Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

ip/00/520

Brussel, 24 mei 2000

Commissie keurt het laatste stel nieuwe mededingingsvoorschriften voor de distributiesector goed

De Europese Commissie heeft vandaag de laatste hoeksteen gelegd van haar nieuwe mededingingsvoorschriften op het gebied van leverings- en distributieovereenkomsten. Zij heeft een stel richtsnoeren inzake "verticale afspraken" goedgekeurd die de in december 1999 goedgekeurde nieuwe groepsvrijstellingsverordening(1) aanvullen. De richtsnoeren en de groepsvrijstellingsverordening vormen samen de basis van een meer economisch en minder regulerend concurrentiebeleid ten aanzien van hetgeen soms "verticale overeenkomsten" wordt genoemd, dit wil zeggen overeenkomsten voor de verkoop of de afname van goederen of diensten tussen ondernemingen die actief zijn op verschillende niveaus van de productie- of distributieketen. De hervorming betreft in het bijzonder leveringsovereenkomsten voor industriële goederen, exclusieve en selectieve distributieovereenkomsten, franchiseovereenkomsten en merkexclusiviteitsovereenkomsten in bijvoorbeeld de bier- en oliesector. Dergelijke overeenkomsten zijn zeer belangrijk voor de werking van de economie. De hervorming van een cruciaal deel van het concurrentiebeleid maakt deel uit van een ruimere hervorming die door de Commissie wordt opgezet met het oog op de modernisering van haar concurrentievoorschriften(2).

Commissaris Mario Monti betoogde dat "deze belangrijke hervorming de verbintenis van de Commissie bevestigt om de communautaire mededingingsvoorschriften te herzien en te moderniseren. Dit heeft ten doel deze regels te vereenvoudigen en de uit de regelgeving voortvloeiende last voor de ondernemingen te verminderen en tegelijk te zorgen voor een meer efficiënte controle op de verticale afspraken die worden gemaakt door ondernemingen met een merkbare marktmacht. Dit zal de Commissie de mogelijkheid bieden om zich in de toekomst te concentreren op de belangrijke zaken, en dit in samenwerking met de lidstaten die een steeds grotere rol zullen spelen bij de toepassing van de communautaire concurrentievoorschriften".

De nieuwe voorschriften zullen van toepassing zijn vanaf 1 juli 2000 en drie oude groepsvrijstellingsverordeningen vervangen die respectievelijk van toepassing waren op exclusieve distributie-, exclusieve afname- en franchiseovereenkomsten(3). Bestaande overeenkomsten blijven in het toepassingsgebied van de oude groepsvrijstellingsverordeningen vallen tot eind 2001. De nieuwe voorschriften hebben geen betrekking op de groepsvrijstellingsverordening inzake distributie- en serviceovereenkomsten voor motorvoertuigen die in september 2002 verstrijkt.

"Verticale overeenkomsten" kunnen bepaalde beperkingen van de concurrentie bevatten die, bij gebrek aan merkbare marktmacht van de betrokken ondernemingen, in het algemeen de productie en de distributie van de betrokken goederen en diensten verbeteren. Dergelijke overeenkomsten kunnen evenwel ook negatieve gevolgen hebben op de markt, inzonderheid wanneer zij leiden tot de verdeling of de afscherming van de markten.

De nieuwe regels houden een verschuiving in van de formalistische wetgevende aanpak die aan de basis ligt van de oude wetgeving naar een meer economische aanpak bij de beoordeling van verticale overeenkomsten die onder de mededingingsregels van de EU vallen. Het hoofddoel van deze nieuwe benadering is het vereenvoudigen van de regels die gelden voor de leverings- en distributieovereenkomsten en de vermindering van de uit de regelgeving voortvloeiende last, vooral voor ondernemingen die geen marktmacht hebben, zoals KMO's, terwijl wordt gezorgd voor een meer efficiënte controle op de overeenkomsten tussen ondernemingen die wel over merkbare marktmacht beschikken. Het nieuwe beleid is gebaseerd op een verordening met ruime werkingssfeer, waardoor een groepsvrijstelling wordt verleend voor leverings- en distributieovereenkomsten met betrekking tot halffabrikaten, eindproducten en diensten. Krachtens de nieuwe groepsvrijstellingsverordening kunnen ondernemingen met een marktaandeel van minder dan 30 % profiteren van een zogenaamde "veilige zone" in het kader van de communautaire mededingingsregels.

De veilige zone die wordt gevormd door een marktaandeeldrempel van minder dan 30 %, biedt de ondernemingen de vrijheid om leverings- en distributieovereenkomsten te sluiten die het best aansluiten bij hun individuele commerciële belangen en om zich aan te passen aan de veranderende economische omstandigheden. De groepsvrijstellingsverordening geldt echter niet voor twee categorieën beperkingen.

De eerste categorie behelst een beperkt aantal zogenaamde flagrante concurrentiebeperkingen (hard-core restrictions). Dergelijke beperkingen mogen niet door ondernemingen worden opgenomen in hun overeenkomsten. Het betreft inzonderheid de volgende gevallen:

  • een producent mag zijn distributeurs geen wederverkoopprijs van zijn producten opleggen. Aanbevolen prijzen en maximum prijzen zijn doorgaans toegestaan.

  • een producent mag zijn distributeurs niet verhinderen om aan een bepaalde klant te verkopen voor zover er geen klantenwerving mee gemoeid is (passieve verkoop). Dit betekent dat elke distributeur mag antwoorden op een vraag naar een product of een dienst die uitgaat van een klant binnen de Gemeenschap. Het staat de distributeurs eveneens vrij om gebruik te maken van het Internet om op dergelijke verzoeken in te gaan.

  • een producent die een selectief distributiesysteem toepast, bijvoorbeeld in de sector cosmetica, mag de actieve noch passieve verkoop door erkende distributeurs aan eindgebruikers of andere erkende distributeurs beperken.

  • een producent die onderdelen inkoopt die zullen worden geïntegreerd in zijn eigen producten, bijvoorbeeld een onderdeel voor de fabricage van een huishoudapparaat, mag niet verhinderen dat de leverancier van de onderdelen die onderdelen als vervangingsonderdelen verkoopt aan eindgebruikers of onafhankelijke herstellers.

Deze beperkingen zijn verboden teneinde een vrije prijsconcurrentie onder distributeurs te handhaven die de consumenten ten goede komt, en te garanderen dat de consumenten naar eigen keuze in de Gemeenschap goederen en diensten kunnen inkopen. De Commissie zal een strikt toezicht uitoefenen op deze verbodsbepalingen die eveneens rechtstreeks kunnen worden toegepast door nationale mededingingsautoriteiten en rechterlijke instanties. Inbreuken op die regels kunnen met een geldboete worden gesanctioneerd en aanleiding geven tot schadevorderingen.

De tweede categorie beperkingen welke niet in de werkingssfeer van de nieuwe verordening valt, betreft bepaalde beperkingen die niet zijn vrijgesteld maar die in bepaalde omstandigheden niettemin verenigbaar kunnen zijn met de communautaire mededingingsvoorschriften. De belangrijkste beperking betreft niet-concurrentieverplichtingen waarbij distributeurs worden verplicht om alleen de merken van één leverancier te verkopen, voor zover de duur ervan langer is dan vijf jaar. Dergelijke overeenkomsten vallen niet in de werkingssfeer van de nieuwe proefsvrijstellingsverordening omdat zij een sterk afschermingseffect kunnen hebben op de markt. In de richtsnoeren wordt beschreven onder welke voorwaarden lange-termijninvesteringen een langere duur van de niet-mededingingsverplichtingen kunnen billijken.

Boven de drempel die wordt gevormd door een marktaandeel van 30 %, vallen verticale overeenkomsten niet in de werkingssfeer van de nieuwe groepsvrijstellingsverordening, maar worden zij evenmin automatisch als onrechtmatig beschouwd. Een afzonderlijk onderzoek kan noodzakelijk zijn op grond van artikel 81 van het verdrag waarin de voorwaarden zijn uiteengezet waarin dergelijke overeenkomsten tussen ondernemingen kunnen worden vrijgesteld van de toepassing van de communautaire mededingingsvoorschriften. Ondernemingen die zich in een dergelijke situatie bevinden worden verzocht zelf de mogelijke gevolgen van hun verticale overeenkomsten aan de wetsvoorschriften te toetsen. De richtsnoeren zullen hen helpen bij een dergelijke beoordeling op grond van de communautaire concurrentievoorschriften.

Achtergrond

Er dient te worden op gewezen dat de nieuwe concurrentievoorschriften het resultaat zijn van een grondige herziening van het beleid waarvan de publicatie van een Groenboek in januari 1997 en de publicatie, in september 1998, van een mededeling betreffende de toepassing van de communautaire mededingingsregels op verticale afspraken(4) de belangrijkste maatregelen waren. Het brede overleg dat daarop volgde, heeft de Commissie geholpen bij het opstellen van een kader voor hervorming van het beleid in het laatstgenoemde document wordt voorgesteld.

De richtsnoeren helpen de ondernemingen bij hun eigen beoordeling op grond van de communautaire mededingingsregels omdat in de richtsnoeren toelichting is verschaft bij de volgende punten:

  • de verticale overeenkomsten die de mededinging in het algemeen niet vervalsen en derhalve buiten de werkingssfeer van artikel 81, lid 1, vallen. Dit betreft inzonderheid overeenkomsten tussen KMO's, daadwerkelijke agentschapovereenkomsten en overeenkomsten waar noch de leverancier, noch de afnemer een merkbare marktmacht heeft;

  • de verticale overeenkomsten die in aanmerking komen voor de veilige zone die in het leven is geroepen door de groepsvrijstellingsverordening, aan de hand van een beschrijving van de voorwaarden voor de toepassing van de groepsvrijstellingsverordening;

  • de omstandigheden waarin het voordeel van de groepsvrijstellingsverordening door de Commissie of de autoriteiten van de lidstaten kan worden ingetrokken;

  • kwesties die de marktafbakening en de berekening van het marktaandeel betreffen en te berde kunnen worden gebracht wanneer de ondernemingen voldoen aan de marktaandeeldrempel van 30% die geldt voor de groepsvrijstellingsverordening;

  • het handhavingsbeleid van de Commissie in gevallen die buiten de werkingssfeer van de groepsvrijstellingsverordening vallen. Er is een algemeen onderzoekskader aangereikt en dat onderzoekskader wordt toegepast op de belangrijkste specifieke verticale afspraken zoals merkexclusiviteit, exclusieve distributie en selectieve distributie.

Het nieuwe beleid zal de contractuele vrijheid verhogen inzonderheid voor kleine en middelgrote ondernemingen en in het algemeen voor ondernemingen die over marktmacht beschikken. De dwangbuis die door de oude groepsvrijstellingsverordeningen was opgelegd, wordt weggenomen.

De richtsnoeren zullen over vier jaar opnieuw worden bekeken in het licht van de marktontwikkelingen en de ervaring die de Commissie bij de toepassing van het nieuwe beleid heeft opgedaan.

Wat de automobielsector betreft, dient erop te worden gewezen dat de groepsvrijstellingsverordening nr. 1475/95 betreffende de distributie van motorvoertuigen bij de aanvang van de herziening van het beleid, pas twee jaar van kracht was. Bovendien verstrijkt die verordening op 30 september 2002, later dan de oude groepsvrijstellingsverordeningen inzake exclusieve distributie, exclusieve afname en franchising. Derhalve heeft de Commissie besloten om die sector uit te sluiten van de huidige herziening van het beleid. In de besprekingen in de Raad over de voorstellen van de Commissie inzake verticale afspraken, hebben de lidstaten benadrukt dat zij niet wensten vooruit te lopen op de keuze van de toekomstige vrijstellingsregeling voor de automobieldistributie. Derhalve heeft de Commissie zich formeel ertoe verbonden om het adviescomité onmiddellijk te raadplegen zodra een ad hoc-verslag op grond van artikel 11 van Verordening nr. 1475/95 (dat tegen eind 2000 wordt verwacht), is opgesteld en alvorens een besluit te nemen inzake de toekomstige vrijstellingsregeling voor de automobielsector.

De nieuwe groepsvrijstellingsverordening en de richtsnoeren zijn op Internet beschikbaar op onderstaand adres:

http://ec.europa.eu/dg04/lawenten/en/entente3.htm#iii_1

(1)Verordening (EG) nr. 2790/1999 van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, PB L 336 van 29.12.1999, blz. 21-25.

(2)Zie inzonderheid de plannen van de Commissie om de procedurele aspecten van het communautaire concurrentiebeleid te moderniseren (Witboek van de Commissie) en de herziening van het communautaire concurrentiebeleid inzake "horizontale overeenkomsten" (PB C 118 van 27.4.2000).

(3)Verordeningen (EEG) nr. 1983/83, PB L 173, van 30.6.1983, blz. 1, (EEG) Nr.1984/83, PB L 173, van 30.6.1983, blz. 5 en (EEG) nr. 4087/88, PB L 359 van 28.12.1988, blz. 46.

(4)Respectievelijk gepubliceerd als documenten COM(96) 721 def. en COM(98) 544 def.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website