Navigation path

Left navigation

Additional tools

IP/05/1155
Brussel, 19 september 2005

LIFE-Natuur 2005: De Commissie trekt 69 miljoen euro uit voor 54 natuurbehoudsprojecten in 20 landen

De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan de financiering van 54 natuurbehoudsprojecten die in het kader van het LIFE-Natuur-programma in 20 lidstaten of toetredende landen zullen worden uitgevoerd. De projecten beogen het herstel van beschermde natuurgebieden en de fauna en flora daarvan, het opzetten van structuren voor duurzaam beheer en versterkte bewustmaking van het publiek en samenwerking met de diverse belanghebbende partijen. Daarmee wordt een nieuwe bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het EU-brede Natura 2000-netwerk van beschermde gebieden. Het gaat om projecten in Oostenrijk, België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Polen, Slowakije, Spanje, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Roemenië. Samen vertegenwoordigen zij een investering van 125,7 miljoen euro, waarvan de EU 69 miljoen euro voor haar rekening neemt.

“Het verheugt mij ten zeerste dat Europese financieringsmiddelen beschikbaar worden gesteld voor de ondersteuning van plaatselijke, regionale en nationale inspanningen om wilde dier- en plantensoorten en natuurlijke habitats in stand te houden. Ik heb persoonlijk een aantal LIFE-Natuur-gebieden bezocht en daarbij kunnen vaststellen wat voor een toegevoegde waarde dit soort dynamische samenwerking oplevert,” aldus milieucommissaris Stavros Dimas.

Dit jaar heeft de Commissie via het LIFE-Natuur-programma 183 voorstellen voor financiering ontvangen van partnerschappen van diverse milieubeschermingsorganisaties, overheidsinstanties, NGO’s, hengelaars- en jagersverenigingen, enz. Van deze projecten zijn er 54 door de Commissie geselecteerd, waarvan er 9 betrekking hebben op 2 of meer landen.

De meeste projecten beogen het behoud of herstel van Natura 2000-gebieden of netwerken van dergelijke gebieden, het opstellen en uitvoeren van beheer- of actieplannen, de verbetering van waterlopen, het ecologisch herstel van bepaalde locaties, het leggen van de basis voor duurzaam terreinbeheer en de bestrijding van zich snel verbreidende ongewenste soorten. Voorts is een aantal projecten gericht op het fokken en in het wild uitzetten van bedreigde soorten en op het beperken van de bijvangst in de visserij.

Sedert 1992 zijn reeds 2 500 projecten medegefinancierd

Natura 2000 is een heel de EU bestrijkend netwerk van speciale beschermingszones. Het is ingesteld krachtens de Habitatrichtlijn[1] en omvat ook gebieden die bescherming genieten uit hoofde van de Vogelrichtlijn[2].

Het netwerk omvat in totaal meer dan 18.000 natuurgebieden en bestrijkt ongeveer 17,5 % van het grondgebied van de oorspronkelijke 15 EU-lidstaten (EU-15) – een gebied bijna zo groot als Frankrijk – en wordt nu uitgebreid tot de nieuwe lidstaten.

LIFE is het financieringsinstrument waarmee de EU milieu- en natuurbehoudsprojecten ondersteunt in de hele EU, maar ook in bepaalde kandidaat-lidstaten en toetredende en naburige landen. Doel is, bij te dragen tot de ontwikkeling en uitvoering van het EU-milieubeleid via de financiering van specifieke acties. Sedert 1992 heeft LIFE ongeveer 2.500 projecten medegefinancierd en zodoende 1.500 miljoen euro geïnvesteerd in de bescherming van het milieu.

LIFE-Natuur heeft specifiek ten doel bij te dragen tot de uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en, in het bijzonder, de totstandkoming van het Natura 2000-netwerk. De andere twee componenten van het programma, LIFE-Milieu en LIFE-Derde landen, zijn respectievelijk toegespitst op de demonstratie van innovatieve milieutechnieken en op milieucapaciteitsopbouw in de oeverstaten van de Middellandse Zee en de Oostzee. Voor een overzicht van de projecten die in het kader van LIFE-Milieu en LIFE-Derde landen worden ondersteund, wordt verwezen naar de perscommuniqués IP/05/1156 en IP/05/1157.

Het huidige LIFE-programma (“LIFE III”) loopt eind 2006 ten einde. De Commissie heeft voorgesteld om voor de periode 2007-2013 een nieuw programma, “LIFE +” geheten, op te zetten, dat over een budget van 2.190 miljoen euro zou beschikken. De besluitvorming in de Raad en het Europees Parlement over de definitieve vaststelling van dit programma en het budget ervan is nog niet afgerond.

Nadere informatie
Een overzicht van de via LIFE-Natuur gefinancierde projecten is opgenomen in de bijlage bij dit persbericht. Uitvoerige informatie over de afzonderlijke projecten is beschikbaar op:

http://ec.europa.eu/environment/life/project/index.htm
Over het Natura 2000-netwerk is meer informatie te vinden op:

http://ec.europa.eu/environment/nature/home.htm

BIJLAGE

Overzicht per land van de LIFE-Natuur-projecten voor 2005

Oostenrijk – 2 projecten

In drie gebieden ten noorden en ten oosten van Wenen komen grote trappen (Otis tarda) voor. Dankzij jarenlange inspanningen om deze populaties te beschermen en te beheren is thans een totaalbestand van ongeveer 140 vogels bereikt. Een groot deel van de door habitat- en nestplaatsbescherming gerealiseerde jaarlijkse aanwas gaat echter verloren doordat vogels tegen hoogspanningsleidingen aanvliegen – in 2003 is 20 % van de volwassen vogels door dit soort botsingen om het leven gekomen. Het eerste project wil dit probleem aanpakken door de hoogspanningsleidingen over een lengte van 43 km ondergronds te laten lopen en ze elders over een lengte van 125 km van opvallende waarschuwingssignalen te voorzien.

Een tweede project wordt uitgevoerd in het nationaal park Gesäuse in Stiermarken en omvat een aantal herstelmaatregelen, waaronder de verwijdering van een stuwdam en de betonnen oeverbeschoeiing van de Enns en haar bijrivieren en de herintroductie van grazers in verlaten bergweiden.

België – 6 projecten

Een gemeenschappelijk project van een Nederlandse en een Belgische natuurbeschermings-NGO in de provincies Limburg (België) en Noord-Brabant (Nederland) beoogt het herstel van beschadigde habitats langs de rivier de Dommel en de integratie van geïsoleerde natuurgebieden in een groter geheel door de verwerving en het ecologisch herstel van ongeveer 60 ha grond.

Het tweede project betreft drie militaire oefenterreinen in Wallonië (Marche-en-Famenne, Elsenborn en Camp Lagland) en wil de integratie tot stand brengen van militair gebruik en natuurbehoud; daarbij zal 380 ha droge heide worden verwijderd en zal het waterniveau in vennen en moerassen worden verhoogd.

Twee projecten beogen het herstel van thans met sparrenaanplant begroeid hoogveen en vochtige heide op het Plateau de Tailles in de centrale Ardennen en in de omgeving van Gedinne (Croix Scaille) in de westelijke Ardennen.

In het laagland aan weerszijden van de Grote Nete tussen Geel en Mol (Noord-België) komt een grote diversiteit van habitats voor. Deze gebieden zijn echter sterk versnipperd en staan onder druk als gevolg van het intensieve bodemgebruik op de aanpalende percelen. Dankzij het vijfde Belgische LIFE-Natuur-project zal 70 ha land worden aangekocht en in zijn natuurlijke toestand worden hersteld om aldus grotere en beter samenhangende natuurgebieden tot stand te brengen.

Het zesde project is grensoverschrijdend en brengt de beheersinstanties bij elkaar van natuurparken in het grensgebied tussen België, Luxemburg en Duitsland (Rijnland-Palts). Er zal een ottermonitoringprogramma worden opgezet en een inventaris worden opgesteld van de fysieke hindernissen (bijvoorbeeld oversteekplaatsen van drukke verkeerswegen, duikers,...) waarmee langs de waterlopen migrerende otters af te rekenen krijgen. Die hindernissen zullen in het kader van het project worden aangepast en de oevers van de stroompjes zullen in hun natuurlijke toestand worden hersteld.

Denemarken – 3 projecten

Het eerste project beoogt het herstel van hoogveen op meer dan tien locaties verspreid over heel Denemarken, maar hoofdzakelijk in Jutland. Er zullen watergangen worden afgesloten om te voorkomen dat het hoogveen wordt gedraineerd.

Het tweede project betreft de bescherming van de moerasparelmoervlinder (Euphydryas aurinia), een zeldzame soort waarvan het bestand in Denemarken is afgenomen omdat de graslandhabitats ervan ofwel niet langer door boeren worden gebruikt - waardoor verruiging optreedt - ofwel juist te intensief worden geëxploiteerd.

Financieel gesproken is het derde Deense project veruit het grootste van de LIFE-Natuur-ronde voor dit jaar. LIFE draagt 8 miljoen euro bij aan een totaalbudget van 15 miljoen euro voor dit project. Dit beoogt de redding van de houting (Coregonus oxyrhynchus), een tot de zalmenfamilie behorende vis waarvan het voortbestaan zeer ernstig is bedreigd. De laatste min of meer levensvatbare populatie ter wereld komt voor in de rivieren van Zuidwest-Jutland. Van daaruit migreren de volwassen vissen naar de Waddenzee om kuit te schieten. Hun mariene habitat is niet bedreigd, maar hydromorfologische veranderingen in de betrokken waterlopen en de semi-commerciële visserij met netten die in dit gebied wordt beoefend, hebben geleid tot een sterke achteruitgang van de soort.

Finland – 2 projecten

Het 1.200 ha grote militaire oefenterrein van Vattaja aan de Botnische Golf (Ostrobotnië) omvat een van Finlands belangrijkste duingebieden. Het eerste project behelst de integratie van de Natura 2000-eisen in de militaire opleiding, het herstel van gehavende duinen en de herintroductie van grazers in de inmiddels door verruiging aangetaste weiden en graslanden. Recreatieactiviteiten in dit gebied zullen worden gereguleerd door de bezoekers te routeren en de toegang tot de meest kwetsbare gebieden onmogelijk te maken.

De dwerggans (Anser erythropus) is sterk bedreigd. Het tweede project wordt beheerd door WWF Finland in samenwerking met 9 partners in Noorwegen, Estland, Hongarije en Griekenland. Het is de bedoeling de belangrijkste broedgebieden van deze vogelsoort in Lapland te identificeren en veilig te stellen en voorts de reisroute van trekkende ganzen in kaart te brengen teneinde eventuele tot dusver onbekende foerageer- en/of pleistergebieden te ontdekken. Daarnaast zullen de pleistergebieden in Estland worden hersteld en zullen de foerageergebieden in Hongarije worden beveiligd.

Frankrijk – 4 projecten

Drie van de vier Franse projecten betreffen de instandhouding van zeldzame vogelsoorten. Alle drie worden zij geleid door NGO’s zoals de LPO en Bretagne Vivante. Doel is, de betrokken populaties in hun huidige omvang te behouden of te doen toenemen en de instandhoudingsvooruitzichten van de soorten te verbeteren. Er zullen ook beheersmaatregelen worden genomen.

In de oostelijke Corbières (Languedoc-Roussillon) zijn 13 vogelsoorten het voorwerp van beschermingsmaatregelen.

Het tweede project focust op Dougalls stern (Sterna dougallii) in Bretagne.

Het derde is een transnationaal project om de populaties van de kleine torenvalk in de Aude (Frankrijk) en de Extremadura (Spanje) te behouden en te versterken. Daartoe wordt samengewerkt door Franse en Spaanse NGO’s.

Het vierde project, waarin eveneens een NGO het voortouw neemt, betreft het behoud van heide- en veengebieden en vleermuizen te Montselgues, in de regio Rhône-Alpes.

Duitsland – 7 projecten

Over een lengte van 10 km zal voor de rivier de Lippe nabij Hamm (Noord-Rijnland-Westfalen) het natuurlijke overstromingsregime worden hersteld, waardoor een 600 ha grote uiterwaard wordt gecreëerd.

Het tweede project betreft moerassen en natte graslanden nabij Rosenheim (Beieren). In een gebied van 1.100 ha zal 450 ha hoogveen worden hersteld door het afdammen van afwateringssloten en het verwijderen van bomen en struikgewas.

In het zuiden van het Zwarte Woud focust een derde project op een brede scala van habitats (Nardus-grasland, berghooiland, heide, bos en hoogveen) in het 2000 ha grote Hotzenwald.

Het vierde project is toegespitst op een type habitat dat in Europa bijzonder zeldzaam is: de continentale schorren die voorkomen in de omgeving van zoutwaterbronnen. Het project betreft 5 afzonderlijke continentale schorren die verspreid zijn over de hele regio Brandenburg.

Een project dat wordt uitgevoerd in de heuvels van het Eifelgebied ten oosten van Koblenz (Rijnland-Palts) is specifiek gericht op Nardus-graslanden en heiden. Daar zal ecotoerisme worden ontwikkeld en bevorderd.

Het zesde project betreft een niet langer als militair oefenterrein gebruikt gebied nabij Cuxhaven, dat bestaat uit kustduinen met daarachter een mozaïek van eikenbos en grasland. Het project behelst de herintroductie van een reeks grote herbivoren (Heckrunderen, bizons, koniks) die het 350 ha grote gebied als bosweide zullen begrazen.

Het laatste project is transnationaal en betreft kustweiden op 34 locaties in het Oostzeegebied – hoofdzakelijk in Denemarken, maar ook in Zweden, Sleeswijk-Holstein (Duitsland) en Estland – inclusief het eiland Saltholm nabij Kopenhagen dat al generaties lang door een collectief van inwoners van die stad wordt beheerd.

Griekenland – 1 project

Het project spitst zich toe op het conflict tussen de visserij en het behoud van de grootste EU-populatie van de kritisch bedreigde mediterrane monniksrob (Monachus monachus) in Griekse wateren. Het wordt uitgevoerd door de NGO “MOM” in nauwe samenwerking met plaatselijke vissers.

Hongarije – 2 projecten

Het eerste Hongaarse project betreft 6 gebieden met een totale oppervlakte van 720 ha, verspreid over de Donauvallei en het zuidwesten van het land, waar een scala van graslandtypes wordt aangetroffen. Het project beoogt het uitwerken van passende agromilieuregelingen voor deze uiteenlopende graslandhabitats.

Het andere project behelst grensoverschrijdende samenwerking met Roemenië met het oog op de bescherming van de roodpootvalk (Falco vespertinus). Dit project is relevant voor 90 % van de Europese populaties van deze soort (Rusland buiten beschouwing gelaten) en bestrijkt een gebied dat zich uitstrekt over heel Hongarije ten oosten van de Donau en het Satu Mare-district in Roemenië.

Ierland – 1 project

De Republiek Ierland herbergt belangrijke voorbeelden van een aantal boshabitattypes die in Europees verband als prioritair zijn aangemerkt. De Irish Forestry Board neemt zich voor om over een periode van vier jaar de kwaliteit van de bossen in negen gebieden met een totale oppervlakte van 560 ha te herstellen. De nadruk zal komen te liggen op educatie en bewustmaking van het publiek.

Italië – 4 projecten

Twee projecten worden uitgevoerd in Apulië (Zuid-Italië). Het eerste betreft de Fortore, een rivier die ontspringt in de Apennijnen en op haar weg naar de Adriatische Zee drie regio’s doorkruist. Het project beoogt het opstellen van een beheersplan voor dit gebied van communautair belang (‘SCI’) in het kader van Natura 2000 door de voor het betrokken stroomgebied bevoegde beheersinstantie. Het opstellen van een Natura 2000-beheersplan door een dergelijke instantie is een primeur voor Italië. Voorts zal een meer ecologische beoefening van de landbouw door de plaatselijke boeren worden aangemoedigd. Het tweede project beoogt de bescherming van kusthabitats in het Natura 2000-gebied Torre Guaceto. Dit gebied omvat een beschermde mariene zone die met name door intensieve landbouwpraktijken wordt bedreigd.

Eveneens in Zuid-Italië wordt in de provincie Matera uitvoering gegeven aan een project voor het behoud van bedreigde roofvogels. In de steden Matera en Montescaglioso zal de nestgelegenheid voor deze dieren op de daken van oude gebouwen worden hersteld en uitgebreid. Eén van de met dit project beoogde maatregelen betreft de invoering van herziene bouwvoorschriften teneinde schade aan de horsten te voorkomen en torenvalken een betere leefomgeving te bieden.

Een project in Toscane ten slotte moet de instandhoudingsvooruitzichten van een kustecosysteem in het regionaal park van Migliarino-San Rossore-Massaciuccoli veiligstellen en verbeteren. Dit gebied wordt bedreigd door een invasie van uitheemse plantensoorten en door erosie als gevolg van een te hoge bezoekersintensiteit. Met behulp van natuurpaden zullen de bezoekersstromen in goede banen worden geleid.

Letland – 1 project

Ook Litouwen en Estland participeren in dit project, dat de basis wil leggen voor een aantal beschermde mariene gebieden in het raam van het Natura 2000-netwerk. Rusland doet eveneens mee om ervaring op te doen met betrekking tot beschermde mariene gebieden. Het gaat om 13 gebieden in de Oostelijke Baltische Zee, tussen Kaliningrad en de Golf van Finland. Voor dit project wordt samengewerkt door 19 partners, waaronder overheidsinstanties, NGO’s en onderzoekinstellingen. Het Letse ministerie van Defensie stelt de nodige vaartuigen ter beschikking.

Litouwen – 2 projecten

Een Litouwse NGO neemt het voortouw in een project waarbij ook partners in Polen en Brandenburg (Duitsland) betrokken zijn. Het gaat om de bescherming van de Europese moerasschildpad (Emys orbicularis) en twee amfibieën: de vuurbuikpad (Bombina bombina) en de kamsalamander (Triturus cristatus). Het project bestrijkt Zuidoost-Litouwen, het Nationaal Park van Bielowieza, Mazurië, de regio Poznan-Oder en Uckermark, waar de moerasschildpad de uiterste noordgrens van haar areaal bereikt.

De Koerse schoorwal en de daardoor omsloten lagune behoren tot de meest aparte landschappen van het Oostzeegebied. Zij vormen dan ook een populaire toeristische bestemming. Dit veroorzaakt problemen zoals erosie van de duinen.

Het tweede project, waarvoor een partnerschap is opgezet tussen het Nationaal Park Koerland, de universiteit van Vilnius en een natuurbeschermings-NGO, beoogt de regulering van de bezoekersstromen door middel van wandelpaden en afsluitingen. Het effect van visserij op zeevogels zal worden bestudeerd en terzake zullen aanbevelingen worden geformuleerd. Tenslotte zal 1.600 ha aangetaste duinen en grasland worden hersteld.

Luxemburg – 1 project

In de rivier de Our in Noordoost-Luxemburg komt nog een vrij grote populatie van de bedreigde zoetwaterparelmossel voor. Dit weekdier plant zich echter traag voort en de meeste exemplaren zijn oud. Dankzij een gezamenlijk project van een milieubeschermings-NGO en het ministerie van Milieu zal een kweekcentrum worden opgezet op basis van in Tsjechië ontwikkelde technieken.

Nederland – 1 project

Het project betreft duingraslanden, duinvalleien en duinheide op de Waddeneilanden Terschelling, Texel en Vlieland en op 5 locaties op het vasteland (Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland). Al deze habitats gaan achteruit als gevolg van verruiging, eutrofiëring en verdroging. De kustduinen vormen een belangrijke aantrekkingspool voor vakantiegangers, en daarom zal in dit project veel nadruk worden gelegd op communicatie en publiciteit. Voorts zal 1.100 ha duingebied in een goede toestand worden hersteld en zullen daarnaast in een gebied van 1.550 ha grote grazers worden geïntroduceerd.

Polen – 1 project

Samen met Duitsland wordt een gezamenlijk project uitgevoerd ter instandhouding van een bedreigde zangvogelsoort, de waterrietzanger (Acrocephalus paludicola), die als gevolg van habitatverlies en –verval uit het grootste deel van zijn vroegere verspreidingsgebied in Noord-Duitsland en Polen is verdwenen. Om te voorkomen dat deze populatie volledig uitsterft zal de begunstigde NGO (de Poolse vereniging voor vogelbescherming OTOP) in samenwerking met een aantal andere NGO’s en nationale parken diverse activiteiten ontplooien zoals bewustmakingscampagnes, herstel en uitbreiding van aangetaste habitats en implementering van beheersmechanismen voor de lange termijn.

Roemenië – 5 projecten

Vier van de vijf Roemeense projecten betreffen wilde diersoorten.

Het eerste betreft een minuscule relictpopulatie van de Hongaarse weideadder (Vipera ursini rakosiensis) in Transsylvanië. Deze slang is bijna uitgestorven – de enige andere populaties in de wereld, alle klein en bedreigd, komen voor in Hongarije.

Het tweede project beoogt de bescherming van grote roofdieren zoals de wolf (Canis lupus), de bruine beer (Ursus arctos) en de lynx (Lynx lynx) in het district Vrancea.

Watervogels zijn het voorwerp van twee projecten. Een daarvan betreft de watervogelpopulaties in de uiterwaarden langs de benedenloop van de Prut. Het andere behelst de bescherming van de populaties van de kroeskoppelikaan (Pelecanus crispus), een prioritaire soort voor LIFE-financiering, in de Donaudelta.

Het vijfde project beoogt het behoud van een reeks habitats (bossen en alpiene en subalpiene habitats) die over het hele Roemeense grondgebied zijn verspreid. Het wil initiatieven van lokale gemeenschappen op het gebied van ecotoerisme aanmoedigen en plaatselijke bewoners opleiden tot natuurgidsen.

Er zullen ook voorstellen worden uitgewerkt om plaatselijke landeigenaren te ondersteunen die bereid zijn om hun bossen in overeenstemming met de Natura 2000-doelstellingen te beheren, en deze zullen bij de plaatselijke instanties worden gepromoot.

Slowakije – 2 projecten

Een project is opgezet met het oog op de kleine populatie grote trappen (Otis tarda) die voorkomt op twee locaties tussen Bratislava en de Hongaarse grens.

Het andere project betreft de Zahorie-wetlands in het westen van het land. Een aanzienlijk deel daarvan bevindt zich binnen de grenzen van een militair oefenterrein. Het project omvat herstelmaatregelen zoals het afdammen of opvullen van afwateringssloten, het verwijderen van struweelopslag in beemden en het verbeteren van de waterhuishouding van moerassen.

Spanje – 4 projecten

De Noord-Spaanse Atlantische zuurminnende beukenbossen (Fagus sylvatica) en de Galicisch-Portugese eikenbossen (Quercus robur en Quercus pyrenaica) in het gebied van communautair belang Aiako Harria (Guipuzcoa, Baskenland) zijn het voorwerp van een project dat wordt uitgevoerd door een partnerschap van vier plaatselijke instanties – een waterbeheersinstantie, een stichting voor bossen, een stichting voor biodiversiteit en de regionale instantie voor natuurbehoud. Samen zullen zij een plan voor duurzame bosbouw ten uitvoer leggen.

Een ander project betreft vier amfibieënsoorten die bescherming genieten krachtens de Habitatrichtlijn. Het project geldt het hele verspreidingsgebied van deze soorten in de regio Valencia.

In Noord-Spanje wordt een “stroomgebiedbeheer”-benadering gehanteerd in het kader van een project ter versterking van de populaties van de Europese nerts (Mustela lutreola) in het stuk van het Ebrobekken dat in de regio Navarra is gelegen.

Het vierde project betreft de bescherming van de voor het mediterrane gebied karakteristieke tijdelijke plassen op het eiland Minorca (Balearen). Het eerste doel is een beter inzicht te verwerven in de dynamiek en evolutie van deze kwetsbare habitat, en voorts de technische en juridische instrumenten te ontwikkelen die nodig zijn voor de bescherming daarvan op langere termijn.

Zweden – 2 projecten

De provincie Östergötland zal een project uitvoeren waarbij bosweiden met grote oude eiken, die de biotoop vormen van de bedreigde juchtleerkever (Osmoderma eremita), in hun oorspronkelijke toestand worden hersteld.

Het andere project betreft de Moälven, een rivier in het noorden van Zweden. Het beoogt het herstel van de paaiplaatsen van de zalm en de bouw van vistrappen die de rivier weer toegankelijk moeten maken voor migrerende zalmen. Deze maatregelen zullen ook de zoetwaterparelmossel ten goede komen.

Verenigd Koninkrijk – 3 projecten

Het eerste project is een herstelprogramma voor de rivier de Avon in Zuid-Engeland. Doel is, deze waterloop weer geschikt te maken als leefgebied voor de karakteristieke dier- en plantensoorten op zes demonstratielocaties verspreid over de hele loop van de rivier.

Het tweede project is een cruciaal natuurbehoudsinitiatief ter bescherming van de Europese populatie van de witkopeend (Oxyura leucocephala), die door de oprukkende rosse stekelstaarteend wordt bedreigd. Er wordt een vijfjarenprogramma opgezet om de rosse stekelstaarteend in het Verenigd Koninkrijk uit te roeien; dit moet ook nuttige informatie opleveren over de beste manier om die soort ook in de rest van Europa te elimineren.

Het derde project wil een antwoord bieden op de bedreigingen waaraan broedvogels op eilanden blootstaan wanneer daar per ongeluk predatoren zijn geïntroduceerd. Met de steun van de plaatselijke bevolking, de ferrymaatschappijen en de bezoekers zal het eiland Canna voor de Schotse westkust van ratten worden gezuiverd en zal een doeltreffend monitoringsysteem worden geïnstalleerd om te garanderen dat het eiland rattenvrij blijft.


[1] Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.

[2] Richtlijn 79/409/EEG van de Raad inzake het behoud van de vogelstand.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website