Navigation path

Left navigation

Additional tools

“EU-programma’s voor de integratie van onderdanen van derde landen worden belemmerd door complexe opzet en gebrek aan coördinatie tussen fondsen” – EU‑controleurs

Court of Auditors - ECA/12/50   11/12/2012

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

EUROPESE REKENKAMER

PERSBERICHT

ECA/12/50

Luxemburg, 11 december 2012

“EU-programma’s voor de integratie van onderdanen van derde landen worden belemmerd door complexe opzet en gebrek aan coördinatie tussen fondsen” – EU‑controleurs

Het helpen van mensen van buiten de EU om volledig te integreren in onze samenleving staat hoog op de politieke agenda van de EU en de lidstaten. In een nieuw speciaal verslag van de Europese Rekenkamer (ERK) wordt nagegaan of het Europees Integratiefonds (EIF) en het Europees Vluchtelingenfonds (EVF) op doeltreffende wijze bijdragen tot de integratie van deze onderdanen van derde landen. De ERK constateerde dat, hoewel er op het niveau van individuele gecontroleerde projecten positieve resultaten konden worden waargenomen, er ondeugdelijke systemen waren opgezet om het succes van de fondsen te meten. De opzet van het programma belemmerde de doeltreffendheid en er was sprake van ondeugdelijke coördinatie met andere EU‑fondsen. Naast andere essentiële punten betreffen de aanbevelingen van de Rekenkamer onder meer vereenvoudiging van programmeringsregelingen en verrichting van een alomvattende beoordeling van integratiebehoeften, ongeacht of migranten de nationaliteit van een EU‑land of van een derde land hebben. Op basis van deze beoordeling dient een passende fonds(en)structuur te worden opgezet.

Het Europees Integratiefonds en het Europees Vluchtelingenfonds maken deel uit van het programma Solid en worden in gedeeld beheer door de Commissie en de lidstaten uitgevoerd.

De Rekenkamer constateerde dat het de Commissie of de lidstaten niet mogelijk was, na te gaan welke bijdrage de Solid-fondsen aan integratie leveren omdat de gecontroleerde lidstaten geen behoorlijke streefdoelen of indicatoren voor hun jaarlijkse programma’s hebben vastgesteld. Het tussentijds verslag van de Commissie over de bereikte resultaten en de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de uitvoering, dat was gebaseerd op de verslagen van de lidstaten, verschafte onvoldoende informatie voor de evaluatie of aansturing van de fondsen. Op het niveau van de individuele projecten waren er positieve resultaten, maar dit duidt niet noodzakelijkerwijs op succes in bredere zin, niet het minst vanwege het feit dat de algehele uitvoeringsgraad in 2007 en 2008 lager was dan gepland.

“De doeltreffendheid van de fondsen werd beperkt door de opzet van het Solid-programma, die gefragmenteerd en belastend is en onvoldoende wordt gecoördineerd met andere EU‑fondsen”, aldus Milan Martin Cvikl, het voor het verslag verantwoordelijke lid van de ERK. “Wij hebben geconstateerd dat er veel kan worden verbeterd en tot mijn genoegen heeft de Commissie al belangrijke wijzigingen in de wetgeving voorgesteld voor de volgende financiële programmeringsperiode die verbetering zouden kunnen brengen in de doeltreffendheid van de integratie van onderdanen van derde landen“.

Noot voor de redactie:

De speciale verslagen van de Europese Rekenkamer (ERK) worden gepubliceerd gedurende het hele jaar en geven de resultaten weer van geselecteerde controles van specifieke EU-begrotingsterreinen of beheersthema’s.

In dit speciaal verslag (SV nr. 22/2012) getiteld “Dragen het Europees Integratiefonds en het Europees Vluchtelingenfonds doeltreffend bij tot de integratie van onderdanen van derde landen?” wordt ingegaan op de vraag of het Europees Integratiefonds en het Europees Vluchtelingenfonds van het Solid-programma doeltreffend bijdragen tot de integratie van onderdanen van derde landen. De Rekenkamer ging na of de resultaten worden gesteund door doeltreffend toezicht en doeltreffende evaluatie van het programma, of de opzet van de fondsen bijdraagt tot een doeltreffende tenuitvoerlegging van de fondsen, en of de systemen voor de uitvoering van integratiemaatregelen in het kader van het Solid-programma goed worden beheerd.

Het Solid-programma van de EU ondersteunt acties ter bevordering van de integratie van onderdanen van derde landen in de EU-lidstaten en ter versterking van de solidariteit door het delen van de financiële last die gepaard gaat met het beheer van de gemeenschappelijke buitengrenzen en de tenuitvoerlegging van gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid.

De conclusie van de controle luidde dat het niet mogelijk is geweest, het succes van de jaarlijkse programma’s te meten wegens het ontbreken van een deugdelijk toezicht- en beoordelingssysteem. Niettemin zijn met de meeste individuele projecten die werden gecontroleerd, positieve resultaten behaald [zie tekstvak 4 en paragraaf 37 van het verslag]. Sommige projecten zijn echter mislukt [zie tekstvak 5, paragraaf 38]. De lidstaten beschouwen de fondsen in het algemeen als een toegevoegde waarde.

Ter verbetering van de systemen voor de integratie van onderdanen van derde landen doet de ERK de volgende aanbevelingen:

  • het Europees Parlement en de Raad dienen de programmeringsregelingen te vereenvoudigen met enkelvoudige nationale programma’s die de gehele periode bestrijken;

  • bij het instellen van de beheers- en controlesystemen dienen de Commissie en de lidstaten de nodige aandacht te besteden aan proportionaliteit met het bedrag van de betrokken fondsen en de impact op de middelen, en de opgedane ervaring met het beheer van soortgelijke programma’s in aanmerking te nemen;

  • de Commissie dient een alomvattende beoordeling te verrichten van integratiebehoeften, ongeacht of migranten de nationaliteit van een EU-land of van een derde land hebben. Op basis van deze beoordeling dient een passende fonds(en)structuur te worden opgezet die een eind maakt aan de opdeling van de doelgroep op basis van nationaliteit en die gericht is op de behoeften van de eindbegunstigden. Wanneer de financiering van onderdanen van derde landen als verplichte prioriteit wordt gesteld, zou dit waarborgen dat zij de nodige specifieke aandacht krijgen;

  • de Commissie dient meer belang te hechten aan het verkrijgen van concrete gegevens over de waarborging door de lidstaten van de samenhang en complementariteit tussen de EU-fondsen;

  • de Commissie en de lidstaten dienen een verplicht systeem van gemeenschappelijke indicatoren op te zetten, en de lidstaten dienen streefwaarden voor de nationale programma’s vast te stellen;

  • voordat het nieuwe programma aanvangt, dient de Commissie ervoor te zorgen dat haar essentiële richtsnoeren gereed zijn en dat de lidstaten adequate beheers- en controlesystemen hebben opgezet.

Contact:

Aidas Palubinskas

Persvoorlichter Europese Rekenkamer

Kantoor: +352 4398 45410 Gsm: +352 621 552224

press@eca.europa.eu www.eca.europa.eu Twitter: @EUAuditorsECA


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website