Navigation path

Left navigation

Additional tools

Commissie legt boeten op aan vijf ondernemingen in natriumgluconaatkartel** Dit persbericht vervangt een eerder gepubliceerd persbericht als gevolg van de beschikking van de Commissie van 19 maart 2002 tot intrekking van de beschikking van 2 oktober 2001 voor zover zij aan een van de geadresseerde van deze eerdere beschikking werd betekend.

European Commission - IP/01/1355   02/10/2001

Other available languages: EN FR DE

IP/01/1355

Rev.Versie

Brussel, 19 maart 2002

Commissie legt boeten op aan vijf ondernemingen in natriumgluconaatkartel*(1)

De Europese Commissie heeft vandaag voor in totaal 37,13 miljoen EUR aan geldboeten opgelegd aan Daniels Midland Company Inc, Akzo Nobel NV, Avebe BA, Fujisawa Pharmaceutical Company Ltd en Roquette Frères SA - wegens prijsafspraken en verdeling van de markt voor natriumgluconaat. Dit chemische product wordt vooral gebruikt voor het reinigen van metaal en glas en vindt onder meer toepassing in het spoelen van flessen, de reiniging van gereedschap en het verwijderen van verf. Deze beschikking komt er na een grondig onderzoek waaruit bleek dat de vijf ondernemingen - die samen goed zijn voor nagenoeg de totale wereldproductie - tussen 1987 en 1995 een geheim kartel in stand hielden.

Na een onderzoek dat in 1997 van start was gegaan, kon de Europese Commissie aantonen dat het Amerikaanse bedrijf Archer Daniels Midland, de twee Nederlandse bedrijven Akzo Nobel en Avebe, het Japanse Fujisawa Pharmaceutical en het Franse Roquette tussen 1987 en 1995 betrokken waren bij een wereldwijd kartel, waarbij zij prijsafspraken maakten en de markt voor natriumgluconaat onder elkaar verdeelden.

Natriumgluconaat is een chemisch product dat vooral wordt gebruikt voor het reinigen van metaal en glas; het vindt onder meer toepassing in het spoelen van flessen, de reiniging van gereedschap en de oppervlaktebehandeling. Tijdens de periode waarin de inbreuk gemaakt werd, was deze markt in de Europese Economische Ruimte (de 15 EU-lidstaten plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) jaarlijks goed voor 18 miljoen EUR.

Het kartel begon in 1987 en bleef voortbestaan tot juni 1995. De ondernemingen organiseerden geregeld bijeenkomsten, waar zij afspraken maakten over individuele verkoopvolumes, "minimum"- en "richt"-prijzen vastlegden en bepaalde afnemers aan elkaar toewezen. De Commissie verkreeg bewijzen voor 25 kartelbijeenkomsten, die werden gehouden op locaties als Amsterdam, Londen en Parijs, maar ook in Hakone (Japan), Chicago, Vancouver of Zürich. De naleving van de afgesproken verkoopvolumes werd zorgvuldig in het oog gehouden. In de regel was het zo dat een onderneming die tegen het eind van een bepaald jaar meer had verkocht dan was toegestaan, overeenkomstig gekort werd op de hoeveelheden die ze het jaar nadien mocht verkopen.

Een deel van het bewijsmateriaal over het kartel werd de Commissie meegedeeld door de betrokken ondernemingen, in het kader van de EU-regels waarbij ondernemingen die in kartelzaken hun medewerking verlenen aan de Commissie, volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten krijgen. (Zie hierover de zgn. clementieregeling, te vinden op volgend adres: http://ec.europa.eu/competition/antitrust/legislation/96c207_en.html).

De geldboete voor Fujisawa werd verminderd met 80% omdat deze onderneming als eerste doorslaggevend bewijsmateriaal verstrekte over het kartel - nog vóór de Commissie onaangekondigde verificaties uitvoerde. Dit is de eerste maal dat de Commissie een zo ruime vermindering voor geldboeten toekent. De Commissie had ook een volledige vrijstelling van geldboeten kunnen verlenen aan Fujisawa. Zij heeft dit echter niet gedaan omdat Fujisawa haar medewerking pas begon te verlenen nadat zij van de Commissie een verzoek om inlichtingen had ontvangen. De medewerking van Fujisawa was dus niet volledig spontaan.

De Commissie beschouwt de gedragingen van de ondernemingen in deze zaak als een zeer zware inbreuk op de mededingingsregels. Daarom heeft zij in haar beschikking op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag en van artikel 53 van de EER-Overeenkomst geldboeten opgelegd voor in totaal 37,13 miljoen EUR.

Voor de verschillende ondernemingen zijn de geldboeten als volgt:

  • Archer Daniels Midland Company Inc: 10,13 miljoen EUR

  • Akzo Nobel NV: 9,0 miljoen EUR

  • Avebe BA:   3,6 miljoen EUR

  • Fujisawa Pharmaceutical Company Ltd: 3,6 miljoen EUR

  • Roquette Frères SA: 10,8 miljoen EUR.

In dit verband verklaarde Mario Monti, het met het mededingingsbeleid belaste lid van de Commissie:

"Deze beschikking is een nieuw bewijs van de vastberadenheid van de Commissie om hardcore-kartels op te sporen en te bestraffen; het gaat hier om de zwaarste inbreuken op de mededingingsregels. Dat een van de betrokken ondernemingen een nooit eerder geziene verlaging van haar geldboete krijgt, toont ook dat de Commissie een passende beloning geeft aan ondernemingen die de inbreuk opbiechten, en zodoende een cruciale rol spelen bij het aan het licht brengen van kartels voor prijsafspraken."

Achtergrond

Bij de berekening van de geldboeten houdt de Commissie rekening met de zwaarte van de inbreuk op de kartelregels, de looptijd ervan en het al dan niet bestaan van verzwarende/verzachtende omstandigheden. Daarom wordt voor de berekening van het bedrag van de geldboeten niet alleen de omzet van de ondernemingen in aanmerking genomen, ook al mag het uiteindelijke bedrag niet hoger zijn dan 10% van de totale jaaromzet van een onderneming.

Bij het natriumgluconaatkartel ging het om een zeer zware inbreuk, en de meeste van de karteldeelnemers maakten gedurende meer dan vijf jaar inbreuk op de regels. De Commissie nam bij het vaststellen van het basisbedrag van de geldboeten de beperkte omvang van de natriumgluconaatmarkt in aanmerking.

De Commissie begon deze zaak in 1997 te onderzoeken, nadat zij vernomen had dat een aantal van de ondernemingen waaraan de huidige beschikking is gericht, door de autoriteiten in de VS was aangeklaagd wegens internationale heimelijke afspraken in de VS en daarbuiten. De meeste van de karteldeelnemers pleitten schuldig op deze aanklacht en betaalden geldboeten in de VS en Canada.

In het voorjaar van 1998 - kort nadat de Commissie verzoeken om inlichtingen had verzonden - diende Fujisawa een verzoek in om aanspraak te kunnen maken op toepassing van de clementieregeling; zij deelde de Commissie ook doorslaggevend bewijsmateriaal mee over het kartel. In september 1998 vonden onaangekondigde inspecties plaats. Nadien hebben alle betrokken ondernemingen een verzoek ingediend om aanspraak te kunnen maken op toepassing van de clementieregeling.

De Commissie kende aan ADM en Roquette een vermindering van 40% toe omdat de medewerking van beide ondernemingen een toegevoegde waarde opleverde. Daarentegen gaven Akzo en Avebe de Commissie niet meer informatie dan die waarover zij al beschikte, maar dankzij deze gegevens konden wel bepaalde feiten hard worden gemaakt vóór de Commissie haar mededeling van punten van bezwaar had verzonden. Daarom achtte de Commissie het passend de geldboete voor deze ondernemingen met slechts 20% te verlagen.

IP/

Bruxelles, le

(1)* Dit persbericht vervangt een eerder gepubliceerd persbericht als gevolg van de beschikking van de Commissie van 19 maart 2002 tot intrekking van de beschikking van 2 oktober 2001 voor zover zij aan een van de geadresseerde van deze eerdere beschikking werd betekend.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website