Navigation path

Left navigation

Additional tools

Concurrentie: Commissie legt producenten van acrylglas voor 344,5 miljoen EUR geldboeten op wegens prijsafspraken

European Commission - IP/06/698   31/05/2006

Other available languages: EN FR DE

IP/06/698

Brussel, 31 mei 2006

Concurrentie: Commissie legt producenten van acrylglas voor 344,5 miljoen EUR geldboeten op wegens prijsafspraken

De Europese Commissie heeft vastgesteld dat Arkema (voorheen Atofina), Degussa, ICI, Lucite en Quinn Barlo (voorheen Barlo) de regels van het EG-Verdrag over mededingingsbeperkende gedragingen van ondernemingen (artikel 81) overtreden hebben door deel te nemen aan een kartel op de markt voor acrylglas. Vier van deze ondernemingen (Total/Elf Aquitaine/Arkema, Lucite, ICI en Quinn Barlo) kregen daarom voor in totaal €344.562,500 boeten opgelegd. Voor Arkema en ICI werd de geldboete met 50% verhoogd omdat zij recidiveerden. Ook Degussa, dat eveneens recidiveerde, had een geldboete gekregen indien zij geen volledige boete-immuniteit overeenkomstig de clementieregeling van de Commissie had gekregen omdat zij als eerste informatie over het kartel had verstrekt. In de periode 1997-2002 zijn de vijf ondernemingen (richt)prijzen voor acrylglas overeengekomen, hebben zij toegezien op de naleving van die prijzen en wisselden zij belangrijke en vertrouwelijke zakelijke informatie uit in de Europese Economische Ruimte (EER). Acrylglas vindt onder meer een ruime toepassing in voertuigen, dvd's, lenzen, huishoudapparaten, elektronica, badkuipen en douchebakken.

In een reactie verklaarde Neelie Kroes, Commissaris belast met het mededingingsbeleid: "Kartels zijn een plaag. Ik zal ervoor zorgen dat kartels opgespoord en gestraft zullen blijven worden. Ik ben gechoqueerd dat ondernemingen zoals ICI en Arkema opnieuw werden beboet. Deze geldboeten zullen dienen als een koude douche voor het management en de aandeelhouders van al deze ondernemingen, die zich moeten realiseren dat kartels niet kunnen en niet zullen getolereerd worden".

Acrylglas – of polymethyl-methacrylaat (PMMA) –heeft verschillende toepassingen. PMMA-vormmassa wordt vooral gebruikt in de automobielindustrie voor de vervaardiging van koplampen, achterlichten en dashboards, alsook voor huishoudtoestellen, optische media (DVD's, lenzen) en elektronica. Massieve PMMA-platen worden vooral gebruikt voor lichtreclame en winkeletalages. Sanitaire PMMA-artikelen worden hoofdzakelijk gebruikt voor de productie van badkuipen en douchebakken. Deze producten worden gewoonlijk acrylglas genoemd en zijn het best bekend onder de handelsnamen Plexiglas, Perspex, Acrylite, Acrylplast en Lucite.

In december 2002 diende Degussa bij de Commissie een verzoek in om boete-immuniteit te krijgen in deze zaak en in de waterstofperoxidezaak (zie IP/06/560). De Commissie heeft daarna onaangekondigde inspecties uitgevoerd die hebben geleid tot verzoeken om boetevermindering van diverse ondernemingen.

Aangezien het Quinn-concern de onderneming Barlo pas na afloop van de inbreuk verwierf, is de uiteindelijke moedermaatschappij van het concern (Quinn Group Ltd) geen addressaat van de beschikking van vandaag.

Expliciete bewijzen

In oktober 1999 ontmoetten de concurrenten elkaar in een hotelkamer in Dublin om een verhoging van het Europese prijsniveau voor PMMA-vormmassa te coördineren. Uit handgeschreven notities blijkt dat de deelnemers een prijsverhoging voor PMMA vanaf januari 2000 en een aankondiging daarvan voor de Europese markt in november zijn overeengekomen. Zij spraken af dat Atofina de prijsverhoging zou aankondigen in Frankrijk, Italië en de Benelux, ICI in het Verenigd Koninkrijk en Scandinavië en Degussa in Duitsland en Spanje.

Documenten over een bijeenkomst in Duitsland in augustus 2000 laten zien dat er een gecoördineerde prijsverhoging werd gepland voor november 2000. De concurrenten kwamen na uitwisseling van hun prijsgegevens overeen de prijs per kilogram platen te verhogen met 0,10 EUR en zij bespraken ook de aan te rekenen kosten voor extra diensten zoals het versnijden en verven van platen.

Geldboeten

De praktijken die aan het licht zijn gebracht, vormen een zeer zware inbreuk op de regels van het EG-Verdrag die concurrentiebeperkende praktijken verbieden. Bij het bepalen van het bedrag van de geldboeten hield de Commissie rekening met de omvang van de EER-markt (ongeveer 665 miljoen EUR), de duur van het kartel en de grootte van de betrokken ondernemingen. De Commissie verhoogde de geldboeten met 50% voor Arkema en ICI omdat zij recidiveerden.

Sommige ondernemingen werkten aan het onderzoek mee en gaven informatie die van belang was om de inbreuk aan het licht te brengen. Daarvoor werden zij beloond in lijn met de clementieregeling van de Commissie (zie IP/02/247 en MEMO/02/23). Zo kreeg Degussa volledige boete-immuniteit voor de boete die anders €264.468,750 zou hebben bedragen. Total/Elf Aquitaine/Arkema/Altuglas/Altumax en Lucite zagen hun geldboeten dan weer verminderd in ruil voor de door hen aan de Commissie verstrekte informatie. Het toekennen van boetevermindering hangt niet alleen af van de waarde van de verstrekte informatie maar eveneens van het tijdstip waarop die wordt verstrekt.

In totaal werden in deze zaak voor €344.562,500 geldboeten opgelegd, hetgeen de op drie na hoogste boete is die ooit voor een bepaald kartel werd uitgesproken.

Schadeclaims

Particulieren of ondernemingen die van concurrentiebeperkende praktijken zoals in deze zaak te lijden hebben, kunnen voor de nationale rechter schadevergoeding eisen en daarbij de gegevens van de door de Commissie bekendgemaakte beschikking als bewijs aanvoeren dat de kwestieuze praktijken hebben plaatsgevonden en dat deze onrechtmatig waren. Schadevergoedingen kunnen worden toegekend zonder dat deze hoeven te worden verlaagd omdat de Commissie al een geldboete heeft opgelegd.

Voor meer informatie over de strijd van de Commissie tegen kartels, zie MEMO/06/224.

De Commissie legde de volgende geldboeten op en gaf de volgende kortingen:


Naam van de onderneming en plaats van vestiging
Korting geldboete %
Geldboete
(EUR)
(*) de desbetreffende rechtspersonen kunnen hoofdelijk en gezamenlijk aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van de opgelegde geldboete
1.
Degussa/Röhm/Para-Chemie
(Duitsland, Duitsland, Oostenrijk)
100
0
2.
Total/Elf Aquitaine/
Arkema/Altuglas/Altumax*
(Frankrijk)
40
219.131,250
3.
ICI (VK)
0
91.406,250
4.
Lucite International/ Lucite International UK (VK)
30
25.025,000
5.
Quinn Barlo/ Quinn Plastics NV/Quinn Plastics GmbH
(Ierland, België, Duitsland)
0
9.000,000

TOTAAL

344.562,500


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website