Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

IP/01/174

Brussel, 7 Februari 2001

Commissie keurt extra beschermingsmaatregelen tegen BSE goed

De Europese Commissie heeft vandaag drie voorstellen voor beschikkingen goedgekeurd om de risico's van blootstelling aan BSE nog beter te bestrijden. De eerste beschikking stelt de verwijdering van de wervelkolom bij alle runderen ouder dan 12 maanden verplicht. Bovendien wordt separatorvlees van alle beenderen van herkauwers verboden. De tweede beschikking bevat nieuwe voorschriften voor de warmtebehandeling onder druk van gesmolten vetten van herkauwers voor gebruik in levensmiddelen en diervoeders. De derde beschikking staat het gebruik van bepaalde gehydrolyseerde eiwitten afkomstig van vissen en veren toe. De voorstellen van de Commissie houden rekening met het advies van de Wetenschappelijke Stuurgroep (WS) van 12 januari en sluiten aan bij de politieke oriëntatie van de Landbouwraad van 29 januari. De voorstellen worden vandaag aan het Permanent Veterinair Comité voorgelegd.

"Met de vandaag goedgekeurde voorstellen bieden wij de consumenten nog meer bescherming", aldus David Byrne, Europees commissaris voor Gezondheid en Consumentenbescherming. "Voor de bestrijding van BSE is het nu van het grootste belang dat de lidstaten er nauwlettend op toezien dat alle bestaande veiligheidsvoorschriften volledig worden toegepast. Als het verbod op het gebruik van vleesbeendermeel van zoogdieren in voeder voor herkauwers daadwerkelijk wordt nageleefd, gespecificeerd risicomateriaal in zijn totaliteit uit de karkassen verwijderd en vernietigd wordt en de bewaking door middel van tests doeltreffend functioneert, kunnen wij het BSE-probleem onder controle krijgen, dat is inmiddels bewezen."

1. Verwijderen van de wervelkolom van runderen

De wervelkolom van runderen die mogelijk BSE hebben, levert een klein restrisico op, wat vooral komt door de aanwezigheid van de achterwortelganglia. De leeftijdsstructuur van bewezen BSE-gevallen reduceert het risico bij dieren van minder dan 30 maanden nog verder. De ervaring heeft uitgewezen dat 99,95% van de meer dan 180 000 BSE-gevallen in Europa dieren betrof van meer dan 30 maanden. De WS adviseert daarom de wervelkolom van runderen ouder dan 12 maanden te verwijderen als er twijfels bestaan over de doeltreffendheid van het verbod op het vervoederen van vleesbeendermeel en als niet kan worden aangetoond dat het onwaarschijnlijk is dat het dier met BSE besmet is. Daarom wordt voorgesteld de wervelkolom aan te merken als gespecificeerd risicomateriaal dat bij runderen ouder dan 12 maanden verwijderd en vernietigd moet worden. Dit kan gebeuren op het punt van verkoop aan de consument.

Verder wordt voorgesteld dat als duidelijk kan worden aangetoond dat de bestaande beheersingsmaatregelen (verbod op vleesbeendermeel, verwijdering van gespecificeerd risicomateriaal en doeltreffende bewaking) goed functioneren, bepaalde lidstaten van deze eis kunnen worden vrijgesteld. Zo kunnen Zweden, Finland en Oostenrijk worden vrijgesteld omdat daar tot dusverre nog geen inheemse BSE-gevallen geconstateerd zijn en zij aangemerkt worden als landen waar BSE onwaarschijnlijk is. Dit argument was al aangevoerd om deze landen vrij te stellen van de eis om alle runderen van meer dan 30 maanden op BSE te testen, behalve met het oog op de uitvoer.

Het Verenigd Koninkrijk wordt vrijgesteld op grond van het advies van de WS van 12 januari en een aanvullend testprogramma (zie hierna). De WS adviseerde weliswaar om de wervelkolom te verwijderen, maar erkende dat dankzij de beheersingsmaatregelen in het VK, in het bijzonder het weren van alle runderen ouder dan 30 maanden uit de voedselketen, het aantal mogelijk besmette dieren uiterst klein is en steeds kleiner wordt. Naar schatting van de WS is bedraagt dit aantal voor 2001 0,8 dieren onder alle runderen jonger dan 30 maanden. Deze uitzondering zal echter niet tot gevolg hebben dat er vlees met been uit het VK geëxporteerd wordt, want dat blijft verboden krachtens het Date Based Export Scheme. In de praktijk heeft deze uitzondering dus tot gevolg dat de consumptie van vlees met been in het VK zelf toegestaan blijft.

De uitzondering voor Portugal ten slotte is, evenals die voor het VK, gebaseerd op de evaluatie van de nationale maatregelen ter uitroeiing van BSE en een aanvullend testprogramma voor alle op het bedrijf gestorven dieren. Na een aantal inspecties van het Voedsel- en Veterinair Bureau zijn de diensten van de Commissie tot de slotsom gekomen dat er sinds 1 juli 1999 in Portugal een effectief verbod op vleesbeendermeel is. De uitzondering zou alleen van toepassing zijn op runderen die na deze datum geboren zijn en jonger zijn dan 30 maanden. Maar zolang de Commissie geen afzonderlijke beschikking voorstelt om het huidige verbod op de uitvoer van rundvlees en rundvleesproducten uit Portugal op te heffen blijft de uitzondering alleen gelden voor in dat land zelf geconsumeerd vlees.

Alle genoemde uitzonderingen worden verleend onder de voorwaarde dat de bewaking op BSE voortgezet en verbeterd wordt. In al deze lidstaten moet het testen van bepaalde categorieën dieren worden geïntensiveerd om een extra garantie te bieden betreffende hun BSE-situatie. Zo moet het VK naar schatting 65 000 runderen testen die zijn geboren in het jaar volgende op de invoering van het voederverbod (tussen 1 augustus 1996 en 1 augustus 1997). Hoewel deze dieren niet in de voedselketen terecht zullen komen als gevolg van het verbod op de menselijke consumptie van dieren ouder dan 30 maanden, zullen deze tests uiterst waardevolle epidemiologische informatie opleveren.

Zweden, Finland en Oostenrijk zal worden gevraagd tests uit te voeren op alle runderen ouder dan 30 jaar die voor menselijke consumptie worden geslacht en op alle runderen die op het bedrijf overlijden. Op dit moment zijn deze landen alleen verplicht tests uit te voeren op runderen van meer dan 30 maanden als er een risico is (noodslachting of neurologische symptomen), op runderen waarvan het vlees voor menselijke consumptie wordt uitgevoerd en op een klein percentage van op het bedrijf overleden dieren.

Ten slotte kunnen ook andere lidstaten om ontheffing vragen op grond van hun epidemiologische BSE-situatie en in het bijzonder de doeltreffendheid van het verbod op het vervoederen van vleesbeendermeel aan herkauwers.

Dit voorstel wordt ten uitvoer gelegd door wijziging van Beschikking 2000/418/EG van de Commissie (inzake gespecificeerd risicomateriaal) en moet ingaan op 31 maart 2001.

2. Een verbod op separatorvlees afkomstig van runderbeenderen

Er geldt al een verbod op separatorvlees afkomstig van de schedel en de wervelkolom van herkauwers. In de praktijk is de herkomst van het vlees echter moeilijk te controleren. Daarom wordt voorgesteld het verbod uit te breiden tot alle beenderen van runderen, schapen en geiten. Het advies van de WS onderschrijft deze aanpak. Ook de consumenten en de vleesverwerkende industrie staan achter deze maatregel.

Dit voorstel wordt ten uitvoer gelegd door een technische wijziging van Beschikking 2000/418/EG (inzake gespecificeerd risicomateriaal) en moet ingaan op 31 maart 2001.

    3. Warmtebehandeling van gesmolten vetten van herkauwers (talg) voor gebruik in voeder voor herkauwers

Talg voor gebruik in diervoeder wordt momenteel gefiltreerd om eiwitten en onzuiverheden te verwijderen. De Wetenschappelijke Stuurgroep beveelt echter aan dat het ook eenzelfde warmtebehandeling moet ondergaan als vleesbeendermeel van herkauwers (133 graden, 3 bar, 20 minuten). Verder beveelt de WS aan om talg voor gebruik in melkvervangers voor kalveren alleen te bereiden uit diverse vetweefsels (d.w.z. niet uit beenderen). De Commissie stelt voor deze voorschriften in te voeren en dezelfde maatregelen toe te passen op talg die voor levensmiddelen is bestemd. Talg wordt op grote schaal in de menselijke voeding gebruikt en het zou niet juist zijn om aan levensmiddelen lagere eisen te stellen dan aan diervoeder.

Sommige lidstaten zouden er de voorkeur aan geven de maatregel uit te breiden tot een totaalverbod op het gebruik van dierlijke vetten in diervoeder, of tot alle vetten van herkauwers. De huidige wetenschappelijke kennis geeft hiertoe echter geen aanleiding. Niettemin blijven de diensten van de Commissie voortdurend nagaan of de maatregelen toereikend zijn om te garanderen dat vetten van herkauwers veilig kunnen worden gebruikt in voer voor herkauwers. Ook het wetenschappelijk advies inzake de veiligheid van vetten wordt voortdurend opnieuw bezien.

Dit voorstel wordt ten uitvoer gelegd door wijziging van Beschikking 1999/534/EG van de Raad betreffende de verwerking van bepaalde dierlijke afvallen en moet ingaan op 1 maart 2001.

4. Gehydrolyseerde eiwitten

Voor het vanaf 1 januari 2001 ingevoerde verbod op het gebruik van bepaalde dierlijke eiwitten, hoofdzakelijk vleesbeendermeel, in diervoeder golden een aantal uitzonderingen. Het betreft hier onder meer gehydrolyseerde eiwitten. De Wetenschappelijke Stuurgroep moest echter nog duidelijkheid verschaffen over enkele van de voorwaarden waaronder deze uitzondering geldt. Het voorstel wordt ten uitvoer gelegd door een technische aanpassing van Beschikking 2001/9/EG van de Commissie, waardoor het gebruik van gehydrolyseerde eiwitten, afkomstig van vis en veren, voor andere dieren dan herkauwers wordt toegestaan; het wordt van toepassing op 1 maart 2001.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website