Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

EUROPESE REKENKAMER

PERSBERICHT

ECA/13/7

Luxemburg, 5 maart 2013

Oudere werknemers – lidstaten en Commissie kunnen niet beoordelen of de programma’s echt helpen, aldus EU‑controleurs

Het verhogen van de participatiegraad van oudere werknemers vormt een onderdeel van de strategische doelstellingen van de EU. In een nieuw verslag van de Europese Rekenkamer wordt echter geconstateerd dat noch de lidstaten, noch de Commissie in staat zijn vast te stellen hoeveel oudere werknemers nieuwe kwalificaties hebben verkregen of een baan hebben gevonden of behouden nadat zij hadden geprofiteerd van een uit het ESF gefinancierde actie. De meeste gecontroleerde lidstaten hebben niet de instrumenten ingesteld die nodig zijn om hierover relevante en betrouwbare informatie te verschaffen.

Het Europees Sociaal Fonds (ESF) is een zeer belangrijk financieel instrument dat is bedoeld om de lidstaten te helpen, de doelstellingen van het EU-werkgelegenheidsbeleid te verwezenlijken. Het is erop gericht de integratie van werklozen en kansarmen op de arbeidsmarkt te bevorderen, hoofdzakelijk door opleidingsactiviteiten te ondersteunen. Tussen 2007 en eind 2013 zullen de ESF-uitgaven meer dan 75 miljard euro belopen, ofwel ongeveer 8 % van de totale EU begroting. Voor de controle werden zes programma’s ter waarde van 222 miljoen euro geselecteerd; ze bestreken vier lidstaten (Duitsland, Italië, Polen en het Verenigd Koninkrijk).

De Commissie keurt programma’s goed zonder te vragen om de informatie die nodig is om na te gaan of ze echt werken, en de lidstaten verschaffen die niet”, aldus Lazaros Lazarou, het voor het verslag verantwoordelijke lid van de ERK. “Doordat betrouwbare, controleerbare en actuele prestatiegegevens en beoordelingen van de verschillende acties ontbreken, kunnen de beleidsmakers geen conclusies trekken ten behoeve van de huidige en toekomstige besluitvorming.”

Noot voor de redactie:

De speciale verslagen van de Europese Rekenkamer (ERK) worden gepubliceerd gedurende het hele jaar en geven de resultaten weer van geselecteerde controles van specifieke EU-begrotingsterreinen of beheersthema’s.

In dit Speciaal verslag nr. 25/2012 “Worden er instrumenten ingezet om toe te zien op de doeltreffendheid van uitgaven van het Europees Sociaal Fonds ten behoeve van oudere werknemers?” wordt ingegaan op de vraag of de lidstaten en de Commissie de instrumenten hadden opgezet en toegepast die nodig zijn om de doeltreffendheid van de op oudere werknemers gerichte acties in het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF) tijdens de programmeringsperiode te beoordelen. De controle was gericht op de inhoud van de operationele programma’s en met name op de gekwantificeerde operationele doelstellingen en indicatoren, alsmede op de systemen voor toezicht en evaluatie.

Het ESF is een zeer belangrijk financieel instrument dat de Europese Unie ter beschikking staat om de lidstaten bij te staan op het gebied van werkgelegenheid. Tussen 2007 en eind 2013 zullen de ESF-uitgaven meer dan 75 miljard euro belopen, ofwel ongeveer 8 % van de totale EU-begroting.

De Rekenkamer trof tekortkomingen aan met betrekking tot de opzet van de operationele programma’s alsook met betrekking tot de systemen voor toezicht en evaluatie. Daarnaast merkte zij op dat de Commissie niet beschikt over consistente gegevens op EU‑niveau over operationele doelstellingen, indicatoren betreffende de uitkomst en toegewezen middelen. Als gevolg hiervan kunnen noch de lidstaten, noch de Commissie vaststellen hoeveel oudere werknemers nieuwe kwalificaties hebben verkregen of een baan hebben gevonden of behouden nadat zij hadden geprofiteerd van een uit het ESF gefinancierde actie, ondanks het feit dat het verhogen van de participatiegraad van oudere werknemers onderdeel vormt van de strategische doelstellingen van de EU. Bovendien is onbekend welk bedrag aan dergelijke acties is uitgegeven.

V. De Rekenkamer beveelt de Commissie aan:

  • voor te schrijven dat de lidstaten hun operationele programma’s zo ontwerpen dat de prestatie van de ESF‑middelen kan worden gemeten. De doelgroepen moeten ondubbelzinnig zijn omschreven en er moeten relevante, gekwantificeerde operationele doelen en indicatoren worden bepaald om de output, resultaten en specifieke impact op het niveau van de doelgroep te meten. Er moeten tussentijdse mijlpalen worden vastgesteld, evenals een hiërarchie tussen de streefwaarden;

  • voor te schrijven dat de lidstaten systemen voor toezicht en evaluatie ontwerpen die met passende tussenpozen de vorderingen die worden gemaakt bij het verwezenlijken van alle streefwaarden kunnen meten en verklaren;

  • consistente en betrouwbare informatie bij de lidstaten in te winnen teneinde de juiste informatie te kunnen verschaffen over de ingezette middelen en de door het ESF behaalde resultaten;

  • te zorgen voor een grondige analyse van de prestatieaspecten bij de beoordeling van en het toezicht op de beheers- en controlesystemen van de lidstaten.

Contact:

Aidas Palubinskas

Persvoorlichter Europese Rekenkamer

Kantoor: +352 4398 45410 GSM: +352 621 552224

press@eca.europa.eu www.eca.europa.eu Twitter: @EUAuditorsECA


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site