Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE

IP/00/1199

Brussel, 26 oktober 2000

Commissie bereidt maatregelen tegen Hutchison en de haven van Rotterdam voor wegens het niet aanmelden van de verwerving van ECT als een concentratie

De Europese Commissie heeft besloten een Mededeling van punten van bezwaar, de eerste formele stap in de richting van een beschikking van de Commissie, aan Hutchison Atlantic en het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) te zenden. In deze mededeling verklaart de Commissie dat de partijen de gezamenlijke zeggenschap over Europe Combined Terminals BV (ECT) hebben verworven en dat zij deze acquisitie hadden moeten aanmelden in overeenstemming met de Concentratieverordening van de EU.

Op 10 maart 1999 meldden Hutchison Port Holdings (onderdeel van het Hutchison Whampoa-concern) en het GHR bij de Commissie hun voornemen aan om de gezamenlijke zeggenschap te verwerven over ECT, de belangrijkste containerterminalexploitant in de haven van Rotterdam. De transactie werd als een concentratie aangemeld op grond van de Concentratieverordening van de EU. Na een diepgaand onderzoek - waarbij de Commissie ernstige bedenkingen uitte over de gevolgen van de overeenkomst voor de structuur van de markt voor stuwadoordiensten ten behoeve van deep-sea containerschepen in Noord-Europa, besloten de partijen af te zien van de voorgenomen concentratie (zie persbericht IP/99/618 van de Commissie).

Op 2 november 1999 meldden Hutchison Atlantic (een dochteronderneming van Hutchison International Port Holdings), het GHR en ABN AMRO Effecten Compagnie (onderdeel van het ABN AMRO-concern) een overeenkomst aan, waarbij zij gezamenlijk alle aandelen in ECT zouden verwerven. De acquisitie werd op 1 november 1999 voltooid. Deze werd niet aangemeld als een concentratie op grond van de Concentratieverordening, maar als een samenwerkingsovereenkomst, om een vrijstelling te verkrijgen op grond van de mededingingsvoorschriften die van toepassing zijn op restrictieve overeenkomsten.

Op 7 maart 2000 richtte de Commissie een schrijven tot de partijen waarin zij werden uitgenodigd hun transactie aan te melden in overeenstemming met de Concentratieverordening. Aangezien zij dit niet hebben gedaan, zendt de Commissie nu, mede naar aanleiding van een uitgebreid onderzoek van de interne memo's en briefwisselingen van de partijen, een Mededeling van punten van bezwaar aan de partijen. In dit document wordt aangegeven dat de Commissie tot de voorlopige conclusie is gekomen dat Hutchison en het GHR, als enige twee strategische investeerders in ECT, de gezamenlijke zeggenschap over deze onderneming zullen uitoefenen. De betrokkenheid van ABN AMRO bij de transactie is als tijdelijk bedoeld en is beperkt tot de rol van projectfinancier. De nieuwe overeenkomst verschilt inhoudelijk niet van de overeenkomst die in 1999 in het licht van de Concentratieverordening was onderzocht. Gelet op dit alles had de transactie moeten worden aangemeld als een concentratie die onder de Concentratieverordening valt.

De partijen zullen nu de gelegenheid krijgen om schriftelijk en mondeling te reageren op de argumenten van de Commissie. Indien de Commissie er na het bestuderen van de reactie van de partijen van overtuigd blijft dat de transactie had moeten worden aangemeld in overeenstemming met de Concentratieverordening, kan zij een eindbeschikking in deze zaak geven. De verordening biedt ook de mogelijkheid geldboeten op te leggen in gevallen waarin de partijen verzuimen een concentratie aan te melden of een concentratie tot stand brengen zonder goedkeuring van de Commissie.


Side Bar