Navigation path

Left navigation

Additional tools

EUROPESE REKENKAMER

PERSBERICHT

ECA/12/48

Luxemburg, 27 november 2012

De verdeling van inkomenssteun onder landbouwers in de nieuwe lidstaten moet worden herzien” – EU-controleurs

De Europese Rekenkamer heeft haar eerste speciaal verslag (SV16/2012) over inkomenssteun aan landbouwers in de nieuwe lidstaten gepubliceerd. Zij roept op tot hervormingen om te waarborgen dat inkomenssteun is gericht op de actieve landbouwer die concrete en regelmatige landbouwactiviteiten verricht. In het bijzonder moeten overheidsinstellingen die grond in staatseigendom beheren en verder geen landbouwactiviteiten uitoefenen, worden uitgesloten van EU-landbouwsteun en moeten er geen betalingen worden verricht voor ongebruikte percelen of grond die hoofdzakelijk wordt benut voor niet‑landbouwactiviteiten.

De regeling inzake een enkele areaalbetaling (REAB) werd opgezet om de nieuwe lidstaten die in 2004 en 2007 tot de EU toetraden, in staat te stellen het inkomen van landbouwers te ondersteunen. De regeling wordt momenteel in tien EU-lidstaten toegepast en de desbetreffende uitgaven bedroegen in 2011 5 miljard euro. Het verslag van de Rekenkamer is gericht op de begunstigden van dit beleid, op subsidiabele grond en op de bijdrage van de regeling aan de doelstelling van ondersteuning van het landbouwinkomen.

De algemene conclusie van de controle luidt dat de tenuitvoerlegging van de regeling tot een aantal aanvechtbare kenmerken heeft geleid:

  • de definitie van de begunstigden van de regeling is niet adequaat: deze maakt het mogelijk dat betalingen worden verricht aan begunstigden die geen of zeer weinig landbouwactiviteiten uitoefenen. Dit betreft onder meer vastgoedbedrijven, luchthavens, jagersverenigingen, visverenigingen en skiclubs;

  • bovendien werd in enkele van de betrokken landen steun (en inkomenssteun) legaal uitbetaald aan overheidsinstellingen die grond in staatseigendom beheren en verder geen landbouwactiviteiten uitoefenen. De staat is de belangrijkste begunstigde van REAB-betalingen in Hongarije (14 miljoen euro in 2010 voor 82 000 ha grond);

  • de totale landbouwoppervlakte waarvoor REAB zou moeten worden uitbetaald, werd niet op betrouwbare wijze door de lidstaten vastgesteld, maar wel aanvaard door de Commissie. Dit werkte door in het steunbedrag per hectare dat aan elke landbouwer werd uitbetaald, en soms hoger of lager was dan het behoorde te zijn. Sommige landen herzagen de totale landbouwoppervlakte zonder dat dit behoorlijk onderbouwd was. Zodoende konden zij hun respectieve budget ten volle benutten;

  • ondanks de inspanningen van de betrokken lidstaten werd steun betaald voor percelen waar geen landbouwactiviteiten werden uitgeoefend;

  • er bestaat een intrinsieke tegenstrijdigheid tussen het ontwerp van de REAB, die enerzijds bedoeld is om het individuele inkomen van landbouwers te ondersteunen, terwijl anderzijds de steun wordt verdeeld onder landbouwbedrijven op basis van de perceeloppervlakte die zij tot hun beschikking hebben;

  • de REAB komt vooral ten goede van grote landbouwbedrijven: over het geheel genomen ontvangt 0,2 % van de begunstigden meer dan 100 000 euro, ofwel 24 % van de totale betalingen;

  • ten slotte was de REAB weliswaar bedoeld als overgangsregeling, maar waren de meeste lidstaten niet voorbereid op de (voor 2014 geplande) invoering van het systeem (op basis van toeslagrechten), dat in de EU-15-lidstaten reeds is ingevoerd. Dit kan leiden tot aanzienlijke vertraging in de toekomstige betalingen.

De Rekenkamer beveelt een doel- en resultaatgerichter beleid aan, waarbij de landbouwinkomenssteun is gericht op de actieve landbouwer die concrete en regelmatige landbouwactiviteiten uitoefent en overheidsinstellingen van de steun worden uitgesloten. Er moet duidelijk worden omschreven wanneer grond in aanmerking komt voor steun en de subsidiabiliteit moet beperkt blijven tot percelen waar concrete en regelmatige landbouwactiviteiten moeten worden verricht. Er moet worden gestreefd naar een evenwichtiger verdeling van de steun onder de landbouwers, door aftopping van de hoogste individuele betalingen of door rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de landbouwbedrijven in de verschillende regio’s. De Commissie dient de structurele gebreken in de landbouwsector aan te pakken en de lidstaten actief te ondersteunen, en hun voorbereidingen op de invoering van een toekomstige op rechten gebaseerde regeling nauwgezetter te volgen.

Met de wetgevingsvoorstellen van de Commissie voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 wordt slechts gedeeltelijk gevolg gegeven aan de opmerkingen van de Rekenkamer (Advies nr. 1/2012 van de Europese Rekenkamer over bepaalde voorstellen voor verordeningen betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode 2014-2020). Bij hun bespreking en goedkeuring van deze voorstellen zouden het Parlement en de Raad kunnen bezien of deze moeten worden herzien overeenkomstig de aanbevelingen van de Rekenkamer.

Contact:

Aidas Palubinskas

Persvoorlichter

European Court of Auditors Desk: +352 4398 45410 Mobile: +352 621 552224

press@eca.europa.eu www.eca.europa.eu Twitter: @EUAuditorsECA


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website