Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Jaarverslag 2012 – Veelgestelde vragen

Cour des comptes - ECA/13/37   05/11/2013

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR

1


EUROPESE REKENKAMER

ECA/13/37

Luxemburg, 5 november 2013

Jaarverslag 2012 – Veelgestelde vragen

  1. Heeft de ERK de rekeningen over 2012 goedgekeurd?

Ja. De ERK heeft de rekeningen over 2012 goedgekeurd als zijnde volledig en juist, zoals zij dat sinds het begrotingsjaar 2007 heeft gedaan. De ERK concludeert dat de rekeningen over 2012 de financiële situatie van de EU en haar resultaten over het jaar op alle materiële punten getrouw weergeven.

Maar de ERK dient niet alleen te certificeren dat de ontvangsten en uitgaven juist zijn weergegeven in de rekeningen, zij is ook verplicht een oordeel te geven over de vraag of de betalingen werden verricht overeenkomstig de ter zake geldende wetgeving. Voor 2012 verschaft de ERK evenals in voorgaande jaren geen zekerheid dat deze betalingen wettig en regelmatig waren, hetgeen leidt tot een afkeurend oordeel over de regelmatigheid van de uitgaven.

  1. Het totaalbedrag van de EU-begroting in 2012 was 138,6 miljard euro en het foutenpercentage bedroeg 4,8 %. Houdt dat in dat bijna 7 miljard euro aan EU-geld is verspild?

Nee. In het verleden waren er commentatoren die de totale EU-begroting vermenigvuldigden met het foutenpercentage, wat dan het totale “verspilde bedrag” zou opleveren. Dit is een simplistische benadering die misleidend kan zijn. Voor haar jaarverslag over de algemene EU-begroting gaat de ERK na of het EU-geld is besteed voor het beoogde doel en of het behoorlijk is verantwoord.

Sommige van de geconstateerde fouten hebben te maken met verkeerd besteed geld: zo werd er steun verstrekt aan bedrijven om werklozen in dienst te nemen, zonder dat deze bedrijven echter voldeden aan de voorwaarde dat zij de in dienst genomen personen gedurende de minimale periode moesten houden, wat bedoeld is om voordelen op langere termijn te bieden. Ook werd de aanleg van een snelwegproject rechtstreeks gegund aan een bedrijf zonder dat andere potentiële inschrijvers een kans kregen om een offerte te doen en de best mogelijke prijs werd verkregen.

Dit zijn voorbeelden van ondoelmatigheid, maar niet noodzakelijkerwijs van verspilling. De EU-middelen werden voor het beoogde doel gebruikt en waren in zekere zin nuttig, al werden de voorwaarden voor de gebruikmaking ervan niet volledig in acht genomen. Anderzijds kunnen bepaalde wettige en regelmatige uitgaven toch verspilling betekenen, bijvoorbeeld wanneer een snelweg wordt aangelegd zonder dat er wordt gekeken naar de verkeersbehoeften.

  1. Dus wat houdt het geschatte foutenpercentage van 4,8 % in?

4,8 % is een schatting van het geldbedrag dat niet had mogen worden betaald uit de EU-begroting, omdat het niet overeenkomstig de toepasselijke regels werd gebruikt, en bijgevolg niet beantwoordt aan de bedoeling die de Raad en het Parlement hadden met de betrokken EU-wetgeving.

Typische fouten betreffen betalingen aan niet in aanmerking komende begunstigden of voor projecten die niet subsidiabel waren of voor aankopen van diensten, goederen of investeringen waarbij de voorschriften voor overheidsopdrachten niet behoorlijk werden toegepast. Zie figuur 5: Aandeel in het globale geschatte foutenpercentage per soort fout [LINK]. Niet alle onwettige of onregelmatige betalingen zullen per se verspilling inhouden, maar ook niet alle wettige en regelmatige uitgaven zijn kostenefficiënt. Dit percentage mag dan ook niet worden berekend in verhouding tot de totale EU-begroting als “verspilling” of “gederfd geld”.

  1. Hoe ontstaan fouten?

Fouten ontstaan wanneer begunstigden zich niet houden aan de regels bij het aanvragen van EU‑financiering. Om in aanmerking te komen voor EU-financiering, moeten begunstigden specifieke EU-regels en, in sommige gevallen, nationale regels in acht nemen. Deze regels zijn er om te trachten te garanderen dat uitgaven worden gedaan voor het door de Raad en het Parlement beoogde doel.

Bij overtreding van deze regels treden er fouten op; dit gebeurt wanneer landbouwers hun milieuverbintenissen niet nakomen, projectontwikkelaars de aanbestedingsregels niet in acht nemen of onderzoekscentra kosten declareren die geen verband houden met door de EU gefinancierde projecten. Het Jaarverslag 2012 geeft specifieke voorbeelden van fouten die werden aangetroffen tijdens onze controletests.

  1. Wanneer het geschatte foutenpercentage voor betalingen voor 2012 4,8 % bedraagt, houdt dit dan in dat 95,2 % van de EU-begroting volgens de regels werd besteed?

Nee. Het oordeel van de ERK over de EU-uitgaven is gebaseerd op een uitvoerige steekproef die alle beleidsterreinen bestrijkt. De verrichtingen in de steekproef worden uitgebreid gecontroleerd en de aangetroffen fouten worden berekend in de vorm van een geschat foutenpercentage.

Er zijn echter veel fouten die de ERK niet kwantificeert, zoals geringe overtredingen van de aanbestedingsregels, niet-naleving van de voorschriften inzake publiciteit, of onjuiste omzetting van EU‑richtlijnen in nationaal recht. Deze fouten vallen niet onder het door de ERK geschatte foutenpercentage.

  1. Houden fouten fraude in?

Niet per se. Fraude is een opzettelijk misleidende handeling om voordeel te behalen. Hoewel de controleprocedures van de ERK niet bedoeld zijn om fraude op te sporen, constateert de ERK elk jaar tijdens haar controletests een klein aantal vermoedelijke fraudegevallen. Deze gevallen worden aan OLAF gemeld, het Bureau voor fraudebestrijding van de Europese Unie, dat onderzoek doet en hieraan voor zover nodig follow-up geeft in samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten.

  1. Wordt het financieel beheer van de EU beter of slechter?

Dit is van jaar tot jaar vrij stabiel, al varieert het per beleidsterrein. Zo is het geschatte foutenpercentage op het gebied van landbouw in de loop van enkele jaren gestegen. Voor de structuurfondsen is het geschatte foutenpercentage elk jaar sinds 2009 gestegen, nadat het de drie voorgaande jaren was gedaald.

De ERK heeft herhaaldelijk verdere vereenvoudiging van de regels aanbevolen om de kwaliteit van de uitgaven te verbeteren en het foutenniveau te verminderen. Een analyse van de vereenvoudiging van regels voor het Europees Sociaal Fonds wijst uit dat dit een positief effect heeft gehad.

  1. Waar liggen de belangrijkste problemen – bij de lidstaten of bij de Europese Commissie?

Beide. De ERK schat het foutenpercentage voor de door de Commissie en de lidstaten gezamenlijk beheerde uitgaven op 5,3 %. Voor de rest van de beleidsuitgaven, die rechtstreeks door de Commissie worden beheerd, bedraagt dit 4,3 %. Er werden veel voorbeelden aangetroffen van gebreken in de beheers- en controlesystemen op het niveau van de lidstaten en de Commissie.

Naar gebieden onder gedeeld beheer, zoals landbouw- en regionaal beleid, gaat 80 % van de EU-uitgaven. Voor veel van de bij de controle opgespoorde fouten beschikten de autoriteiten van de lidstaten over informatie aan de hand waarvan zij het probleem hadden moeten kunnen onderkennen en corrigeren alvorens bij de Commissie vergoeding aan te vragen. Er is nog steeds een potentieel om de systemen voor financieel beheer doeltreffender te gebruiken en om het foutenpercentage terug te dringen.

  1. Waarom heeft de ERK de manier waarop zij enkele van haar jaarlijkse controlewerkzaamheden uitvoert, veranderd? Maakt dit het niet moeilijker om vergelijkingen te trekken met het verleden?

Dit jaar is de benadering van het trekken van steekproeven van verrichtingen geactualiseerd om alle verrichtingen voor alle uitgaventerreinen op dezelfde basis te onderzoeken, namelijk op het moment waarop de Commissie de uitgaven heeft aanvaard en geboekt, waarmee zij bevestigt dat zij de betaling uit de EU‑begroting gerechtvaardigd vindt. De gecontroleerde populaties zullen van jaar tot jaar stabieler zijn, aangezien de fluctuerende niveaus van voorschotbetalingen weggewerkt zijn. Het effect van deze standaardisering van de steekproefbenadering van de ERK had een impact van slechts 0,3 procentpunt op haar geschatte foutenpercentage voor de begroting van 2012 als geheel.

  1. Waarom ligt de nadruk zo op fouten terwijl de Commissie het geld kan terugvorderen van de lidstaten als het verkeerd besteed is?

In de meeste gevallen vordert de Commissie geld niet concreet terug van de lidstaten wanneer EU‑middelen verkeerd zijn besteed. Overeenkomstig de toepasselijke wetgeving hebben lidstaten, wanneer er fouten worden aangetroffen in de uitgavendeclaraties, de mogelijkheid om deze EU-middelen opnieuw toe te wijzen aan andere projecten en aanvullende EU-middelen te ontvangen door nieuwe facturen in te dienen.

Financiële correcties en invorderingen worden verwerkt in het door de ERK geschatte foutenpercentage indien hiermee foutieve betalingen die hetzelfde jaar werden gedaan, ongedaan worden gemaakt, met andere woorden: indien de onjuiste uitgaven zijn onderkend en uitgesloten van de declaratie die de betrokken lidstaat naar de Commissie stuurde, en/of indien deze leidden tot terugvorderingen van begunstigden gedurende het jaar. Aan deze voorwaarden wordt echter slechts zelden voldaan.

Voor landbouw leiden de meeste financiële correcties niet tot terugvorderingen van begunstigen, terwijl voor uitgaven inzake cohesiebeleid de meeste correcties forfaitair zijn en dus niet leiden tot gedetailleerde correctie op projectniveau.

De huidige uitgavenperiode 2007-2013 stimuleert de lidstaten slechts in beperkte mate om correct te declareren, aangezien foutieve declaraties zomaar kunnen worden ingetrokken en vervangen zonder dat men geld uit de EU-begroting misloopt.

  1. Had de ERK de EU-uitgaven kunnen goedkeuren indien zij meer controlewerk had verricht?

Nee. De ERK heeft voldoende bewijs verzameld om zeker te zijn dat het foutenniveau in de EU-uitgaven van materieel belang is. Verdere werkzaamheden zouden geen verandering hebben gebracht in deze conclusie.

  1. Waren de fouten die de ERK aantrof, het resultaat van een beperking van haar toegang tot stukken in de lidstaten of ter plaatse bij de eindbegunstigde?

Nee. De ERK heeft op basis van het Verdrag ruime toegangsbevoegdheden en de lidstaten en de eindbegunstigden hebben hun medewerking verleend aan het controleproces.

PERSMAP Jaarverslag 2012 in 23 EU-talen www.eca.europa.eu


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site