Navigation path

Left navigation

Additional tools

Scorebord van de interne markt: vertraging bij de nationale omzetting van EU-wetgeving

European Commission - IP/02/1644   11/11/2002

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

IP/02/1644

Brussel, 11 november 2002

Scorebord van de interne markt: vertraging bij de nationale omzetting van EU-wetgeving

Uit het laatste scorebord van de interne markt van de Europese Commissie blijkt dat, aan de vooravond van de tiende verjaardag van de opening van de Europese grenzen, de omzettingsachterstand is gestegen van 1,8% in mei 2002 (zie IP/02/722) tot 2,1%. Dit is het percentage van de in de EU geldende internemarktwetgeving dat nog niet in nationale wetgeving is omgezet, hoewel de door het Europees Parlement en de Raad van ministers overeengekomen uiterste termijn reeds is verstreken. Tijdens het decennium dat aan deze recente stijging voorafging, was de gemiddelde achterstand, die in 1992 nog 21,4% bedroeg, voortdurend gedaald. Slechts vijf lidstaten (Zweden, Finland, Denemarken, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) voldoen aan het doel van de Europese Raad, namelijk een achterstand van maximaal 1,5%. In drie lidstaten (Frankrijk, Griekenland, Portugal) bedraagt de achterstand meer dan het dubbele van deze doelstelling. In het scorebord wordt benadrukt dat ook in andere opzichten verdere inspanningen nodig zijn om de interne markt tot stand te brengen. Het aantal inbreuken op de EU-wetgeving blijft bijvoorbeeld hardnekkig hoog. Momenteel lopen meer dan 1 500 inbreukprocedures tegen lidstaten. Uit een in het scorebord opgenomen enquête bij de burgers en het bedrijfsleven blijkt echter dat de grote meerderheid van de burgers en bedrijven van de EU erkent dat de interne markt hen sinds 1992 belangrijke voordelen heeft opgeleverd en dat ze in de toekomst nog meer hiervan willen profiteren (zie MEMO/02/231).

Frits Bolkestein, Commissielid voor de interne markt, zei hierover: "Uit deze resultaten blijkt eens te meer dat de totstandbrenging van een interne markt zonder grenzen geen eenmalige gebeurtenis maar een continu proces op lange termijn is. In de tien jaren die sinds de opening van de grenzen in januari 1993 zijn verstreken, is heel wat succes geboekt. Ik ben verheugd dat uit onze enquête blijkt dat de burgers en het bedrijfsleven dit erkennen. Er moeten echter nog steeds achterpoortjes worden gesloten en belemmeringen worden opgeheven. De Commissie zal alles in het werk stellen om dit te verwezenlijken, maar ook de lidstaten moeten hun steentje bijdragen. Om te beginnen moeten ze zich houden aan de doelstellingen die ze zich hebben gesteld voor de correcte omzetting in nationale wetgeving van de richtlijnen die ze zelf hebben aangenomen. De Europese economie en alle Europese burgers betalen de prijs van vertraging bij de omzetting. Ik vind het dan ook nogal verontrustend dat de positieve trend die zich de voorbije tien jaar op het vlak van de omzetting heeft voorgedaan, zich nu dreigt om te keren".

Omzetting van de internemarktrichtlijnen

In de jubileumuitgave van haar scorebord van de interne markt ("Tien jaar interne markt zonder grenzen") heeft de Europese Commissie een onderlinge vergelijking van de prestaties van de lidstaten bij de omzetting van de internemarktwetgeving opgenomen. De resultaten zijn de afgelopen tien jaar aanzienlijk verbeterd: de gemiddelde omzettingsachterstand in de EU is gestadig gedaald van 21,4% in 1992 tot 2,1% nu.

Dit laatste percentage is echter een stijging ten opzichte van het resultaat van zes maanden geleden, toen de achterstand slechts 1,8% bedroeg (zie IP/02/722). Slechts vijf lidstaten (Zweden, Finland, Denemarken, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) voldoen aan het tijdens de Europese Raad van Barcelona in maart 2002 gestelde doel van maximaal 1,5% omzettingsachterstand tegen het voorjaar van 2003. In drie lidstaten (Frankrijk, Griekenland, Portugal) bedraagt de omzettingsachterstand meer dan het dubbele van dit doel.

Omzettingsachterstand van de lidstaten op 1 oktober 2002 (percentage)

FELPADIIRLLBEUKNLDKFINS
3,83,33,12,92,72,62,62,321,61,41,30,70,60,4

In de lidstaten waar de achterstand zes maanden geleden al het grootst was (Frankrijk, Griekenland, Duitsland, Ierland, Oostenrijk en Portugal), is de kloof nog groter geworden. Ook Italië en België vertonen tekenen van verzwakking.

Wijziging in het aantal niet-omgezette internemarktrichtlijnen sinds 15 april 2002

PIAFBELDIRLEDKLNLUKFINS
+14+12+10+10+7+7+4+20-1-1-1-1-5-5

Gezien de hoeveelheid wetgeving die de komende zes maanden zal worden goedgekeurd, moeten sommige lidstaten snel maatregelen nemen als ze tegen het voorjaar van 2003 aan het door de Europese Raad gestelde doel van 1,5% omzettingsachterstand willen voldoen.

Tijdens de Europese Raad van Barcelona is ook besloten om na het voorjaar van 2003 geen uitstel meer te dulden voor richtlijnen waarvan de omzetting al twee jaar of meer op zich laat wachten. Een dergelijke achterstand kan wijzen op ernstige politieke problemen of zelfs op onwil om de wetten om te zetten die de lidstaten zelf in de Raad hebben goedgekeurd. De enige lidstaat die het doel heeft gehaald is Finland; Zweden, Portugal, Nederland en Denemarken komen dicht in de buurt. Vier lidstaten (Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Griekenland) moeten in de komende zes maanden tien of meer "oude" richtlijnen omzetten om het doel te halen.

Aantal nog niet omgezette internemarktrichtlijnen die uiterlijk op 1 maart 2001 moesten zijn omgezet

FDELLEBAIRLIUKDKNLPSFIN
1411101098664322210

De "oudste" richtlijn die nog niet in alle lidstaten is omgezet, dateert van 1993 (93/15/EEG, explosieven voor civiel gebruik). Andere nog niet omgezette richtlijnen hebben onder meer betrekking op maatregelen die van cruciaal belang zijn om de situatie voor ondernemingen of consumenten verder te verbeteren en richtlijnen die in belangrijke mate bijdragen tot duurzame ontwikkeling.

De EU kan bijvoorbeeld geen geloofwaardige oproep doen om acties te ondernemen ter ontplooiing van de mogelijkheden van de biotechnologiesector als de maatregelen van de biotechnologierichtlijn van 1998, die gericht zijn op het aanmoedigen van investeringen en van onderzoek en ontwikkeling in deze sector (zie IP/02/1448), meer dan twee jaar na de overeengekomen termijn door negen lidstaten nog steeds niet zijn omgezet. Positief is dan weer dat de richtlijn van 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem eindelijk door alle lidstaten is omgezet.

Inbreuken

Met meer dan 1 500 lopende zaken blijft het totale aantal inbreukprocedures hardnekkig hoog. Frankrijk en Italië lopen nog steeds aan kop wat betreft het aantal zaken dat tegen hen is ingesteld. Samen nemen ze bijna 30% van alle zaken voor hun rekening.

Lopende inbreukprocedures per lidstaat

FIDEELIRLBUKANLPFINDKLS
21619014313413313212110779625139333332

Alleen Denemarken is erin geslaagd het aantal inbreukprocedures met betrekking tot verkeerde toepassing van secundaire wetgeving met 10% of meer te verlagen, zoals de Commissie in haar Strategie voor de interne markt 2000 had gevraagd (zie IP/02/541). In de meeste andere lidstaten is het aantal nog gestegen. Bovendien laat in meer dan de helft van de gevallen een oplossing meer dan twee jaar op zich wachten.

De meeste ondernemingen en burgers vinden dat de interne markt positieve gevolgen heeft

In het laatste scorebord van de interne markt is ook bijzondere aandacht besteed aan de belangrijkste resultaten van een nieuwe enquête in opdracht van de Commissie waarin de mening van het bedrijfsleven en de burgers over de interne markt wordt vergeleken met die van tien jaar geleden. Er zijn grote verschillen tussen de lidstaten, maar in het algemeen zijn de resultaten bemoedigend:

  • 80% van de Europeanen vindt dat de interne markt positieve gevolgen heeft gehad op het productenaanbod, 67% op de kwaliteit van de producten en 41% op de prijzen;

  • 76% van de burgers staat positief tegenover de toegenomen concurrentie ten gevolge van de interne markt;

  • meer dan 50% van de burgers toont interesse voor het kopen van producten in andere lidstaten, maar wordt vooral afgeschrikt door de reiskosten, de benodigde tijd, problemen met de klantenservice en taalbarrières;

  • 76% van de bedrijven die naar zes of meer andere EU-lidstaten exporteren vindt dat de interne markt een positieve invloed op hun bedrijfsactiviteiten heeft gehad; 

  • 46% van alle bedrijven in de EU zeggen dat de interne markt positieve gevolgen voor hen heeft gehad;

  • zeer weinig bedrijven (11%) ervaren negatieve gevolgen;

  • meer dan 80% van de bedrijven is van mening dat de Europese Unie in de toekomst voorrang moet geven aan het verbeteren van de werking van de interne markt.

Zie MEMO/02/231 voor meer informatie over de enquête.

De index van de interne markt meet de vooruitgang in de praktijk

Met de index van de interne markt is gepoogd de ontwikkeling van de interne markt met één instrument te meten. In tegenstelling tot de door de Commissie opgestelde beoordeling van de omzetting en uitvoering van de internemarktwetgeving, is deze index erop gericht de gevolgen van het internemarktbeleid in de voorbije tien jaar in de praktijk te meten. De resultaten van de index zijn in het algemeen positief (een stijging van 100 tot 143). In Finland, Spanje, Italië Zweden en Oostenrijk was de stijging van de index aanzienlijk groter dan het EU-gemiddelde, wat erop wijst dat de laatst toegetreden lidstaten snel van de interne markt profijt hebben getrokken. Dit is een bijzonder bemoedigend teken met het oog op de komende uitbreiding van de EU.

De volledige tekst van het scorebord en de gedetailleerde resultaten van de enquête zijn beschikbaar op de Europa-website:

http://europa.eu.int/comm/internal_market/en/update/score/index.htm


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website