Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

IP/01/872

Brussel, 20 juni 2001

Commissie bevestigt noodzaak om beperkingen op grensoverschrijdende investeringen en concurrentieverstoring op energiemarkten aan te pakken

De Europese Commissie bevestigde op haar bijeenkomst van 20 juni in Brussel dat ervoor moet worden gezorgd dat de door openbare autoriteiten in de lidstaten genomen maatregelen de investeringen tussen lidstaten niet direct of indirect beperken, hetgeen in strijd is met de regels van het EG-Verdrag inzake het vrij verkeer van kapitaal en het recht op vestiging, zoals werd uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 1997. De Commissie herhaalde ook nogmaals dat de Ministerraad van de EU en het Europees Parlement de voorstellen van maart 2001 om de energiemarkten in de EU volledig te liberaliseren snel dienen goed te keuren. De Commissie onderstreepte dat zij de regels op het gebied van de mededinging en staatssteun strikt zal blijven toepassen. Indien de goedkeuring van de richtlijnen inzake de liberalisering van de energiemarkt op zich zou laten wachten, waardoor de concurrentie zou worden verstoord, zou de Commissie overwegen om zelf richtlijnen of beschikkingen aan te nemen, op basis van artikel 86 van het EG-Verdrag, met name lid 3 ervan. Artikel 86 garandeert ook dat exploitanten door de toepassing van de mededingingsregels niet verhinderd worden hun verplichtingen van algemene dienstverlening te vervullen.

De Commissie verduidelijkte dat wanneer een lidstaat een onderneming privatiseert, en die lidstaat handelt in de hoedanigheid van een aandeelhouder met beheersende invloed, zij bepaalde voorwaarden betreffende de verkoop mag opleggen (met inbegrip van eventuele beperkingen op de deelname van ondernemingen uit de openbare sector in geprivatiseerde ondernemingen), voor zover deze voorwaarden:

  • gebaseerd zijn op specifieke economische beleidsdoelstellingen en op voorhand duidelijk werden omschreven

  • zonder discriminatie worden toegepast

  • beperkt zijn tot de periode die noodzakelijk is om de specifieke doelstellingen te bereiken en

  • geen interpretatiemarge laten aan het verantwoordelijke bestuur.

De Commissie bevestigde ook dat wanneer de verkoop eenmaal heeft plaatsgevonden en de openbare autoriteiten niet langer zeggenschap hebben over de onderneming, deze autoriteiten zich niet langer mogen mengen in geprivatiseerde ondernemingen, tenzij:

  • dergelijke bemoeienissen gerechtvaardigd zijn door een in het EG-Verdrag vastgelegd belang (zoals defensie, volksgezondheid of openbare orde)

  • of dergelijke bemoeienissen gerechtvaardigd zijn door andere doorslaggevende openbare belangen

  • en zij niet leiden tot discriminatie tussen de burgers van de betrokken lidstaat en de burgers van een andere lidstaat

  • en in verhouding staan tot dat belang.

Wat de huidige verschillen in de mate van liberalisering van de energiesector betreft, bevestigde de Commissie dat deze moeten worden aangepakt door de snelle goedkeuring door de Ministerraad van de EU en het Europees Parlement van de door de Commissie in maart 2001 geformuleerde voorstellen inzake de verdere liberalisering van de energiemarkten (volledige niet-binnenlandse elektriciteitsmarkt open voor concurrentie tegen 1 januari 2003, de niet-binnenlandse gasmarkt open voor concurrentie tegen 1 januari 2004 en alle consumenten (met inbegrip van de binnenlandse) vrije keuze tegen 1 januari 2005 - zie IP/01/356).

De Commissie besloot dat zij om de verstoring van de concurrentie en ongelijkheden op korte termijn aan te pakken, alvorens de bijkomende liberaliseringsvoorstellen aan te nemen:

  • toezicht zou uitoefenen op de lidstaten om te zorgen voor een tijdige en correcte tenuitvoerlegging van de bestaande richtlijnen inzake de liberalisering van de elektriciteits- en gassector

  • ervoor zou zorgen dat de in het Verdrag vervatte mededingingsregels integraal worden toegepast op de energiesector. In het bijzonder zal de Commissie de regels van de Verdragen op het gebied van restrictieve praktijken en het misbruik van een machtspositie blijven toepassen op maatregelen die de concurrentie op het gebied van de energievoorziening beperken of verstoren of leiden tot discriminatie op het gebied van de toegang tot het netwerk, en zal zij alle staatssteun die verleend wordt aan elektriciteits- en gasbedrijven (met inbegrip van staatssteun aan de nucleaire sector) grondig onderzoeken en de mededingingsregels toepassen op maatregelen die een beperking inhouden van het recht van de consumenten om een leverancier te kiezen. Zo heeft de Commissie de voorbije twee jaar bijvoorbeeld zaken behandeld met betrekking tot de gebonden verkoop (bijvoorbeeld GFU en EDF/CNR), de versterking van een machtspositie via een fusie (bijvoorbeeld VEBA/VIAG, EDF/EnBW), de bevoorrechte toegang tot het netwerk (bijvoorbeeld Deens/Duitse en Franse/Britse verbindingsleidingen), regelingen voor gestrande kosten en de verplichte binding van belangrijke klanten (Gasnatural/Endesa).

De Commissie kwam ook overeen dat indien de goedkeuring van de voorstellen inzake de verdere liberalisering van de energiemarkten zou worden vertraagd, zij zou overwegen om zelf beschikkingen of richtlijnen voor de liberalisering van de energiemarkt aan te nemen op basis van artikel 86 van het Verdrag, met name lid 3 ervan, om eventuele concurrentieverstoringen als gevolg van de verschillende niveaus van liberalisering aan te pakken. Een dergelijke aanpak, waarbij de Commissie aan de lidstaten gerichte richtlijnen aanneemt op grond van artikel 86, lid 3, van het Verdrag werd reeds gevolgd in de telecommunicatiesector.

In antwoord op het verzoek van het Europees Parlement in maart 2001 om een voorstel voor een richtlijn betreffende de beperkingen op grensoverschrijdende investeringen, legde de Commissie het Parlement uit dat zij, in haar hoedanigheid als hoedster van het EG-Verdrag, niet het recht had om deze bevoegdheden naar de afgeleide wetgeving af te schuiven. De Commissie kwam ook overeen haar standpunt in detail uit te leggen aan de Ministerraad van de EU.

De Commissie heeft het belang van een eengemaakte Europese markt en het respect voor de fundamentele principes van de interne markt onderstreept. De Commissie heeft ook bevestigd dat zij vastberaden was om een daadwerkelijke interne markt voor energie te scheppen die bijdraagt tot een betere continuïteit van de energievoorziening en hoogkwalitatieve diensten van algemeen belang.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website