Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

EUROPESE REKENKAMER

PERSBERICHT

ECA/13/2

Luxemburg, 31 januari 2013

“De doeltreffendheid van EU-financiering ten behoeve van infrastructuur voor het beheer van stedelijk afval was beperkt vanwege de gebrekkige toepassing van ondersteunende maatregelen” – aldus de controleurs van de EU

In 2010 werd berekend dat elke inwoner van de EU jaarlijks gemiddeld ongeveer 500 kg stedelijk afval produceert, dat ongunstige effecten op het milieu kan hebben als het niet op de juiste wijze wordt ingezameld, verwerkt en verwijderd. Een adequaat afvalstoffenbeheer kan echter leiden tot een betere benutting van middelen, aangezien stedelijk afval ook een bron van grondstoffen kan vormen. De EU heeft dan ook gemeenschappelijke normen en doelstellingen opgesteld in de vorm van richtlijnen voor het beheer van stedelijk afval en draagt bij aan de financiering van infrastructuur voor afvalstoffenbeheer in specifieke regio's. De EU-bijdrage aan infrastructuur voor afvalbeheer is significant: de gereserveerde bedragen uit structurele maatregelen beliepen 10,8 miljard euro voor de periode 2000‑2013.

De controleurs van de EU constateerden dat de doeltreffendheid van de EU-financiering uit structurele maatregelen van infrastructuur voor het beheer van stedelijk afval beperkt was. Alleen de resultaten van projecten die waren gebaseerd op een deugdelijke gescheiden inzameling aan de bron waren bevredigend. De regio’s die ondersteunende maatregelen toepasten (zoals het voeren van voorlichtings- en bewustmakingscampagnes, herziening van administratieve procedures of het instellen van positieve of negatieve financiële prikkels), waaronder economische instrumenten, verwezenlijkten de doelstellingen van het EU-afvalbeleid. EU-financiering in andere regio’s heeft slechts tot kleine verbeteringen in het afvalbeheer geleid. De toepassing van dergelijke ondersteunende maatregelen was geen voorwaarde voor het ontvangen van een EU‑subsidie.

De Rekenkamer constateerde significante tekortkomingen wat betreft de verslaglegging door de lidstaten inzake het bereiken van de EU‑streefdoelen, die het de Commissie moeilijk maakten om toezicht te houden op de resultaten. Hoewel in vrijwel alle geselecteerde regio's enkele verbeteringen in het beheer van afvalstoffen werden waargenomen, nam de afvalproductie per hoofd toe in zes van de acht onderzochte regio's. Slechts in een kwart van de onderzochte regio's groeide het percentage gescheiden inzameling significant, met als gevolg een verminderde afhankelijkheid van storten, en werd bijgedragen tot het behalen van de EU‑streefdoelen. Afval werd doorgaans gestort zonder toereikende behandeling, of geheel zonder behandeling.

“Europeanen consumeren meer en produceren meer afval. De afvalstoffenrichtlijn van de EU schrijft voor dat lidstaten afval verwerken en verwijderen zonder risico’s voor water, lucht en bodem, en zonder geluids- of stankoverlast te veroorzaken”, aldus Ovidiu Ispir, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor het verslag. “Zoals uit ons verslag blijkt, gebeurt dit niet”.

Noot voor de redactie:

De speciale verslagen van de Europese Rekenkamer (ERK) worden gepubliceerd gedurende het hele jaar en geven de resultaten weer van geselecteerde controles van specifieke EU-begrotingsterreinen of beheersthema’s.

In dit speciaal verslag (SV nr. 20/2012), getiteld “Is de financiering uit structurele maatregelen van infrastructuurprojecten voor het beheer van stedelijk afval doeltreffend als bijdrage tot de verwezenlijking van de afvalbeleidsdoelstellingen van de EU door de lidstaten?”, werden de prestaties van een steekproef van 26 infrastructuren voor afvalstoffenbeheer rechtstreeks beoordeeld, alsmede de verwezenlijking van de doelstellingen van het afvalstoffenbeleid van de EU en de toepassing van ondersteunende maatregelen in de acht regio's waar de infrastructuur zich bevond. Ook werd de rol van de Commissie onderzocht.

De controle door de Rekenkamer was hoofdzakelijk gericht op de cofinanciering door de EU van infrastructuur voor stedelijk afvalstoffenbeheer, en onderzocht werd of de financiering doeltreffend was als bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het EU‑afvalstoffenbeleid door de lidstaten.

De Rekenkamer concludeerde dat, hoewel in vrijwel alle geselecteerde regio's enkele verbeteringen in het beheer van afvalstoffen werden geconstateerd, de doeltreffendheid van de financiering uit structurele maatregelen van infrastructuur voor het beheer van stedelijk afval werd beperkt door de gebrekkige toepassing van ondersteunende maatregelen: a) de prestaties van de gecofinancierde infrastructuur waren sterk afhankelijk van strategieën voor afvalinzameling. Op stortplaatsen werd afval gestort zonder toereikende behandeling en in het algemeen werden ontoereikende financiële middelen gereserveerd om de kosten van sluiting en nazorg te dekken; b) de verslaglegging over het bereiken van de EU‑streefdoelen werd gehinderd door een gebrekkige betrouwbaarheid van gegevens, waardoor het toezicht door de Commissie werd bemoeilijkt. Hoewel in vrijwel alle regio's enkele verbeteringen in het beheer van afvalstoffen werden geconstateerd, nam de afvalproductie per hoofd in zes van de acht gecontroleerde regio's toe. In de twee regio’s die bijdroegen tot het behalen van de EU-streefdoelen werd biologisch afbreekbaar afval gescheiden ingezameld en werd breder gebruikgemaakt van stortheffingen, hetgeen leidde tot een afnemend gebruik van stortplaatsen. In het algemeen werd afval zonder adequate behandeling naar stortplaatsen overgebracht; c) de doeltreffendheid van de EU-financiering werd niet gemaximaliseerd vanwege een gebrekkige toepassing van ondersteunende administratieve, economische en voorlichtingsmaatregelen. De toepassing van dergelijke ondersteunende maatregelen vormde geen voorwaarde voor het ontvangen van een EU‑subsidie. Er werden tevens tekortkomingen geconstateerd in het EU-regelgevingskader voor afvalstoffen en in de richtsnoeren van de EU.

De Rekenkamer doet de volgende aanbevelingen: a) de lidstaten moeten zich concentreren op de infrastructuur voor het beheer van afvalstoffen die eerst bij de bron worden gescheiden; b) de lidstaten moeten betrouwbare en volledige databases inzake afvalstoffenbeheer opzetten en de Commissie moet de betrouwbaarheid van de door de lidstaten aangeleverde statistieken toetsen. De Commissie, het Parlement en de Raad moeten overwegen financiële steun van de EU te koppelen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het afvalstoffenbeleid van de EU; c) de lidstaten moeten meer aandacht besteden aan de medewerking van en de naleving door het publiek, zich concentreren op de invoering van gescheiden inzameling, waaronder biologisch afbreekbaar afval waar dit rendabel is, en door middel van de invoering van een stortheffing en tariefstimulansen de preventie en recycling van afvalstromen bevorderen; er moeten lagere steunpercentages worden toegekend als het beginsel “de vervuiler betaalt” niet wordt toegepast; d) de Commissie moet de EU-bijdrage afhankelijk maken van de toepassing van ondersteunende maatregelen, voorstellen doen voor doelstellingen inzake afvalpreventie, en het concept van behandeling vóór verwijdering verduidelijken.

De Commissie moet van de lidstaten verlangen dat deze aanbevelingen worden opgevolgd voordat zij financiële EU-steun toekent.

Contact:

Aidas Palubinskas

Persvoorlichter Europese Rekenkamer

Kantoor: +352 4398 45410 Gsm: +352 621 552224

press@eca.europa.eu www.eca.europa.eu Twitter: @EUAuditorsECA


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site