Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

EUROPESE REKENKAMER

PERSBERICHT

ECA/13/18

Luxemburg, 18 juni 2013

EU‑steun voor het bestuur in Egypte – “goed bedoeld, maar ondoeltreffend”, aldus EU‑controleurs

De Europese Rekenkamer (ERK) brengt een uiterst kritisch verslag uit over de EU‑steun ter stimulering van essentiële bestuursterreinen in Egypte vóór en na de opstand van januari 2011. “De voorzichtige, zachte aanpak werkte niet; het is tijd voor een gerichtere aanpak die tot resultaten van betekenis leidt en garandeert dat het geld van de Europese belastingbetalers meer oplevert”, aldus de heer Karel Pinxten, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor dit verslag.

De controle was toegespitst op het beheer van overheidsfinanciën (BOF) en de corruptiebestrijding enerzijds en mensenrechten en democratie anderzijds.

De EU kende Egypte ongeveer 1 miljard euro aan steun toe voor de periode 2007‑2013. Aangezien meer dan de helft van dit bedrag via de schatkist van Egypte wordt verstrekt, door middel van het steuninstrument dat bekend staat als begrotingssteun, wordt er in hoge mate vertrouwd op het BOF van het land.

De Europese Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) hebben er niet voor weten te zorgen dat de Egyptische autoriteiten belangrijke tekortkomingen in het BOF hebben aangepakt. Een gebrek aan begrotingstransparantie, een ondoeltreffende controlefunctie en wijdverbreide corruptie waren alle voorbeelden van deze tekortkomingen die een behoorlijk BOF ondermijnden. De Commissie en de EDEO reageerden niet op het gebrek aan voortgang door ingrijpende maatregelen te nemen om te waarborgen dat verantwoording werd afgelegd over de aanzienlijke EU‑middelen, die nog steeds rechtstreeks aan de Egyptische autoriteiten werden betaald.

Met de EU‑maatregelen ter bevordering van mensenrechten en democratie werd evenmin veel vooruitgang geboekt. Het belangrijkste mensenrechtenprogramma was weinig succesvol. Het ging langzaam van start en had te lijden onder de negatieve houding van de Egyptische autoriteiten. De Commissie en de EDEO maakten geen gebruik van de financiële en politieke pressiemiddelen waarover ze beschikten om deze onbuigzame opstelling te bestrijden. Bepaalde onderdelen van het programma kwamen geheel te vervallen. De middelen die maatschappelijke organisaties ontvingen, waren onvoldoende om een merkbaar verschil te maken.

Na de opstand werden geen belangrijke nieuwe initiatieven genomen om essentiële mensenrechtenkwesties aan te pakken en de getroffen maatregelen hebben tot op heden weinig impact gehad. In de daaropvolgende evaluatie werd er te weinig aandacht besteed aan de rechten van vrouwen en minderheden, hoewel er dringend behoefte bestond aan onmiddellijke actie om het tij van groeiende intolerantie te keren.

Noot voor de redactie:

De speciale verslagen van de Europese Rekenkamer (ERK) worden gepubliceerd gedurende het hele jaar en geven de resultaten weer van geselecteerde controles van specifieke EU-begrotingsterreinen of beheersthema’s.

Dit speciaal verslag (SV nr. 4/2013) is getiteld “EU-samenwerking met Egypte op het gebied van bestuur”. De ERK onderzocht of de Europese Commissie en de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) de EU‑steun ter verbetering van het bestuur in Egypte vóór en na de opstand van 2011 doeltreffend beheerden. Het verslag bevat veel illustratieve bevindingen waaruit blijkt dat de EU‑steun het bestuur niet doeltreffend verbeterde.

Het beheer van overheidsfinanciën

Gebrek aan begrotingstransparantie en verantwoording

  • Er is geen transparantie op belangrijke begrotingsterreinen. De uitgaven voor het militaire apparaat worden niet medegedeeld en er wordt evenmin informatie gegeven over de uitgaven van de president (zie § 47a)).

  • De Egyptische autoriteiten houden ten minste 36 miljard Egyptische pond (ongeveer 4 miljard euro), hetgeen overeenkomt met 2,4 % van het bbp van Egypte, buiten de staatsbegroting aan in zogenoemde "speciale fondsen". De precieze omvang ervan is onbekend, evenals het doel waarvoor en de wijze waarop zij worden benut (zie § 47b)).

  • Er is geen vooruitgang geboekt bij de hervorming van de externe controle. De centrale controleorganisatie (CCO), de hoge controle‑instantie in Egypte, bracht rechtstreeks verslag uit aan president Moebarak en haar controleverslagen zijn grotendeels geheim. Het gebrek aan hervormingen en transparantie bij de CCO vormt een ernstige belemmering voor de verbetering van het BOF (zie § 47c)).

Ondanks de ernstige problemen van Egypte op het gebied van corruptie heeft de EU weinig gedaan om deze kwestie rechtstreeks aan te pakken. Sommige EU-programma’s voor begrotingssteun in andere landen omvatten specifieke voorwaarden betreffende corruptie, maar dit was niet het geval in Egypte. Opgemerkt zij tevens dat de Commissie de enige donor is die begrotingssteun verleent aan Egypte.

Mensenrechten en democratie

Een zeer belangrijk kenmerk van de associatieovereenkomst tussen de EU en Egypte is de nadruk die hierin gelegd wordt op de eerbiediging van democratische beginselen en fundamentele rechten van de mens. Dit weerspiegelt het feit dat de EU zich reeds lange tijd inzet voor de bevordering van mensenrechten en democratie in haar internationale betrekkingen, zoals neergelegd in artikel 21, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Het belangrijkste programma had te kampen met talrijke problemen, waarvan er veel te wijten waren aan het gebrek aan inzet bij de Egyptische autoriteiten:

  • dertig maanden na de ondertekening van de financieringsovereenkomst was slechts 22 % van de middelen besteed (§ 29b));

  • een belangrijke component (4 miljoen euro) ter vergroting van de capaciteit van maatschappelijke organisaties werd geannuleerd (§ 29c)).

Sinds de opstand komen de rechten van minderheden steeds meer onder druk te staan; het sektarisch geweld is toegenomen en christenen hebben het zwaarst te lijden onder het geweld. Onderzoeken naar het geweld verliepen traag of vonden niet plaats.

Wat betreft de rechten van vrouwen vroeg het nieuwe parlement na de opstand om de opheffing van verscheidene instellingen voor de rechten van vrouwen. Het heeft ook gevraagd om de huwbare leeftijd te verlagen, genitale verminking bij vrouwen niet langer strafbaar te stellen en de wet inzake het personen- en familierecht en de kinderwet overeenkomstig sharia-beginselen te herzien (zie § 63 van het verslag).

Aanbevelingen

De Commissie en de EDEO hebben zo goed als alle aanbevelingen van de Rekenkamer (§ 80-82) aanvaard.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site