Het is schandalig dat de bouw- en onderhoudskosten van gebouwen, inclusief ziekenhuizen, door deze kartels kunstmatig zijn verhoogd. De bestuursleden van deze ondernemingen op nationaal niveau wisten dat het verkeerd was wat zij deden, maar zij probeerden hun praktijken geheim te houden en gingen er hoe dan ook mee door. De schade die deze kartels hebben veroorzaakt zal nog vele jaren doorwerken omdat de kartels niet alleen betrekking had op de aanvankelijke levering maar ook op het daaropvolgende onderhoud van liften en roltrappen – daarom moet deze boete de ondernemingen net zo lang heugen."
De Commissie heeft het onderzoek op eigen initiatief gestart op basis van informatie die onder haar aandacht werd gebracht. Hierop werden in januari 2004 onaangekondigde inspecties gehouden in de lokalen van lift- en roltrappenproducenten in heel Europa. In reactie op deze inspecties dienden veel ondernemingen verzoeken in om immuniteit tegen geldboeten of om een vermindering van geldboeten ingevolge de clementieregeling van de Commissie van 2002 (zie IP/02/247 en MEMO/02/23).
De kartels
Uit het tijdens de inspecties aangetroffen materiaal blijkt dat de ondernemingen deelnamen aan onwettige kartels in België, Duitsland, Luxemburg en Nederland. Dit werd bevestigd door talrijke documenten en verklaringen van de indieners van clementieverzoeken.
De ondernemingen verdeelden aanbestedingen en andere contracten voor de verkoop, de installatie, het onderhoud en de modernisering van liften en roltrappen met het doel marktaandelen te bevriezen en prijzen vast te stellen. Tevens werden bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke informatie over biedgedrag en prijzen tussen de deelnemers aan de kartels uitgewisseld. Tot de projecten waarbij van fraude sprake was behoorden projecten voor liften en roltrappen voor ziekenhuizen, stations, winkelcentra en kantoorgebouwen.
De verdeling van projecten gebeurde in alle vier de lidstaten op dezelfde wijze. De ondernemingen lichtten elkaar in over aanbestedingen en coördineerden hun offertes overeenkomstig vooraf overeengekomen quota's. Er werden door de ondernemingen die niet geacht werden de opdracht in de wacht te slepen, nepoffertes ingediend die te hoog waren om te worden aanvaard om de indruk te wekken dat er van daadwerkelijke mededinging sprake was. De ondernemingen hielden bijgewerkte projectlijsten bij voor België, Duitsland en Luxemburg en wisselden deze onderling uit. In Duitsland en Nederland werd dikwijls overeengekomen dat de onderneming die langdurige of goede contacten had met een bepaalde klant de meeste contracten met die klant moest krijgen; dit werd door de ondernemingen het beginsel van de "bestaande klant" genoemd.
In alle vier de kartels namen leidinggevende personen (zoals managing directors, sales en services directors en het hoofd van klantenafdelingen) deel aan regelmatige bijeenkomsten en discussies. Er zijn bewijzen dat de ondernemingen wisten dat hun gedrag onwettig was en zij voorzorgsmaatregelen namen om ontdekking te voorkomen; zij ontmoetten elkaar gewoonlijk in bars en restaurants, zij reisden naar het platteland of zelfs naar het buitenland, en zij gebruikten pre-paid telefoonkaarten om opsporing te voorkomen.
In hun antwoord op de mededeling van punten van bezwaar van de Commissie betwistten de ondernemingen de door de Commissie vastgestelde feiten niet, en geen van hen verzocht om een hoorzitting.
Geldboeten
Deze gedragingen vormen een zeer ernstige inbreuk op de antitrustregels van het EG-Verdrag. In de geldboeten komt de omvang van de productmarkten, de duur van de kartels en de omvang van de betrokken ondernemingen tot uiting. De boeten voor de relevante ondernemingen van ThyssenKrupp werden met 50% verhoogd, omdat deze onderneming recidiveert.
De Commissie heeft de gewoonte haar beschikkingen aan alle rechtspersonen te richten die voor het onwettige gedrag verantwoordelijk zijn. Volgens vaste rechtspraak maken, indien de moederonderneming binnen een concern beslissende invloed uitoefent op het commerciële gedrag van haar dochteronderneming, beiden deel uit van dezelfde economische entiteit. Verondersteld kan worden dat een moederonderneming beslissende invloed uitoefent op haar volledige dochteronderneming. De wettelijke aansprakelijkheid voor de inbreuk en de ermee samenhangende boete kunnen zowel aan de dochteronderneming worden toegekend die daadwerkelijk aan het kartel heeft deelgenomen als aan de moederonderneming of -ondernemingen die een beslissende invloed uitoefenden op het commerciële gedrag van die dochteronderneming in de betrokken periode.
Door de Commissie opgelegde boeten en toegekende verminderingen:
|
Naam en vestigingsplaats van de onderneming
|
Vermindering (%)**
|
Vermindering
(euro) |
Geldboete*
(euro) |
Totale geldboete voor groep (euro)
|
|
KONE
|
|
|
|
|
|
KONE Belgium S.A., België
|
100
|
70 000 000
|
0
|
|
|
KONE GmbH, Duitsland
|
50 + 1
|
63 630 000
|
62 370 000
|
|
|
KONE Luxembourg S.à.r.l., Luxemburg
|
100
|
4 500 000
|
0
|
|
|
KONE B.V. Liften en Roltrappen, Nederland
|
0
|
0
|
79 750 000
|
|
|
Totaal voor KONE
|
|
|
|
142 120 000
|
|
Mitsubishi Elevator Europe B.V., Nederland
|
0 + 1
|
18 600
|
1 841 400
|
1 841 400
|
|
Otis
|
|
|
|
|
|
N.V. Otis S.A., België
|
40 + 1
|
32 611 950
|
47 713 050
|
|
|
Otis GmbH & Co OHG, Duitsland
|
25 + 1
|
55 156 500
|
159 043 500
|
|
|
General Technic-Otis S.à.r.l., Luxemburg***
|
40 + 1
|
12 423 600
|
18 176 400
|
|
|
Otis B.V., Nederland
|
100
|
108 035 000
|
0
|
|
|
Totaal voor Otis
|
|
|
|
224 932 950
|
|
Schindler
|
|
|
|
|
|
Schindler S.A./N.V., België
|
0 + 1
|
700 000
|
69 300 000
|
|
|
Schindler Deutschland Holding GmbH, Duitsland
|
15 + 1
|
4 041 750
|
21 458 250
|
|
|
Schindler S.à.r.l., Luxemburg
|
0 + 1
|
180 000
|
17 820 000
|
|
|
Schindler Liften B.V., Nederland
|
0 + 1
|
355 250
|
35 169 750
|
|
|
Totaal voor Schindler
|
|
|
|
143 748 000
|
|
ThyssenKrupp****
|
|
|
|
|
|
ThyssenKrupp Liften Ascenseurs N.V./S.A., België
|
20 + 1
|
18 018 000
|
68 607 000
|
|
|
ThyssenKrupp Aufzüge GmbH and ThyssenKrupp Fahrtreppen GmbH,
Duitsland*****
|
0 + 1
|
3 780 000
|
374 220 000
|
|
|
ThyssenKrupp Ascenseurs Luxembourg S.à.r.l., Luxemburg
|
0 + 1
|
135 000
|
13 365 000
|
|
|
ThyssenKrupp Liften B.V., Nederland
|
40 + 1
|
16 047 150
|
23 477 850
|
|
|
Totaal for ThyssenKrupp
|
|
|
|
479 669 850
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
992 312 200
|
(*) Aan de onderneming opgelegde boete. De volgende moederondernemingen worden met hun respectievelijke nationale dochterondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de inbreuk en de voldoening van de daarmee samenhangende boeten: voor de ondernemingen van het Kone-concern: KONE Corporation; voor de ondernemingen van het Otis-concern: United Technologies Corporation en Otis Elevator Company; voor de ondernemingen van het Schindler-concern: Schindler Holding Ltd; en voor de ondernemingen van het ThyssenKrupp-concern: ThyssenKrupp AG en ThyssenKrupp Elevator AG.
(**) Vermindering (in %) toegekend ingevolge de clementieregeling + vermindering (in %) voor samenwerking buiten de clementieregeling om, indien van toepassing.
(***) General Technic-Otis S.à.r.l. (GTO) opereert onder de gezamenlijke zeggenschap van haar twee moederondernemingen, N.V. Otis S.A. en General Technic S.à.r.l. die derhalve samen met GTO ieder hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het kartel in Luxemburg.
(****) In haar beschikking van 21 januari 1998 (IP/98/70), had de Commissie ThyssenStainless AG (TKS) een boete opgelegd voor haar eigen gedragingen en voor de gedragingen van Thyssen Stahl GmbH voor deelname aan een kartel in de sector roestvrij staal (Voorts werd een boete opgelegd aan een andere onderneming die door Krupp Stahl werd gecontroleerd. Wat het deel van de geldboete met betrekking tot de inbreuk van Thyssen Stahl betreft, werd de beschikking op 20 december 2006 (IP/06/1851) opnieuw goedgekeurd.) Omdat ThyssenKrupp recidiveert werden de boeten die bij de onderhavige beschikking aan de ondernemingen van ThyssenKrupp werden opgelegd, met 50% verhoogd. ThyssenKrupp AG, de moederonderneming van alle ondernemingen van de Thyssen Group ten aanzien waarvan in deze beschikking wordt vastgesteld dat zij inbreuken hebben begaan, is de rechtsopvolger van zowel Thyssen Stahl als Krupp Stahl.
(*****) Elk hoofdelijk aansprakelijk
Schadeclaims
Personen of ondernemingen die schade hebben ondervonden van de concurrentieverstorende praktijken zoals in deze zaak omschreven, kunnen bij de nationale rechter een verzoek tot schadevergoeding indienen, waarbij zij de gegevens van de gepubliceerde beschikking als bewijs kunnen aanvoeren dat deze praktijken hebben plaatsgevonden en dat zij onwettig waren. Zelfs indien de Commissie de betrokken ondernemingen geldboeten heeft opgelegd, kan toch schadevergoeding worden toegekend zonder dat deze hoeft te worden verlaagd omdat de Commissie al een geldboete heeft opgelegd. Er is een Groenboek over private handhaving gepubliceerd (zie IP/05/1634 en MEMO/05/489).
Voor nadere informatie over het optreden van de Commissie tegen kartels, zie MEMO/07/70.