Navigation path

Left navigation

Additional tools

Commissie legt zeven ondernemingen geldboeten op in kartels van speciaal grafiet

European Commission - IP/02/1906   17/12/2002

Other available languages: EN FR DE ES IT SV

IP/02/1906

Brussel, 17 december 2002

Commissie legt zeven ondernemingen geldboeten op in kartels van speciaal grafiet

De Europese Commissie heeft vandaag zeven ondernemingen voor in totaal 60.6 miljoen EUR aan geldboeten opgelegd wegens hun betrokkenheid in twee kartels voor prijsafspraken op de markt voor speciaal grafiet. Dit product vindt toepassingen in de productie van industrieel gereedschap voor de luchtvaart, elektronica en andere sectoren.

Deze zaak gaat terug tot het voorjaar van 1999 toen een kartel voor grafietelektroden werd onderzocht (zie IP/01/1010). GraphTech (dat toen nog UCAR heette) deelde toen ook informatie mee over concurrentieverstorende praktijken op de aanverwante markt voor speciaal grafiet, in ruil voor immuniteit op grond van de clementieregeling van de Commissie uit 1996.

Op basis van die informatie leidde de Commissie in maart 2000 een nieuw onderzoek in, dat vandaag werd afgerond met de vaststelling dat acht ondernemingen in de periode 1993-1998 betrokken waren bij een wereldwijd kartel waarbij zij prijzen vaststelden voor producten uit isostatisch speciaal grafiet, commercieel gevoelige informatie uitwisselden en occasioneel de markt verdeelden.

De acht betrokken ondernemingen waren: het Duitse SGL Carbon AG, het Franse Carbone-Lorraine SA, de Japanse ondernemingen Ibiden Co Ltd, Tokai Carbon Co Ltd, Toyo Tanso Co Ltd en Nippon Steel Chemical Co Ltd, het Amerikaanse GrafTech International Ltd en het Nederlandse Intech EDM BV.

Bovendien bleken SGL en GrafTech betrokken te zijn bij een parallel kartel voor prijsafspraken over geëxtrudeerd grafiet.

"Speciaal grafiet" omvat een groep grafietproducten voor uiteenlopende toepassingen. Zo zijn typische toepassingen van isostatisch grafiet (geproduceerd door middel van isostatisch gieten) EDM-elektroden, vormen voor continugieten, matrijzen voor warmpersen en halfgeleidertoepassingen. Geëxtrudeerd grafiet (geproduceerd door middel van extrusie) wordt dan weer gebruikt in elektrolytische anoden en kathoden, schuitjes, sinterplaten en smeltkroezen.

In de periode dat de inbreuk liep, waren de betrokken ondernemingen goed voor het grootste deel van de EER-markt voor beide producten.

Het isostatisch kartel begon met een "topbijeenkomst" op 23 juli 1993 in het Japanse Gotenba (in de buurt van Tokio). Op die bijeenkomst legden de belangrijkste producenten de basisbeginselen vast van de werking van het kartel op de mondiale markt. Er werd een toezicht- en handhavingsregeling vastgelegd; met het oog daarop werden geregeld multilaterale bijeenkomsten van het topkader gehouden (steeds in Japan), maar ook op regionaal en nationaal niveau vonden bijeenkomsten plaats. Het kartel was gedurende meer dan vierenhalf jaar actief - tot 1998.

Een bijeenkomst in Parijs op 24-25 februari 1993 betekende ook het begin van de heimelijke prijsafspraken tussen UCAR en SGL op de markt voor onbewerkt geëxtrudeerd speciaal grafiet. Zolang het kartel bestond, bespraken de partijen geregeld prijzen, onder meer ook wie wanneer welke prijzen zou aankondigen. Deze regelingen liepen gedurende meer dan drieënhalf jaar.

In beide zaken betekenden de gedragingen van de ondernemingen een zeer zware inbreuk op de mededingingsregels, zoals die beschreven zijn in artikel 81 van het EG-Verdrag.

Afzonderlijke bedragen van de geldboeten (in miljoen EUR):

  • SGL: 27.75 (waarvan 18.94 voor isostatisch grafiet en 8.81 voor geëxtrudeerd grafiet)

  • Toyo Tanso: 10.79

  • Carbone-Lorraine: 6.97

  • Tokai Carbon: 6.97

  • Ibiden: 3.58

  • Nippon Steel Chemical: 3.58

  • Intech: 0.98

Voor drie ondernemingen - SGL, Tokai Carbon en GraphTech - was dit de tweede inbreuk die de Commissie aan het licht bracht, na haar beschikking in de zaak-grafietelektroden. Aangezien de inbreuken echter in dezelfde periode gemaakt werden, was de Commissie van oordeel dat een en ander niet als recidive kon worden aangemerkt en heeft zij de geldboete voor SGL en Tokai Carbon niet verhoogd. GraphTech kreeg volledige immuniteit omdat zij het bestaan van het kartel aan de Commissie onthulde.

Voor SGL daarentegen werd het basisbedrag van de geldboete zoals de Commissie die berekende, met 50% verhoogd omdat de onderneming het kopstuk was in het kartel voor isostatisch grafiet. Tegelijk is daarin ook een verlaging met 35% begrepen, omdat de onderneming medewerking verleende aan het onderzoek vooraleer haar een mededeling van punten van bezwaar was gezonden.

Ook LCL, Ibiden, Tokai, Toyo Tanso en Nippon Steel Chemical kregen een vermindering met 35% omdat zij additionele informatie meedeelden vooraleer hun een mededeling van punten van bezwaar was gezonden.

In het geval van Intech heeft de Commissie vastgesteld dat de onderneming in ruime mate handelde op instructie van Ibiden, waarvan zij de belangrijkste distributeur in Europa was. Dit gegeven rechtvaardigde een verlaging van het basisbedrag van de geldboete met 10%. De onderneming kreeg nog een verdere verlaging met 40% omdat zij de feiten niet betwistte.

De ondernemingen hebben drie maanden de tijd om de geldboeten te betalen.

Achtergrond

Bij het berekenen van geldboeten in kartelbeschikkingen houdt de Commissie rekening met: de zwaarte van de inbreuk, de duur ervan en het voorhanden zijn van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden. Zij houdt ook rekening met het aandeel van een onderneming op de betrokken markt(en) en met de grootte van de onderneming, om ervoor te zorgen dat de sanctie proportioneel is en een voldoende afschrikkende werking heeft. Daarom wordt bij de berekening van de geldboete de omzet van de onderneming niet als enige maatstaf gehanteerd, al is het zo dat - volgens Verordening nr. 17/62 - de geldboete nooit meer dan 10% van de totale jaaromzet van een onderneming mag bedragen.

Zodra het bedrag van de geldboete is bepaald, kan een vermindering worden toegekend om rekening te houden met de medewerking die de ondernemingen aan het onderzoek verleenden - in overeenstemming met het beleid van de Commissie inzake het niet-opleggen of het verminderen van geldboeten in kartelzaken ("clementieregeling"). In februari 2002 werd over deze regeling weliswaar een nieuwe mededeling goedgekeurd, maar in deze zaak is de mededeling uit 1996 nog van toepassing. De ondernemingen verleenden immers hun medewerking vóór februari 2002. Voor nadere gegevens over de bekendmaking uit 2002 met de nieuwe clementieregeling, zie

http://europa.eu.int/comm/competition/antitrust/leniency


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website