Navigation path

Left navigation

Additional tools

De Commissie keurt een Witboek goed betreffende Milieuaansprakelijkheid

European Commission - IP/00/137   09/02/2000

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

IP/00/137

Brussel, 9 februari 2000

De Commissie keurt een Witboek goed betreffende Milieuaansprakelijkheid

De Europese Commissie heeft vandaag een witboek goedgekeurd betreffende milieuaansprakelijkheid. Het doel daarvan is na te gaan hoe het beginsel dat de vervuiler betaalt een van de centrale milieubeginselen van het EG-Verdrag het best kan worden gehanteerd om de doelstellingen van het communautaire milieubeleid te dienen. De voornaamste doelstelling van dit beleid is het voorkomen van milieuschade. In het witboek wordt besproken hoe een communautaire regeling inzake milieuschade het best kan worden opgezet. Na de verschillende opties voor communautaire actie te hebben bekeken, concludeert de Commissie dat de meest geschikte optie een communautaire kaderrichtlijn voor de regeling van milieuaansprakelijkheid is. Het witboek is opgesteld in antwoord op een verzoek van het Europees Parlement om op dit gebied wetgevingsvoorstellen in te dienen.

Wij worden in deze tijden geconfronteerd met ernstige gevallen van door de mens veroorzaakte schade aan het milieu. Het recente ongeval met de olietanker Erika en het ongeval, een paar jaar geleden, vlakbij het Doñana-natuurreservaat in het zuiden van Spanje zijn maar twee voorbeelden van gevallen waarin activiteiten van de mens hebben geleid tot aanzienlijke schade aan het milieu en tot het lijden en de dood van honderdduizenden vogels en andere dieren.

Tot dusver hebben de lidstaten van de Europese Unie nationale milieuaansprakelijkheidsregelingen opgezet die schade dekken aan personen en goederen, en zij hebben wetgeving ingevoerd met betrekking tot de aansprakelijkheid voor en de sanering van verontreinigde locaties (terreinen en grond- en oppervlaktewater). In deze nationale regelingen wordt het probleem van de aansprakelijkheid voor schade aan de natuur niet echt aangepakt. Dat is een van de redenen waarom de economische spelers hun aandacht hebben toegespitst op hun verantwoordelijkheid voor de gezondheid en eigendommen van andere mensen, maar weinig aandacht hebben besteed aan hun verantwoordelijkheid voor schade aan het milieu in de brede zin van het woord. Dat milieu wordt traditioneel beschouwd als een 'publiek goed' waarvoor de samenleving als geheel verantwoordelijk moet zijn, en niet als iets waarvoor de individuele actor die schade heeft veroorzaakt, de last moet dragen. De in het witboek voorgestelde invoering van aansprakelijkheid voor schade aan de natuur zal naar verwachting de aanzet geven tot een attitudewijziging die moet resulteren in een hoger niveau van preventie en voorzorg.

Bij de goedkeuring van het witboek door de Commissie verklaarde het met het milieubeleid belaste Commissielid Margot Wallström: "Wij hebben nu de grondslagen gelegd voor een milieuaansprakelijkheidsregeling voor Europa. Wetgeving op dit gebied zal gemeenschappelijke regels invoeren die ervoor moeten zorgen dat vervuilers daadwerkelijk verantwoordelijk worden gesteld voor de door hen veroorzaakte milieuschade. Dit zal bijdragen tot de bescherming van de gezondheid van de Europese burgers en van het Europese milieu".

Eventuele voornaamste kenmerken van een EG-milieuaansprakelijkheidsregeling

In het witboek wordt de structuur uiteengezet van een toekomstige EG-milieuaansprakelijkheidsregeling die als oogmerk heeft het beginsel dat de vervuiler betaalt ten uitvoer te leggen. Er wordt een omschrijving gegeven van de centrale elementen die vereist zijn om een dergelijke regeling doeltreffend en uitvoerbaar te maken.

Aangezien ook de bescherming van de volksgezondheid een belangrijke milieudoelstelling is en om redenen van coherentie moet een EG-regeling zowel betrekking hebben op 'traditionele schade' (schade aan personen en goederen) als op milieuschade. Onder die laatste vorm van schade valt zowel verontreiniging van locaties als schade aan de natuur en de biodiversiteit in de Gemeenschap. Daarom wordt voorgesteld dat de aansprakelijkheidsregeling van toepassing wordt op de zones en species die beschermd worden in het Natura 2000-netwerk. Deze beschermingszones moeten door de lidstaten worden aangewezen krachtens de richtlijn inzake de instandhouding van de vogelstand van 1979 en de habitatrichtlijn van 1992. Aangezien vele habitats en waterwegen in grensgebieden tussen lidstaten liggen, kan een EG-regeling ook een oplossing bieden voor grensoverschrijdende schade.

Zoals bijna alle nationale aansprakelijkheidsregelingen zou een regeling op Gemeenschapsniveau moeten gebaseerd zijn op risicoaansprakelijkheid (wat inhoudt dat er vanwege de vervuiler geen schuldig handelen of verzuim vereist is), wanneer schade wordt veroorzaakt door een gevaarlijke activiteit. Schade aan de biodiversiteit in de beschermde Natura 2000-zones wordt ook gedekt wanneer die door een niet-gevaarlijke activiteit wordt veroorzaakt. In dat geval moet de aansprakelijkheid echter van het type schuldaansprakelijkheid zijn. De aansprakelijke partij moet de exploitant zijn die daadwerkelijk de controle uitoefent op de activiteit die de schade heeft veroorzaakt.

In het geval van milieuschade moet de door de vervuiler te betalen schadevergoeding daadwerkelijk worden gebruikt voor het herstel van de schade. Voorts moeten, in het geval van schade aan het milieu, groepen die het openbaar belang verdedigen het recht hebben om in de schoenen van de overheid te stappen wanneer die verantwoordelijk is voor het aanpakken van het milieuprobleem, maar nalaat op te treden. Dergelijke groepen mogen ook naar gerechtelijke of andere instanties stappen in urgente gevallen waarin het erop aan komt schade te voorkomen. Dit is in overeenstemming met het Verdrag van Århus van 1998 inzake toegang tot informatie, inspraak door de bevolking en mogelijkheid van verhaal in milieuzaken, een VN/ECE-Verdrag dat is ondertekend door de Gemeenschap en alle EU-lidstaten, alsmede door andere landen.

Verwachte effecten op het concurrentievermogen

De meeste OESO-landen die de voornaamste handelspartners zijn van de EU hebben al een of andere vorm van milieuaansprakelijkheidswetgeving. Een EG-milieuaansprakelijkheidsregeling houdt geen vaststelling in door de EU van een unilaterale milieubeschermingsnorm. De beschikbare gegevens betreffende de bestaande milieuaansprakelijkheidsstelsels doen vermoeden dat het concurrentievermogen van de industrie hierdoor niet al te zeer wordt aangetast. De bestaande milieuaansprakelijkheidsregelingen in bepaalde lidstaten lijken geen significante problemen voor het concurrentievermogen te hebben meegebracht.

Reacties op het witboek

De Commissie nodigt het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, alsmede alle betrokken partijen uit om dit witboek te bespreken en er opmerkingen over in te dienen. Die opmerkingen kunnen vóór 1 juli 2000 worden toegezonden op het volgende adres:

Directoraat-generaal voor milieuzaken, nucleaire veiligheid en civiele bescherming; Eenheid Juridische aspecten (DG ENV.B.3), Wetstraat 200, 1049 Brussel, of via e-mail naar Carla.DEVRIES@ec.europa.eu of Charlotta.COLLIANDER@ec.europa.eu

Bijlage

WITBOEK BETREFFENDE MILIEUAANSPRAKELIJKHEID

SAMENVATTING

    In de paragrafen 1 en 2 van het witboek wordt enige achtergrondinformatie gegeven en wordt het doel van een aansprakelijkheidsregeling uiteengezet, terwijl in paragraaf 3 wordt geargumenteerd waarom een dergelijke regeling op EG-niveau nuttig kan zijn en wat de verwachte effecten zijn. De voornaamste redenen voor de invoering van een EG-regeling zijn: een betere tenuitvoerlegging van de centrale beginselen op milieugebied (de vervuiler betaalt, preventie en voorzorg) en van de bestaande EG-milieuwetten, de noodzaak om ervoor te zorgen dat het milieu terug wordt schoongemaakt en in een goede staat gebracht en een betere integratie van de milieudoelstellingen in andere beleidslijnen. Voorts kan een EG-regeling ook bijdragen tot het scheppen van een gelijk speelveld binnen de interne markt.

    Meer preventie en de verplichting om schade aan het milieu te herstellen, zullen resulteren in een betere internalisering van de milieukosten, wat inhoudt dat de kosten voor het voorkomen en herstellen van milieuschade zullen worden gedragen door de partijen die verantwoordelijk zijn voor de schade in plaats van te worden gefinancierd door de samenleving in zijn geheel (m.a.w. door de belastingbetaler).

    Paragraaf 4 bevat de mogelijke kenmerken van een communautair stelsel, namelijk: geen terugwerkende kracht; dekken van zowel milieuschade (verontreiniging van locaties en schade aan de biodiversiteit) als van traditionele schade (schade aan gezondheid en eigendom); een 'gesloten' toepassingsgebied, verbonden met de EG-milieuwetgeving: verontreinigde locaties en traditionele schade vallen uitsluitend onder de regeling indien die veroorzaakt is door een door de EG gereguleerde (potentieel) schadelijke activiteit; schade aan de biodiversiteit wordt alleen gedekt wanneer die beschermd is in het kader van het Natura 2000-netwerk, dat gebaseerd is op de vogelstandrichtlijn en de habitatrichtlijn.

    Voorbeelden van EG-wetgeving die betrekking heeft op gevaarlijke of potentieel gevaarlijke activiteiten is: wetgeving waarbij grenswaarden worden vastgesteld voor de lozing of emissie van gevaarlijke stoffen in de lucht of het water, wetgeving die tot doel heeft de risico's van ongevallen en verontreiniging te voorkomen of te beheersen, wetgeving met betrekking tot gevaarlijke stoffen en preparaten die (onder meer ook) tot doel heeft het milieu te beschermen, wetgeving op het gebied van afvalbeheer, wetgeving op het gebied van genetisch gemodificeerde organismen (voor zover niet behandeld in de productaansprakelijkheidsrichtlijn) en wetgeving op het gebied van het vervoer van gevaarlijke stoffen.

    Er moet risicoaansprakelijkheid gelden voor schade die wordt veroorzaakt door gevaarlijke activiteiten en schuldaansprakelijkheid voor door niet-gevaarlijke activiteiten veroorzaakte schade aan de biodiversiteit. De in het gemeen recht aanvaarde verweermiddelen kunnen worden gebruikt en er moet een zekere verzachting zijn van de aansprakelijkheid voor de verweerder op billijkheidsgronden. De aansprakelijke partij is de exploitant die de controle uitoefent op de activiteit die de schade heeft veroorzaak.

    Er moeten criteria worden vastgesteld voor behandeling en herstel van milieuschade en voor de waardebepaling van schade aan de biodiversiteit. De door de vervuiler betaalde compensatie moet verplicht worden gebruik voor het herstel van het milieu.

    De toegang tot de rechter moet in het geval van milieuschade worden versoepeld, dit in overeenstemming met het Verdrag van Århus inzake toegang tot informatie, inspraak door de bevolking en mogelijkheid van verhaal in milieuzaken. Tenslotte moet er aandacht worden besteed aan financiële zekerheid voor potentieel aansprakelijke partijen.

    In paragraaf 5 worden de verschillende mogelijke opties voor een communautaire actie afgewogen, namelijk toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag van Lugano, een stelsel dat alleen van toepassing is op grensoverschrijdende schade, een communautaire aanbeveling voor actie in de lidstaten en een communautaire richtlijn, van horizontale aard of per sector. Voor elke optie worden de argumenten pro en contra gegeven en er wordt geconcludeerd dat een horizontale communautaire richtlijn de meest geschikte aanpak lijkt.

    In paragraaf 6 wordt het probleem bekenen uit het oogpunt van de subsidiariteit en evenredigheid. Een EG-initiatief is gerechtvaardigd omwille van het feit dat de afzonderlijke aansprakelijkheidsregelingen van de lidstaten niet alle aspecten van milieuschade op afdoende wijze aanpakken, het integrerend effect van een gemeenschappelijke tenuitvoerlegging via EG-wetgeving en de flexibiliteit van een EG-kaderregeling, waarbij de doelstellingen en te behalen resultaten worden vastgelegd, maar de lidstaten hun eigen toepassing en instrumenten kunnen kiezen.

    In paragraaf 7 wordt de economische impact van een EG-milieuaansprakelijkheidsregeling overeenkomstig de krachtlijnen van het witboek besproken, met inbegrip van het effect op het externe concurrentievermogen. Aangezien de meeste OESO-landen al een of andere vorm van milieuaansprakelijkheidswetgeving hebben, houdt een EG-milieuaansprakelijkheidsregeling geen vaststelling in door de EU van een unilaterale milieubeschermingsnorm. In deze paragraaf wordt geconcludeerd er nog te weinig ervaring is opgedaan om zich reeds duidelijk te kunnen uitspreken over de effecten van een regeling zoals voorgesteld in het witboek. De Commissie zal haar onderzoek op dit gebied voortzetten en aanvullende studies lanceren over de effecten van een milieuaansprakelijkheidsregeling op economie en milieu. De resultaten van deze studies zullen samen met alle andere beschikbare gegevens worden gebruikt om het nut van toekomstige initiatieven op dit gebied te evalueren.

    In paragraaf 8 tenslotte wordt geconcludeerd dat een communautaire kaderrichtlijn inzake milieuaansprakelijkheid de meest doeltreffende manier lijkt te zijn om de milieubeginselen van het EG-verdrag ten uitvoer te leggen, met name het beginsel dat de vervuiler betaalt. De belanghebbende partijen kunnen tot 1 juli 2000 hun opmerkingen over het witboek toezenden.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website