INLEIDING
De Europese Raad was ingenomen met de uitslag van het Deense referendum
en met het vooruitzicht dat de procedures voor de bekrachtiging van het
Verdrag van Maastricht spoedig in alle Lid-Staten zullen zijn voltooid.
Hij is de overtuiging toegedaan dat deze belangrijke stap een einde zal
maken aan een lange periode van onzekerheid over de richting van de
Gemeenschap en dat de Unie deze gelegenheid moet aangrijpen om haar vele
interne en externe uitdagingen met hernieuwde kracht en vastberadenheid
tegemoet te treden en daarbij ten volle gebruik te maken van de
mogelijkheden die het nieuwe Verdrag biedt. De door de Europese Raden in
Birmingham en Edinburgh opgestelde beginselen betreffende democratie,
subsidiariteit en openheid zullen de leidraad vormen voor de
tenuitvoerlegging van het nieuwe Verdrag, ten einde de Gemeenschap
dichter bij haar burgers te brengen.
De Europese Raad van Kopenhagen heeft bijzondere aandacht besteed
enerzijds aan maatregelen om de economische en sociale problemen van de
Gemeenschap, en in het bijzonder het onaanvaardbaar hoge
werkloosheidspeil aan te pakken, en anderzijds aan de grote
verscheidenheid van Europese vredes- en veiligheidsvraagstukken. Hij
erkent dat alleen op de blijvende steun van de bevolking voor de opbouw
van Europa mag worden gerekend als kan worden aangetoond dat de
Gemeenschap een bijdrage levert aan de veiligheid en het welzijn van alle
burgers.
De leden van de Europese Raad hielden een gedachtenwisseling met de
Voorzitter van het Europees Parlement. De discussie vond plaats tegen de
achtergrond van de grotere politieke en wetgevende rol die het Europees
Parlement uit hoofde van het Verdrag van Maastricht zal spelen. De
Europese Raad onderstreepte dat het belangrijk is die bepalingen optimaal
te benutten en tegelijkertijd het in het Verdrag van Maastricht
uitgestippelde institutionele evenwicht volledig te eerbiedigen. Tevens
benadrukte hij dat de nationale parlementen meer moeten worden betrokken
bij de activiteiten van de Gemeenschap. Hij juichte de toenemende
contacten tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement toe.
1. Groei, concurrentievermogen en werkloosheid
De Europese Raad is ernstig bezorgd over de huidige werkloosheid en
de grote gevaren die inherent zijn aan een ontwikkeling waarbij
steeds meer mensen in de Gemeenschap permanent van de arbeidsmarkt
worden uitgesloten. De Europese Raad verklaarde dat de Gemeenschap
en de Lid-Staten vastbesloten zijn het vertrouwen te herstellen door
een duidelijke strategie ten uitvoer te leggen, zowel op korte als
op middellange tot lange termijn, om opnieuw tot duurzame groei te
komen, het concurrentievermogen van de Europese industrie te
versterken en de werkloosheid terug te dringen.
Maatregelen op korte termijn
De Europese Raad was het erover eens dat gecoördineerde economische
actie op basis van de beginselen die vervat zijn in het door de
Europese Raad te Edinburgh vastgestelde "Actieplan van de Lid-Staten
en de Gemeenschap ter bevordering van de groei en ter bestrijding
van de werkloosheid", de hoogste prioriteit moet houden. Hij
verheugde zich over het eerste pakket van nationale en communautaire
maatregelen dat de Raad (ECOFIN) op 19 april heeft aangenomen, en
constateerde met voldoening dat een aantal Lid-Staten sedertdien
uitvoering heeft gegeven aan nieuwe en aanvullende maatregelen die
op hetzelfde doel zijn gericht.
Het is van essentieel belang dat de investeringen worden bevorderd.
De Europese Raad was het erover eens dat op nationaal niveau door de
Lid-Staten speciale aandacht aan dit doel moet worden besteed bij de
planning van hun nationale begrotingen voor 1994. De vervroegde
realisering van overheidsinvesteringen, vooral op het gebied van de
infrastructuur, de milieubescherming en de stadsvernieuwing,
alsmede het bevorderen van particuliere investeringen (met
bijzondere aandacht voor het midden- en kleinbedrijf en huisvesting)
zijn in deze conjunctuurfase in Europa van bijzonder belang. Een
lagere belasting op arbeid zou het concurrentievermogen van de
Europese industrie evenwel ten goede komen. In samenhang hiermee zou
ook moeten worden gedacht aan fiscale maatregelen om het verbruik
van de schaarse energiebronnen te reduceren.
Welke maatregelen op nationaal niveau nog worden genomen zal afhangen van
de armslag waarover elke Lid-Staat beschikt, maar er moet maximaal
rekening worden gehouden met het multiplicerend effect van de interne
markt, hetgeen het nationaal beleid gericht op economisch herstel
ondersteunt, alsmede met de positieve effecten van een toegenomen groei
op de nationale begrotingen.
Op Gemeenschapsniveau verzocht de Europese Raad de EIB om de tijdelijke
leningsfaciliteit van 5 miljard ecu, waartoe in Edinburgh was besloten,
in samenwerking met de Commissie met 3 miljard ecu te verhogen en de
looptijd ervan tot na 1994 te verlengen ; 2 miljard ecu zou bestemd zijn
voor de transeuropese netwerken en 1 miljard ecu voor de versterking van
het concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf in Europa. De
Raad (ECOFIN) wordt verzocht na te gaan hoe het voor het midden- en
kleinbedrijf beschikbare gedeelte in aanmerking kan komen voor
rentesubsidies tot maximaal 3 procentpunten over vijf jaar. De
rentesubsidie zou gekoppeld worden aan het scheppen van werkgelegenheid
(zoals bij de bestaande EGKS-leningen) en zou gefinancierd worden binnen
de bestaande financiële vooruitzichten. De Europese Raad zal het bedrag
voor de faciliteit ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf tijdens
zijn zitting in december opnieuw bezien in het licht van het gebruik dat
ervan wordt gemaakt.
De Europese Raad beklemtoonde het belang van een snelle tenuitvoer-
legging van het structuurbeleidsprogramma van de Gemeenschap voor de
jaren 1994-1999. De tenuitvoerlegging van dit programma ten belope van
160 miljard ecu (of in reële termen drie keer het bedrag van het
Marshall-hulpprogramma) is essentieel voor de samenhang, zowel als voor
de groei en het scheppen van werkgelegenheid, niet alleen in de minder
ontwikkelde regio's maar in de gehele Gemeenschap. De Europese Raad deed
dan ook een beroep op de Instellingen er zorg voor te dragen dat de
verordeningen betreffende de structuurfondsen vóór eind juli 1993
formeel worden aangenomen. Hij nam er nota van dat de Voorzitter van het
Europees Parlement dit streven onderschrijft. In de wetteksten en bij de
concrete uitvoering moet het in Edinburgh bereikte akkoord over het
DELORS II-pakket, ten volle worden geëerbiedigd.
Daarnaast, en tevens om de investeringsprojecten uit hoofde van de
structuurfondsen versneld uit te voeren, was de Europese Raad het erover
eens dat de Raad (ECOFIN) zich moet buigen over een Commissievoorstel
waarbij de Lid-Staten de mogelijkheid krijgen gebruik te maken van een
communautaire "overbruggingsfaciliteit" tegen marktrentepercentages tot
een maximum van 5 miljard ecu, beschikbaar tot eind 1995. Voor de
terugbetaling van deze communautaire lening wordt het bedrag in mindering
gebracht op de toewijzingen uit de structuurfondsen in de volgende jaren.
Soortgelijke regelingen kunnen ook op het cohesiefonds worden toegepast.
De Europese Raad legde er de nadruk op dat het van belang is de nieuwe
bepalingen van het Verdrag van Maastricht met betrekking tot de
bevordering van transeuropese netwerken van de hoogste kwaliteit volledig
te benutten met het oog op de bevordering van de economische en
industriële groei, de samenhang, de doeltreffende werking van de interne
markt en de stimulering van de Europese industrie om ten volle gebruik te
maken van moderne informatietechnologieën. De Europese Raad verzocht de
Commissie en de Raad om begin 1994 de plannen voor netwerken in alle
betrokken sectoren (vervoer, telecommunicatie en energie) te voltooien
en nam met voldoening kennis van de voortgang die geboekt is op het
gebied van de hoge-snelheidstrein, wegen, binnenwateren en gecombineerd
vervoer. Hij deed tevens een beroep op de Raad de Commissievoorstellen
inzake telematicanetwerken met spoed te bestuderen. De Raad dient zich
op basis van een Commissievoorstel ook te bezinnen over de aansluiting
tussen de perifere Lid-Staten en de centrale gebieden van de Gemeenschap.
De langere looptijd en het verhoogde bedrag van de tijdelijke faciliteit
van Edinburgh, waartoe nu is besloten, zullen een verdere belangrijke
bijdrage aan deze netwerken mogelijk maken. Transeuropese projecten die
via een "Verklaring van communautair belang" de goedkeuring van de
Gemeenschap hebben gekregen zullen uit hoofde van dit en andere
communautaire financiële instrumenten een voorkeursbehandeling krijgen.
Maatregelen op middellange en lange termijn ter bevordering van het
concurrentievermogen en de werkgelegenheid
De Europese Raad was het erover eens dat het macro-economische beleid
dient te worden aangevuld met in elke Lid-Staat te treffen structurele
maatregelen die aan de nationale kenmerken zijn aangepast, ten einde te
komen tot een significante verlaging van het onaanvaardbaar hoge
werkloosheidspeil, in het bijzonder bij jongeren, langdurig werklozen en
de ergste gevallen van sociale uitsluiting.
De Europese Raad hoorde een analyse van de Voorzitter van de Commissie
aan over de concurrentiepositie van de Europese economie. Hij schaarde
zich volledig achter deze diagnose.
De Europese Raad verklaarde ingenomen te zijn met de presentatie door
Voorzitter Delors van een Europees plan voor economische opleving op
middellange termijn, getiteld "Op de drempel van de 21ste eeuw", dat aan
deze conclusies gehecht is (zie bijlage I). De Europese Raad verzocht de
Commissie om met het oog op zijn bijeenkomst in december 1993, een
Witboek in te dienen over een strategie op middellange termijn op het
gebied van groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid. De Lid-Staten
zullen vóór 1 september bij de Commissie voorstellen indienen voor
specifieke elementen die in dit initiatief verwerkt zouden kunnen worden.
De Europese Raad verzocht de Commissie haar Witboek tijdig uit te werken,
opdat het in aanmerking kan worden genomen bij de voorbereidingen van de
Raad (ECOFIN) met het oog op de algemene richtsnoeren voor het
economisch beleid voor de Gemeenschap en de Lid-Staten. De Commissie zal
de sociale partners hierover raadplegen.
De Europese Raad herinnerde eraan dat in het Verdrag betreffende de
Europese Unie wordt bepaald dat hij deze richtsnoeren dient te
bestuderen. Hij verzocht de Raad (ECOFIN) om de Europese Raad in
december te Brussel op basis van een voorstel van de Commissie ontwerp-
richtsnoeren voor te leggen die uitgaan van de in de vorige alinea's
uiteengezette doelstellingen met betrekking tot zowel de korte- als de
middellange-termijnaspecten, gericht op de bevordering van een duurzame,
niet-inflatoire groei waarbij rekening wordt gehouden met het milieu.
Beleid inzake monetaire aangelegenheden en wisselkoersen
Het monetaire beleid en de stabiliteit van de wisselkoersen vormen
essentiële factoren in zowel de korte- als de middellange-termijn-
componenten van een strategie om de groei te herstellen en de
werkloosheid terug te dringen. De Europese Raad was het erover eens dat
het van primair belang is de budgettaire en economische voorwaarden te
scheppen om de rentepercentages in Europa op korte termijn te verlagen,
en daarbij de bestaande kloof tussen de rentetarieven in Europa en die in
andere belangrijke industrielanden te verkleinen. Elke actie die daartoe
wordt ondernomen is van essentieel belang ten behoeve van het economisch
herstel en teneinde de investeringen in Europa te bevorderen.
De Europese Raad besprak de recente ontwikkelingen van de situatie op het
gebied van de wisselkoersen. Hij was de mening toegedaan dat de
beleidslijnen ten aanzien van het Europees Monetair Stelsel die de
Ministers van Economische Zaken en Financiën tijdens hun informele
bijeenkomst in Kolding zijn overeengekomen, de juiste richting aangeven.
De Europese Raad herinnerde eraan dat het wisselkoersbeleid van alle Lid-
Staten een zaak van gemeenschappelijk belang is. Hij onderstreepte in
dit verband de belangrijke rol die hier is weggelegd voor het Europees
Monetair Instituut (EMI). Hij verzocht de Commissie voorstellen in te
dienen voor alle nodige uitvoeringsmaatregelen in verband met de tweede
fase van de Economische en Monetaire Unie, zodat de Raad deze zo snel
mogelijk na de inwerkingtreding van het Verdrag en vóór 1 januari 1994
kan aannemen.
Internationale aspecten
Het optreden van de Gemeenschap en de Lid-Staten zal effectiever
zijn indien het beleid internationaal wordt gecoördineerd. In dit
verband toonde de Europese Raad zich voldaan over het resultaat van
de in april gehouden gezamenlijke vergadering van de Ministers van
Economische Zaken en Financiën van de EG en de EVA en verzocht hijde
Raad (ECOFIN) op dit punt nauw contact met de EVA-landen te blijven
houden. Wat de algemene economie betreft, hoopt de Europese Raad dat
de Top van de G-7 het in Tokio eens zal worden over een grondslag
voor een vastberaden streven om de groei van de wereldeconomie te
bevorderen.
2. Interne markt en gemeenschappelijke beleidsmaatregelen
Nu de problemen in verband met het creëren van economische groei en
het stimuleren van de werkgelegenheid een punt zijn van toenemende
zorg, is het bestaan van een grote interne markt van 350 miljoen
personen een belangrijke troef voor de Gemeenschap.
De Europese Raad juichte de recente besluiten van de Raad (Interne
Markt) toe en deed een beroep op de Raad tot spoedige aanneming van
de laatste, nog resterende maatregelen die van groot belang zijn
voor de goede werking van de interne markt.
Op het gebied van het vervoer stelde de Europese Raad met
tevredenheid vast dat het recente akkoord over de belasting op het
wegvervoer de weg heeft vrijgemaakt voor een volledige
liberalisering van de activiteiten van de wegvervoerders in de
Gemeenschap, naast de bestaande liberalisering van het lucht- en
zeevervoer.
Juridisch is de interne markt een feit sedert 1 januari 1993 ; het
is van wezenlijk belang dat deze ook in de praktijk een vlotlopend
mechanisme wordt waardoor het concurrentievermogen van de Europese
economie wordt verbeterd en voor de burgers zoveel mogelijk
economische en sociale voordelen ontstaan. Om dat te bereiken, deed
de Europese Raad op alle betrokkenen, en in het bijzonder op de
Commissie en de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten, een beroep
om samen te werken ten einde ervoor te zorgen dat de interne markt
efficiënt en met zo min mogelijk administratieve rompslomp wordt
beheerd.
De Europese Raad onderstreepte dat de interne markt niet tot stand
kan worden gebracht zonder dat het vrije verkeer van personen
evenals dat van goederen, diensten en kapitaal, overeenkomstig
artikel 8 A van het Verdrag, volledig wordt verwezenlijkt. Hiertoe
zijn maatregelen vereist, in het bijzonder op het gebied van
samenwerking bij het bestrijden van misdaad en drugshandel en om tot
een doeltreffende controle van de buitengrenzen te komen.
De Europese Raad verzocht de bevoegde Ministers grote spoed te
zetten achter hun werkzaamheden met het oog op deze maatregelen. Met
betrekking tot de laatste hangende kwestie in verband met de
Overeenkomst inzake de overschrijding van de buitengrenzen, stelde
de Europese Raad met tevredenheid vast dat de betrokken Lid-Staten
het vaste voornemen hebben geuit om alles in het werk te stellen ten
einde zo spoedig mogelijk een voor alle betrokken partijen
aanvaardbare oplossing te vinden.
3. GATT
De Europese Raad sprak zijn waardering uit over het verslag van de
Commissie betreffende de tot op heden in de Uruguay-ronde gemaakte
vorderingen. Hij achtte het van belang dat de Gemeenschap zich
actief blijft inzetten voor verdere vooruitgang, en de Europese
identiteit gedurende de hele onderhandelingen vrijwaart.
De Europese Raad achtte het van wezenlijk belang dat het
multilaterale proces in Genève over alle onderwerpen, met inbegrip
van de landbouw, zo spoedig mogelijk weer op gang wordt gebracht,
zodat voor het eind van het jaar een alomvattende, duurzame en
evenwichtige overeenkomst kan worden bereikt. Dit is dringend
gewenst, ten einde op wereldniveau een nieuw, op regels gebaseerd
handelssysteem te creëren waarin eenzijdige actie uitgesloten is.
Een op deze basis afgesloten onderhandelingsronde zal bijdragen tot
de duurzame expansie van de internationale handel, hetgeen van
vitaal belang is voor de bevordering van economische groei en werk-
gelegenheid, zowel in Europa als in de wereld.
Indien tijdig de hoofdelementen van een component betreffende ruime
toegang tot de markt worden bepaald, en reële vorderingen inzake
diensten en intellectuele eigendom worden gemaakt, met inbegrip van
bijdragen van alle GATT-partners, zal dit de dynamiek in stand
helpen houden en de weg vrijmaken voor een tijdige afronding van het
definitieve pakket.
4. Uitbreiding
De Europese Raad nam nota van de vorderingen bij de toetredings-
onderhandelingen met Oostenrijk, Finland, Zweden en Noorwegen. Hij
constateerde dat de aanvankelijke problemen bij het starten van de
onderhandelingen nu zijn overwonnen en dat het tempo van de
onderhandelingen sneller wordt. Hij herinnerde eraan dat de
onderhandelingen met de kandidaatlanden zoveel mogelijk parallel
dienen plaats te vinden, waarbij elk kandidaatland naar zijn eigen
merites moet worden behandeld.
De Europese Raad verzocht de Commissie, de Raad en de
kandidaatlanden ervoor te zorgen dat de onderhandelingen op
constructieve en vlotte wijze verlopen. De Europese Raad is
vastbesloten de nagestreefde eerste uitbreiding van de Europese
Unie, overeenkomstig de door de Europese Raad te Lissabon en te
Edinburgh vastgestelde richtsnoeren, tegen 1 januari 1995 te
verwezenlijken.
5. Betrekkingen met Malta en Cyprus
De Europese Raad was van oordeel dat zijn richtsnoeren met
betrekking tot de uitbreiding van de Gemeenschap met de EVA-landen
geen gevolgen mogen hebben voor de situatie van andere landen die om
toetreding tot de Unie hebben verzocht. De Unie zal elk van deze
verzoeken op zijn eigen merites beoordelen.
De Europese Raad was verheugd over het voornemen van de Commissie om
binnenkort haar advies over Malta en Cyprus uit te brengen.
Ditadvies zal op korte termijn door de Raad worden behandeld, met
inachtneming van de bijzondere situatie waarin elk van beide landen
verkeert.
6. Betrekkingen met Turkije
Met betrekking tot Turkije verzocht de Europese Raad de Raad ervoor
te zorgen dat de door de Europese Raad in Lissabon vastgestelde
beleidslijnen voor een intensievere samenwerking met en ontwikkeling
van de betrekkingen met Turkije daadwerkelijk ten uitvoer worden
gelegd overeenkomstig hetgeen in het vooruitzicht werd gesteld in de
Associatieovereenkomst van 1964 en in het protocol van 1970 voor
het gedeelte dat betrekking heeft op de totstandbrenging van een
douane-unie.
7. Betrekkingen met de landen van Midden- en Oost-Europa
A. De geassocieerde landen
i) De Europese Raad wijdde een uitvoerige bespreking aan de
betrekkingen tussen de Gemeenschap en de landen van Midden- en Oost-
Europa waarmee de Gemeenschap Europa-overeenkomsten ("geassocieerde
landen") heeft gesloten of voornemens is te sluiten, zulks aan de
hand van de mededeling van de Commissie die op verzoek van de
Europese Raad van Edinburgh is opgesteld.
ii) De Europese Raad sprak zijn voldoening uit over de moedige
inspanningen van de geassocieerde landen om hun economieën, die
verzwakt zijn door veertig jaar centrale planning, te moderniseren
en om een spoedige overgang naar een markteconomie te waarborgen.
De Gemeenschap en haar Lid-Staten betuigen hun steun aan dit
hervormingsproces. Vrede en veiligheid in Europa hangen af van het
welslagen van deze inspanningen.
iii) De Europese Raad stemde er heden in toe dat de geassocieerde landen
in Midden- en Oost-Europa die dat wensen, lid worden van de Europese
Unie. De toetreding zal plaatsvinden zodra een geassocieerd land in
staat is om de verplichtingen van het lidmaatschap na te komen door
te voldoen aan de vereiste economische en politieke voorwaarden.
Het lidmaatschap vereist dat het kandidaat-land is gekomen tot
stabiele instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensen-
rechten en het respect voor en de bescherming van minderheden
garanderen, het bestaan van een functionerende markteconomie alsook
het vermogen om de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de
Unie het hoofd te bieden. Het lidmaatschap veronderstelt dat de
kandidaten in staat zijn om de verplichtingen van het lidmaatschap
op zich te nemen, wat mede inhoudt dat zij de doelstellingen van een
politieke, economische en monetaire unie onderschrijven.
Het vermogen van de Unie om nieuwe leden op te nemen, met handhaving
van de dynamiek van de Europese integratie, is ook een belangrijke
overweging in het algemeen belang van zowel de Unie als de
kandidaat-landen.
De Europese Raad zal de vorderingen van elk geassocieerd land bij
het vervullen van de voorwaarden voor toetreding tot de Unie van
nabij blijven volgen en passende conclusies trekken.
iv) De Europese Raad kwam overeen dat de toekomstige samenwerking met de
geassocieerde landen op het thans vastgestelde doel van toetreding
gericht zal zijn. In dit verband heeft de Europese Raad zijn
goedkeuring gehecht aan het volgende.
- De Gemeenschap stelt voor dat de geassocieerde landen een
gestructureerde relatie aangaan met de instellingen van de Unie, in
het kader van een geïntensiveerde en uitgebreide multilaterale
dialoog en overleg inzake aangelegenheden van gemeenschappelijk
belang. De regelingen, waarvan de details uiteengezet zijn in
Bijlage II bij deze conclusies, behelzen het voeren van een dialoog
en overleg over tal van onderwerpen en in diverse fora. Indien
gewenst kunnen, naast de bijeenkomsten van de Voorzitter van de
Europese Raad en de Voorzitter van de Commissie met hun ambts-
genoten uit de geassocieerde landen, gezamenlijke bijeenkomsten van
alle Staatshoofden en Regeringsleiders worden belegd ter bespreking
van specifieke en tevoren vastgelegde aangelegenheden.
- In het besef van de cruciale plaats die de handel bij de overgang
naar een markteconomie inneemt, was de Europese Raad het erover eens
dat de Gemeenschap in een versneld tempo moet streven naar
openstelling van haar markten. Deze stap voorwaarts dient evenwel
gepaard te gaan met verdere ontwikkeling van de onderlinge handel
tussen deze landen, alsmede van de handel tussen deze landen en hun
traditionele handelspartners. De Europese Raad sprak zijn
goedkeuring uit over de door de Raad (Algemene Zaken) in diens
zitting van 8 juni vastgestelde handelsconcessies. De Raad wordt
verzocht om, op voorstel van de Commissie, nog vóór de zomervakantie
de nodige wetteksten aan te nemen.
- De Gemeenschap zal een aanzienlijk deel van de voor externe
maatregelen uitgetrokken begrotingsmiddelen blijven reserveren voor
de landen in Midden- en Oost-Europa, met name via het PHARE-
programma. De Gemeenschap zal tevens ten volle gebruik maken van de
mogelijkheid waarin voorzien wordt door de tijdelijke lenings-
faciliteit van de EIB om transeuropese netwerkprojecten te
financieren waarbij de landen van Midden- en Oost-Europa betrokken
zijn. Indien nodig kan een deel van de middelen van het PHARE-
programma voor omvangrijke verbeteringen van de infrastructuur
worden aangewend op de door de Raad Algemene Zaken van 8 juni
bepaalde wijze.
- De Europese Raad sprak zijn voldoening uit over de aan de
geassocieerde landen geboden mogelijkheid om in het kader van de
Europa-Overeenkomsten aan communautaire programma's deel te nemen,
en verzocht de Commissie om vóór het eind van het jaar voorstellen
te doen om nog meer programma's voor de geassocieerde landen open te
stellen, met als uitgangspunt de programma's die reeds openstaan
voor deelneming door EVA-landen.
- De Europese Raad onderstreepte het belang van harmonisatie van de
regelgeving in de geassocieerde landen met de in de Gemeenschap
geldende wettelijke voorschriften, in de eerste plaats inzake
concurrentievervalsing en vervolgens - in het vooruitzicht van de
toetreding - inzake de bescherming van werknemers, het milieu en de
consument. De Europese Raad was het erover eens dat ambtenaren uit
de geassocieerde landen de mogelijkheid moet worden geboden zich te
bekwamen in het Gemeenschapsrecht en de Gemeenschapspraktijk, en
besloot tot oprichting van een task force van vertegenwoordigers van
de Lid-Staten en de Commissie om dit werk te coördineren en in goede
banen te leiden.
- De concrete wijze van toepassing van een en ander is nader
uiteengezet in Bijlage II.
B. Andere landen in Midden- en Oost-Europa
De Europese Raad besprak de economische situatie in Albanië. Hij
sprak zijn voldoening uit over de conclusies van de Raad (ECOFIN) op
7 juni en over de erkenning door de Gemeenschap van de noodzaak
Albanië op passende wijze te blijven steunen door schenkingen,
leningen of beide. De Europese Raad noemde het eveneens van belang
dat de in de lopende overeenkomst met Albanië opgenomen bepalingen
inzake politieke dialoog ten volle worden benut.
Met het oog op de intensivering van de handel en de handels-
betrekkingen tussen de drie Baltische Staten en de Gemeenschap
verzocht de Europese Raad de Commissie voorstellen te doen om de
bestaande handelsovereenkomsten met de Baltische Staten te laten
uitgroeien tot vrijhandelsovereenkomsten. Het blijft de bedoeling
dat de Gemeenschap, zodra aan de vereiste voorwaarden is voldaan,
Europa-overeenkomsten sluit met de Baltische Staten.
8. Pact inzake stabiliteit in Europa
De Europese Raad wisselde van gedachten over het Franse voorstel
voor een initiatief van de Europese Unie voor een Pact inzake
stabiliteit in Europa. Doel van dit initiatief is, in de praktijk
uitvoering te geven aan de beginselen die de Europese landen zijn
overeengekomen inzake eerbiediging van de grenzen en van de rechten
van minderheden. De Europese Raad was het erover eens dat uit
recente gebeurtenissen in Europa is gebleken dat nu de tijd rijp is
voor actie op deze terreinen. Hij juichte het idee toe om gebruik te
maken van de mogelijkheden van een "gemeenschappelijk optreden",
overeenkomstig de procedures van het gemeenschappelijk buitenlands
en veiligheidsbeleid.
De Europese Raad verzocht de Raad (Algemene Zaken) het voorstel te
bespreken en verslag uit te brengen op zijn bijeenkomst in december
1993, met het oog op de organisatie van een Voorbereidende
Conferentie over het pact.
9. Rusland
De Europese Raad juichte de nieuwe initiatieven toe die door
President Jeltsin zijn ontplooid met het oog op politieke
hervormingen in Rusland. Hij sprak de hoop uit dat deze inspanningen
succes zullen opleveren en zullen bijdragen tot consolidering van
democratie en een markteconomie.
De Europese Raad sprak zijn voldoening uit over de recente
vooruitgang bij de onderhandelingen over een partnerschaps- en
samenwerkingsovereenkomst met Rusland. Hij sprak de hoop uit dat
een dergelijke overeenkomst spoedig kan worden gesloten in het kader
van een tussen de Gemeenschap en Rusland tot stand te brengen
contractuele relatie, waarin de politieke en economische rol van
Rusland op het internationale toneel tot uiting komt en waarbij
overleg, ook op het hoogste niveau, een vast kenmerk van de relatie
zal vormen.
De Europese Raad verheugt zich erop de nauwe samenwerking met
Rusland op politiek gebied voort te zetten en gezamenlijk bij te
dragen tot een oplossing voor de internationale crises. Hij ziet dit
als een essentiële bijdrage aan vrede en stabiliteit in Europa en in
de wereld. De Europese Raad kwam overeen voor te stellen dat
regelmatig vergaderingen van de Gemeenschap worden gehouden tussen
de Voorzitter, de Voorzitter van de Commissie en de Russische
President.
De Europese Raad sprak zijn bereidheid uit de steun aan het
Russische hervormingsproces voort te zetten en te intensiveren. De
komende Top van de G-7 wordt beschouwd als een goede gelegenheid om
kracht bij te zetten aan de aanzienlijke inspanningen die reeds zijn
gedaan ter ondersteuning van de huidige hervormingsmaatregelen in
Rusland en in andere landen van de voormalige Sovjet-Unie. De
Europese Raad maakte de balans op van de werkzaamheden ter
voorbereiding van de besprekingen tijdens de Top van de G-7 over de
hulp aan Rusland. De Gemeenschap en haar Lid-Staten hechten er veel
belang aan dat in Tokio vooruitgang wordt geboekt op de punten die
verband houden met de nucleaire veiligheid (kerncentrales, kernafval
en de ontmanteling van kernwapens). Hij verklaarde in dit verband
verheugd te zijn over het feit dat thans op grote schaal gevolg
wordt gegeven aan de richtsnoeren die door de Europese Raad in
Lissabon zijn vastgesteld, alsook over de overeenstemming die
onlangs in de Raad (ECOFIN) werd bereikt over Euratom-leningen ter
verbetering van de veiligheid van kerncentrales in de republieken
van de voormalige Sovjet-Unie en in de landen van Midden- en Oost-
Europa.
De Europese Raad onderstreepte tevens hoe belangrijk het is dat het
Europees Energiehandvest in een concrete realiteit wordt omgezet.
De Europese Raad zegde toe dat de Gemeenschap haar steun zal
verlenen aan andere concrete stappen ter bevordering van de
doeltreffendheid van de steun aan Rusland en aan concrete projecten
die gericht zijn op een bespoediging van het privatiseringsproces,
in het bijzonder via een passende opleiding van Russische
ondernemers in het kader van de technische bijstand. De Europese
Raad benadrukte dat de doeltreffendheid van de steun afhangt van het
bestaan van een op stabiliteit georiënteerd economisch beleid in
Rusland.
10. Oekraïne
De Europese Raad beklemtoonde dat hij zeer geïnteresseerd is in een
uitbreiding van de samenwerking met Oekraïne. Voor een volledige
integratie in de internationale gemeenschap is het van wezenlijk
belang dat Oekraïne aanzienlijke vooruitgang boekt bij het waarmaken
van zijn toezeggingen in het Protocol van Lissabon in verband met de
bekrachtiging van Start 1 en de toetreding als niet-kernwapenstaat
tot het NPV, hetgeen ook de ontwikkeling van zijn betrekkingen met
de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten zou bevorderen.
11. Voormalig Joegoslavie
De Europese Raad heeft de in Bijlage III opgenomen verklaring inzake
Bosnië-Herzegovina aangenomen.
12. Betrekkingen met de Maghreb-landen
De Europese Raad bevestigde dat hij vastbesloten is ervoor te zorgen
dat de betrekkingen met de Maghreb-landen het niveau en het gewicht
krijgen die passen bij de nauwe banden die door geografische ligging
en geschiedenis zijn gesmeed. Dit moet geschieden in het kader van
een opgewaardeerd partnerschap tussen de Unie en de onderscheiden
Maghreb-landen.
De Europese Raad verzocht de Raad spoedig zijn goedkeuring te
hechten aan de thans in behandeling zijnde ontwerp-richtsnoeren
inzake een partnerschapsovereenkomst met Marokko.
Hij nam met voldoening nota van het voornemen van de Commissie om
spoedig ontwerp-richtsnoeren in te dienen voor onderhandelingen over
een soortgelijke overeenkomst met Tunesië.
13. Conclusies van de Ministers van Buitenlandse Zaken
De Europese Raad nam nota van de conclusies van de Ministers van
Buitenlandse Zaken met betrekking tot de in Bijlage IV opgenomen
kwesties.
14. Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Voorbereidende
werkzaamheden op veiligheidsgebied
De Europese Raad nam er nota van dat er reeds voorbereidend werk op
veiligheidsgebied is verricht door de Ministers van Buitenlandse
Zaken ingevolge het mandaat van de Europese Raad van Edinburgh en
verzocht hen de werkzaamheden voort te zetten ten einde de nodige
basiselementen vast te stellen voor een beleid van de Unie op het
ogenblik dat het Verdrag in werking zal treden.
15. Een Gemeenschap die dicht bij de burger staat
De Europese Raad riep alle Instellingen op ervoor te zorgen dat de
beginselen van subsidiariteit en openheid hecht worden verankerd in
alle domeinen van de communautaire activiteit en volledig worden
nageleefd bij het dagelijkse reilen en zeilen van de Instellingen.
Wat het subsidiariteitsbeginsel betreft nam de Europese Raad er met
voldoening nota van dat de Commissie thans alleen voorstellen
indient als zij van oordeel is dat deze aan de subsidiariteits-
criteria voldoen ; algemeen gesproken juichte hij het toe dat het
volume van de communautaire wetgeving in het legislatieve programma
van de Commissie voor 1993 ten opzichte van vroegere jaren
substantieel is verminderd. Zeer veelbelovend is ook het ruimere
overleg dat de Commissie pleegt alvorens substantiële nieuwe
voorstellen in te dienen, en in het bijzonder het stelselmatig
gebruik van "groenboeken" met betrekking tot belangrijke nieuwe
werkzaamheden, alsmede een kosten/batenanalyse van nieuwe voor-
stellen. De Europese Raad hoopt dat de Commissie de bestaande en
voorgestelde wetgeving vóór de bijeenkomst van de Europese Raad in
december aan het subsidiariteitsbeginsel zal hebben getoetst.
De Europese Raad nam er met voldoening nota van dat de Raad en de
Commissie de beginselen, richtsnoeren en procedures inzake
subsidiariteit waartoe in Edinburgh is besloten, thans toepassen als
integrerend deel van het besluitvormingsproces. De Europese Raad
hoopt dat het Europees Parlement spoedig in staat zal zijn zich
hierbij aan te sluiten.
Wat de openheid betreft nam de Europese Raad nota van de eerste
stappen die gedaan zijn ingevolge de conclusies van de Europese Raad
van Edinburgh betreffende de openstelling van bepaalde Raadsdebatten
voor het publiek, de vereenvoudiging en de codificatie van de
communautaire wetgeving en de voorlichting in het algemeen. Hij
bevestigde zijn toezegging om het streven naar een opener en
transparanter Gemeenschap voort te zetten.
Op het gebied van de toegang van het publiek tot informatie,
verzocht de Europese Raad de Raad en de Commissie door te gaan met
hun werkzaamheden op basis van het beginsel dat de burgers recht
hebben op zo volledig mogelijke toegang tot informatie. Het doel
moet zijn dat alle noodzakelijke maatregelen voor eind 1993 zijn
ingevoerd.
De Europese Raad verzocht het Europees Parlement en de Raad de
laatste onopgeloste problemen in verband met de instelling van de
ombudsman tijdig voor de inwerkingtreding van het Verdrag van
Maastricht te regelen.
16. Fraude ten koste van de Gemeenschap
De Europese Raad benadrukte dat het belangrijk is door te gaan met
de bestrijding van fraude en onregelmatigheden in samenhang met de
Gemeenschapsbegroting, zowel uit het oogpunt van de daarmee gemoeide
bedragen als met het oog op het wekken van vertrouwen in de opbouw
van Europa. Hij beklemtoonde dat het van belang is volledig
uitvoering te geven aan de bepalingen van het Verdrag van Maastricht
uit hoofde waarvan de Lid-Staten ter bestrijding van fraude waardoor
de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad, dezelfde
maatregelen moeten nemen als die welke zij treffen ter bestrijding
van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad.
De Europese Raad kijkt uit naar het voortgangsverslag over de
fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie, dat van
desbetreffende voorstellen vergezeld zal gaan. Hij verzocht de
Commissie die voorstellen uiterlijk in maart 1994 in te dienen.
17. Racisme en vreemdelingenhaat
De Europese Raad veroordeelde krachtig de recente aanslagen tegen
immigranten en vluchtelingen in haar Lid-Staten en betuigde zijn
diepe medeleven met de onschuldige slachtoffers van deze agressie.
De Europese Raad herhaalde dat hij vastbesloten is intolerantie en
racisme in al hun uitingsvormen met alle mogelijke middelen te
bestrijden. Hij benadrukte dat deze uitingen van intolerantie en
racisme in onze huidige maatschappij onaanvaardbaar zijn.
De Europese Raad bevestigde dat hij zich gehouden acht een ieder,
met inbegrip van immigranten en vluchtelingen, te beschermen tegen
schendingen van de fundamentele rechten en vrijheden, zoals die zijn
vastgelegd in de grondwet en de wetgeving van de Lid-Staten, in het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en in andere
internationale overeenkomsten, met inbegrip van het VN-Verdrag
inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.
De Europese Raad herinnerde aan zijn eerdere verklaringen over
racisme en vreemdelingenhaat en besloot zich meer toe te leggen op
het opsporen en het uit de weg ruimen van de oorzaken ervan. De
Europese Raad verbond zich ertoe dat de Lid-Staten alles in het werk
zullen stellen om immigranten, vluchtelingen en anderen tegen
uitingen en blijken van racisme en intolerantie te beschermen.
- - -
BIJLAGE I
OP DE DREMPEL VAN DE 21e EEUW
RICHTSNOEREN VOOR DE ECONOMISCHE OPLEVING VAN EUROPA
1. De steven gericht houden op de Economische en Monetaire Unie
Eén enkele munt :
. consolideert de interne markt en maakt eerlijke en vruchtbare
mededinging mogelijk ;
. vergroot de aantrekkelijkheid van investeringen binnen en buiten de
Gemeenschap, en stimuleert in het algemeen het sparen dat nodig is
voor het financieren van de grote infrastructuurprojecten ;
. maakt het mogelijk een positieve invloed uit te oefenen op het
internationaal monetair stelsel zodat meer stabiliteit wordt bereikt
en die vormen van speculatie worden tegengegaan waardoor
instabiliteit en onzekerheid ontstaan.
Hiervoor is het nodig :
. de weg van de convergentie terug te vinden die het mogelijk maakt
het groeipercentage op te trekken en arbeidsplaatsen te scheppen in
de hele Gemeenschap : het eindresultaat hiervan zal positief
uitvallen ;
. voor het nationaal beleid en de bedrijfsstrategieën geloofwaardige,
duidelijke en begrijpelijke perspectieven te openen, en hiertoe de
interne markt tot bloei te brengen ;
. de opbouw van Europa met de aspiraties van de burgers in
overeenstemming te brengen door te wijzen op de voordelen die van de
ontwikkeling van de Gemeenschap kunnen worden verwacht, door deze
voordelen tot de andere landen van Europa, en met name die van
Midden- en Oost-Europa, uit te breiden, welke landen uitgebreide
groeimogelijkheden voor allen bieden.
2. Een Gemeenschap die openstaat voor de wereld en solidair is
. De Gemeenschap moet blijven streven naar een snelle afsluiting van
de Uruguay-Ronde, van een evenwichtig akkoord, d.w.z. een akkoord
over alle momenteel onopgeloste problemen.
. Dit akkoord moet leiden tot de totstandbrenging van een mondiale
organisatie van de handel die afgestemd is op het feit dat de
markten en de ondernemingsstrategieën een wereldwijd karakter
krijgen.
. Deze organisatie moet, zonder enige afwijking, in theorie en
praktijk gebaseerd zijn op een multilaterale aanpak. Zij moet haar
actie afstemmen op de andere parameters van de wereldeconomie : de
monetaire ontwikkelingen, de oriëntatie van de geldstromen, de
evenwichtige verdeling van de lasten van het milieubeleid, de
sociale vooruitgang, waarop allen recht hebben, en wel in het kader
van een gradueel proces dat met de economische vooruitgang
verenigbaar is.
3. Meer samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling
. De doelstelling van 3 % van het bruto nationaal produkt vastleggen
met betrekking tot de middelen die worden besteed aan onderzoek,
ontwikkeling en innovatie (tegenover momenteel 2 %).
. De acties van de Gemeenschap concentreren op wat een meerwaarde kan
opleveren in vergelijking met het beleid van de Lid-Staten en de
ondernemingen.
. Op Europees niveau, met de steun van de andere acties van de
Gemeenschap, kaders voor samenwerking tussen onze ondernemingen tot
stand brengen om innovaties te doen renderen en de
produktieprocessen aan te passen.
4. Een krachtig netwerk voor vervoers- en telecommunicatie-infra-
structuur
. Door een sneller en goedkoper verkeer van personen, goederen en
diensten mogelijk te maken zal het concurrentievermogen van de
Europese economie worden verstevigd.
. De netwerken zullen een onschatbare bijdrage leveren aan de
ruimtelijke ordening en de economische en sociale samenhang.
. Tien jaar uittrekken voor het stimuleren van de Europese industrie
(vervoer, bouw, openbare werken, ....) die betrokken is bij het
ontwerpen en het verwezenlijken van deze infrastructuur :
30 miljard ecu per jaar is hierbij een realistisch streefminimum
(voor alle financieringen samen).
5. Een gemeenschappelijke informatieruimte : de technologische revolutie
komt op gang
. De weg bereiden voor een gedecentraliseerde economie die steunt op
juist opgeleide arbeidskrachten en talloze kleine en middelgrote
bedrijven die onderling samenwerken.
. Hiervoor moet in Europa een "Europese informatie-infrastructuur"
worden gecreëerd, een echt bloedvatenstelsel voor de economie van
morgen, het middel om onze informatieondernemingen (tele-
communicatie, informatica, optische vezels, ...) te stimuleren door
het vooruitzicht van een groot aanbod, dat zichzelf ook over
verschillende jaren uitstrekt. Een initiële investering van
vijf miljard ecu is nodig, om vervolgens tot een jaarlijks programma
van 5 à 8 miljard ecu per jaar te komen.
. Europese opleidingskanalen creëren voor deze nieuwe beroepen en het
werken op afstand aanmoedigen (in de informatie-industrie zelf, voor
onderwijs, voor geneeskunde, voor sociale dienstverlening, milieu,
beheer van stedelijke agglomeraties ... maar ook voor de
bestrijding van de grote plagen van deze tijd : ziekten,
drugsgebruik, criminaliteit).
6. Een grondige aanpassing van de onderwijsstelsels
. Leren leren gedurende het hele leven ; kennen en kunnen combineren.
. Bij iedereen de vermogens op het gebied van autonomie en innovatie
ontwikkelen.
. Een individueel recht op opleiding gedurende het hele leven invoeren
(elke jongere zou een opleidings-"cheque" ontvangen die hem/haar in
staat stelt deel te nemen aan cursussen voor onderwijs of aanpassing
van zijn/haar kennis).
7. Op weg naar een nieuw ontwikkelingsmodel
. De inachtneming van het milieu zal het mogelijk maken talrijke
arbeidsplaatsen te scheppen.
. De belastingheffing op de zeldzame natuurlijke hulpbronnen zal het
mogelijk maken de buitensporige belasting op de arbeid te
verlichten, waardoor het concurrentievermogen van de Europese
economie zal worden vergroot.
. De nieuwe produktiviteitswinsten moeten worden gebruikt voor de
verbetering van de kwaliteit van het bestaan en de schepping van
nieuwe arbeidsplaatsen ; het gaat hierbij om de dynamische visie op
de arbeidsverdeling, waarbij het aanbod van werk wordt vergroot om
in nieuwe behoeften van kwalitatieve aard te kunnen voorzien, die
een aanzienlijk en nog maar weinig onderzocht, zo niet weinig bekend
terrein vormen.
8. Een actiever arbeidsmarktbeleid
. Prioriteit voor het aanbieden van een betrekking of werk, dan wel
een nuttige opleiding aan iedereen die zich op de arbeidsmarkt
aandient.
. Technologische en economische veranderingen niet vertragen, maar die
integendeel vóór zijn en tijdig verwerken.
. De kwaliteit en de omvang van de diensten en bureaus voor
arbeidsvoorziening doen toenemen om zodoende doeltreffend hulp te
bieden aan iedereen die werkloos is (groei van de uitgaven voor de
Gemeenschap van 0,1 % tot 0,5 % van het BNP).
- - -
BIJLAGE II
SAMENWERKING MET DE GEASSOCIEERDE LANDEN IN HET VOORUITZICHT VAN
LIDMAATSCHAP
i) GESTRUCTUREERDE BETREKKINGEN MET DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE UNIE
Met het oog op de toetreding en de voorbereiding daarvan zal, naast de
bilaterale structuur van de Europa-Overeenkomsten, met de landen van
Midden- en Oost-Europa waarmee de Gemeenschap zulke overeenkomsten
heeft gesloten, een multilateraal kader voor een geïntensiveerde
dialoog en overleg over onderwerpen van gemeenschappelijk belang tot
stand worden gebracht.
Dit kader zal inhouden dat er tussen de Raad van de Unie en alle
geassocieerde LMOE's bijeenkomsten plaatsvinden over vooraf
vastgestelde onderwerpen van gemeenschappelijk belang die onder de
bevoegdheid van de Unie vallen, met name :
- communautaire werkterreinen, in het bijzonder met een transeuropese
dimensie, onder andere op het gebied van energie, milieu, vervoer,
wetenschap en technologie ;
- gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid ;
- binnenlandse zaken en justitiële aangelegenheden.
Tijdens deze bijeenkomsten wordt overleg gepleegd, maar worden geen
beslissingen genomen. Mochten de conclusies daadwerkelijke maatregelen
vergen, dan worden deze maatregelen in het passende institutionele kader
genomen (gewone communautaire procedure of Associatieraad met elk van de
geassocieerde staten).
Op intern vlak worden deze bijeenkomsten volgens de gebruikelijke
procedures voorbereid, met name om, naar gelang van de behandelde
onderwerpen, het in te nemen standpunt te bepalen. Ter voorbereiding van
de bijeenkomsten vinden er contacten met de landen van Midden- en Oost-
Europa plaats.
Naast de hierboven uiteengezette algemene structuur voor de dialoog
zullen bij de gesprekken over aangelegenheden in verband met het
buitenlands en veiligheidsbeleid ook de volgende regelingen toepassing
vinden :
- een Trojka-vergadering op het niveau van de Ministers van Buiten-
landse Zaken en een vergadering op het niveau van de Directeuren
Politieke Zaken tijdens elk voorzitterschap ;
- briefing op het niveau van het Secretariaat na iedere Raad Algemene
Zaken en na iedere vergadering van de Directeuren Politieke Zaken ;
- één Trojka-vergadering op het niveau van de werkgroepen per
voorzitterschap voor de desbetreffende werkgroepen.
Hiernaast zal met de geassocieerde landen regelmatig Trojka-overleg
worden gepleegd, voorafgaand aan belangrijke zittingen van de Algemene
Vergadering van de VN en van de CVSE.
ii) VERBETERING VAN DE TOEGANG TOT DE MARKT
a) De douanerechten op de invoer naar de Gemeenschap van gevoelige
industriegrondstoffen van oorsprong uit de geassocieerde landen
(bijlage II b bij de Interimovereenkomsten) worden afgeschaft aan het
eind van het tweede jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst
(in plaats van aan het eind van het vierde jaar).
b) De douanerechten op de invoer van industrieprodukten die
betrokken zijn bij de consolidatie van het SAP (bijlage III van de
Interimovereenkomsten) worden afgeschaft aan het eind van het derde
jaar (in plaats van aan het eind van het vijfde jaar).
c) De bedragen van de contingenten en de plafonds van bovengenoemde
bijlage III (consolidatie van het SAP) worden verhoogd met 30 %
(Polen, de Republieken Tsjechië en Slowakije, Bulgarije, Roemenië) en
met 25 % (Hongarije) per jaar vanaf de tweede helft van het tweede
jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst (in plaats van 20 %
voor Polen, Tsjechoslowakije, Bulgarije, Roemenië en 15 % voor
Hongarije).
d) De heffingen/rechten binnen de contingenten voor landbouwprodukten
worden zes maanden vóór het in de Overeenkomsten bepaalde tijdstip met
60 % verlaagd. De verhoging van de contingenten met 10 %, die vanaf
het derde jaar zou plaatsvinden, wordt zes maanden eerder toegepast
dan was voorzien.
e) De vrijstelling van douanerechten vanaf begin 1994 voor onder
Verordening nr. 636/82 ressorterende produkten die onder het passieve
veredelingsverkeer vallen, wordt uitgebreid in overeenstemming met
genoemde verordening die voor dit doel zal worden gewijzigd.
f) De douanerechten op de invoer in de Gemeenschap van textielprodukten
worden verlaagd met het oog op hun volledige afschaffing aan het eind
van een periode van vijf jaar die begint bij de inwerkingtreding van
de Overeenkomst (in plaats van zes jaar).
g) De douanerechten op de invoer die in de Gemeenschap van toepassing
zijn op EGKS-staalprodukten van oorsprong uit de geassocieerde landen
worden afgeschaft uiterlijk aan het eind van het vierde jaar na de
inwerkingreding van de Overeenkomst (in plaats van aan het eind van
het vijfde jaar), op voorwaarde dat de specifieke besluiten met
betrekking tot de handel in staalprodukten worden nageleefd.
h) De Raad verzoekt de Commissie een haalbaarheids- en effectstudie te
maken van een cumulatie van de oorsprongregels die zich uitstrekt tot
de produkten uit de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa en
de EVA-landen, en hem in het licht van de resultaten van die studie
passende voorstellen voor te leggen.
iii) DE BIJSTAND DOELTREFFENDER MAKEN
a) De Gemeenschap zal de ontwikkeling van infrastructuurnetwerken in
Midden- en Oost-Europa steunen, zoals besloten tijdens de bijeenkomst
van Edinburgh. De EIB, de EBRD en de andere internationale financiële
instellingen zullen in dit proces de leiding nemen.
b) De Gemeenschap zal via het PHARE-programma technische bijstand bieden
om grote infrastuctuurverbeteringen in de landen van Midden- en Oost-
Europa voor te bereiden en te vergemakkelijken. Binnen de bestaande
budgettaire grenzen zal de Gemeenschap, zonder het wezenlijke karakter
van het PHARE-programa geweld aan te doen, ook bereid zijn om op
verzoek van Midden- en Oosteuropese partners uit PHARE beperkte
aanvullende middelen ter beschikken te stellen voor kapitaaluitgaven
die uit deze technische bijstand voortvloeien, zulks in specifieke
gevallen waarin is vastgesteld dat dergelijke aanvullende middelen van
essentieel belang zijn, en een noodzakelijke component vormen voor
projecten
- die gezamenlijk door de EIB en/of internationale financiële
instellingen en de begunstigde landen worden gefinancierd,
- die niet particulier kunnen worden gefinancierd,
- die in het belang van de Gemeenschap zijn, in het bijzonder zoals
omschreven in de relevante Gemeenschapsteksten.
c) Deze aanvullende middelen bedragen niet meer dan 15 % van de totale
jaarlijkse betalingsverplichtingen in het kader van PHARE.
d) De Commissie zal de aanwending van PHARE-middelen ter ondersteuning
van de ontwikkeling van de infrastructuur in Midden- en Oost-Europa
per geval evalueren. Aan de hand van de beschikbare studies zal zij
daarbij rekening houden met de financiële situatie van het begunstigde
land. De financiële instellingen die leningen voor projecten
verstrekken, zullen op de normale wijze hun eigen beoordelingen maken.
In ieder afzonderlijk geval zal de Commissie ervoor zorgen dat er
plaatselijk voldoende aan de financiering van het project wordt
bijgedragen, ten einde de betrokkenheid van de begunstigde regering
bij het project te waarborgen.
De Commissie zal vermijden dat de voor dit doel beschikbare PHARE-
middelen teveel in afzonderlijke ontvangende landen terechtkomen en
zal daarom voorkomen dat een te groot deel van de nationale
programma's op dit doel wordt gericht.
Voorstellen zullen op de normale wijze worden voorgelegd aan het
PHARE-beheerscomité.
iv) HET BEVORDEREN VAN DE ECONOMISCHE INTEGRATIE
Wat betreft de harmonisatie van de wetgevingen hebben de landen van
Midden- en Oost-Europa zich er in de Europese overeenkomsten toe
verbonden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de overeen-
komsten voorschriften toe te passen die parallel lopen met die van
het Verdrag van Rome en handelsbeperkende praktijken, misbruik van
machtsposities en overheidssteun die de mededingingsvoorwaarden
vervalsen of dreigen te vervalsen, te verbieden. Daarnaast is het
met het oog op de toetreding van bijzonder belang dat er vorderingen
worden gemaakt op andere door de Europa-overeenkomsten bestreken
gebieden, met name betreffende de bescherming van werknemers, het
milieu en de consument.
De opleiding van ambtenaren van de geassocieerde landen op het gebied van
de communautaire wetgeving en procedures zal eveneens bijdragen tot de
voorbereiding op de toetreding.
De Commissie en de bevoegde instanties van de Lid-Staten zullen worden
ingeschakeld om te helpen bij de harmonisatie van de wetgeving, onder
meer ook bij de technische bijstand voor de opleiding van ambtenaren. Er
zal een task force van vertegenwoordigers van de Lid-Staten en de
Commissie worden opgericht om deze werkzaamheden te coördineren en te
leiden.
De Commissie zal nagaan welke communautaire programma's kunnen worden
opengesteld voor deelneming door de landen van Midden- en Oost-Europa.
Zij zal tegen eind 1993 voorstellen dienaangaande bij de Raad indienen.
- - -
BIJLAGE III
VERKLARING INZAKE BOSNIE-HERZEGOVINA
De Europese Raad wisselde op basis van een verslag van Lord Owen aan de
Ministers van gedachten over de uiterst hachelijke situatie in het
voormalige Joegoslavië en over de meest recente onderhandelingen tussen
de bij het conflict in Bosnië-Herzegovina betrokken partijen.
De Europese Raad spreekt zijn volledige vertrouwen uit in de Co-
voorzitters van de Stuurgroep van de Internationale Conferentie inzake
het Voormalige Joegoslavië en spoort hen aan hun inspanningen voort te
zetten om te komen tot een eerlijke en levensvatbare regeling die voor
elk van de drie bevolkingsgroepen van Bosnië-Herzegovina aanvaardbaar is.
De Europese Raad zal zich niet neerleggen bij een door de Serven en
Kroaten gedicteerde territoriale oplossing die ten koste van de Bosnische
moslims gaat.
De Europese Raad bevestigt nogmaals ervan overtuigd te zijn dat een via
onderhandelingen tot stand gekomen regeling gebaseerd moet zijn op de
beginselen van de Conferentie van Londen die in het Vance/Owen-plan zijn
terug te vinden, waaronder met name de onafhankelijkheid, soevereiniteit
en territoriale onschendbaarheid van Bosnië-Herzegovina, de bescherming
van de mensenrechten en de rechten van de minderheden, de
ontoelaatbaarheid van gebiedsuitbreiding door geweld, de vitale noodzaak
van humanitaire hulpverlening aan de mensen in nood, en de vervolging van
oorlogsmisdaden en van inbreuken op het internationale humanitaire recht.
De Europese Raad steunt de oproep van de regering van Bosnië-Herzegovina
tot het onmiddellijk instellen van een staakt-het-vuren. Hij bevestigt
nogmaals dat bredere internationale steun nodig is voor de humanitaire
hulp en voor een gegarandeerd veilige doortocht van de konvooien.
Een spoedige tenuitvoerlegging van de resoluties van de VN-Veiligheids-
raad over veilige gebieden vormt een onmisbare bijdrage aan de
verwezenlijking van bovengenoemde doelstellingen. De Europese Raad
besloot positief te reageren op het verzoek van de Secretaris-Generaal
van de VN om mensen en middelen ter beschikking te stellen. Hij drong er
bij de Lid-Staten op aan om binnen hun mogelijkheden aan dit verzoek te
voldoen. De Europese Raad doet tegelijkertijd een beroep op de andere
leden van de internationale gemeenschap om hetzelfde te doen.
De sancties zullen van kracht blijven en worden verscherpt, totdat aan de
door de Verenigde Naties en de Europese Gemeenschap gestelde voorwaarden
voor de intrekking ervan is voldaan. De Gemeenschap en haar Lid-Staten
zullen voor de strikte toepassing van de sancties aanvullende middelen
ter beschikking stellen.
- - -
BIJLAGE IV
De Ministers van Buitenlandse Zaken, in het kader van de Europese Raad op
21 en 22 juni te Kopenhagen bijeen, bereikten overeenstemming over de
volgende conclusies :
Afrika
Europa is Afrika's belangrijkste partner, zowel op politiek als op
economisch gebied en met betrekking tot de ontwikkelingssamenwerking. De
Europese Raad benadrukte het belang van een voortgezette samenwerking op
basis van solidariteit.
In 1993 hebben de Gemeenschap en haar Lid-Staten een aantal stappen gezet
op de weg naar een intensievere en ruimer opgezette samenwerking met
Afrika. De Europese Raad benadrukte het belang dat een verdere
uitbreiding van de samenwerking heeft voor de democratisering, de
vreedzame ontwikkeling en de ontwikkelingsbijstand.
De Gemeenschap en haar Lid-Staten voelen zich ertoe verbonden hun steun
te verlenen aan het steeds verder voortschrijdende democratiserings-
proces in Afrika, met inbegrip van steun voor goed leiderschap, gezond
economisch beheer en eerbied voor de mensenrechten. De Europese Raad
verwees naar de resolutie inzake mensenrechten, democratie en
ontwikkeling die op 28 november 1991 door de Raad (Ontwikkeling) is
aangenomen.
De Gemeenschap en haar Lid-Staten hebben zich actief ingezet voor het
verkiezingsproces in een aantal Afrikaanse landen. Zij zullen ernaar
blijven streven deze inzet te coördineren ten einde ervoor te zorgen dat
alle Afrikaanse landen die zich in een overgangsfase naar de democratie
bevinden de nodige steun en aandacht krijgen.
Het succesvolle referendum over onafhankelijkheid van Eritrea na dertig
jaren burgeroorlog heeft de hoop doen groeien dat conflicten in Afrika op
een vreedzame wijze kunnen worden opgelost.
De Europese Raad verheugde zich erover dat de landen van Afrika, zoals in
het recente verleden in een aantal gevallen kon worden geconstateerd, er
steeds meer naar streven tot een oplossing te komen voor de crises en de
gewapende conflicten. De Europese Raad hoopte ook dat de Staatshoofden
van de OAE-landen zich op de komende Top te Kairo zullen buigen over de
belangrijke vraag hoe conflicten kunnen worden voorkomen en opgelost. Met
de OAE zijn nuttige contacten gelegd tijdens het bezoek van de
Secretaris-Generaal van deze organisatie aan Kopenhagen in juni.
De Gemeenschap en haar Lid-Staten hebben de ontwikkelingssamenwerking
met Afrika verder uitgebreid. De Overeenkomst van Lomé vormt een
belangrijk onderdeel van deze samenwerking. De effectiviteit en snelheid
bij de tenuitvoerlegging van het Europees Ontwikkelingsfonds worden
steeds groter, hetgeen ten goede komt aan alle partijen.
De Ministers van Ontwikkelingssamenwerking hebben ingestemd met een
speciaal rehabilitatie-initiatief ten behoeve van Afrika. Een bedrag van
ten minste 100 miljoen ecu zal direct worden toegewezen aan versnelde
rehabilitatieprogramma's in daartoe uitgekozen landen bezuiden de
Sahara. De Raad van Ministers bezint zich over nog zo'n speciaal
rehabilitatieprogramma voor de ontwikkelingslanden.
Zuid-Afrika
De Europese Raad sprak zijn tevredenheid uit over de grote vooruitgang
die recent geboekt is bij het onderhandelingsproces in Zuid-Afrika. De
Europese Raad sprak de hoop uit dat de partijen in de zeer nabije
toekomst tot een akkoord zullen komen dat Zuid-Afrika stevig op het spoor
naar de democratie zal zetten.
De instelling van een Uitvoerende Raad voor de overgangsperiode zal een
verdere stap zijn in de richting van de normalisering en intensivering
van de politieke en economische betrekkingen tussen de Gemeenschap en
haar Lid-Staten en Zuid-Afrika.
De Europese Raad bevestigde nogmaals het zijne te willen bijdragen tot de
economische en sociale ontwikkeling van het nieuwe Zuid-Afrika.
Wederopbouw en een duurzame economische groei kunnen slechts tot stand
komen in een democratische en niet gewelddadige context. De Gemeenschap
en haar Lid-Staten zijn dan ook bereid steun te verlenen aan de eerste
vrije verkiezingen, die in april 1994 worden verwacht, en daartoe onder
meer waarnemers te zenden ; voorts zijn zij bereid hun steun aan het
democratiseringsproces te verruimen en zich nog meer in te spannen om
het geweld om te buigen.
Soedan
De Europese Raad sprak zijn bezorgdheid uit over de voortdurende
burgeroorlog in Soedan tussen de regering in Khartoem en de SPLA-facties
in het zuiden. Circa 500 000 mensen zijn hierbij al om het leven gekomen
en nog veel meer hebben hun woonplaats moeten verlaten. De te Abuja
gevoerde besprekingen tussen de partijen hebben de oplossing niet veel
dichterbij gebracht. Ook bestaat er ernstige bezorgdheid over de
mensenrechtensituatie in Soedan, waarbij melding moet worden gemaakt van
repressie van de burgerbevolking in Noord Soedan door de regering, van
moorden, arrestaties en martelingen door het regeringsleger in de
oorlogsgebieden alsmede van moorden, arrestaties en terechtstellingen
door het rebellenleger. De Europese Raad dringt er bij de regering van
Soedan op aan geen acties te steunen die een bedreiging vormen voor een
constructieve band met de Gemeenschap en de Lid-Staten.
De Europese Raad stelde met voldoening vast dat de internationale
gemeenschap thans verhoogde aandacht besteedt aan de menselijke tragedie
die zich in dit land voltrekt. Een missie van de EG-Trojka van de
Ministers van Ontwikkelingssamenwerking bevindt zich momenteel in Soedan
om de nadruk te leggen op de ernst waarmee de Gemeenschap en haar Lid-
Staten deze humanitaire crisis bekijken en op de dringende noodzaak voor
alle partijen om een oplossing voor de problemen te vinden. Op basis van
het verslag van deze missie zullen de Gemeenschap en haar Lid-Staten
nagaan hoe zij op de beste wijze verder kunnen bijdragen tot een
verlichting van het lot van het Soedanese volk, met inbegrip van het
herstel van de eerbied voor de mensenrechten.
Somalië
De Europese Raad toonde zich ingenomen met de grote inspanningen die de
Verenigde Naties zich getroosten om bij te dragen tot herstel van vrede
en veiligheid, tot verzoening en tot een politiek vergelijk in Somalië en
om nog een menselijke tragedie te voorkomen. Belangrijke doelstellingen
zijn in dat verband de ontwapening van de clans alsmede het herstel van
recht en orde. De Staatshoofden en Regeringsleiders veroordeelden de
aanval op de Pakistaanse VN-soldaten die heeft geleid tot de dood van 23
van hen en tot een nog veel groter aantal gewonden. Degenen die daarvoor
verantwoordelijk zijn moeten voor de rechter worden gebracht. Zij
betreurden ook de slachtoffers onder de burgerbevolking en betuigden hun
medeleven aan allen die door deze tragische gebeurtenissen worden
getroffen. De Europese Raad deed een beroep op alle partijen om onverkort
uitvoering te geven aan de resoluties van de Veiligheidsraad.
Angola
De Europese Raad betreurde ten zeerste dat de onderhandelingen tussen de
Angolese Regering en UNITA zijn opgeschort en dat UNITA blijft proberen
langs militaire weg meer grondgebied te veroveren. De Europese Raad gaf
zijn volledige steun aan Resolutie 834 van de Veiligheidsraad van 1 juni
1993 waarin de handelswijze van UNITA ten strengste wordt veroordeeld en
waarin beide partijen ertoe worden opgeroepen zo spoedig mogelijk opnieuw
aan de onderhandelingstafel plaats te nemen en weer tot een staakt-het-
vuren te komen. De Europese Raad herhaalde dat deze crisis slechts kan
worden opgelost via een vreedzame regeling die gebaseerd is op nationale
verzoening en op de beginselen van de vredesovereenkomst. De Europese
Raad toonde zich uiterst bezorgd over de humanitaire situatie in Angola.
Hij doet een beroep op UNITA om het VN-plan voor humanitaire steun te
aanvaarden. De Gemeenschap en haar Lid-Staten verbonden zich ertoe in te
gaan op het VN-verzoek om steun ingevolge de Donoren-conferentie van 3
juni.
Mozambique
De Europese Raad betreurde de ernstige vertraging die het vredesproces in
Mozambique heeft opgelopen. Hoewel het standhouden van het staakt-het-
vuren hoop geeft, is het niettemin zeer ontmoedigend dat bij de
tenuitvoerlegging van de vredesovereenkomst niet veel vooruitgang is
geboekt. De Europese Raad deed een beroep op de Regering van Mozambique
en op RENAMO om de verplichtingen na te komen die zij bij het
ondertekenen van de vredesovereenkomst zijn aangegaan. Voorts zegden de
Gemeenschap en haar Lid-Staten nogmaals toe een bijdrage te zullen
leveren aan de rehabilitatie en de economische en sociale ontwikkeling
van Mozambique.
Liberia
De Europese Raad betreurde de recente zinloze moorden op burgers in
Liberia. Deze moorden benadrukken dat het de hoogste tijd is een
politieke oplossing voor deze crisis te vinden. De Gemeenschap en haar
Lid-Staten herhaalden dat zij de Overeenkomst van Yamoussoukro IV het
best mogelijke kader achten voor een dergelijke vreedzame oplossing van
het conflict in Liberia en zij drongen er bij alle partijen op aan hun
steun te verlenen aan de inspanningen van de speciale gezanten van de VN
en van de OAE om een vreedzaam einde te maken aan de burgeroorlog.
Malawi
De Europese Raad toonde zich ingenomen met de vreedzame en doeltreffende
afwikkeling van het op 14 juni in Malawi gehouden referendum, alsook over
de duidelijke verbetering van de omstandigheden waaronder de laatste
fases van de campagne verliepen. De Gemeenschap en haar Lid-Staten zijn
ervan overtuigd dat het resultaat een eerlijk beeld geeft van de mening
van de burgers van Malawi. Zij drongen er bij de politieke leiders van
Malawi op aan in deze nieuwe situatie nauw samen te werken bij het
vrijwaren van de mensenrechten, het bevorderen van de democratie en het
aanpakken van de nog hangende beleidsproblemen om aldus de weg te effenen
voor de hervatting van een integrale economische samenwerking.
Zaïre
De Europese Raad verklaarde nogmaals dat hij het proces van nationale
verzoening ondersteunt en wenst uitdrukking te geven aan zijn bezorgdheid
over de verslechtering van de situatie in Zaïre die gemarkeerd wordt door
een stopzetting van het democratiseringsproces en door herhaalde
inbreuken op de mensenrechten, met name in de vorm van willekeurige
arrestatie en detentie van personen vanwege hun opvattingen.
De Europese Raad hekelde voorts het aanzetten tot etnische haat, die tot
uiting komt in politiek geweld en in excessen in bepaalde regio's van het
land, met massale volksverhuizingen als gevolg. De Europese Raad
herhaalde zijn steun aan de Voorzitter van de Hoge Raad van de Republiek
en spoorde hem aan om zijn inspanningen voort te zetten.
Nigeria
De Europese Raad nam met grote bezorgdheid nota van de recente
ontwikkelingen in Nigeria, waardoor de overgang naar een burgerregering
na de succesvolle presidentsverkiezingen van 12 juni op de helling zou
kunnen komen te staan. De Europese Raad sprak de hoop uit dat de overgang
naar een burgergezag toch zal kunnen worden voortgezet zodat onverwijld
in de grootste natie van Afrika een volledige democratie kan worden
ingevoerd.
Midden-Oosten
De Europese Raad sprak zijn voldoening uit over de hervatting van de
bilaterale besprekingen die gericht zijn op een rechtvaardige, duurzame
en allesomvattende regeling van het Arabisch-Israëlisch conflict en van
de Palestijnse kwestie. De Europese Raad drong er bij alle betrokken
partijen op aan voort te bouwen op de reeds bereikte resultaten en
vooruitgang te boeken via inhoudelijke onderhandelingen in een sfeer van
goede wil en compromisbereidheid.
De Europese Raad drong er nogmaals bij alle betrokken partijen op aan
zich te onthouden van alle maatregelen die het vredesproces zouden kunnen
ondermijnen. Hij blijft ervan overtuigd dat de door de Gemeenschap en
haar Lid-Staten voorgestelde vertrouwenwekkende maatregelen en
duidelijke verbeteringen van de omstandigheden ter plaatse, met inbegrip
van de mensenrechtensituatie, ertoe kunnen bijdragen om het vredesproces
met succes af te ronden.
De Gemeenschap en haar Lid-Staten zullen, in overeenstemming met hun
algemeen bekende principiële standpunten, een actieve, constructieve en
evenwichtige rol blijven spelen in het vredesproces van het Midden-
Oosten, zowel op bilateraal als op multilateraal niveau. Zij prezen de
niet aflatende inspanningen van de mede-organisatoren om vooruitgang te
boeken en zijn bereid om deel te nemen aan internationale afspraken ter
ondersteuning van een vredesregeling.
Centraal-Amerika
De Europese Raad nam met voldoening nota van de vooruitgang die in
Centraal-Amerika is geboekt bij het streven naar vrede, dialoog en
verzoening, en van de resultaten die bij de consolidering van de
democratie en de regionale integratie zijn bereikt.
In dit verband verklaarde de Europese Raad verheugd te zijn over de
vooruitgang bij de uitvoering van de vredesregeling van El Salvador ;
voorts deed hij een beroep op de ondertekenaars om alle overige verbinte-
nissen na te komen, met inbegrip van de aanbevelingen van de ad hoc
commissie en de Commissie van de Waarheid, ten einde het vredesproces te
voltooien en tot nationale verzoening te komen.
De Europese Raad sprak zijn voldoening uit over het vreedzame en voor de
grondwet positieve resultaat van de recente crisis in Guatemala en hoopt
dat de benoeming van een nieuwe constitutionele President een bijdrage
zal leveren aan de versterking van de democratische instellingen, de
volledige eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden
en de hervatting van de vredesonderhandelingen.
De Europese Raad sprak voorts zijn voldoening uit over de ondertekening
in San Salvador van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese
Gemeenschap en de landen van Centraal-Amerika, die ertoe zal bijdragen de
onderlinge samenwerking te intensiveren en uit te breiden.
Cambodja
De Europese Raad verheugde zich over de - mede door toedoen van de
Verenigde Naties - georganiseerde verkiezingen in Cambodja, waaruit het
verlangen van het Cambodjaanse volk naar vrede en democratie is gebleken.
Hij nam akte van het besluit van de Grondwetgevende Vergadering waarbij
Prins Norodom Sihanouk als hoofd van de Cambodjaanse Staat wordt
bevestigd. Hij sprak de wens uit dat het vredesproces in de beste
omstandigheden kan worden afgerond met de aanneming, binnen drie maanden,
van een grondwet en met de spoedige vorming van een regering die het
mogelijk zal maken de nationale verzoening op gang te brengen.
* * *