Navigation path

Left navigation

Additional tools

EUROPESE RAAD IN KOPENHAGEN - 21-22 JUNI 1993:CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP

European Council - DOC/93/3   22/06/1993

Other available languages: EN FR DE DA ES IT PT EL

   INLEIDING

   De  Europese Raad was ingenomen met de uitslag van het Deense  referendum
   en  met het vooruitzicht dat de procedures voor de bekrachtiging van  het
   Verdrag  van Maastricht spoedig in alle Lid-Staten zullen zijn  voltooid.
   Hij  is de overtuiging toegedaan dat deze belangrijke stap een einde  zal
   maken  aan  een  lange periode van onzekerheid over de  richting  van  de
   Gemeenschap en dat de Unie deze gelegenheid moet aangrijpen om haar  vele
   interne  en externe uitdagingen met hernieuwde kracht en  vastberadenheid
   tegemoet  te  treden  en  daarbij  ten volle  gebruik  te  maken  van  de
   mogelijkheden die het nieuwe Verdrag biedt. De door de Europese Raden  in
   Birmingham  en  Edinburgh opgestelde beginselen  betreffende  democratie,
   subsidiariteit   en   openheid  zullen  de  leidraad   vormen   voor   de
   tenuitvoerlegging  van  het  nieuwe Verdrag,  ten  einde  de  Gemeenschap
   dichter bij haar burgers te brengen.

   De  Europese  Raad  van  Kopenhagen  heeft  bijzondere  aandacht  besteed
   enerzijds  aan maatregelen om de economische en sociale problemen van  de
   Gemeenschap,    en   in   het   bijzonder   het    onaanvaardbaar    hoge
   werkloosheidspeil   aan   te   pakken,  en  anderzijds   aan   de   grote
   verscheidenheid  van  Europese vredes-  en  veiligheidsvraagstukken.  Hij
   erkent  dat alleen op de blijvende steun van de bevolking voor de  opbouw
   van  Europa  mag  worden  gerekend  als  kan  worden  aangetoond  dat  de
   Gemeenschap een bijdrage levert aan de veiligheid en het welzijn van alle
   burgers.

   De  leden  van  de Europese Raad hielden een  gedachtenwisseling  met  de
   Voorzitter van het Europees Parlement. De discussie vond plaats tegen  de
   achtergrond  van de grotere politieke en wetgevende rol die het  Europees
   Parlement  uit  hoofde  van het Verdrag van  Maastricht  zal  spelen.  De
   Europese Raad onderstreepte dat het belangrijk is die bepalingen optimaal
   te  benutten  en  tegelijkertijd  het  in  het  Verdrag  van   Maastricht
   uitgestippelde  institutionele evenwicht volledig te eerbiedigen.  Tevens
   benadrukte hij dat de nationale parlementen meer moeten worden  betrokken
   bij  de  activiteiten  van  de Gemeenschap.  Hij  juichte  de  toenemende
   contacten tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement toe.

   1. Groei, concurrentievermogen en werkloosheid

        De Europese Raad is ernstig bezorgd over de huidige werkloosheid  en
        de  grote  gevaren die inherent zijn aan  een  ontwikkeling  waarbij
        steeds  meer mensen in de Gemeenschap permanent van de  arbeidsmarkt
        worden  uitgesloten. De Europese Raad verklaarde dat de  Gemeenschap
        en de Lid-Staten vastbesloten zijn het vertrouwen te herstellen door
        een  duidelijke strategie ten uitvoer te leggen, zowel op korte  als
        op  middellange tot lange termijn, om opnieuw tot duurzame groei  te
        komen,  het  concurrentievermogen  van  de  Europese  industrie   te
        versterken en de werkloosheid terug te dringen.

        Maatregelen op korte termijn

        De Europese Raad was het erover eens dat gecoördineerde  economische
        actie  op  basis van de beginselen die vervat zijn in  het  door  de
        Europese Raad te Edinburgh vastgestelde "Actieplan van de Lid-Staten
        en  de Gemeenschap ter bevordering van de groei en  ter  bestrijding
        van  de  werkloosheid",  de  hoogste  prioriteit  moet  houden.  Hij

        verheugde zich over het eerste pakket van nationale en communautaire
        maatregelen  dat de Raad (ECOFIN) op 19 april heeft  aangenomen,  en
        constateerde  met  voldoening dat een aantal  Lid-Staten  sedertdien
        uitvoering  heeft gegeven aan nieuwe en aanvullende maatregelen  die
        op hetzelfde doel zijn gericht.

        Het is van essentieel belang dat de investeringen worden bevorderd.

        De Europese Raad was het erover eens dat op nationaal niveau door de
        Lid-Staten speciale aandacht aan dit doel moet worden besteed bij de
        planning  van  hun nationale begrotingen voor  1994.  De  vervroegde
        realisering van overheidsinvesteringen, vooral op het gebied van  de
        infrastructuur,   de  milieubescherming  en   de   stadsvernieuwing,
        alsmede   het   bevorderen  van  particuliere   investeringen   (met
        bijzondere aandacht voor het midden- en kleinbedrijf en huisvesting)
        zijn  in  deze conjunctuurfase in Europa van bijzonder  belang.  Een
        lagere  belasting  op  arbeid zou het  concurrentievermogen  van  de
        Europese industrie evenwel ten goede komen. In samenhang hiermee zou
        ook  moeten worden gedacht aan fiscale maatregelen om  het  verbruik
        van de schaarse energiebronnen te reduceren.

   Welke maatregelen op nationaal niveau nog worden genomen zal afhangen van
   de  armslag  waarover  elke Lid-Staat beschikt,  maar  er  moet  maximaal
   rekening  worden  gehouden met het multiplicerend effect van  de  interne
   markt,  hetgeen  het  nationaal  beleid  gericht  op  economisch  herstel
   ondersteunt,  alsmede met de positieve effecten van een toegenomen  groei
   op de nationale begrotingen.

   Op Gemeenschapsniveau verzocht de Europese Raad de EIB om  de  tijdelijke
   leningsfaciliteit  van 5 miljard ecu, waartoe in Edinburgh was  besloten,
   in  samenwerking  met de Commissie met 3 miljard ecu te  verhogen  en  de
   looptijd ervan tot na 1994 te verlengen ; 2 miljard ecu zou bestemd  zijn
   voor de transeuropese netwerken en 1 miljard ecu voor de versterking  van
   het  concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf in  Europa.  De
   Raad  (ECOFIN)  wordt  verzocht na te gaan hoe het voor  het  midden-  en
   kleinbedrijf   beschikbare   gedeelte  in  aanmerking  kan   komen   voor
   rentesubsidies   tot   maximaal  3  procentpunten  over   vijf jaar.   De
   rentesubsidie  zou gekoppeld worden aan het scheppen van  werkgelegenheid
   (zoals bij de bestaande EGKS-leningen) en zou gefinancierd worden  binnen
   de  bestaande financiële vooruitzichten. De Europese Raad zal het  bedrag
   voor  de faciliteit ten behoeve van het midden- en  kleinbedrijf  tijdens
   zijn zitting in december opnieuw bezien in het licht van het gebruik  dat
   ervan wordt gemaakt.

   De  Europese  Raad  beklemtoonde het belang van  een  snelle  tenuitvoer-
   legging  van  het structuurbeleidsprogramma van de  Gemeenschap  voor  de
   jaren  1994-1999. De tenuitvoerlegging van dit programma ten  belope  van
   160 miljard ecu  (of  in  reële  termen drie  keer  het  bedrag  van  het
   Marshall-hulpprogramma)  is essentieel voor de samenhang, zowel als  voor
   de  groei en het scheppen van werkgelegenheid, niet alleen in  de  minder
   ontwikkelde regio's maar in de gehele Gemeenschap. De Europese Raad  deed
   dan  ook  een  beroep op de Instellingen er zorg voor te  dragen  dat  de
   verordeningen  betreffende  de  structuurfondsen  vóór  eind  juli   1993
   formeel worden aangenomen. Hij nam er nota van dat de Voorzitter van  het
   Europees Parlement dit streven onderschrijft. In de wetteksten en bij  de
   concrete  uitvoering  moet  het in Edinburgh bereikte  akkoord  over  het
   DELORS II-pakket, ten volle worden geëerbiedigd.

   Daarnaast,  en  tevens  om de investeringsprojecten  uit  hoofde  van  de
   structuurfondsen versneld uit te voeren, was de Europese Raad het  erover
   eens dat  de  Raad (ECOFIN) zich moet buigen over  een  Commissievoorstel
   waarbij  de Lid-Staten de mogelijkheid krijgen gebruik te maken  van  een
   communautaire  "overbruggingsfaciliteit" tegen marktrentepercentages  tot
   een  maximum  van  5  miljard ecu, beschikbaar tot  eind  1995.  Voor  de
   terugbetaling van deze communautaire lening wordt het bedrag in mindering
   gebracht op de toewijzingen uit de structuurfondsen in de volgende jaren.
   Soortgelijke regelingen kunnen ook op het cohesiefonds worden toegepast.

   De  Europese Raad legde er de nadruk op dat het van belang is  de  nieuwe
   bepalingen  van  het  Verdrag  van  Maastricht  met  betrekking  tot   de
   bevordering van transeuropese netwerken van de hoogste kwaliteit volledig
   te  benutten  met  het  oog  op de  bevordering  van  de  economische  en
   industriële groei, de samenhang, de doeltreffende werking van de  interne
   markt en de stimulering van de Europese industrie om ten volle gebruik te
   maken  van moderne informatietechnologieën. De Europese Raad verzocht  de
   Commissie  en  de Raad om begin 1994 de plannen voor  netwerken  in  alle
   betrokken  sectoren (vervoer, telecommunicatie en energie)  te  voltooien
   en  nam  met  voldoening kennis van de voortgang die geboekt  is  op  het
   gebied  van de hoge-snelheidstrein, wegen, binnenwateren en  gecombineerd
   vervoer.  Hij deed tevens een beroep op de Raad  de  Commissievoorstellen
   inzake  telematicanetwerken met spoed te bestuderen. De Raad  dient  zich
   op  basis van een Commissievoorstel ook te bezinnen over  de  aansluiting
   tussen de perifere Lid-Staten en de centrale gebieden van de Gemeenschap.

   De langere looptijd en het verhoogde bedrag van de tijdelijke  faciliteit
   van  Edinburgh,  waartoe nu is besloten, zullen een  verdere  belangrijke
   bijdrage  aan deze netwerken mogelijk maken. Transeuropese projecten  die
   via  een  "Verklaring  van communautair belang"  de  goedkeuring  van  de
   Gemeenschap  hebben  gekregen  zullen  uit  hoofde  van  dit  en   andere
   communautaire financiële instrumenten een voorkeursbehandeling krijgen.

   Maatregelen  op  middellange  en lange termijn ter  bevordering  van  het
   concurrentievermogen en de werkgelegenheid

   De  Europese  Raad was het erover eens dat het  macro-economische  beleid
   dient  te worden aangevuld met in elke Lid-Staat te  treffen  structurele
   maatregelen  die aan de nationale kenmerken zijn aangepast, ten einde  te
   komen  tot  een  significante  verlaging  van  het  onaanvaardbaar   hoge
   werkloosheidspeil, in het bijzonder bij jongeren, langdurig werklozen  en
   de ergste gevallen van sociale uitsluiting.

   De  Europese Raad hoorde een analyse van de Voorzitter van  de  Commissie
   aan  over de concurrentiepositie van de Europese economie.  Hij  schaarde
   zich volledig achter deze diagnose.

   De  Europese  Raad verklaarde ingenomen te zijn met de  presentatie  door
   Voorzitter  Delors  van een Europees plan voor  economische  opleving  op
   middellange termijn, getiteld "Op de drempel van de 21ste eeuw", dat  aan
   deze conclusies gehecht is (zie bijlage I). De Europese Raad verzocht  de
   Commissie  om  met  het oog op zijn bijeenkomst  in  december  1993,  een
   Witboek  in  te dienen over een strategie op middellange termijn  op  het
   gebied van groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid. De  Lid-Staten

   zullen  vóór  1 september  bij de  Commissie  voorstellen  indienen  voor
   specifieke elementen die in dit initiatief verwerkt zouden kunnen worden.
   De Europese Raad verzocht de Commissie haar Witboek tijdig uit te werken,
   opdat het in aanmerking kan worden genomen bij de voorbereidingen van  de
   Raad  (ECOFIN)  met  het  oog  op  de  algemene  richtsnoeren  voor   het
   economisch beleid voor de Gemeenschap en de Lid-Staten. De Commissie  zal
   de sociale partners hierover raadplegen.

   De  Europese  Raad  herinnerde eraan dat in het  Verdrag  betreffende  de
   Europese   Unie  wordt  bepaald  dat  hij  deze  richtsnoeren  dient   te
   bestuderen.  Hij  verzocht  de  Raad (ECOFIN)  om  de  Europese  Raad  in
   december  te Brussel op basis van een voorstel van de Commissie  ontwerp-
   richtsnoeren  voor  te leggen die uitgaan van de in  de  vorige  alinea's
   uiteengezette  doelstellingen met betrekking tot zowel de  korte- als  de
   middellange-termijnaspecten, gericht op de bevordering van een  duurzame,
   niet-inflatoire groei waarbij rekening wordt gehouden met het milieu.

   Beleid inzake monetaire aangelegenheden en wisselkoersen

   Het  monetaire  beleid  en de stabiliteit  van  de  wisselkoersen  vormen
   essentiële  factoren  in  zowel de  korte-  als  de  middellange-termijn-
   componenten   van  een  strategie  om  de  groei  te  herstellen  en   de
   werkloosheid  terug te dringen. De Europese Raad was het erover eens  dat
   het  van primair belang is de budgettaire en economische  voorwaarden  te
   scheppen  om de rentepercentages in Europa op korte termijn te  verlagen,
   en daarbij de bestaande kloof tussen de rentetarieven in Europa en die in
   andere belangrijke industrielanden te verkleinen. Elke actie die  daartoe
   wordt ondernomen is van essentieel belang ten behoeve van het  economisch
   herstel en teneinde de investeringen in Europa te bevorderen.

   De Europese Raad besprak de recente ontwikkelingen van de situatie op het
   gebied  van  de  wisselkoersen.  Hij  was  de  mening  toegedaan  dat  de
   beleidslijnen  ten  aanzien  van het Europees  Monetair  Stelsel  die  de
   Ministers  van  Economische  Zaken en  Financiën  tijdens  hun  informele
   bijeenkomst in Kolding zijn overeengekomen, de juiste richting  aangeven.
   De Europese Raad herinnerde eraan dat het wisselkoersbeleid van alle Lid-
   Staten  een  zaak van gemeenschappelijk belang is. Hij  onderstreepte  in
   dit  verband de belangrijke rol die hier is weggelegd voor  het  Europees
   Monetair  Instituut  (EMI). Hij verzocht de Commissie voorstellen  in  te
   dienen  voor alle nodige uitvoeringsmaatregelen in verband met de  tweede
   fase  van  de Economische en Monetaire Unie, zodat de Raad deze  zo  snel
   mogelijk  na de inwerkingtreding van het Verdrag en  vóór  1 januari 1994
   kan aannemen.

      Internationale aspecten

        Het  optreden  van de Gemeenschap en de Lid-Staten  zal  effectiever
        zijn  indien het beleid internationaal wordt gecoördineerd.  In  dit
        verband toonde de Europese Raad zich voldaan over het resultaat  van
        de  in april gehouden gezamenlijke vergadering van de Ministers  van
        Economische Zaken en Financiën van de EG en de EVA en verzocht hijde
        Raad (ECOFIN) op dit punt nauw contact met de EVA-landen te  blijven
        houden. Wat de algemene economie betreft, hoopt de Europese Raad dat
        de  Top van de G-7 het in Tokio eens zal worden over  een  grondslag
        voor  een vastberaden streven om de groei van de  wereldeconomie  te
        bevorderen.

   2. Interne markt en gemeenschappelijke beleidsmaatregelen

        Nu de problemen in verband met het creëren van economische groei  en
        het  stimuleren van de werkgelegenheid een punt zijn van  toenemende
        zorg,  is  het bestaan van een grote interne markt  van  350 miljoen
        personen een belangrijke troef voor de Gemeenschap.

        De  Europese Raad juichte de recente besluiten van de Raad  (Interne
        Markt) toe en deed een beroep op de Raad tot spoedige aanneming  van
        de  laatste,  nog resterende maatregelen die van groot  belang  zijn
        voor de goede werking van de interne markt.

        Op  het  gebied  van  het  vervoer  stelde  de  Europese  Raad   met
        tevredenheid  vast dat het recente akkoord over de belasting op  het
        wegvervoer   de   weg   heeft   vrijgemaakt   voor   een   volledige
        liberalisering  van  de  activiteiten van de  wegvervoerders  in  de
        Gemeenschap,  naast  de bestaande liberalisering van het  lucht-  en
        zeevervoer.

        Juridisch  is de interne markt een feit sedert 1 januari 1993 ;  het
        is  van wezenlijk belang dat deze ook in de praktijk een  vlotlopend
        mechanisme  wordt waardoor het concurrentievermogen van de  Europese
        economie  wordt  verbeterd  en  voor  de  burgers  zoveel   mogelijk
        economische en sociale voordelen ontstaan. Om dat te bereiken,  deed
        de  Europese  Raad op alle betrokkenen, en in het  bijzonder  op  de
        Commissie en de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten, een  beroep
        om  samen te werken ten einde ervoor te zorgen dat de interne  markt
        efficiënt  en  met zo min mogelijk administratieve  rompslomp  wordt
        beheerd.

        De  Europese Raad onderstreepte dat de interne markt niet tot  stand
        kan  worden  gebracht  zonder dat het  vrije  verkeer  van  personen
        evenals  dat  van  goederen, diensten  en  kapitaal,  overeenkomstig
        artikel 8 A  van het Verdrag, volledig wordt verwezenlijkt.  Hiertoe
        zijn  maatregelen  vereist,  in  het bijzonder  op  het  gebied  van
        samenwerking bij het bestrijden van misdaad en drugshandel en om tot
        een doeltreffende controle van de buitengrenzen te komen.

        De  Europese  Raad  verzocht de bevoegde Ministers  grote  spoed  te
        zetten achter hun werkzaamheden met het oog op deze maatregelen. Met
        betrekking  tot  de  laatste  hangende kwestie  in  verband  met  de
        Overeenkomst  inzake de overschrijding van de buitengrenzen,  stelde
        de  Europese Raad met tevredenheid vast dat de betrokken  Lid-Staten
        het vaste voornemen hebben geuit om alles in het werk te stellen ten
        einde   zo  spoedig  mogelijk  een  voor  alle  betrokken   partijen
        aanvaardbare oplossing te vinden.

   3. GATT

        De  Europese Raad sprak zijn waardering uit over het verslag van  de
        Commissie  betreffende de tot op heden in de Uruguay-ronde  gemaakte
        vorderingen.  Hij  achtte  het van belang dat  de  Gemeenschap  zich
        actief  blijft  inzetten voor verdere vooruitgang,  en  de  Europese
        identiteit gedurende de hele onderhandelingen vrijwaart.

        De   Europese  Raad  achtte  het  van  wezenlijk  belang   dat   het
        multilaterale  proces in Genève over alle onderwerpen, met  inbegrip
        van  de landbouw, zo spoedig mogelijk weer op gang  wordt  gebracht,
        zodat  voor  het  eind van het jaar een  alomvattende,  duurzame  en
        evenwichtige  overeenkomst  kan  worden  bereikt.  Dit  is  dringend
        gewenst,  ten einde op wereldniveau een nieuw, op  regels  gebaseerd
        handelssysteem  te creëren waarin eenzijdige actie  uitgesloten  is.
        Een op deze basis afgesloten onderhandelingsronde zal bijdragen  tot
        de  duurzame  expansie  van de internationale  handel,  hetgeen  van
        vitaal belang is voor de bevordering van economische groei en  werk-
        gelegenheid, zowel in Europa als in de wereld.

        Indien tijdig de hoofdelementen van een component betreffende  ruime
        toegang  tot  de markt worden bepaald, en reële  vorderingen  inzake
        diensten en intellectuele eigendom worden gemaakt, met inbegrip  van
        bijdragen  van  alle  GATT-partners, zal dit de  dynamiek  in  stand
        helpen houden en de weg vrijmaken voor een tijdige afronding van het
        definitieve pakket.

   4. Uitbreiding

        De  Europese  Raad nam nota van de vorderingen bij  de  toetredings-
        onderhandelingen  met Oostenrijk, Finland, Zweden en Noorwegen.  Hij
        constateerde  dat de aanvankelijke problemen bij het starten van  de
        onderhandelingen  nu  zijn  overwonnen  en  dat  het  tempo  van  de
        onderhandelingen   sneller  wordt.  Hij  herinnerde  eraan  dat   de
        onderhandelingen  met  de kandidaatlanden zoveel  mogelijk  parallel
        dienen  plaats te vinden, waarbij elk kandidaatland naar zijn  eigen
        merites moet worden behandeld.

        De   Europese   Raad   verzocht  de  Commissie,  de   Raad   en   de
        kandidaatlanden   ervoor  te  zorgen  dat  de  onderhandelingen   op
        constructieve  en  vlotte  wijze  verlopen.  De  Europese  Raad   is
        vastbesloten  de  nagestreefde eerste uitbreiding  van  de  Europese
        Unie,  overeenkomstig  de door de Europese Raad te  Lissabon  en  te
        Edinburgh   vastgestelde  richtsnoeren,  tegen   1 januari 1995   te
        verwezenlijken.

   5. Betrekkingen met Malta en Cyprus

        De  Europese  Raad  was  van  oordeel  dat  zijn  richtsnoeren   met
        betrekking  tot de uitbreiding van de Gemeenschap met de  EVA-landen
        geen gevolgen mogen hebben voor de situatie van andere landen die om
        toetreding  tot  de Unie hebben verzocht. De Unie zal elk  van  deze
        verzoeken op zijn eigen merites beoordelen.

        De Europese Raad was verheugd over het voornemen van de Commissie om
        binnenkort  haar  advies  over  Malta  en  Cyprus  uit  te  brengen.
        Ditadvies  zal op korte termijn door de Raad worden  behandeld,  met
        inachtneming van de bijzondere situatie waarin elk van beide  landen
        verkeert.

   6. Betrekkingen met Turkije

        Met betrekking tot Turkije verzocht de Europese Raad de Raad  ervoor
        te  zorgen  dat de door de Europese Raad  in  Lissabon  vastgestelde
        beleidslijnen voor een intensievere samenwerking met en ontwikkeling
        van  de  betrekkingen met Turkije daadwerkelijk ten  uitvoer  worden
        gelegd overeenkomstig hetgeen in het vooruitzicht werd gesteld in de
        Associatieovereenkomst  van  1964 en in het protocol van  1970  voor
        het  gedeelte  dat betrekking heeft op de totstandbrenging  van  een
        douane-unie.

   7. Betrekkingen met de landen van Midden- en Oost-Europa

      A. De geassocieerde landen

    i)  De   Europese   Raad  wijdde  een  uitvoerige  bespreking   aan   de
        betrekkingen tussen de Gemeenschap en de landen van Midden- en Oost-
        Europa waarmee de Gemeenschap Europa-overeenkomsten  ("geassocieerde
        landen")  heeft gesloten of voornemens is te sluiten, zulks  aan  de
        hand  van  de  mededeling van de Commissie die  op  verzoek  van  de
        Europese Raad van Edinburgh is opgesteld.

   ii)  De  Europese  Raad  sprak  zijn  voldoening  uit  over  de   moedige
        inspanningen  van  de geassocieerde landen om  hun  economieën,  die
        verzwakt  zijn door veertig jaar centrale planning, te  moderniseren
        en  om een spoedige overgang naar een markteconomie  te  waarborgen.
        De  Gemeenschap  en  haar  Lid-Staten betuigen  hun  steun  aan  dit
        hervormingsproces.  Vrede en veiligheid in Europa hangen af van  het
        welslagen van deze inspanningen.

   iii) De Europese Raad stemde er heden in toe dat de geassocieerde  landen
        in Midden- en Oost-Europa die dat wensen, lid worden van de Europese
        Unie. De toetreding zal plaatsvinden zodra een geassocieerd land  in
        staat is om de verplichtingen van het lidmaatschap na te komen  door
        te voldoen aan de vereiste economische en politieke voorwaarden.

        Het  lidmaatschap  vereist  dat het kandidaat-land  is  gekomen  tot
        stabiele  instellingen die de democratie, de rechtsorde, de  mensen-
        rechten  en  het  respect voor en  de  bescherming  van  minderheden
        garanderen, het bestaan van een functionerende markteconomie  alsook
        het  vermogen om de concurrentiedruk en de marktkrachten  binnen  de
        Unie  het  hoofd te bieden. Het lidmaatschap  veronderstelt  dat  de
        kandidaten  in staat zijn om de verplichtingen van het  lidmaatschap
        op zich te nemen, wat mede inhoudt dat zij de doelstellingen van een
        politieke, economische en monetaire unie onderschrijven.

        Het vermogen van de Unie om nieuwe leden op te nemen, met handhaving
        van  de dynamiek van de Europese integratie, is ook een  belangrijke
        overweging  in  het  algemeen  belang  van  zowel  de  Unie  als  de
        kandidaat-landen.

        De  Europese Raad zal de vorderingen van elk geassocieerd  land  bij
        het  vervullen  van de voorwaarden voor toetreding tot de  Unie  van
        nabij blijven volgen en passende conclusies trekken.

   iv)  De Europese Raad kwam overeen dat de toekomstige samenwerking met de
        geassocieerde  landen op het thans vastgestelde doel van  toetreding
        gericht  zal  zijn.  In  dit verband heeft  de  Europese  Raad  zijn
        goedkeuring gehecht aan het volgende.

      - De   Gemeenschap  stelt  voor  dat  de  geassocieerde   landen   een
        gestructureerde relatie aangaan met de instellingen van de Unie,  in
        het  kader  van  een geïntensiveerde  en  uitgebreide  multilaterale
        dialoog  en  overleg inzake  aangelegenheden  van  gemeenschappelijk
        belang.  De  regelingen,  waarvan de  details  uiteengezet  zijn  in
        Bijlage II bij deze conclusies, behelzen het voeren van een  dialoog
        en  overleg  over  tal van onderwerpen en in  diverse  fora.  Indien
        gewenst  kunnen,  naast de bijeenkomsten van de  Voorzitter  van  de
        Europese  Raad  en  de Voorzitter van de Commissie  met  hun  ambts-
        genoten uit de geassocieerde landen, gezamenlijke bijeenkomsten  van
        alle Staatshoofden en Regeringsleiders worden belegd ter  bespreking
        van specifieke en tevoren vastgelegde aangelegenheden.

      - In  het besef van de cruciale plaats die de handel bij  de  overgang
        naar een markteconomie inneemt, was de Europese Raad het erover eens
        dat  de  Gemeenschap  in  een  versneld  tempo  moet  streven   naar
        openstelling  van haar markten. Deze stap voorwaarts  dient  evenwel
        gepaard  te gaan met verdere ontwikkeling van de  onderlinge  handel
        tussen deze landen, alsmede van de handel tussen deze landen en  hun
        traditionele   handelspartners.   De  Europese   Raad   sprak   zijn
        goedkeuring  uit  over  de door de Raad (Algemene  Zaken)  in  diens
        zitting  van  8 juni vastgestelde handelsconcessies. De  Raad  wordt
        verzocht om, op voorstel van de Commissie, nog vóór de zomervakantie
        de nodige wetteksten aan te nemen.

      - De  Gemeenschap  zal  een  aanzienlijk  deel  van  de  voor  externe
        maatregelen uitgetrokken begrotingsmiddelen blijven reserveren  voor
        de  landen  in  Midden-  en Oost-Europa, met  name  via  het  PHARE-
        programma. De Gemeenschap zal tevens ten volle gebruik maken van  de
        mogelijkheid  waarin  voorzien  wordt door  de  tijdelijke  lenings-
        faciliteit   van  de  EIB  om  transeuropese   netwerkprojecten   te
        financieren  waarbij de landen van Midden- en Oost-Europa  betrokken
        zijn.  Indien  nodig  kan een deel van de middelen  van  het  PHARE-
        programma  voor  omvangrijke  verbeteringen  van  de  infrastructuur
        worden  aangewend  op  de door de Raad  Algemene  Zaken  van  8 juni
        bepaalde wijze.

      - De  Europese  Raad  sprak  zijn  voldoening  uit  over  de  aan   de
        geassocieerde  landen  geboden mogelijkheid om in het kader  van  de
        Europa-Overeenkomsten  aan communautaire programma's deel te  nemen,
        en  verzocht de Commissie om vóór het eind van het jaar  voorstellen
        te doen om nog meer programma's voor de geassocieerde landen open te
        stellen,  met  als uitgangspunt de programma's die  reeds  openstaan
        voor deelneming door EVA-landen.

      - De  Europese Raad onderstreepte het belang van harmonisatie  van  de
        regelgeving  in  de geassocieerde landen met de  in  de  Gemeenschap
        geldende  wettelijke  voorschriften,  in  de  eerste  plaats  inzake
        concurrentievervalsing  en vervolgens - in het vooruitzicht  van  de

        toetreding - inzake de bescherming van werknemers, het milieu en  de
        consument.  De Europese Raad was het erover eens dat ambtenaren  uit
        de geassocieerde landen de mogelijkheid moet worden geboden zich  te
        bekwamen  in  het Gemeenschapsrecht en de  Gemeenschapspraktijk,  en
        besloot tot oprichting van een task force van vertegenwoordigers van
        de Lid-Staten en de Commissie om dit werk te coördineren en in goede
        banen te leiden.

      - De  concrete  wijze  van  toepassing  van  een  en  ander  is  nader
        uiteengezet in Bijlage II.

   B. Andere landen in Midden- en Oost-Europa

        De  Europese  Raad besprak de economische situatie in  Albanië.  Hij
        sprak zijn voldoening uit over de conclusies van de Raad (ECOFIN) op
        7 juni  en  over de erkenning door de Gemeenschap  van  de  noodzaak
        Albanië  op  passende  wijze te blijven  steunen  door  schenkingen,
        leningen  of beide. De Europese Raad noemde het eveneens van  belang
        dat  de in de lopende overeenkomst met Albanië opgenomen  bepalingen
        inzake politieke dialoog ten volle worden benut.

        Met  het  oog  op  de intensivering van de  handel  en  de  handels-
        betrekkingen  tussen  de  drie Baltische Staten  en  de  Gemeenschap
        verzocht  de  Europese Raad de Commissie voorstellen te doen  om  de
        bestaande  handelsovereenkomsten  met de Baltische Staten  te  laten
        uitgroeien  tot vrijhandelsovereenkomsten. Het blijft  de  bedoeling
        dat  de Gemeenschap, zodra aan de vereiste voorwaarden  is  voldaan,
        Europa-overeenkomsten sluit met de Baltische Staten.

   8. Pact inzake stabiliteit in Europa

        De  Europese  Raad wisselde van gedachten over het  Franse  voorstel
        voor  een  initiatief  van de Europese Unie  voor  een  Pact  inzake
        stabiliteit  in Europa. Doel van dit initiatief is, in  de  praktijk
        uitvoering  te geven aan de beginselen die de Europese  landen  zijn
        overeengekomen inzake eerbiediging van de grenzen en van de  rechten
        van  minderheden.  De  Europese Raad was het  erover  eens  dat  uit
        recente gebeurtenissen in Europa is gebleken dat nu de tijd rijp  is
        voor actie op deze terreinen. Hij juichte het idee toe om gebruik te
        maken  van  de mogelijkheden van een  "gemeenschappelijk  optreden",
        overeenkomstig  de procedures van het gemeenschappelijk  buitenlands
        en veiligheidsbeleid.

        De  Europese Raad verzocht de Raad (Algemene Zaken) het voorstel  te
        bespreken en verslag uit te brengen op zijn bijeenkomst in  december
        1993,  met  het  oog  op  de  organisatie  van  een   Voorbereidende
        Conferentie over het pact.

   9. Rusland

        De  Europese  Raad  juichte  de nieuwe  initiatieven  toe  die  door
        President   Jeltsin  zijn  ontplooid  met  het  oog   op   politieke
        hervormingen in Rusland. Hij sprak de hoop uit dat deze inspanningen
        succes  zullen opleveren en zullen bijdragen tot  consolidering  van
        democratie en een markteconomie.

        De  Europese  Raad  sprak  zijn  voldoening  uit  over  de   recente
        vooruitgang  bij  de  onderhandelingen over  een  partnerschaps-  en
        samenwerkingsovereenkomst  met  Rusland. Hij sprak de hoop  uit  dat
        een dergelijke overeenkomst spoedig kan worden gesloten in het kader
        van  een  tussen  de Gemeenschap en Rusland  tot  stand  te  brengen
        contractuele  relatie,  waarin de politieke en economische  rol  van
        Rusland  op  het internationale toneel tot uiting  komt  en  waarbij
        overleg, ook op het hoogste niveau, een vast kenmerk van de  relatie
        zal vormen.

        De  Europese  Raad  verheugt zich erop  de  nauwe  samenwerking  met
        Rusland  op  politiek gebied voort te zetten en gezamenlijk  bij  te
        dragen tot een oplossing voor de internationale crises. Hij ziet dit
        als een essentiële bijdrage aan vrede en stabiliteit in Europa en in
        de  wereld.  De  Europese  Raad kwam overeen  voor  te  stellen  dat
        regelmatig  vergaderingen van de Gemeenschap worden gehouden  tussen
        de  Voorzitter,  de  Voorzitter van de  Commissie  en  de  Russische
        President.

        De  Europese  Raad  sprak  zijn bereidheid  uit  de  steun  aan  het
        Russische  hervormingsproces voort te zetten en te intensiveren.  De
        komende Top van de G-7 wordt beschouwd als een goede gelegenheid  om
        kracht bij te zetten aan de aanzienlijke inspanningen die reeds zijn
        gedaan  ter ondersteuning van de huidige  hervormingsmaatregelen  in
        Rusland  en  in  andere landen van  de  voormalige  Sovjet-Unie.  De
        Europese  Raad  maakte  de  balans  op  van  de  werkzaamheden   ter
        voorbereiding van de besprekingen tijdens de Top van de G-7 over  de
        hulp aan Rusland. De Gemeenschap en haar Lid-Staten hechten er  veel
        belang  aan dat in Tokio vooruitgang wordt geboekt op de punten  die
        verband houden met de nucleaire veiligheid (kerncentrales, kernafval
        en  de ontmanteling van kernwapens). Hij verklaarde in  dit  verband
        verheugd  te  zijn over het feit dat thans op  grote  schaal  gevolg
        wordt  gegeven  aan  de richtsnoeren die door de  Europese  Raad  in
        Lissabon  zijn  vastgesteld,  alsook  over  de  overeenstemming  die
        onlangs  in de Raad (ECOFIN) werd bereikt over Euratom-leningen  ter
        verbetering  van de veiligheid van kerncentrales in  de  republieken
        van  de voormalige Sovjet-Unie en in de landen van Midden- en  Oost-
        Europa.

        De Europese Raad onderstreepte tevens hoe belangrijk het is dat  het
        Europees Energiehandvest in een concrete realiteit wordt omgezet.

        De  Europese  Raad  zegde  toe dat de  Gemeenschap  haar  steun  zal
        verlenen  aan  andere  concrete  stappen  ter  bevordering  van   de
        doeltreffendheid van de steun aan Rusland en aan concrete  projecten
        die  gericht zijn op een bespoediging van het  privatiseringsproces,
        in   het  bijzonder  via  een  passende  opleiding   van   Russische
        ondernemers  in  het kader van de technische bijstand.  De  Europese
        Raad benadrukte dat de doeltreffendheid van de steun afhangt van het
        bestaan  van  een op stabiliteit georiënteerd economisch  beleid  in
        Rusland.

   10.  Oekraïne

        De Europese Raad beklemtoonde dat hij zeer geïnteresseerd is in  een
        uitbreiding  van  de samenwerking met Oekraïne. Voor  een  volledige
        integratie  in  de internationale gemeenschap is het  van  wezenlijk
        belang dat Oekraïne aanzienlijke vooruitgang boekt bij het waarmaken
        van zijn toezeggingen in het Protocol van Lissabon in verband met de
        bekrachtiging  van Start 1 en de toetreding als  niet-kernwapenstaat
        tot  het NPV, hetgeen ook de ontwikkeling van zijn betrekkingen  met
        de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten zou bevorderen.

   11.  Voormalig Joegoslavie

        De Europese Raad heeft de in Bijlage III opgenomen verklaring inzake
        Bosnië-Herzegovina aangenomen.

   12.  Betrekkingen met de Maghreb-landen

        De Europese Raad bevestigde dat hij vastbesloten is ervoor te zorgen
        dat de betrekkingen met de Maghreb-landen het niveau en het  gewicht
        krijgen die passen bij de nauwe banden die door geografische ligging
        en  geschiedenis zijn gesmeed. Dit moet geschieden in het kader  van
        een  opgewaardeerd partnerschap tussen de Unie en  de  onderscheiden
        Maghreb-landen.

        De  Europese  Raad  verzocht de Raad  spoedig  zijn  goedkeuring  te
        hechten  aan  de thans in  behandeling  zijnde  ontwerp-richtsnoeren
        inzake een partnerschapsovereenkomst met Marokko.

        Hij  nam met voldoening nota van het voornemen van de  Commissie  om
        spoedig ontwerp-richtsnoeren in te dienen voor onderhandelingen over
        een soortgelijke overeenkomst met Tunesië.

   13.  Conclusies van de Ministers van Buitenlandse Zaken

        De  Europese  Raad nam nota van de conclusies van de  Ministers  van
        Buitenlandse  Zaken  met betrekking tot de in Bijlage  IV  opgenomen
        kwesties.

   14.  Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid  - Voorbereidende
        werkzaamheden op veiligheidsgebied

        De Europese Raad nam er nota van dat er reeds voorbereidend werk  op
        veiligheidsgebied  is  verricht door de Ministers  van  Buitenlandse
        Zaken  ingevolge het mandaat van de Europese Raad van  Edinburgh  en
        verzocht  hen de werkzaamheden voort te zetten ten einde  de  nodige
        basiselementen  vast te stellen voor een beleid van de Unie  op  het
        ogenblik dat het Verdrag in werking zal treden.

   15.  Een Gemeenschap die dicht bij de burger staat

        De  Europese Raad riep alle Instellingen op ervoor te zorgen dat  de
        beginselen van subsidiariteit en openheid hecht worden verankerd  in
        alle  domeinen  van de communautaire activiteit en  volledig  worden
        nageleefd bij het dagelijkse reilen en zeilen van de Instellingen.

        Wat het subsidiariteitsbeginsel betreft nam de Europese Raad er  met
        voldoening  nota  van  dat de  Commissie  thans  alleen  voorstellen
        indient  als  zij van oordeel is dat deze  aan  de  subsidiariteits-
        criteria  voldoen ; algemeen gesproken juichte hij het toe  dat  het
        volume van de communautaire wetgeving in het legislatieve  programma
        van  de  Commissie  voor  1993  ten  opzichte  van  vroegere   jaren
        substantieel  is  verminderd. Zeer veelbelovend is ook  het  ruimere
        overleg  dat  de  Commissie  pleegt  alvorens  substantiële   nieuwe
        voorstellen  in  te  dienen, en in het  bijzonder  het  stelselmatig
        gebruik  van  "groenboeken" met betrekking  tot  belangrijke  nieuwe
        werkzaamheden,  alsmede  een kosten/batenanalyse  van  nieuwe  voor-
        stellen.  De  Europese Raad hoopt dat de Commissie de  bestaande  en
        voorgestelde wetgeving  vóór de bijeenkomst van de Europese Raad  in
        december aan het subsidiariteitsbeginsel zal hebben getoetst.

        De  Europese Raad nam er met voldoening nota van dat de Raad  en  de
        Commissie   de   beginselen,  richtsnoeren  en   procedures   inzake
        subsidiariteit waartoe in Edinburgh is besloten, thans toepassen als
        integrerend  deel  van het besluitvormingsproces. De  Europese  Raad
        hoopt  dat  het Europees Parlement spoedig in staat  zal  zijn  zich
        hierbij aan te sluiten.

        Wat  de  openheid betreft nam de Europese Raad nota  van  de  eerste
        stappen die gedaan zijn ingevolge de conclusies van de Europese Raad
        van Edinburgh betreffende de openstelling van bepaalde Raadsdebatten
        voor  het  publiek,  de vereenvoudiging en  de  codificatie  van  de
        communautaire  wetgeving  en de voorlichting in  het  algemeen.  Hij
        bevestigde  zijn  toezegging  om  het streven  naar  een  opener  en
        transparanter Gemeenschap voort te zetten.

        Op  het  gebied  van  de toegang van  het  publiek  tot  informatie,
        verzocht  de Europese Raad de Raad en de Commissie door te gaan  met
        hun  werkzaamheden  op basis van het beginsel dat de  burgers  recht
        hebben  op  zo volledig mogelijke toegang tot informatie.  Het  doel
        moet  zijn  dat alle noodzakelijke maatregelen voor eind  1993  zijn
        ingevoerd.

        De  Europese  Raad  verzocht het Europees Parlement en  de  Raad  de
        laatste  onopgeloste problemen in verband met de instelling  van  de
        ombudsman  tijdig  voor  de inwerkingtreding  van  het  Verdrag  van
        Maastricht te regelen.

   16.  Fraude ten koste van de Gemeenschap

        De  Europese Raad benadrukte dat het belangrijk is door te gaan  met
        de  bestrijding van fraude en onregelmatigheden in samenhang met  de
        Gemeenschapsbegroting, zowel uit het oogpunt van de daarmee gemoeide
        bedragen  als met het oog op het wekken van vertrouwen in de  opbouw
        van  Europa.  Hij  beklemtoonde  dat  het  van  belang  is  volledig
        uitvoering te geven aan de bepalingen van het Verdrag van Maastricht
        uit hoofde waarvan de Lid-Staten ter bestrijding van fraude waardoor
        de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad,  dezelfde
        maatregelen  moeten nemen als die welke zij treffen ter  bestrijding
        van  fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden  geschaad.
        De  Europese  Raad  kijkt uit naar  het  voortgangsverslag  over  de
        fraudebestrijdingsstrategie    van    de    Commissie,    dat    van
        desbetreffende  voorstellen  vergezeld  zal gaan.  Hij  verzocht  de
        Commissie die voorstellen uiterlijk in maart 1994 in te dienen.

   17.  Racisme en vreemdelingenhaat

        De  Europese Raad veroordeelde krachtig de recente  aanslagen  tegen
        immigranten  en  vluchtelingen in haar Lid-Staten en  betuigde  zijn
        diepe medeleven met de onschuldige slachtoffers van deze agressie.

        De  Europese Raad herhaalde dat hij vastbesloten is intolerantie  en
        racisme  in  al  hun uitingsvormen met alle  mogelijke  middelen  te
        bestrijden.  Hij  benadrukte dat deze uitingen van  intolerantie  en
        racisme in onze huidige maatschappij onaanvaardbaar zijn.

        De  Europese Raad bevestigde dat hij zich gehouden acht  een  ieder,
        met  inbegrip van immigranten en vluchtelingen, te beschermen  tegen
        schendingen van de fundamentele rechten en vrijheden, zoals die zijn
        vastgelegd in de grondwet en de wetgeving van de Lid-Staten, in  het
        Europees  Verdrag  voor  de  rechten  van  de  mens  en  in   andere
        internationale  overeenkomsten,  met  inbegrip  van  het  VN-Verdrag
        inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.

        De  Europese  Raad  herinnerde aan zijn  eerdere  verklaringen  over
        racisme  en vreemdelingenhaat en besloot zich meer toe te leggen  op
        het  opsporen  en het uit de weg ruimen van de  oorzaken  ervan.  De
        Europese Raad verbond zich ertoe dat de Lid-Staten alles in het werk
        zullen  stellen  om  immigranten,  vluchtelingen  en  anderen  tegen
        uitingen en blijken van racisme en intolerantie te beschermen.
                                     - - -

   BIJLAGE I

                         OP DE DREMPEL VAN DE 21e EEUW
             RICHTSNOEREN VOOR DE ECONOMISCHE OPLEVING VAN EUROPA

   1. De steven gericht houden op de Economische en Monetaire Unie

      Eén enkele munt :

      . consolideert  de  interne  markt en  maakt  eerlijke  en  vruchtbare
        mededinging mogelijk ;

      . vergroot de aantrekkelijkheid van investeringen binnen en buiten  de
        Gemeenschap,  en stimuleert in het algemeen het sparen dat nodig  is
        voor het financieren van de grote infrastructuurprojecten ;

      . maakt  het  mogelijk  een positieve invloed uit te  oefenen  op  het
        internationaal monetair stelsel zodat meer stabiliteit wordt bereikt
        en   die   vormen  van  speculatie   worden   tegengegaan   waardoor
        instabiliteit en onzekerheid ontstaan.

      Hiervoor is het nodig :

      . de  weg van de convergentie terug te vinden die het  mogelijk  maakt
        het groeipercentage op te trekken en arbeidsplaatsen te scheppen  in
        de  hele  Gemeenschap :  het  eindresultaat  hiervan  zal   positief
        uitvallen ;

      . voor het nationaal beleid en de bedrijfsstrategieën  geloofwaardige,
        duidelijke  en begrijpelijke perspectieven te openen, en hiertoe  de
        interne markt tot bloei te brengen ;

      . de   opbouw  van  Europa  met  de  aspiraties  van  de  burgers   in
        overeenstemming te brengen door te wijzen op de voordelen die van de
        ontwikkeling  van de Gemeenschap kunnen worden verwacht,  door  deze
        voordelen  tot  de  andere landen van Europa, en met  name  die  van
        Midden-  en  Oost-Europa, uit te breiden, welke  landen  uitgebreide
        groeimogelijkheden voor allen bieden.

   2. Een Gemeenschap die openstaat voor de wereld en solidair is

      . De  Gemeenschap moet blijven streven naar een snelle afsluiting  van
        de  Uruguay-Ronde, van een evenwichtig akkoord, d.w.z.  een  akkoord
        over alle momenteel onopgeloste problemen.

      . Dit  akkoord  moet leiden tot de totstandbrenging van  een  mondiale
        organisatie  van  de  handel die afgestemd is op  het  feit  dat  de
        markten  en  de  ondernemingsstrategieën  een  wereldwijd   karakter
        krijgen.

      . Deze  organisatie  moet,  zonder  enige  afwijking,  in  theorie  en
        praktijk  gebaseerd zijn op een multilaterale aanpak. Zij moet  haar
        actie  afstemmen op de andere parameters van de wereldeconomie :  de
        monetaire  ontwikkelingen,  de  oriëntatie van  de  geldstromen,  de
        evenwichtige  verdeling  van  de lasten  van  het  milieubeleid,  de
        sociale vooruitgang, waarop allen recht hebben, en wel in het  kader
        van   een  gradueel  proces  dat  met  de  economische   vooruitgang
        verenigbaar is.

   3. Meer samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling

      . De  doelstelling van 3 % van het bruto nationaal produkt  vastleggen
        met  betrekking  tot de middelen die worden besteed  aan  onderzoek,
        ontwikkeling en innovatie (tegenover momenteel 2 %).

      . De acties van de Gemeenschap concentreren op wat een meerwaarde  kan
        opleveren  in  vergelijking met het beleid van de Lid-Staten  en  de
        ondernemingen.

      . Op  Europees  niveau,  met  de steun van de  andere  acties  van  de
        Gemeenschap, kaders voor samenwerking tussen onze ondernemingen  tot
        stand    brengen   om   innovaties   te   doen   renderen   en    de
        produktieprocessen aan te passen.

   4. Een   krachtig  netwerk  voor  vervoers-  en   telecommunicatie-infra-
      structuur

      . Door  een  sneller en goedkoper verkeer van  personen,  goederen  en
        diensten  mogelijk  te  maken zal het  concurrentievermogen  van  de
        Europese economie worden verstevigd.

      . De  netwerken  zullen  een  onschatbare  bijdrage  leveren  aan   de
        ruimtelijke ordening en de economische en sociale samenhang.

      . Tien  jaar uittrekken voor het stimuleren van de Europese  industrie
        (vervoer,  bouw,  openbare werken, ....) die betrokken  is  bij  het
        ontwerpen   en   het  verwezenlijken   van   deze   infrastructuur :
        30 miljard ecu  per  jaar is hierbij een  realistisch  streefminimum
        (voor alle financieringen samen).

   5. Een gemeenschappelijke informatieruimte : de technologische  revolutie
      komt op gang

      . De  weg bereiden voor een gedecentraliseerde economie die steunt  op
        juist  opgeleide  arbeidskrachten en talloze kleine  en  middelgrote
        bedrijven die onderling samenwerken.

      . Hiervoor  moet  in Europa een  "Europese  informatie-infrastructuur"
        worden  gecreëerd, een echt bloedvatenstelsel voor de  economie  van
        morgen,   het   middel  om   onze   informatieondernemingen   (tele-
        communicatie, informatica, optische vezels, ...) te stimuleren  door
        het  vooruitzicht  van  een  groot aanbod,  dat  zichzelf  ook  over
        verschillende   jaren  uitstrekt.  Een  initiële   investering   van
        vijf miljard ecu is nodig, om vervolgens tot een jaarlijks programma
        van 5 à 8 miljard ecu per jaar te komen.

      . Europese opleidingskanalen creëren voor deze nieuwe beroepen en  het
        werken op afstand aanmoedigen (in de informatie-industrie zelf, voor
        onderwijs,  voor geneeskunde, voor sociale dienstverlening,  milieu,
        beheer   van   stedelijke  agglomeraties ...  maar   ook   voor   de
        bestrijding   van   de  grote  plagen  van  deze   tijd :   ziekten,
        drugsgebruik, criminaliteit).

   6. Een grondige aanpassing van de onderwijsstelsels

      . Leren leren gedurende het hele leven ; kennen en kunnen combineren.

      . Bij  iedereen de vermogens op het gebied van autonomie en  innovatie
        ontwikkelen.

      . Een individueel recht op opleiding gedurende het hele leven invoeren
        (elke jongere zou een opleidings-"cheque" ontvangen die hem/haar  in
        staat stelt deel te nemen aan cursussen voor onderwijs of aanpassing
        van zijn/haar kennis).

   7. Op weg naar een nieuw ontwikkelingsmodel

      . De  inachtneming  van  het milieu zal het  mogelijk  maken  talrijke
        arbeidsplaatsen te scheppen.

      . De  belastingheffing op de zeldzame natuurlijke hulpbronnen zal  het
        mogelijk   maken  de  buitensporige  belasting  op  de   arbeid   te
        verlichten,  waardoor  het  concurrentievermogen  van  de   Europese
        economie zal worden vergroot.

      . De  nieuwe  produktiviteitswinsten moeten worden  gebruikt  voor  de
        verbetering  van  de kwaliteit van het bestaan en de  schepping  van
        nieuwe arbeidsplaatsen ; het gaat hierbij om de dynamische visie  op
        de  arbeidsverdeling, waarbij het aanbod van werk wordt vergroot  om
        in  nieuwe behoeften van kwalitatieve aard te kunnen  voorzien,  die
        een aanzienlijk en nog maar weinig onderzocht, zo niet weinig bekend
        terrein vormen.

   8. Een actiever arbeidsmarktbeleid

      . Prioriteit  voor het aanbieden van een betrekking of werk,  dan  wel
        een  nuttige  opleiding  aan iedereen die zich  op  de  arbeidsmarkt
        aandient.

      . Technologische en economische veranderingen niet vertragen, maar die
        integendeel vóór zijn en tijdig verwerken.

      . De  kwaliteit  en  de  omvang  van  de  diensten  en  bureaus   voor
        arbeidsvoorziening  doen toenemen om zodoende doeltreffend  hulp  te
        bieden  aan iedereen die werkloos is (groei van de uitgaven voor  de
        Gemeenschap van 0,1 % tot 0,5 % van het BNP).

                                     - - -

   BIJLAGE II

       SAMENWERKING MET DE GEASSOCIEERDE LANDEN IN HET VOORUITZICHT VAN
                                 LIDMAATSCHAP

   i) GESTRUCTUREERDE BETREKKINGEN MET DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE UNIE

      Met het oog op de toetreding en de voorbereiding daarvan zal, naast de
      bilaterale  structuur van de Europa-Overeenkomsten, met de landen  van
      Midden-  en  Oost-Europa waarmee de Gemeenschap  zulke  overeenkomsten
      heeft  gesloten,  een  multilateraal kader  voor  een  geïntensiveerde
      dialoog  en overleg over onderwerpen van gemeenschappelijk belang  tot
      stand worden gebracht.

      Dit  kader  zal  inhouden dat er tussen de Raad van de  Unie  en  alle
      geassocieerde   LMOE's   bijeenkomsten   plaatsvinden   over    vooraf
      vastgestelde  onderwerpen  van gemeenschappelijk belang die  onder  de
      bevoegdheid van de Unie vallen, met name :

      - communautaire werkterreinen, in het bijzonder met een  transeuropese
        dimensie,  onder andere op het gebied van energie, milieu,  vervoer,
        wetenschap en technologie ;

      - gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid ;

      - binnenlandse zaken en justitiële aangelegenheden.

   Tijdens  deze  bijeenkomsten  wordt overleg gepleegd,  maar  worden  geen
   beslissingen  genomen. Mochten de conclusies  daadwerkelijke  maatregelen
   vergen, dan worden deze maatregelen in het passende institutionele  kader
   genomen (gewone communautaire procedure of Associatieraad met elk van  de
   geassocieerde staten).

   Op  intern  vlak  worden  deze  bijeenkomsten  volgens  de  gebruikelijke
   procedures  voorbereid,  met  name  om, naar  gelang  van  de  behandelde
   onderwerpen, het in te nemen standpunt te bepalen. Ter voorbereiding  van
   de  bijeenkomsten vinden er contacten met de landen van Midden- en  Oost-
   Europa plaats.

   Naast  de  hierboven  uiteengezette algemene structuur  voor  de  dialoog
   zullen  bij  de  gesprekken  over  aangelegenheden  in  verband  met  het
   buitenlands  en veiligheidsbeleid ook de volgende  regelingen  toepassing
   vinden :

   -  een  Trojka-vergadering  op het niveau van de  Ministers  van  Buiten-
      landse  Zaken  en  een vergadering op het niveau  van  de  Directeuren
      Politieke Zaken tijdens elk voorzitterschap ;

   -  briefing  op het niveau van het Secretariaat na iedere  Raad  Algemene
      Zaken en na iedere vergadering van de Directeuren Politieke Zaken ;

   -  één   Trojka-vergadering  op  het  niveau  van  de   werkgroepen   per
      voorzitterschap voor de desbetreffende werkgroepen.

   Hiernaast  zal  met  de geassocieerde  landen  regelmatig  Trojka-overleg
   worden  gepleegd, voorafgaand aan belangrijke zittingen van  de  Algemene
   Vergadering van de VN en van de CVSE.

   ii)  VERBETERING VAN DE TOEGANG TOT DE MARKT

   a) De  douanerechten  op  de invoer naar  de  Gemeenschap  van  gevoelige
      industriegrondstoffen  van  oorsprong  uit  de  geassocieerde   landen
      (bijlage II b bij de Interimovereenkomsten) worden afgeschaft aan  het
      eind  van het tweede jaar na de inwerkingtreding van  de  Overeenkomst
      (in plaats van aan het eind van het vierde jaar).

   b) De douanerechten op de invoer van industrieprodukten die
        betrokken  zijn bij de consolidatie van het SAP (bijlage III van  de
        Interimovereenkomsten) worden afgeschaft aan het eind van het  derde
        jaar (in plaats van aan het eind van het vijfde jaar).

   c) De  bedragen  van  de contingenten en de  plafonds  van  bovengenoemde
      bijlage  III  (consolidatie  van het SAP)  worden  verhoogd  met  30 %
      (Polen, de Republieken Tsjechië en Slowakije, Bulgarije, Roemenië)  en
      met  25 %  (Hongarije) per jaar vanaf de tweede helft van  het  tweede
      jaar  na de inwerkingtreding van de Overeenkomst (in plaats  van  20 %
      voor  Polen,  Tsjechoslowakije,  Bulgarije,  Roemenië  en  15 %   voor
      Hongarije).

   d) De  heffingen/rechten  binnen de contingenten  voor  landbouwprodukten
      worden zes maanden vóór het in de Overeenkomsten bepaalde tijdstip met
      60 %  verlaagd. De verhoging van de contingenten met 10 %,  die  vanaf
      het  derde jaar zou plaatsvinden, wordt zes maanden  eerder  toegepast
      dan was voorzien.

   e) De  vrijstelling  van  douanerechten  vanaf  begin  1994  voor   onder
      Verordening nr. 636/82 ressorterende produkten die onder het  passieve
      veredelingsverkeer  vallen,  wordt uitgebreid in  overeenstemming  met
      genoemde verordening die voor dit doel zal worden gewijzigd.

   f) De  douanerechten op de invoer in de Gemeenschap van  textielprodukten
      worden verlaagd met het oog op hun volledige afschaffing aan het  eind
      van  een periode van vijf jaar die begint bij de inwerkingtreding  van
      de Overeenkomst (in plaats van zes jaar).

   g) De  douanerechten  op de invoer die in de Gemeenschap  van  toepassing
      zijn op EGKS-staalprodukten van oorsprong uit de geassocieerde  landen
      worden  afgeschaft  uiterlijk aan het eind van het vierde jaar  na  de
      inwerkingreding  van de Overeenkomst (in plaats van aan het  eind  van
      het  vijfde  jaar),  op voorwaarde dat  de  specifieke  besluiten  met
      betrekking tot de handel in staalprodukten worden nageleefd.

   h) De  Raad verzoekt de Commissie een haalbaarheids- en  effectstudie  te
      maken van een cumulatie van de oorsprongregels die zich uitstrekt  tot
      de produkten uit de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa en
      de  EVA-landen, en hem in het licht van de resultaten van  die  studie
      passende voorstellen voor te leggen.

   iii) DE BIJSTAND DOELTREFFENDER MAKEN

   a) De  Gemeenschap  zal de ontwikkeling  van  infrastructuurnetwerken  in
      Midden- en Oost-Europa steunen, zoals besloten tijdens de  bijeenkomst
      van Edinburgh. De EIB, de EBRD en de andere internationale  financiële
      instellingen zullen in dit proces de leiding nemen.

   b) De Gemeenschap zal via het PHARE-programma technische bijstand  bieden
      om grote infrastuctuurverbeteringen in de landen van Midden- en  Oost-
      Europa  voor te bereiden en te vergemakkelijken. Binnen  de  bestaande
      budgettaire grenzen zal de Gemeenschap, zonder het wezenlijke karakter
      van  het  PHARE-programa  geweld aan te doen, ook bereid  zijn  om  op
      verzoek  van  Midden-  en Oosteuropese  partners  uit  PHARE  beperkte
      aanvullende  middelen ter beschikken te stellen voor  kapitaaluitgaven
      die  uit  deze technische bijstand voortvloeien, zulks  in  specifieke
      gevallen waarin is vastgesteld dat dergelijke aanvullende middelen van
      essentieel  belang  zijn, en een noodzakelijke component  vormen  voor
      projecten

      - die   gezamenlijk  door  de  EIB  en/of  internationale   financiële
        instellingen en de begunstigde landen worden gefinancierd,

      - die niet particulier kunnen worden gefinancierd,

      - die  in het belang van de Gemeenschap zijn, in het  bijzonder  zoals
        omschreven in de relevante Gemeenschapsteksten.

   c) Deze  aanvullende middelen bedragen niet meer dan 15 % van  de  totale
      jaarlijkse betalingsverplichtingen in het kader van PHARE.

   d) De  Commissie zal de aanwending van PHARE-middelen  ter  ondersteuning
      van  de ontwikkeling van de infrastructuur in Midden-  en  Oost-Europa
      per  geval evalueren. Aan de hand van de beschikbare studies  zal  zij
      daarbij rekening houden met de financiële situatie van het begunstigde
      land.   De  financiële  instellingen  die  leningen   voor   projecten
      verstrekken, zullen op de normale wijze hun eigen beoordelingen maken.
      In  ieder  afzonderlijk geval zal de Commissie ervoor  zorgen  dat  er
      plaatselijk  voldoende  aan  de financiering  van  het  project  wordt
      bijgedragen,  ten einde de betrokkenheid van de  begunstigde  regering
      bij het project te waarborgen.

      De  Commissie  zal vermijden dat de voor dit doel  beschikbare  PHARE-
      middelen  teveel in afzonderlijke ontvangende landen  terechtkomen  en
      zal  daarom  voorkomen  dat  een  te  groot  deel  van  de   nationale
      programma's op dit doel wordt gericht.

      Voorstellen  zullen  op  de normale wijze worden  voorgelegd  aan  het
      PHARE-beheerscomité.

   iv)  HET BEVORDEREN VAN DE ECONOMISCHE INTEGRATIE

        Wat betreft de harmonisatie van de wetgevingen hebben de landen  van
        Midden-  en  Oost-Europa zich er in de Europese  overeenkomsten  toe
        verbonden  binnen drie jaar na de inwerkingtreding van  de  overeen-
        komsten  voorschriften toe te passen die parallel lopen met die  van
        het  Verdrag van Rome en handelsbeperkende praktijken, misbruik  van
        machtsposities  en  overheidssteun  die  de  mededingingsvoorwaarden
        vervalsen  of dreigen te vervalsen, te verbieden. Daarnaast  is  het
        met het oog op de toetreding van bijzonder belang dat er vorderingen
        worden  gemaakt  op andere door de  Europa-overeenkomsten  bestreken
        gebieden,  met name betreffende de bescherming van  werknemers,  het
        milieu en de consument.

   De opleiding van ambtenaren van de geassocieerde landen op het gebied van
   de  communautaire wetgeving en procedures zal eveneens bijdragen  tot  de
   voorbereiding op de toetreding.

   De  Commissie en de bevoegde instanties van de Lid-Staten  zullen  worden
   ingeschakeld  om  te helpen bij de harmonisatie van de  wetgeving,  onder
   meer ook bij de technische bijstand voor de opleiding van ambtenaren.  Er
   zal  een  task  force  van vertegenwoordigers van  de  Lid-Staten  en  de
   Commissie  worden  opgericht om deze werkzaamheden te coördineren  en  te
   leiden.

   De  Commissie  zal nagaan welke communautaire programma's  kunnen  worden
   opengesteld  voor deelneming door de landen van Midden-  en  Oost-Europa.
   Zij zal tegen eind 1993 voorstellen dienaangaande bij de Raad indienen.

                                     - - -

   BIJLAGE III

                     VERKLARING INZAKE BOSNIE-HERZEGOVINA

   De  Europese Raad wisselde op basis van een verslag van Lord Owen aan  de
   Ministers  van  gedachten  over de uiterst  hachelijke  situatie  in  het
   voormalige  Joegoslavië en over de meest recente onderhandelingen  tussen
   de bij het conflict in Bosnië-Herzegovina betrokken partijen.

   De  Europese  Raad  spreekt  zijn volledige  vertrouwen  uit  in  de  Co-
   voorzitters  van de Stuurgroep van de Internationale  Conferentie  inzake
   het  Voormalige Joegoslavië en spoort hen aan hun inspanningen  voort  te
   zetten  om te komen tot een eerlijke en levensvatbare regeling  die  voor
   elk van de drie bevolkingsgroepen van Bosnië-Herzegovina aanvaardbaar is.
   De  Europese  Raad  zal zich niet neerleggen bij een door  de  Serven  en
   Kroaten gedicteerde territoriale oplossing die ten koste van de Bosnische
   moslims gaat.

   De  Europese Raad bevestigt nogmaals ervan overtuigd te zijn dat een  via
   onderhandelingen  tot  stand gekomen regeling gebaseerd moet zijn  op  de
   beginselen van de Conferentie van Londen die in het Vance/Owen-plan  zijn
   terug te vinden, waaronder met name de onafhankelijkheid,  soevereiniteit
   en  territoriale onschendbaarheid van Bosnië-Herzegovina, de  bescherming
   van   de   mensenrechten   en  de  rechten   van   de   minderheden,   de
   ontoelaatbaarheid van gebiedsuitbreiding door geweld, de vitale  noodzaak
   van humanitaire hulpverlening aan de mensen in nood, en de vervolging van
   oorlogsmisdaden en van inbreuken op het internationale humanitaire recht.

   De Europese Raad steunt de oproep van de regering van  Bosnië-Herzegovina
   tot  het onmiddellijk instellen van een staakt-het-vuren.  Hij  bevestigt
   nogmaals  dat bredere internationale steun nodig is voor  de  humanitaire
   hulp en voor een gegarandeerd veilige doortocht van de konvooien.

   Een  spoedige tenuitvoerlegging van de resoluties van de  VN-Veiligheids-
   raad   over  veilige  gebieden  vormt  een  onmisbare  bijdrage  aan   de
   verwezenlijking  van  bovengenoemde  doelstellingen.  De  Europese   Raad
   besloot  positief te reageren op het verzoek van  de  Secretaris-Generaal
   van de VN om mensen en middelen ter beschikking te stellen. Hij drong  er
   bij  de Lid-Staten op aan om binnen hun mogelijkheden aan dit verzoek  te
   voldoen.  De  Europese Raad doet tegelijkertijd een beroep op  de  andere
   leden van de internationale gemeenschap om hetzelfde te doen.

   De sancties zullen van kracht blijven en worden verscherpt, totdat aan de
   door de Verenigde Naties en de Europese Gemeenschap gestelde  voorwaarden
   voor  de intrekking ervan is voldaan. De Gemeenschap en  haar  Lid-Staten
   zullen  voor de strikte toepassing van de sancties  aanvullende  middelen
   ter beschikking stellen.

                                     - - -

   BIJLAGE IV

   De Ministers van Buitenlandse Zaken, in het kader van de Europese Raad op
   21  en  22 juni te Kopenhagen bijeen, bereikten overeenstemming  over  de
   volgende conclusies :

   Afrika

   Europa  is  Afrika's  belangrijkste partner, zowel  op  politiek  als  op
   economisch gebied en met betrekking tot de ontwikkelingssamenwerking.  De
   Europese Raad benadrukte het belang van een voortgezette samenwerking  op
   basis van solidariteit.

   In 1993 hebben de Gemeenschap en haar Lid-Staten een aantal stappen gezet
   op  de  weg naar een intensievere en ruimer  opgezette  samenwerking  met
   Afrika.   De  Europese  Raad  benadrukte  het  belang  dat  een   verdere
   uitbreiding  van  de  samenwerking  heeft  voor  de  democratisering,  de
   vreedzame ontwikkeling en de ontwikkelingsbijstand.

   De  Gemeenschap en haar Lid-Staten voelen zich ertoe verbonden hun  steun
   te  verlenen  aan het steeds  verder  voortschrijdende  democratiserings-
   proces  in Afrika, met inbegrip van steun voor goed  leiderschap,  gezond
   economisch  beheer  en eerbied voor de mensenrechten.  De  Europese  Raad
   verwees   naar   de  resolutie  inzake   mensenrechten,   democratie   en
   ontwikkeling  die  op  28 november 1991 door de  Raad  (Ontwikkeling)  is
   aangenomen.

   De  Gemeenschap  en haar Lid-Staten hebben zich actief ingezet  voor  het
   verkiezingsproces  in  een aantal Afrikaanse landen.  Zij  zullen  ernaar
   blijven streven deze inzet te coördineren ten einde ervoor te zorgen  dat
   alle  Afrikaanse landen die zich in een overgangsfase naar de  democratie
   bevinden de nodige steun en aandacht krijgen.

   Het  succesvolle referendum over onafhankelijkheid van Eritrea na  dertig
   jaren burgeroorlog heeft de hoop doen groeien dat conflicten in Afrika op
   een vreedzame wijze kunnen worden opgelost.

   De Europese Raad verheugde zich erover dat de landen van Afrika, zoals in
   het recente verleden in een aantal gevallen kon worden geconstateerd,  er
   steeds meer naar streven tot een oplossing te komen voor de crises en  de
   gewapende  conflicten. De Europese Raad hoopte ook dat  de  Staatshoofden
   van  de OAE-landen zich op de komende Top te Kairo zullen buigen over  de
   belangrijke vraag hoe conflicten kunnen worden voorkomen en opgelost. Met
   de  OAE  zijn  nuttige  contacten  gelegd  tijdens  het  bezoek  van   de
   Secretaris-Generaal van deze organisatie aan Kopenhagen in juni.

   De  Gemeenschap  en haar Lid-Staten hebben  de  ontwikkelingssamenwerking
   met  Afrika  verder  uitgebreid.  De  Overeenkomst  van  Lomé  vormt  een
   belangrijk onderdeel van deze samenwerking. De effectiviteit en  snelheid
   bij  de  tenuitvoerlegging  van het  Europees  Ontwikkelingsfonds  worden
   steeds groter, hetgeen ten goede komt aan alle partijen.

   De  Ministers  van  Ontwikkelingssamenwerking hebben  ingestemd  met  een
   speciaal rehabilitatie-initiatief ten behoeve van Afrika. Een bedrag  van
   ten  minste  100 miljoen ecu zal direct worden toegewezen  aan  versnelde
   rehabilitatieprogramma's   in  daartoe  uitgekozen  landen  bezuiden   de
   Sahara.  De  Raad  van  Ministers bezint  zich  over  nog  zo'n  speciaal
   rehabilitatieprogramma voor de ontwikkelingslanden.

   Zuid-Afrika

   De  Europese Raad sprak zijn tevredenheid uit over de  grote  vooruitgang
   die  recent geboekt is bij het onderhandelingsproces in  Zuid-Afrika.  De
   Europese  Raad  sprak  de  hoop uit dat de partijen  in  de  zeer  nabije
   toekomst tot een akkoord zullen komen dat Zuid-Afrika stevig op het spoor
   naar de democratie zal zetten.

   De  instelling van een Uitvoerende Raad voor de overgangsperiode zal  een
   verdere  stap zijn in de richting van de normalisering  en  intensivering
   van  de  politieke en economische betrekkingen tussen de  Gemeenschap  en
   haar Lid-Staten en Zuid-Afrika.

   De Europese Raad bevestigde nogmaals het zijne te willen bijdragen tot de
   economische   en  sociale  ontwikkeling  van  het   nieuwe   Zuid-Afrika.
   Wederopbouw  en een duurzame economische groei kunnen slechts  tot  stand
   komen  in een democratische en niet gewelddadige context. De  Gemeenschap
   en  haar Lid-Staten zijn dan ook bereid steun te verlenen aan  de  eerste
   vrije  verkiezingen, die in april 1994 worden verwacht, en daartoe  onder
   meer  waarnemers  te zenden ; voorts zijn zij bereid hun  steun  aan  het
   democratiseringsproces  te  verruimen en zich nog meer in te  spannen  om
   het geweld om te buigen.

   Soedan

   De  Europese  Raad  sprak  zijn  bezorgdheid  uit  over  de  voortdurende
   burgeroorlog in Soedan tussen de regering in Khartoem en de  SPLA-facties
   in het zuiden. Circa 500 000 mensen zijn hierbij al om het leven  gekomen
   en  nog  veel  meer hebben hun woonplaats moeten verlaten.  De  te  Abuja
   gevoerde  besprekingen tussen de partijen hebben de oplossing  niet  veel
   dichterbij  gebracht.  Ook  bestaat  er  ernstige  bezorgdheid  over   de
   mensenrechtensituatie in Soedan, waarbij melding moet worden gemaakt  van
   repressie  van de burgerbevolking in Noord Soedan door de  regering,  van
   moorden,  arrestaties  en  martelingen  door  het  regeringsleger  in  de
   oorlogsgebieden  alsmede  van moorden, arrestaties  en  terechtstellingen
   door  het rebellenleger. De Europese Raad dringt er bij de  regering  van
   Soedan  op aan geen acties te steunen die een bedreiging vormen voor  een
   constructieve band met de Gemeenschap en de Lid-Staten.

   De  Europese  Raad  stelde  met voldoening  vast  dat  de  internationale
   gemeenschap thans verhoogde aandacht besteedt aan de menselijke  tragedie
   die  zich  in  dit  land voltrekt. Een missie van  de  EG-Trojka  van  de
   Ministers van Ontwikkelingssamenwerking bevindt zich momenteel in  Soedan
   om  de nadruk te leggen op de ernst waarmee de Gemeenschap en  haar  Lid-
   Staten deze humanitaire crisis bekijken en op de dringende noodzaak  voor
   alle partijen om een oplossing voor de problemen te vinden. Op basis  van
   het  verslag  van deze missie zullen de Gemeenschap  en  haar  Lid-Staten
   nagaan  hoe  zij  op  de beste wijze  verder  kunnen  bijdragen  tot  een
   verlichting  van  het lot van het Soedanese volk, met  inbegrip  van  het
   herstel van de eerbied voor de mensenrechten.

   Somalië

   De  Europese Raad toonde zich ingenomen met de grote inspanningen die  de
   Verenigde  Naties zich getroosten om bij te dragen tot herstel van  vrede
   en veiligheid, tot verzoening en tot een politiek vergelijk in Somalië en
   om  nog een menselijke tragedie te voorkomen. Belangrijke  doelstellingen
   zijn  in dat verband de ontwapening van de clans alsmede het herstel  van
   recht  en  orde. De Staatshoofden en  Regeringsleiders  veroordeelden  de
   aanval op de Pakistaanse VN-soldaten die heeft geleid tot de dood van  23
   van hen en tot een nog veel groter aantal gewonden. Degenen die  daarvoor
   verantwoordelijk  zijn  moeten  voor  de  rechter  worden  gebracht.  Zij
   betreurden ook de slachtoffers onder de burgerbevolking en betuigden  hun
   medeleven  aan  allen  die  door  deze  tragische  gebeurtenissen  worden
   getroffen. De Europese Raad deed een beroep op alle partijen om onverkort
   uitvoering te geven aan de resoluties van de Veiligheidsraad.

   Angola

   De Europese Raad betreurde ten zeerste dat de onderhandelingen tussen  de
   Angolese  Regering en UNITA zijn opgeschort en dat UNITA blijft  proberen
   langs  militaire weg meer grondgebied te veroveren. De Europese Raad  gaf
   zijn volledige steun aan Resolutie 834 van de Veiligheidsraad van 1  juni
   1993 waarin de handelswijze van UNITA ten strengste wordt veroordeeld  en
   waarin beide partijen ertoe worden opgeroepen zo spoedig mogelijk opnieuw
   aan  de onderhandelingstafel plaats te nemen en weer tot een  staakt-het-
   vuren  te komen. De Europese Raad herhaalde dat deze crisis  slechts  kan
   worden opgelost via een vreedzame regeling die gebaseerd is op  nationale
   verzoening  en  op de beginselen van de vredesovereenkomst.  De  Europese
   Raad toonde zich uiterst bezorgd over de humanitaire situatie in  Angola.
   Hij  doet  een beroep op UNITA om het VN-plan voor humanitaire  steun  te
   aanvaarden. De Gemeenschap en haar Lid-Staten verbonden zich ertoe in  te
   gaan  op het VN-verzoek om steun ingevolge de Donoren-conferentie  van  3
   juni.

   Mozambique

   De Europese Raad betreurde de ernstige vertraging die het vredesproces in
   Mozambique  heeft opgelopen. Hoewel het standhouden van  het  staakt-het-
   vuren  hoop  geeft,  is  het  niettemin  zeer  ontmoedigend  dat  bij  de
   tenuitvoerlegging  van  de vredesovereenkomst niet  veel  vooruitgang  is
   geboekt.  De Europese Raad deed een beroep op de Regering van  Mozambique
   en  op  RENAMO  om  de  verplichtingen  na  te  komen  die  zij  bij  het
   ondertekenen  van de vredesovereenkomst zijn aangegaan. Voorts zegden  de
   Gemeenschap  en  haar  Lid-Staten nogmaals toe  een  bijdrage  te  zullen
   leveren  aan de rehabilitatie en de economische en  sociale  ontwikkeling
   van Mozambique.

   Liberia

   De  Europese  Raad  betreurde de recente zinloze moorden  op  burgers  in
   Liberia.  Deze  moorden  benadrukken  dat het  de  hoogste  tijd  is  een
   politieke  oplossing voor deze crisis te vinden. De Gemeenschap  en  haar
   Lid-Staten  herhaalden  dat zij de Overeenkomst van Yamoussoukro  IV  het
   best  mogelijke kader achten voor een dergelijke vreedzame oplossing  van
   het  conflict in Liberia en zij drongen er bij alle partijen op  aan  hun
   steun te verlenen aan de inspanningen van de speciale gezanten van de  VN
   en van de OAE om een vreedzaam einde te maken aan de burgeroorlog.

   Malawi

   De Europese Raad toonde zich ingenomen met de vreedzame en  doeltreffende
   afwikkeling van het op 14 juni in Malawi gehouden referendum, alsook over
   de  duidelijke  verbetering van de omstandigheden  waaronder  de  laatste
   fases  van de campagne verliepen. De Gemeenschap en haar Lid-Staten  zijn
   ervan  overtuigd dat het resultaat een eerlijk beeld geeft van de  mening
   van  de burgers van Malawi. Zij drongen er bij de politieke  leiders  van
   Malawi  op  aan  in deze nieuwe situatie nauw samen  te  werken  bij  het
   vrijwaren  van de mensenrechten, het bevorderen van de democratie en  het
   aanpakken van de nog hangende beleidsproblemen om aldus de weg te effenen
   voor de hervatting van een integrale economische samenwerking.

   Zaïre

   De  Europese  Raad verklaarde nogmaals dat hij het proces  van  nationale
   verzoening ondersteunt en wenst uitdrukking te geven aan zijn bezorgdheid
   over de verslechtering van de situatie in Zaïre die gemarkeerd wordt door
   een   stopzetting  van  het  democratiseringsproces  en  door   herhaalde
   inbreuken  op  de  mensenrechten, met name in de  vorm  van  willekeurige
   arrestatie en detentie van personen vanwege hun opvattingen.

   De Europese Raad hekelde voorts het aanzetten tot etnische haat, die  tot
   uiting komt in politiek geweld en in excessen in bepaalde regio's van het
   land,  met  massale  volksverhuizingen  als  gevolg.  De  Europese   Raad
   herhaalde zijn steun aan de Voorzitter van de Hoge Raad van de  Republiek
   en spoorde hem aan om zijn inspanningen voort te zetten.

   Nigeria

   De  Europese  Raad  nam  met  grote  bezorgdheid  nota  van  de   recente
   ontwikkelingen  in Nigeria, waardoor de overgang naar een  burgerregering
   na  de succesvolle presidentsverkiezingen van 12 juni op de  helling  zou
   kunnen komen te staan. De Europese Raad sprak de hoop uit dat de overgang
   naar  een burgergezag toch zal kunnen worden voortgezet zodat  onverwijld
   in  de  grootste  natie van Afrika een volledige  democratie  kan  worden
   ingevoerd.

   Midden-Oosten

   De  Europese  Raad sprak zijn voldoening uit over de  hervatting  van  de
   bilaterale  besprekingen die gericht zijn op een rechtvaardige,  duurzame
   en  allesomvattende regeling van het Arabisch-Israëlisch conflict en  van
   de  Palestijnse  kwestie. De Europese Raad drong er  bij  alle  betrokken
   partijen  op  aan  voort te bouwen op de  reeds  bereikte  resultaten  en
   vooruitgang te boeken via inhoudelijke onderhandelingen in een sfeer  van
   goede wil en compromisbereidheid.

   De  Europese  Raad drong er nogmaals bij alle betrokken partijen  op  aan
   zich te onthouden van alle maatregelen die het vredesproces zouden kunnen
   ondermijnen.  Hij  blijft ervan overtuigd dat de door de  Gemeenschap  en
   haar   Lid-Staten   voorgestelde   vertrouwenwekkende   maatregelen    en
   duidelijke verbeteringen van de omstandigheden ter plaatse, met  inbegrip
   van de mensenrechtensituatie, ertoe kunnen bijdragen om het  vredesproces
   met succes af te ronden.

   De  Gemeenschap  en haar Lid-Staten zullen, in  overeenstemming  met  hun
   algemeen  bekende principiële standpunten, een actieve, constructieve  en
   evenwichtige  rol  blijven  spelen in het vredesproces  van  het  Midden-
   Oosten,  zowel op bilateraal als op multilateraal niveau. Zij  prezen  de
   niet  aflatende inspanningen van de mede-organisatoren om vooruitgang  te
   boeken  en zijn bereid om deel te nemen aan internationale afspraken  ter
   ondersteuning van een vredesregeling.

   Centraal-Amerika

   De  Europese  Raad  nam met voldoening nota van  de  vooruitgang  die  in
   Centraal-Amerika  is  geboekt  bij het streven  naar  vrede,  dialoog  en
   verzoening,  en  van  de  resultaten die  bij  de  consolidering  van  de
   democratie en de regionale integratie zijn bereikt.

   In  dit  verband  verklaarde de Europese Raad verheugd te  zijn  over  de
   vooruitgang  bij  de uitvoering van de vredesregeling  van  El Salvador ;
   voorts deed hij een beroep op de ondertekenaars om alle overige verbinte-
   nissen  na  te  komen, met inbegrip van de aanbevelingen van  de  ad  hoc
   commissie en de Commissie van de Waarheid, ten einde het vredesproces  te
   voltooien en tot nationale verzoening te komen.

   De Europese Raad sprak zijn voldoening uit over het vreedzame en voor  de
   grondwet positieve resultaat van de recente crisis in Guatemala en  hoopt
   dat  de benoeming van een nieuwe constitutionele President  een  bijdrage
   zal  leveren  aan de versterking van de  democratische  instellingen,  de
   volledige eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele  vrijheden
   en de hervatting van de vredesonderhandelingen.

   De  Europese Raad sprak voorts zijn voldoening uit over de  ondertekening
   in  San  Salvador  van de Samenwerkingsovereenkomst  tussen  de  Europese
   Gemeenschap en de landen van Centraal-Amerika, die ertoe zal bijdragen de
   onderlinge samenwerking te intensiveren en uit te breiden.

   Cambodja

   De  Europese  Raad  verheugde zich over de - mede  door  toedoen  van  de
   Verenigde  Naties - georganiseerde verkiezingen in Cambodja, waaruit  het
   verlangen van het Cambodjaanse volk naar vrede en democratie is gebleken.

   Hij  nam akte van het besluit van de Grondwetgevende Vergadering  waarbij
   Prins  Norodom  Sihanouk  als  hoofd  van  de  Cambodjaanse  Staat  wordt
   bevestigd.  Hij  sprak  de  wens uit dat het  vredesproces  in  de  beste
   omstandigheden kan worden afgerond met de aanneming, binnen drie maanden,
   van  een  grondwet en met de spoedige vorming van een  regering  die  het
   mogelijk zal maken de nationale verzoening op gang te brengen.

                                     * * *

Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website