Navigation path

Left navigation

Additional tools

LIFE heeft verbeterde opzet en uitvoering nodig, alsdus EU-controleurs

Court of Auditors - ECA/14/4   17/01/2014

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR

NL


EUROPESE REKENKAMER

PERSBERICHT

ECA/15/04

Luxemburg, 17 januari 2014

LIFE heeft verbeterde opzet en uitvoering nodig, alsdus EU-controleurs

In een vandaag gepubliceerd verslag roept de Europese Rekenkamer (ERK) de Europese Commissie op om de doeltreffendheid van het LIFE-programma te verhogen door een betere verspreiding en replicatie van succesvolle milieuprojecten.

De verspreiding en replicatie van LIFE-projecten zijn duidelijk ontoereikend en dat beperkt de mogelijkheid van het programma aanzienlijk om een “katalysator”-effect te hebben op veranderingen op milieugebied, wat toch de overkoepelende doelstelling ervan is,” aldus de heer Jan Kinšt, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor het verslag.

Het EU-milieubeleid is verweven in de voornaamste EU-beleidslijnen voor bestedingen, zoals de structuurfondsen en het gemeenschappelijk landbouwbeleid. LIFE (het financieringsinstrument voor het milieu), en in het bijzonder het programmaonderdeel LIFE-Milieu, is een specifiek financieringsinstrument dat moet dienen als platform voor de ontwikkeling en uitwisseling van goede praktijken en om de aanzet te geven tot ontwikkelingen in het EU-milieubeleid en deze te versnellen. De doeltreffendheid ervan staat of valt dan ook met de vraag of de gefinancierde projecten een katalysator zijn voor veranderingen op milieugebied. LIFE wordt rechtstreeks door de Commissie beheerd.

Het meest recente LIFE-programma bestreek de periode 2007-2013 en beschikte over een jaarlijks budget van 239 miljoen euro voor projectfinanciering, minder dan 1,5 % van de geraamde totale EU‑bestedingen op milieugebied. Uit de controle blijkt dat het gebrek aan een mechanisme om de schaarse middelen te richten op vooraf gekozen doelstellingen heeft geleid tot een gebrek aan kritische massa van goede projecten om ontwikkelingen van betekenis in het EU-milieubeleid te kunnen bevorderen. Ook blijkt dat de indicatieve nationale toewijzingen de selectie van de beste projecten in de weg stond, omdat projecten niet alleen op basis van hun verdienste, maar ook van hun lidstaat van herkomst werden geselecteerd.

De EU-controleurs wijzen erop dat de Commissie de selectie van de projecten onvoldoende heeft verantwoord en dat, ofschoon sommige ondersteunde projecten positieve resultaten hebben opgeleverd, het programma zijn fundamentele rol, het verzekeren van een doeltreffende verspreiding en replicatie van de projecten, niet heeft vervuld.

Noot voor de redactie:

De speciale verslagen van de Europese Rekenkamer (ERK) worden gepubliceerd gedurende het hele jaar en geven de resultaten weer van geselecteerde controles van specifieke EU-begrotingsterreinen of beheersthema’s.

In dit speciaal verslag (SV nr. 15/2013), getiteld “Is het onderdeel Milieu van het LIFE-programma doeltreffend geweest?”, werd onderzocht of het ontwerp en de uitvoering van het programma hebben bijgedragen tot de doeltreffendheid ervan. Tijdens hun controle van tussen 2005 en 2010 gefinancierde projecten bezochten de EU‑controleurs de betrokken diensten van de Commissie en vijf lidstaten die behoren tot de grootste begunstigden van LIFE (Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk) en samen 55 % van het LIFE-budget en 15 % van de projecten vertegenwoordigen.

De Europese Rekenkamer concludeerde dat het programmaonderdeel LIFE-Milieu over het algemeen niet doeltreffend werkte omdat het niet goed genoeg was ontworpen en uitgevoerd.

Op basis van haar bevindingen formuleert de ERK de volgende aanbevelingen:

  • bij het opzetten van de in het nieuwe LIFE-programma geplande meerjarige werkprogramma's dienen de wetgevende autoriteiten de Commissie en de lidstaten in staat te stellen om subsidiabele aanvragen te beperken tot afgebakende strategische prioriteiten en om duidelijke, specifieke, meetbare en haalbare doelstellingen te bepalen voor te subsidiëren projecten. Een beperkt aantal voor enkele jaren vastgestelde prioriteiten zou het selectieproces stroomlijnen, de inspanningen bundelen rondom specifieke kwesties en de effectbeoordeling van het programma vergemakkelijken;

  • het voorstel van de Commissie voor het nieuwe LIFE-programma beëindigt de nationale toewijzing voor de klassieke projecten maar handhaaft een geografisch evenwicht voor de geïntegreerde projecten. In haar aanvraag dient de Commissie ervoor te zorgen dat geïntegreerde projecten worden geselecteerd op basis van hun verdienste en dat geografisch evenwicht niet indruist tegen het beginsel van gelijke kansen voor de aanvragers;

  • de Commissie dient de beoordelingsformulieren voor de projectselectie te verbeteren en van de beoordelaars afzonderlijke beoordelingen en scores te eisen voor belangrijke projectaspecten (zoals het innovatieve of demonstratieve karakter van het voorstel, de kwaliteit van de geplande verspreidingsacties of het potentieel om de resultaten te repliceren), teneinde de kwaliteit en de doorzichtigheid van het selectieproces te verbeteren en te waarborgen dat de geselecteerde projecten het potentieel hebben om maximaal bij te dragen tot de verwezenlijking van de programmadoelstellingen;

  • de Commissie dient haar programmabeheersinstrumenten te verbeteren en te overwegen adequate gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren in te voeren alsmede informatie over de follow-up op projectniveau, teneinde passend toezicht op het programma te vergemakkelijken. Voor zover mogelijk dienen zulke indicatoren relevant, aanvaard, geloofwaardig, eenvoudig en degelijk te zijn (‘RACER’-criteria);

  • de Commissie dient haar beoordeling van de redelijkheid van de gedeclareerde personeelskosten te verbeteren, met name voor vergelijkbare projecten, door de tijdens de toezichtfase verzamelde informatie beter te gebruiken. Die kan dan op een betere manier worden ingezet om buitensporige kosten gemakkelijker op te sporen;

  • de Commissie dient van het toezichtteam te eisen dat het in zijn beoordelingen een kritische analyse opneemt van de door de begunstigde voorgestelde maatregelen ter verspreiding, verduurzaming en replicatie en van de mogelijke hinderpalen die deze zouden kunnen belemmeren, zowel in zijn evaluatieverslagen tijdens de projectuitvoering als in de verslagen achteraf na bezoeken ter plaatse;

  • de Commissie dient te overwegen hoe zij particuliere begunstigden die hun zakelijke belangen willen beschermen, beter kan aanmoedigen om de projectresultaten te verspreiden en te repliceren;

  • de Commissie dient na te gaan hoe zij van de begunstigden kan eisen dat zij na afloop van het project eenvoudige en geactualiseerde informatie aanleveren in elektronische vorm (namelijk over de vraag of het project operationeel blijft, of het project is gerepliceerd, en zo ja, hoe vaak, ...). Dat zou de Commissie in staat stellen om haar informatie achteraf over de doeltreffendheid van het programma op efficiënte wijze te verbeteren.

De ERK controleerde eerder al de duurzaamheid en het beheer door de Commissie van de projecten van LIFE-Natuur in haar Speciaal verslag nr. 11/2009, dat beschikbaar is op: http://www.eca.europa.eu/nl/Pages/BrowsePublications.aspx?k=&ty=Special Report&y=2009


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website