Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA SV

IP/01/940

Brussel, 03 juli 2001

Goedkeuring Commissie voor overname ECT door Hutchison en Rotterdams havenbedrijf - nà toezeggingen

De Europese Commissie heeft de operatie goedgekeurd waarbij Hutchison Netherlands BV (Hutchison) en het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) de Rotterdamse containerterminalexploitant Europe Combined Terminals BV (ECT) overnemen, op voorwaarde dat bepaalde toezeggingen worden nageleefd. In de oorspronkelijk aangemelde vorm zou de overname een machtspositie hebben gecreëerd op de Noord-Europese markt voor de levering van stuwadoordiensten voor containeroverslag bij zeeschepen. De partijen hebben echter toezeggingen gedaan waardoor op de betrokken markt aanzienlijke concurrentie kan ontstaan.

Hutchison maakt deel uit van de Hutchison Whampoa Group (Hongkong), waarvan directe en indirecte dochterondernemingen wereldwijd stuwadoordiensten aanbieden. In Europa controleert Hutchison de containerterminals in de zeehavens van Felixstowe en Thamesport. GHR is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van de haven van Rotterdam. ECT is de belangrijkste containerterminalexploitant in de haven van Rotterdam, de grootste haven van West-Europa.

Het diepgaande onderzoek van de Commissie was toegespitst op de levering van stuwadoordiensten voor de Noord-Europese overslagmarkt. Door dit onderzoek werd bevestigd dat de concentratie een machtspositie op die markt zou doen ontstaan.

De overname betekent dat de grootste exploitant in West-Europa (ECT) en de grootste exploitant in het Verenigd Koninkrijk (Hutchison) samengaan. Na de operatie zal Hutchison/ECT een marktaandeel hebben van zo'n 50%, meer dan tweemaal zoveel als haar twee naaste concurrenten afzonderlijk - HHLA (18,2%) en Eurogate (17,3%). De sterke marktpositie van de partijen blijkt ook uit hun grote aandeel in het aanlopen van havens door de grote scheepvaartmaatschappijen op de belangrijke routes Noord-Europa/Verre Oosten en de transatlantische routes. Bovendien hebben de terminals van de partijen in Felixstowe en Rotterdam talrijke natuurlijke voordelen, waardoor zij bijzonder geschikt zijn om grotere schepen te ontvangen. Het toenemende gebruik van steeds grotere schepen op de belangrijke routes van en naar Europa (dat een zeer groot aandeel vertegenwoordigt in het totale overslagverkeer) zou de marktpositie van Hutchison/ECT dus verder versterken.

In de loop van het onderzoek hebben de partijen een aantal toezeggingen gedaan, waardoor onafhankelijke concurrentie zal gaan ontstaan in de haven van Rotterdam, een van de belangrijkste overslaghavens in Europa voor containervervoer over zee.

Mits de partijen de voorgestelde toezeggingen volledig naleven, is de Commissie van oordeel dat de acquisitie op de betrokken markt geen machtspositie doet ontstaan.

In 1999 werd een gelijkaardige operatie waarbij ECT zou worden overgenomen door Hutchison Port Holdings Ltd en GHR, bij de Commissie aangemeld op grond van de EG-Concentratieverordening. Die operatie werd nadien door de partijen opgegeven toen uit het diepgaande onderzoek van de Commissie was gebleken dat deze operatie een machtspositie zou doen ontstaan.(1)

Later datzelfde jaar werd de huidige operatie bij de Commissie aangemeld als een samenwerkingsovereenkomst, met het oog op het verkrijgen van een ontheffing van de concurrentieregels inzake concurrentiebeperkende afspraken. Uit het onderzoek van de Commissie bleek dat de operatie een concentratie vormde en de Commissie wilde maatregelen treffen tegen de partijen omdat ze de transactie niet hadden aangemeld overeenkomstig de EG-Concentratieverordening en ze de operatie zonder toestemming hadden doorgevoerd.(2) Vervolgens hebben de partijen de huidige operatie aangemeld in januari 2001.

De Commissie heeft besloten geen boeten op te leggen wegens niet-aanmelding. Bij dit besluit speelde een aantal elementen een belangrijke rol: zo hebben de partijen niet geprobeerd de operatie te verhelen en hebben ze deze zelfs aangemeld als samenwerkingsovereenkomst; voorts hebben de ondernemingen hun medewerking verleend bij het onderzoek door de Commissie. De Commissie heeft er ook mee rekening gehouden dat de zaak een bijzonder complexe feitelijke en juridische analyse vergde, vooraleer kon worden uitgemaakt dat de door de partijen aangemelde operatie een concentratie is.

(1) Zie IP/99/618.

(2) Zie IP/00/1199.


Side Bar