Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

IP/00/498

Brussel, 22 mei 2000

Scorebord van de Interne markt: Commissie waarschuwt tegen de verminderde aandacht van de lidstaten voor de tenuitvoerlegging van regelgeving

Na twee jaar van vooruitgang waarin de lidstaten steeds minder tijd nodig hadden om de regels voor de interne markt, die ze gezamenlijk hebben goedgekeurd, in nationaal recht om te zetten, is deze tendens nu tot stilstand gekomen. Volgens de laatste aflevering van het Scorebord van de Interne Markt zijn 13 procent van de richtlijnen voor de interne markt (194 van de 1489) die op 15 april 2000 in werking zijn getreden, nog niet door alle lidstaten omgezet. Vier landen - Griekenland, Portugal, Frankrijk en Luxemburg - zijn verantwoordelijk voor 40% van de achterstand. Het verschil tussen de landen die de regelgeving het snelste ten uitvoer leggen en de langzaamste landen wordt steeds groter. De Commissie heeft de lidstaten ten doel gesteld het achterstandpercentage terug te brengen tot 1,5% aan het eind van dit jaar. Tot nu toe hebben alleen Zweden, Spanje en Finland dit doel bereikt, hoewel ook Italië, Luxemburg, België, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje hun prestaties hebben verbeterd. Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat de lidstaten nog veel moeten doen om het doel dat zij zelf tijdens de Raad van Lissabon hebben gesteld te bereiken, namelijk de versnelling van de economische hervormingen en de totstandbrenging van een volledig operationele interne markt. Vooral de ontwikkeling van de informatiemaatschappij baart zorgen: geen enkele van de vijf richtlijnen betreffende de diensten van de informatiemaatschappij is in de hele EU volledig ten uitvoer gelegd.

Frits Bolkestein, Commissielid voor de interne markt, zei hierover: "Na jaren van vooruitgang is er nu helaas een steeds diepere kloof tussen de lidstaten die de regels voor de interne markt tijdig ten uitvoer leggen en de andere die dit steeds uitstellen. De lidstaten die een achterstand hebben opgelopen, moeten er alles aan doen om deze weg te werken. Dit is van groot belang wanneer wij het in Lissabon geformuleerde doel willen bereiken en de meest competitieve en dynamische, op kennis gebaseerde economie ter wereld willen worden. Zonder een volledig functionerende interne markt is dit naar mijn mening niet mogelijk."

De interne markt biedt de Europese burger een ruimere keuze in kwaliteitsgoederen en -diensten, meer vrijheid om in andere EU-landen te reizen, werken, studeren en wonen en vergroot daarmee de marktkansen voor het bedrijfsleven. Eerdere afleveringen van het scorebord (ingevoerd in november 1997), waarin de werkzaamheden en de bereikte resultaten bij de toepassing van de regels voor de interne markt worden vergeleken, hebben de competitie tussen de lidstaten op dit gebied aangewakkerd.

Tenuitvoerlegging

Op het laatste scorebord zijn uiteenlopende omzettingsresultaten te zien. De kloof tussen de landen die de regelgeving voor de interne markt op tijd ten uitvoer leggen en de achterblijvers, wordt steeds groter. Zweden, Spanje en Finland (de 'kampioen aller tijden' van de interne markt) hebben een omzettingsachterstand van minder dan 1,5%. Vier landen - Griekenland, Portugal, Frankrijk en Luxemburg hebben een achterstand van meer dan 4%. Vooral Griekenland staat er slechter voor dan in november 1997, toen het eerste scorebord werd gepubliceerd. In Frankrijk zijn de achterstanden met 18 maanden het grootst, terwijl Denemarken met 6 maanden het laagste cijfer te zien geeft. Luxemburg, Oostenrijk, Italië en België, die in het verleden het slechtst presteerden, hebben grip op het probleem gekregen en laten nu een voortdurende verbetering zien.

De meeste achterstanden hebben betrekking op recente richtlijnen. Ongeveer 60% van de richtlijnen waarvan de deadline in 1998 afliep, zijn nog niet volledig door alle lidstaten ten uitvoer gelegd. Voor 1999 is dit 90%. Griekenland, Frankrijk, Portugal en Luxemburg zijn samen verantwoordelijk voor 44% van alle achterstanden (344 van de 786 maatregelen met een achterstand). Luxemburg heeft sinds november 1999 echter vooruitgang geboekt.

Vorderingen bij de tenuitvoerlegging van de richtlijnen voor de interne markt

Mei 2000

Mei 1999Mei 1998
FIN1,41,31,2
E 1,51,83,3
S1,52,12
DK2,01,42,2
NL3,02,42,2
UK3,03,33,8
B3,13,57,1
D3,42,45,4
I3,45,56,4
A3,64,55,2
IRL4,03,95,4
L4,64,85,6
F5,24,85,6
P6,05,75,9
EL7,35,25,5

De gevolgen van de ongelijke en vertraagde tenuitvoerlegging van regels van de interne markt zullen duidelijk merkbaar zijn bij de diensten van de informatiemaatschappij. Geen van de richtlijnen betreffende diensten van de informatiemaatschappij die de afgelopen jaren in werking zijn getreden, is door alle lidstaten volledig ten uitvoer gelegd. Omdat de diensten van de informatiemaatschappij geen grenzen kennen, kan de rechtsonzekerheid over de toepasselijke regels de groei van de ondernemingen en de ontwikkeling van informatiediensten in het algemeen belemmeren.

Inbreuken

Ongelijke tenuitvoerlegging van voorschriften leidt tot versplintering van de interne markt en tot talrijke inbreuken. Bijzonder problematisch is de vertraagde toepassing van de oudere richtlijnen, waarvan de termijn voor de tenuitvoerlegging vóór januari 1998 afliep. Meer dan de helft van deze inbreukprocedures betreft Griekenland, Frankrijk en Ierland. In totaal neemt het aantal inbreukprocedures betreffende regels voor de interne markt echter af.

Statistiek van procedures wegens veronderstelde schendingen van internemarktvoorschriften

  Vergelijking tussen de tijdvakken 1.3.1999-1.3.2000 en 1.3.1998-1.3.1999(1)

B

DKDEELFIRLILNLAPFINSUKEU
Aanmaningsbrieven3.99-3.00268352517291725161027175910276
3.98-3.99305311727521543692821161321334
Met redenen omklede adviezen3.99-3.00181191915341121921710167190
3.98-3.99253171512455317910192514219
Verwijzing naar Hof van Justitie3.99-9.009145320418111501174
3.98-3.99515291323123211252
Arresten van het Hof van Justitie9.99-9.0040416835601000139
3.98-3.99404543331000500032

Aanhoudende vooruitgang bij Europese normalisatie

Uit de scorebordgegevens blijkt dat verdere vooruitgang is geboekt bij de ratificatie van nieuwe Europese normen ter ondersteuning van de "nieuweaanpakrichtlijnen". Krachtens deze richtlijnen worden er op Europees niveau minimumeisen vastgesteld en worden door Europese normalisatie-instellingen technische normen ontwikkeld die ervoor moeten zorgen dat een product aan deze minimumeisen voldoet. Eind 1999 was 49% van de onder deze "nieuwe aanpak" door Europese normalisatie-instellingen ontwikkelde normen geratificeerd, tegen 21% in 1995. Ook is de ontwikkelingstijd voor normen korter geworden.

Aantal nationale technische voorschriften blijft groot

In sectoren waar geen Europese normen gelden, blijven lidstaten op nationaal niveau specifieke producteisen opleggen. Het aantal technische voorschriften op nationaal niveau blijft groot. In Richtlijn 98/34/EG is een communautaire informatieprocedure vastgelegd die moet voorkomen dat nieuwe technische voorschriften een belemmering vormen voor het vrije verkeer van goederen en van diensten van de informatiemaatschappij. De meeste kennisgevingen die krachtens deze richtlijn van technische ontwerp-voorschriften worden gedaan, komen voor rekening van drie landen (Nederland, Duitsland en Oostenrijk) en vijf sectoren (landbouwproducten en levensmiddelen, vervoer, bouwnijverheid, telecommunicatie en werktuigbouw).

Belangstelling van burgers voor de interne markt

Uit de feedback over de verzoeken om informatie en problemen die in het kader van het programma "Dialoog met burgers en bedrijfsleven" aan de Commissie worden voorgelegd, blijkt dat de onderwerpen werken, wonen en studeren in een ander land de meeste vragen oproepen. Over het algemeen zijn burgers nauwelijks op de hoogte van hun rechten. Uit analyse van de feedback blijkt dat men een onderscheid moet maken tussen problemen bij de uitvoering van internemarktregels enerzijds en problemen naar aanleiding van de toepassing ervan door nationale ambtenaren anderzijds.

Prijsconvergentie

De voorlopige Eurostat-cijfers over de koopkrachtpariteiten voor 1998 bevestigen dat de trend naar prijsconvergentie in de interne markt zich voortzet. Uit een op koopkrachtpariteiten gebaseerde vergelijking van de prijsniveaus voor de particuliere consumptie in de lidstaten blijkt dat het verschil tussen de duurste (Denemarken) en de goedkoopste EU-lidstaat (Portugal) groot blijft. Mede dankzij de toegenomen concurrentie en een betere integratie in de interne markt zijn de relatieve prijzen in Nederland, Oostenrijk, Finland, Zweden en Frankrijk echter nog verder gedaald. Onder druk van het sterke Britse pond stegen de prijzen in het Verenigd Koninkrijk ten opzichte van die in de andere lidstaten. In mindere mate gebeurde dit ook in Ierland, waar de snelle en aanhoudende economische groei de oorzaak was.

De volledige tekst van het meest recente Scorebord staat op de internetsite Europa: http://ec.europa.eu/internal_market.

(1) De cijfers in de tabellen staan los van elkaar. Dezelfde zaak kan meer dan een keer voorkomen, bijvoorbeeld als de aanmaningsbrief en het met redenen omklede advies beide tussen 1 maart 1998 en 1 maart 1999 zijn verzonden. Ook de zaken die na instelling van de inbreukprocedure werden gesloten, zijn in de tabellen opgenomen.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website