Navigation path

Left navigation

Additional tools

Voortzetting landbouwhervorming: voorstellen van de Commissie voor een duurzaam landbouwmodel in de sectoren tabak, olijfolie en katoen in Europa

European Commission - IP/03/1285   23/09/2003

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

IP/03/1285

Brussel, 23 september 2003

Voortzetting landbouwhervorming: voorstellen van de Commissie voor een duurzaam landbouwmodel in de sectoren tabak, olijfolie en katoen in Europa

Vandaag heeft de Europese Commissie voorstellen ingediend voor een fundamentele hervorming van de gemeenschappelijke marktordeningen (GMO's) in de sectoren olijfolie, ruwe tabak en katoen, die aansluiten bij de in juni 2003 door de Raad goedgekeurde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Voor deze drie sectoren wordt voorgesteld een belangrijk deel van de huidige productiegebonden rechtstreekse betalingen over te hevelen naar de ontkoppelde bedrijfstoeslagregeling, het belangrijkste onderdeel van het toekomstige GLB. Evenals bij de GLB-hervorming van juni 2003, worden deze toeslag en andere rechtstreekse betalingen door randvoorwaarden afhankelijk gesteld van naleving van communautaire milieu- en voedselveiligheidsnormen. Om in de toekomst een duurzaam beleid in de sector ruwe tabak mogelijk te maken stelt de Commissie voor het huidige systeem in een periode van drie jaar geleidelijk af te schaffen, de bestaande tabakspremies los te koppelen van de productie, het communautaire fonds voor de tabak geleidelijk af te schaffen en gelden voor de herstructurering van tabakproducerende gebieden beschikbaar te stellen. In de olijfoliesector zou 60% van de productiegebonden betalingen voor de referentieperiode worden omgezet in nieuwe rechten in het kader van de bedrijfstoeslagregeling. De lidstaat zouden kunnen beschikken over de rest van de middelen voor steun ten behoeve van olijfgaarden in marginale productiegebieden of met een geringe productie en van de kwaliteitsstrategie. Voor katoen wordt voorgesteld 60% van de uitgaven ter ondersteuning van de producenten per lidstaat over te hevelen naar de bedrijfstoeslagregeling in de vorm van nieuwe toeslagrechten, en 40% onder te brengen in nationale totaalbedragen voor de toekenning van nieuwe areaalbetalingen aan producenten. Door het evenwicht in de uitgaven voor katoen in de referentieperiode zouden bedrijfsorganisaties en herstructureringen in katoengebieden kunnen worden gefinancierd. Verwacht wordt dat de hervorming dankzij een efficiëntere overdracht van de ontkoppelde betalingen zal leiden tot een sterkere marktgerichtheid, voordelen op het gebied van het milieu, een groter concurrentievermogen, en een stabielere inkomenssituatie voor de landbouwers.

In een toelichting op de voorstellen zei de heer Franz Fischler, Commissaris voor Landbouw, Visserij en Plattelandsontwikkeling: “Deze voorstellen zijn opnieuw een essentiële stap op weg naar een efficiënt en duurzaam landbouwbeleid in Europa. Voortbouwend op de hervorming van het GLB in juni 2003, hebben we de productgebonden steun nu daadwerkelijk vervangen door rechtstreekse inkomenssteun voor onze boeren. Dankzij deze belangrijke koerswijziging in ons landbouwbeleid kan de overdracht van rechtstreekse betalingen efficiënter verlopen. Hierdoor zou het inkomen van de boer erop vooruit moeten gaan. Hoe groter het aantal sectoren dat bij de bedrijfstoeslagregeling wordt betrokken, hoe groter de economische en administratieve voordelen, gelet op de vereenvoudiging. ”

Gezamenlijk hervormingskader van de drie voorstellen

De mededeling die vandaag verschijnt, vloeit voort uit de verklaring die in juni 2003 tijdens de Raad van Luxemburg is afgelegd, toen politieke overeenstemming over de fundamentele hervorming van het GLB is bereikt en de Commissie de opdracht heeft gekregen om in het najaar van 2003 voorstellen in te dienen voor de hervorming van de GMO's voor de sectoren olijfolie, ruwe tabak en katoen. De voorstellen zijn gebaseerd op de doelstellingen en de aanpak van de hervorming van het GLB waartoe in juni 2003 is besloten, namelijk een groter concurrentievermogen, een sterkere marktgerichtheid, meer respect voor het milieu, gestabiliseerde inkomens en meer aandacht voor de situatie van de producenten in de probleemgebieden. In aansluiting op haar mededeling van juli 2002 bepaalt de Commissie in haar voorstellen voor deze drie sectoren een beleidsperspectief op lange termijn met inachtneming van de huidige begrotingslimieten en het door de Europese Raad van Brussel in oktober 2002 overeengekomen nieuwe landbouwuitgavenplafond. De voorstellen geven ook prioriteit aan het “boereninkomen” in plaats van aan “productsteun” door met ingang van 1 januari 2005 een belangrijk deel van de huidige productiegebonden betalingen over te hevelen naar de bedrijfstoeslagregeling. In de voorstellen worden die betalingen, net als alle andere rechtstreekse betalingen in het kader van het GLB, via randvoorwaarden afhankelijk gesteld van naleving van dezelfde EU-, milieu- en voedselveiligheidsnormen, van eisen betreffende het uit landbouw- en milieu-oogpunt in goede staat houden van de grond, en van de toepassing van mechanismen voor modulatie en financiële discipline. In de hervormingsvoorstellen wordt echter wel rekening gehouden met het feit dat de productie in deze drie sectoren is geconcentreerd in regio's die sterk achterblijven wat hun economische ontwikkeling betreft. Bovendien bestaan er tussen de drie sectoren verschillen met betrekking tot de huidige marktsituatie, de problemen die zij ondervinden en hun prioriteiten op de lange termijn. Er zijn dan ook verschillende oplossingen gepland voor het gekoppelde gedeelte van de steun.

Het hervormingsvoorstel voor ruwe tabak

Het hervormingsvoorstel van de Commissie voor ruwe tabak is gebaseerd op haar uitgebreide effectbeoordeling voor de tabakssector van de EU ten aanzien van een duurzame beleidsaanpak voor deze sector in de context van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling waarover de Europese Raad in mei 2001 in Göteborg overeenstemming heeft bereikt. Voorgesteld wordt de huidige regeling in drie jaar tijd geleidelijk af te schaffen. Dit zou neerkomen op een stapsgewijze ontkoppeling van de bestaande premie voor tabak gepaard aan een geleidelijke opheffing van het communautair fonds voor tabak en de instelling, binnen de tweede pijler van het GLB, van een totaalbedrag voor de herstructurering van de tabaksproducerende gebieden.

Tijdens deze overgangsperiode zou het fonds voor tabak verder worden gebruikt voor campagnes tegen het roken. De Commissie verbindt zich ertoe deze activiteiten te blijven steunen, ondanks de verlaging van de tabakssubsidies.

Bij deze regeling zouden de productiequota voor tabak moeten worden gehandhaafd als middel voor de vaststelling van het totaalbedrag voor dat deel van de premie voor tabak dat nog niet is ontkoppeld. Bijgevolg zou gedurende de overgangsperiode eventuele productie buiten de quota niet in aanmerking komen voor het betrokken gekoppelde premiebedrag. Aan het einde van dit proces in drie stappen, dat drie jaar zal duren, zou de huidige gemeenschappelijke marktordening voor tabak niet langer van toepassing zijn. De voorgestelde hervorming zou beginnen met de omzetting van de huidige premie voor tabak in haar geheel of een deel ervan in toeslagrechten voor de bedrijfstoeslag. Voor de eerste 3,5 ton van de productie van een producent zouden alle rechten worden omgezet, maar voor het volgende gedeelte van de productie tussen 3,5 ton en 10 ton zou 80% van de huidige premie voor tabak in de bedrijfstoeslag worden opgenomen. De resterende 20% zouden in de voorgestelde herstructureringsgelden vloeien. De huidige premie voor tabak voor het gedeelte boven 10 ton zou bij elke stap met een derde worden verlaagd. Tijdens de eerste twee stappen zou dit bedrag gelijkelijk worden verdeeld tussen een omzetting in bedrijfstoeslagrechten en een overheveling naar de herstructureringsgelden. Ter voorkoming van grote inkomensveranderingen op het niveau van de landbouwbedrijven zou in de laatste stap echter slechts een derde van dit deel van de premie voor tabak worden omgezet in toeslagrechten voor de bedrijfstoeslag, en zou de rest worden overgeheveld naar de herstructureringsgelden.

Wanneer deze hervorming eenmaal volledig zou zijn uitgevoerd, zou de huidige premie voor tabak zo zijn verdeeld dat meer dan 70% ervan is overgeheveld naar de bedrijfstoeslag en tenminste 20% in de herstructureringsgelden is gevloeid. Deze herverdeling zou neerkomen op een gemiddelde toewijzing via de bedrijfstoeslag van 6.900 euro per gezinsarbeidsjaareenheid (GAJE). De uitgebreide effectbeoordeling van de Europese tabaksector is te vinden op het volgende adres:

http://ec.europa.eu/agriculture/publi/reports/tobacco/index_en.htm

Het hervormingsvoorstel voor olijfolie

Voorgesteld wordt de bestaande aan de productie gekoppelde betalingen in de sector olijfolie om te zetten in rechtstreekse inkomenssteun door voor de betrokken landbouwers in de bedrijfstoeslagregeling nieuwe toeslagrechten te creëren naast die welke voortvloeien uit de in juni 2003 overeengekomen hervorming van het GLB. In de olijfoliesector zou 60 % van de productiegebonden betalingen voor de referentieperiode worden omgezet in nieuwe rechten in het kader van de bedrijfstoeslagregeling voor bedrijven met een oppervlakte van meer dan 0,3 ha. De betalingen aan kleinere bedrijven zouden volledig worden ontkoppeld.

Om te voorkomen dat olijfbomen niet meer worden onderhouden, wat weer zou kunnen leiden tot een achteruitgang van vegetatie en landschap of tot negatieve sociale ontwikkelingen, zouden de lidstaten de rest van de aan de productie gekoppelde betalingen in de sector olijfolie in de referentieperiode moeten onderbrengen in nationale totaalbedragen voor de toekenning aan de producenten van een extra olijfgaardbetaling per hectare of per boom, met name voor de instandhouding van olijfgaarden in marginale productiegebieden of met een geringe productie. Eenvoudigheidshalve wordt de olijfgaardbetaling niet toegekend in het geval van steunaanvragen voor minder dan 50 euro.

De Commissie stelt ook voor de huidige maatregelen voor particuliere opslag ongewijzigd te handhaven als een vangnetmechanisme, maar de restituties bij de uitvoer en bij de productie van bepaalde conserven van levensmiddelen af te schaffen. Om de sector te helpen bij de aanpassing aan de veranderende marktomstandigheden, zouden de bestaande maatregelen op het gebied van kwaliteitsverbetering en traceerbaarheid moeten worden versterkt. De huidige controlebureaus voor olijfolie zouden vanaf 1 november 2005 niet langer worden gefinancierd.

Met dit voorstel voldoet de Commissie aan haar verplichting in de loop van 2003 een voorstel in te dienen bij de Raad, die vervolgens dient te besluiten over de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten. Deze nieuwe GMO komt met ingang van 1 november 2004 in de plaats van de huidige.

Het hervormingsvoorstel voor katoen

De Commissie stelt voor het deel van de EOGFL-uitgaven voor katoen dat in de referentieperiode naar steun aan de producenten ging, over te hevelen naar twee maatregelen ter ondersteuning van de producenteninkomens voor boeren, namelijk de bedrijfstoeslagregeling en een nieuwe regeling voor de toekenning van productiesteun in de vorm van een areaalbetaling.

60% van de uitgaven ter ondersteuning van de producenten per lidstaat zouden worden overgeheveld naar de bedrijfstoeslagregeling in de vorm van nieuwe toeslagrechten. Verwacht mag worden dat de katoenproducenten als gevolg daarvan in de toekomst beter zullen reageren op marktontwikkelingen en -eisen. Om ontwrichting van de productie te voorkomen in productiegebieden die economisch sterk afhankelijk zijn van katoen, behouden de lidstaten 40% van de uitgaven ter ondersteuning van de producenten in de referentieperiode, en mogen zij daaruit een nieuwe areaalbetaling per hectare katoen aan de producenten toekennen. Voor de nieuwe areaalbetaling zal een maximumareaal van 425.360 ha (340.000 ha in Griekenland, 85.000 ha in Spanje en 360 ha in Portugal) gelden, en de areaalbetaling zal verhoudingsgewijs worden verlaagd wanneer de betalingsaanvragen betrekking hebben op een grotere oppervlakte dan het maximumareaal van de betrokken lidstaat. De areaalbetaling kan worden gedifferentieerd op basis van specifieke criteria met betrekking tot de deelneming door de producenten aan een kolomorganisatie (verticale bedrijfsorganisatie) die door de lidstaat moet worden erkend en moet worden onderworpen aan controles. Voor maximaal de helft van het totaalbedrag voor de areaalbetalingen aan leden van een kolomorganisatie zou worden gewerkt met een binnen de bedrijfskolom overeengekomen schaal die de geleverde productie beloont aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve criteria.

De activiteiten van elke kolomorganisatie zouden worden gefinancierd door haar leden en door een communautaire subsidie van 10 euro per hectare. Het gaat hierbij om circa € 4,5 miljoen. Het resterende bedrag van de totale marktuitgaven voor de katoensector zou worden bestemd voor de herstructurering van de katoengebieden. Dit is een bedrag van ongeveer € 100 miljoen, over de lidstaten te verdelen op basis van het gemiddelde areaal dat in de referentieperiode voor steun in aanmerking kwam. Deze herstructureringsgelden zouden een extra financieel instrument binnen de tweede pijler van het GLB worden en zouden kunnen worden gebruikt om maatregelen voor plattelandsontwikkeling te financieren. Zij zouden kunnen worden gebruikt om meer begunstigden te steunen, of zelfs om de steunintensiteit bij bestaande maatregelen voor plattelandsontwikkeling te verhogen.

Voordelen van de hervorming

Verwacht wordt dat de hervorming in de sectoren tabak, katoen en olijfolie dankzij een efficiëntere overdracht van de rechtstreekse betalingen zal leiden tot een groter concurrentievermogen, een sterkere marktgerichtheid, en een stabielere inkomenssituatie van de landbouwers. Opneming van de olijfoliesector in de bedrijfstoeslagregeling zal het positieve imago van de sector bevorderen door meer doorzichtigheid, consumentenvertrouwen en voordelen voor de samenleving op het gebied van milieu en landschap. Voor de katoensector levert deze hervorming coherentie en doorzichtigheid op met betrekking tot de toepassing van de EU-regelgeving inzake productienormen, en wordt de kritiek gepareerd dat de huidige “variabele productiesteun” voor katoen in de EU de handel verstoort.

Gevolgen voor de begroting

Overeenkomstig de doelstellingen en aanpak van de in juni 2003 goedgekeurde hervorming van het GLB zijn de voorgestelde maatregelen voor tabak, olijfolie en katoen budgettair neutraal in vergelijking met de uitgaven in het verleden.

De mededeling over de “totstandbrenging van een duurzaam landbouwmodel voor Europa via het hervormde GLB - de sectoren tabak, olijfolie, katoen en suiker”, die vandaag door de Commissie is goedgekeurd, is beschikbaar op het volgende internetadres:

http://ec.europa.eu/agriculture/capreform/com554/index_en.htm.

Meer bijzonderheden over de GLB-hervorming zijn te vinden op:

http://ec.europa.eu/agriculture/capreform

Algemene achtergrondinformatie over de drie sectoren (over de werking van de GMO's, de toestand in de EU, handelsaspecten enz.) is te vinden in MEMO/03/182


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website