Navigation path

Left navigation

Additional tools

D/11/4

TEXTE NL

EUROPESE RAAD- CONCLUSIES
Brussel, 1-2 MAART 2012

Voor de delegaties gaan hierbij de conclusies van de Europese Raad (1/2 maart 2012).

___________

De Europese Raad heeft de uitvoering van de economische strategie van de EU besproken. Die strategie behelst zowel voortgezette begrotingsconsolidatie als een vastberaden optreden ter bevordering van groei en banen; duurzame groei en duurzame banen kunnen niet worden opgebouwd op tekorten en buitensporige schuldniveaus. De maatregelen die zijn genomen om de situatie in de eurozone te stabiliseren, beginnen vruchten af te werpen.

De Europese Raad heeft de vijf in de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie voor 2012 geformuleerde prioriteiten bekrachtigd. Hij heeft gekeken naar de maatregelen die op nationaal niveau moeten worden genomen. De lidstaten moeten sneller vooruitgang boeken met het verwezenlijken van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, en meer inspanningen leveren bij het doorvoeren van de met de landenspecifieke aanbevelingen van 2011 geïnitieerde hervormingen. Van hen wordt verwacht dat zij in hun nationale hervormingsprogramma's (NHP's) en in hun stabiliteits- c.q. convergentieprogramma's vermelden welke maatregelen zij voornemens zijn daartoe te nemen. Ook heeft de Europese Raad besproken welke maatregelen op EU-niveau vereist zijn om de eengemaakte markt in al zijn aspecten, zowel de interne als de externe, verder te voltooien en innovatie en onderzoek te stimuleren.

De deelnemende lidstaten hebben in de marge van de Europese Raad het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU ondertekend.

De Europese Raad heeft de EU-prioriteiten bepaald voor de aanstaande bijeenkomst van de G20 alsook voor de Rio+20-conferentie van de VN, met bijzondere nadruk op groeibevorderende maatregelen en hervormingen. Hij heeft de balans opgemaakt van de ontwikkelingen in verband met de Arabische Lente en heeft hij richtsnoeren gegeven voor verdere EU-actie ter ondersteuning van dat proces.

De Europese Raad heeft Servië de status van kandidaat-lidstaat verleend.

Hij is overeengekomen dat de Raad de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot het Schengen­gebied opnieuw moet bespreken, teneinde in september zijn besluit te kunnen aannemen.

Ten slotte heeft de Europese Raad Herman Van Rompuy herverkozen tot zijn voorzitter.

I. ECONOMISCH BELEID

    1. De Europese Unie neemt alle maatregelen die nodig zijn om Europa weer de weg naar groei en werkgelegenheid te doen inslaan. Dat vereist een tweeledige aanpak, met zowel maatregelen om financiële stabiliteit en begrotingsconsolidatie te garanderen als actie om groei, concurrentiekracht en werkgelegenheid te bevorderen.

    2. "Europa 2020" is Europa's strategie voor groei en banen en alomvattend antwoord op de uitdagingen waarvoor het zich gesteld ziet. Met name de vijf voor 2020 bepaalde doel­stellingen blijven onverminderd van toepassing en zullen het optreden van de lidstaten en de Unie blijven aansturen ter bevordering van werkgelegenheid, verbetering van de voorwaarden voor innovatie, onderzoek en ontwikkeling, verwezenlijking van onze klimaat- en energiedoelstellingen, verbetering van het onderwijs­niveau en bevordering van sociale insluiting, met name door armoedevermindering.

    3. De tot dusverre geleverde inspanningen blijven echter ontoereikend om de meeste van deze doelstellingen te bereiken. Daarom moeten de inspanningen met spoed worden gericht op het uitvoeren van hervormingen, met bijzondere aandacht voor maatregelen die op korte termijn gevolgen hebben voor de groei en het scheppen van banen.

    4. Wat 2012 betreft, hecht de Europese Raad zijn goedkeuring aan de vijf prioriteiten die volgens de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie moeten gelden voor maatregelen op EU‑ en nationaal niveau:

    – gedifferentieerde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie,

    – normalisering van de kredietverschaffing aan de economie,

    – bevordering van groei en concurrentievermogen,

    – aanpakken van de werkloosheid en van de sociale gevolgen van de crisis,

    – modernisering van de overheidsdiensten.

Acties op nationaal niveau

    5. De Europese Raad heeft de eerste bevindingen en beste praktijken bij de uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen voor 2011 en de verplichtingen van het Euro Plus-pact besproken.

    6. Hoewel alle lidstaten belangrijke maatregelen hebben genomen, blijven de hervormingen op bepaalde gebieden achter en is de uitvoering ongelijkmatig, zoals tot uitdrukking komt in de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie en het verslag van het voorzitterschap over het Europees semester.

    7. Voorts wordt in het recente verslag van de Commissie over het waarschuwingsmechanisme, dat de eerste stap vormt van de nieuwe procedure inzake de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden, gewezen op bepaalde uitdagingen en potentiële risico's die voortvloeien uit macro-economische onevenwichtigheden in enkele lidstaten. De Raad zal het verslag grondig bestuderen. De Europese Raad verzoekt de Raad en de Commissie volledig, doeltreffend en snel uitvoering te geven aan de procedure, en hij verzoekt de lidstaten dienovereenkomstig te handelen.

    8. Begrotingsconsolidatie is een essentiële voorwaarde om terug te keren naar grotere groei en werkgelegenheid. Zij moet worden gedifferentieerd naar de omstandig­heden van de lidstaten. Alle lidstaten moeten de engagementen die zij zijn aangegaan overeenkomstig de voorschriften van het Stabiliteits- en Groeipact, die het mogelijk maken dat de automatische stabilisatoren functioneren op het overeengekomen traject van structurele begrotings­aanpassing, blijven nakomen en tegelijk de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn waarborgen. Landen die het voorwerp zijn van een bijstandsprogramma moeten zich houden aan de in het programma overeengekomen doelstellingen en structurele hervormingen. In dezelfde geest moeten lidstaten die onder druk van de markt staan de overeengekomen begrotingsdoelstellingen halen en klaar staan om indien nodig verdere consolidatiemaatregelen te treffen. Bij het streven naar consolidatie moet bijzondere zorg worden besteed aan het prioriteren van uitgaven die investeren in toekomstige groei en daarbij moet de nadruk komen te liggen op onderwijs, onderzoek en innovatie.

    9. Belastingbeleid kan bijdragen tot begrotings­consolidatie en groei. Overeenkomstig de conclusies van de Raad van 21 februari en onder erkenning van de bevoegdheden van de lidstaten op dit gebied, verzoekt de Europese Raad de lidstaten waar passend hun belasting­stelsels opnieuw te bezien teneinde die doeltreffender en doelmatiger te maken door ongerechtvaardigde belastingvrijstellingen af te schaffen, de belastinggrondslag te verbreden, de belastingdruk te verschuiven weg van arbeid, de efficiëntie van de belastinginning te verbeteren en belastingfraude te bestrijden. De Raad en de Commissie wordt verzocht snel concrete manieren uit te werken om belastingfraude en belasting­ontduiking beter te bestrijden, ook in relatie tot derde landen, en uiterlijk in juni 2012 verslag uit te brengen.

    10. Resolute actie is nodig om de arbeidsparticipatie in 2020 op 75% te brengen. De door de staatshoofden en regeringsleiders op 30 januari vastgestelde richtsnoeren bieden de lidstaten specifieke sturing, met name wat betreft jeugdwerkloosheid en de opstelling van hun nationale banenplannen in het kader van hun NHP's. Teneinde armoede en sociale uitsluiting te bestrijden, dienen actieve inclusiestrategieën, met inbegrip van activerende arbeidsmarktmaatregelen, te worden uitgevoerd. Overeenkomstig de conclusies van de Raad van 17 februari 2012 en met inachtneming van de rol van de sociale partners en de nationale stelsels van loonvorming wordt van de lidstaten verwacht dat zij:

    – zich meer inspannen om het voor werkgevers eenvoudiger en aantrekkelijker te maken personeel aan te werven, zo nodig door de loonvormingsmechanismen te verbeteren;

    – belemmeringen voor het scheppen van banen wegnemen;

    – en een actief arbeidsmarktbeleid te voeren, met name om de participatie van jongeren, vrouwen en oudere werknemers te versterken.

    11. De Europese Raad kijkt uit naar het werkgelegenheidspakket dat de Commissie binnenkort zal presenteren en dat vooral gericht is op het versterken van de groei door het mobiliseren van de Europese beroepsbevolking, op het bevorderen van het scheppen van banen in sleutelsectoren van de economie, op een betere aanpak van de behoefte aan bepaalde vaardigheden, op het bevorderen van arbeidsmarkt­transities en op het verbeteren van de geografische mobiliteit. Hij benadrukt hoe belangrijk het is dat voortgang wordt gemaakt bij het versterken van de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties, dat het aantal gereglementeerde beroepen moet worden verminderd en dat ongerechtvaardigde reguleringsbarrières moeten worden geslecht.

    12. Het is van het grootste belang dat de lidstaten deze prioriteiten en uitdagingen volledig vertalen in preciezere, operationelere en beter meetbare verplichtingen in hun NHP's en hun stabiliteits- of convergentieprogramma's. De lidstaten die deelnemen aan het Euro Plus-pact moeten daarin nog meer verplichtingen opnemen met betrekking tot een klein aantal essentiële, tijdige en meetbare hervormingen ter verwezenlijking van de doelstellingen van het pact.

    13. Daarbij zal niet alleen een voorname rol voor de sociale partners en de regio's zijn weggelegd, maar zal bovendien ten volle gebruik worden gemaakt van de instrumenten van het nieuwe economisch bestuur van de Europese Unie. De Europese Raad roept ertoe op om in juni de twee op tafel liggende voorstellen ter verdere versterking van het toezicht in de eurozone aan te nemen.

Acties op EU-niveau

    14. In zijn bijeenkomsten van oktober en december 2011 heeft de Europese Raad een duidelijk kader geschetst voor een reeks groeibevorderende voorstellen. Tijdens de informele bijeenkomst van 30 januari 2012 zijn enkele bijzonder dringende maatregelen besproken waarover de Raad in juni aanstaande verslag zal uitbrengen. Het werk moet op alle fronten doorgaan om vaart te zetten achter dit maatregelenpakket.

    15. In het bijzonder zullen de inspanningen worden voortgezet teneinde:

    – de eengemaakte markt in een nieuwe ontwikkelingsfase te brengen door het bestuur ervan te versterken en de uitvoering en handhaving ervan te verbeteren; in dat verband ziet de Europese Raad uit naar de presentatie, in juni, door de Commissie van haar mededeling over de eengemaakte markt, haar verslag over de dienstenrichtlijn, alsmede haar verslag over het resultaat van de sectorprestatietests; hij is ingenomen met het voornemen van de Commissie om in de tweede helft van dit jaar een nieuwe ronde maatregelen voor te stellen om nieuwe groeigebieden in de eengemaakte markt te ontsluiten. In dit verband onderstreept de Europese Raad het belang van de voltooiing van de eengemaakte markt en het wegnemen van de resterende obstakels;

    – uiterlijk in 2015 de digitale eengemaakte markt te voltooien, met name door maatregelen aan te nemen om het vertrouwen in onlinehandel te stimuleren en door een betere breedbanddekking, onder meer door de kosten van de hogesnelheidsbreedband­infrastructuur te verlagen; de Europese Raad ziet uit naar de komende voorstellen van de Commissie inzake copyright;

    – de administratieve lasten en de regeldruk op EU- en nationaal niveau te verminderen; de Europese Raad is ingenomen met het voornemen van de Commissie om een mededeling in te dienen over verdere stappen ter vermindering van de regeldruk, onder meer maatregelen ter ondersteuning van micro-ondernemingen. Hij verzoekt de Commissie om sectorale streefcijfers in overweging te nemen.

    handelsbarrières weg te nemen en voor een betere markttoegang en investerings­voorwaarden te zorgen, overeenkomstig de conclusies van oktober 2011 en de verklaring van januari 2012; de Europese Raad verwelkomt het nieuwe verslag van de Commissie over handels- en investeringsbelemmeringen. De Europese Raad zal in juni dit jaar de vorderingen evalueren en bespreken hoe de Unie zijn handels- en investerings­betrekkingen met belangrijke partners kan verdiepen.

    16. De Europese Raad is van oordeel dat verhoogde "peer pressure" kan bijdragen tot een grotere eigen inbreng en verantwoordelijkheid van de staatshoofden en regeringsleiders met betrekking tot de rol van de Raad en de lidstaten bij de ontwikkeling van de eengemaakte markt en de naleving van de voorschriften ervan. Daartoe verzoekt de Europese Raad:

- de Commissie om te voorzien in transparante scoreboard als basis voor een adequate benchmarking;

- de voorzitter van de Europese Raad om ervoor te zorgen dat de Europese Raad regelmatig toezicht houdt op de in de verschillende Raadsformaties geboekte vooruitgang met betrekking tot de voornaamste voorstellen betreffende de eengemaakte markt.

    17. Het is van cruciaal belang om te werken aan een economie waarin hulpbronnen efficiënter worden gebruikt, die groener is en die een groter concurrentievermogen heeft. De Europese Raad roept op om in juni een akkoord over de energie-efficiëntierichtlijn te bereiken. Herinnerend aan zijn conclusies van december 2011 roept hij ook op tot snelle vooruitgang bij het bepalen van een koolstofarme strategie voor 2050 en bij de uitvoering van het stappenplan voor een efficiënt hulpbronnengebruik in Europa.

    18. Innovatie en onderzoek staan centraal in de Europa 2020-strategie. Europa heeft een sterke wetenschapsbasis, maar zijn vermogen om onderzoek om te zetten in nieuwe innovaties die inspelen op behoeften van de markt, moet worden verbeterd. Uitgaand van een verslag van het voorzitterschap maakte de Europese Raad de balans op van de vorderingen die zijn gemaakt bij het uitvoeren van zijn conclusies van februari 2011 en concludeerde hij dat er meer inspanningen zijn vereist met het oog op:

– voltooiing van de Europese onderzoeksruimte (EOR) in 2014; in dat verband was hij verheugd over het voornemen van de Commissie om in juni 2012 een kader voor de EOR voor te stellen;

    – verbetering van de mobiliteit en de loopbaanvooruitzichten van onderzoekers;

    – snelle vaststelling en implementatie van de inventaris van door de EU gefinancierde O&O en van de geïntegreerde innovatie-indicator;

    – een instrument voor de exploitatie van intellectuele-eigendomsrechten op Europees niveau;

    het bereiken van een definitief akkoord door de deelnemende lidstaten, uiterlijk in juni 2012, over het laatste resterende probleem met betrekking tot het octrooipakket;

    – de totstandbrenging van een optimaal klimaat waarin ondernemers hun ideeën commercieel kunnen benutten en werkgelegenheid scheppen, en vraaggestuurde innovatie gebruiken als belangrijkste aanjager van het Europese onderzoeks- en ontwikkelings­beleid; in het bijzonder invoering van een doeltreffende durfkapitaalregeling voor de gehele EU, met inbegrip van een "EU-paspoort", een financieringsregeling ter ondersteuning van innoverende kleine en middelgrote ondernemingen, en het in overweging nemen van een "dakfonds" ter verstrekking van grensoverschrijdend risicokapitaal en doeltreffender benutting van precommerciële overheidsopdrachten ter ondersteuning van innovatieve en high tech-bedrijven;

    – versterking van sleuteltechnologieën die systeemrelevant zijn voor het innoverend vermogen van de industrie en de gehele economie.

    19. Wat energie betreft, is het van belang uitvoering te geven aan de in februari en december 2011 overeengekomen richtsnoeren en de toezegging om de interne markt voor energie uiterlijk in 2014 te voltooien, onder meer middels de volledige uitvoering van het derde energiepakket binnen de overeengekomen termijnen en de netwerken over de grenzen heen aan elkaar te koppelen. De Europese Raad ziet uit naar de in juni aanstaande verwachte mededeling van de Commissie waarin de balans wordt opgemaakt van de mate van liberalisering en integratie van de interne markt voor energie.

    20. De Europese Raad wijst op de belangrijke rol van de industrie ten behoeve van de groei, het concurrentievermogen, de uitvoer en het scheppen van werkgelegenheid in Europa en als motor voor productiviteit en innovatie.

    21. De werkzaamheden en de besprekingen in verband met de Commissievoorstellen betreffende, respectievelijk, energiebelasting, de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting, de belasting op financiële transacties en de herziening van de richtlijn spaarbelasting moeten worden voortgezet. De onderhandelingsrichtsnoeren voor overeen­komsten met derde landen inzake spaarbelasting moeten snel worden vastgesteld. De Raad en de Commissie zullen vanaf juni 2012 regelmatig verslag uitbrengen over de stand van zaken op dit gebied.

    22. Evenzeer is het van belang de hervorming van de regelgeving in de financiële sector snel te voltooien. Op basis van het recentelijk bereikte politieke akkoord moet de verordening betreffende de Europese marktinfrastructuur nu zo snel mogelijk worden aangenomen. Daarnaast moet tegen juni, respectievelijk december 2012 overeenstemming worden bereikt over het voorstel inzake de kapitaalvereisten voor banken en het voorstel inzake de markten voor financiële instrumenten, gezien de doelstelling om over één "rule book" te beschikken en te zorgen voor een tijdige en samenhangende uitvoering van Bazel III. De wijzigingen in de verordening betreffende ratingbureaus moeten zo spoedig mogelijk worden aangenomen. De Europese Raad kijkt uit naar het resultaat van de evaluatie door de Commissie van verplichte verwijzingen naar de ratings van ratingbureaus in de EU‑wetgeving.

    23. Het is belangrijk het vertrouwen van de beleggers in het bankwezen van de EU te herstellen en ervoor te zorgen dat er kredieten naar de reële economie blijven vloeien, met name door versterking van de kapitaalposities van de banken zonder buitensporige afbouw van vreemd vermogen ('deleveraging') en, waar nodig, maatregelen die de toegang van banken tot financiering steunen. De Raad zal in dit verband de uitvoering van de in oktober jongstleden genomen besluiten op de voet volgen. De Commissie wordt verzocht zich te beraden op een mogelijke versterking van het huidige kader voor de beloning van bestuurders.

    24. Gezien de noodzaak de particuliere financiering van sleutelinfrastructuurprojecten te stimuleren, moet er intensiever worden gewerkt aan de proeffase van het Europa 2020‑initiatief inzake projectobligaties, ten einde in juni een akkoord te bereiken.

II. INTERNATIONALE TOPONTMOETINGEN

    G20 en G8

      25. De Europese Raad besloot dat met het oog op de top van de G20 de volgende prioriteiten moeten worden nagestreefd:

      – waarborgen van effectieve coördinatie op mondiaal niveau met het oog op sterke, duurzame en evenwichtige groei en vooruitgang bij de uitvoering van het actieplan van Cannes;

      – nakomen van de G20-afspraken betreffende hervorming van de financiële markten, mede wat betreft een streng toezicht, teneinde wereldwijd gelijke concurrentievoorwaarden te garanderen;

      – uitvoering van het in 2011 vastgestelde actieplan inzake voedselprijsschommelingen en landbouw; vergroten van de transparantie op de grondstoffenmarkten; verdere uitvoering van het actieplan van Seoel inzake ontwikkeling, met nadruk op infrastructuur en groene groei;

      – bevorderen van groene groei en duurzame ontwikkeling; bestrijden van met name klimaatverandering en aanboren van financieringsbronnen voor maatregelen tegen klimaatverandering;

      – bestrijden van protectionisme en steunen van een actieve WTO-onderhandelingsagenda, mede voor de minst ontwikkelde landen;

      – aandacht voor de sociale dimensie van mondialisering, met name de jeugdwerkloosheid.

      26. De Europese Raad werd geïnformeerd over de besprekingen op G20-niveau over de substantiële verhoging van de IMF-middelen. Hij memoreerde dat de lidstaten van de euro­zone al toegezegd hebben dat zij via bilaterale leningen 150 miljard euro zullen toevoegen aan de algemene middelen van het IMF, en dat ook andere lidstaten van de EU te kennen hebben gegeven een rol te willen spelen bij het versterken van de IMF-middelen. Hij moedigde de ministers van financiën van de G20 aan om te blijven werken aan de totstandkoming van een akkoord over verhoging van de IMF-middelen tijdens hun volgende vergadering in april, teneinde het IMF beter in staat te stellen zijn systeemtaken ter ondersteuning van zijn leden wereldwijd uit te voeren.

      27. De Europese Raad werd geïnformeerd over de stand van zaken bij de voorbereidingen voor de G8-top.

    Rio+20-Conferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling

      28. De Europese Raad betuigde opnieuw zijn krachtige steun voor een ambitieus resultaat van de Rio+20-conferentie van de VN over duurzame ontwikkeling. Hij benadrukte de noodzaak van een grote inbreng van de particuliere sector en van het maatschappelijk middenveld tijdens de conferentie. Hij formuleerde enkele kernbeginselen waardoor de EU zich zal laten leiden tijdens de voorbereidingen:

      – de conferentie moet opkomen voor de wereldwijde transitie naar een groene economie, en zodoende milieubescherming bevorderen, aan de uitroeiing van armoede bijdragen en een koolstofarme en hulpbronnenefficiënte groei stimuleren;

      – zij moet streven naar duidelijke operationele doelen en concrete maatregelen op nationaal en internationaal niveau binnen overeengekomen tijdschema's;

      – zij moet bijdragen tot een sterker mondiaal institutioneel kader voor duurzame ontwikkeling, waarbij het UNEP moet worden gepromoveerd tot een gespecialiseerde organisatie;

      – zij moet het werk aan mondiale en coherente post-2015-doelen voor duurzame ontwikkeling stimuleren, mede in het licht van het proces ter herziening van de millenniumdoelen voor ontwikkeling.

    III. BUITENLANDS BELEID

      29. Een jaar na het begin van de Arabische Lente besprak de Europese Raad nieuwe tendensen en geleerde lessen naar aanleiding van de ontwikkelingen in de regio, en evalueerde hij de uitvoering van de EU-steun tot dusver. De EU bevordert en steunt de democratische overgang in de landen van het Zuidelijk Nabuurschap en in de ruimere regio van het Midden-Oosten en de Golf. De EU blijft zich inzetten voor het ontwikkelen van partnerschappen met de landen uit het Zuidelijk Nabuurschap, op basis van differentiatie, wederzijdse verantwoordingsplicht en gehechtheid aan universele waarden, met inbegrip van de bescherming van de religieuze minderheden (ook van christenen). Overeenkomstig de in zijn eerdere verklaringen en in de Raadsconclusies van 20 juni 2011 geformuleerde beginselen en doelstellingen kwam de Europese Raad overeen dat de EU zich in haar verdere engagement bij, en bijdrage aan het proces zal laten leiden door de volgende richtsnoeren:

      – de EU moedigt alle landen van het Zuidelijk Nabuurschap aan om ingrijpende politieke hervormingen door te voeren die gericht zijn op het opbouwen en consolideren van democratie, het vestigen en versterken van de rechtsstaat en het doen eerbiedigen van de mensenrechten en de burgerlijke vrijheden, met bijzondere aandacht voor de rechten van vrouwen en minderheden;

      – gelet op de economische en financiële uitdagingen waarmee veel landen in de regio worden geconfronteerd, zal de EU haar instrumenten blijven inzetten en daarbij haar bijstand meer richten op goed bestuur en het scheppen van werkgelegenheid; zij zal haar inspanningen in het kader van de taskforcevergaderingen voortzetten, waarbij ook stakeholders uit het bedrijfsleven worden betrokken. De Europese Raad riep in dit verband op tot een spoedige bekrachtiging van de uitbreiding van het mandaat van de EBRD;

      – in dat verband is de EU vastbesloten haar steun aan democratische hervorming te koppelen en dus meer steun te geven aan partners die vorderingen maken op weg naar inclusieve democratische stelsels, maar haar steun te heroverwegen wanneer een regering zich schuldig maakt aan onderdrukking, of ernstige of systematische schendingen van de mensenrechten;

      – de EU zal haar partnerschap met het maatschappelijk middenveld verder blijven versterken, onder meer door de lancering van de nabuurschapsfaciliteit voor het maatschappelijk middenveld;

      – er is snelle vooruitgang nodig bij de lopende onderhandelingen over de handel en de voorbereiding van onderhandelingen over diepe en brede vrijhandelsakkoorden zodat de economieën van partners geleidelijk in de eengemaakte markt van de EU worden geïntegreerd en de mogelijkheden tot markttoegang worden verruimd;

      – de dialogen over migratie, mobiliteit en veiligheid zullen worden uitgebreid met het oog op de bevordering van intermenselijke contacten, zakelijke contacten en wederzijds begrip; in dit verband zullen de gezamenlijke inspanningen om illegale immigratie te voorkomen worden voortgezet, overeenkomstig de totaalaanpak van migratie van de EU.

    30. De Europese Raad verzoekt de Commissie en de hoge vertegenwoordiger om voor het einde van dit jaar een routekaart voor te leggen ter omschrijving en sturing van de uitvoering van het EU-beleid ten aanzien van onze partners in het Zuidelijk Middellandse-Zeegebied, waarin de doelstellingen, instrumenten en maatregelen ervan worden opgesomd, en de nadruk wordt gelegd op synergieën met de Unie voor het Middellandse-Zeegebied en andere regionale initiatieven.

      31. De Europese Raad is ontzet over de situatie in Syrië en onderschrijft de conclusies van de Raad van 27 februari 2012. Overeenkomstig de resolutie van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties van 1 maart vraagt hij dat de Syrische autoriteiten onmiddellijk een einde maken aan het massale geweld en de schendingen van de mensenrechten ten aanzien van de burgerbevolking. De Europese Raad blijft vastbesloten te garanderen dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaden in Syrië, ter verantwoording zullen worden geroepen voor hun daden, en zal nauw samenwerken met en bijstand verlenen aan degenen die deze gruwelijke misdaden proberen te documenteren. De Europese Raad bevestigt zijn engagement om de druk op het Syrische regime te blijven verhogen zolang het geweld en de schendingen van de mensenrechten voortduren, en verzoekt de Raad verder gerichte beperkende maatregelen tegen het regime voor te bereiden. Hij roept president Assad op om, in het belang van het land, afstand te doen van de macht teneinde een vreedzame overgang mogelijk te maken. Zodra de democratische overgang in gang wordt gezet, is de EU bereid een nieuw partnerschap te ontwikkelen en steun te verlenen.

      32. De Europese Raad wijst er nogmaals op dat onafhankelijke humanitaire agentschappen vrij en ongehinderd toegang moet worden verleend zodat, in overeenstemming met de humanitaire beginselen, aan noodlijdenden bijstand kan worden verstrekt. De Unie heeft reeds geld­middelen voor humanitaire doeleinden beschikbaar en is bereid deze te verhogen zodra de omstandigheden op het terrein de humanitaire organisaties in staat zullen stellen de noodhulpoperaties uit te breiden.

      33. De Europese Raad bevestigt zijn steun aan de inspanningen van de Arabische Liga om een einde te maken aan het geweld in Syrië, en verleent zijn volledige steun aan de missies van voormalig VN-Secretaris-Generaal Kofi Annan als gezamenlijk speciaal gezant van de Verenigde Naties en de Arabische Liga voor de crisis in Syrië. Hij ondersteunt het opstarten van de Groep Vrienden van het Syrische volk, alsook de conclusies van haar eerste vergadering op 24 februari 2012.

      34. De Europese Raad roept alle leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, in het bijzonder Rusland en China, nogmaals op samen te werken om een einde te maken aan het geweld. De Europese Unie steunt de Syrische oppositie in haar strijd voor vrijheid, waardig­heid en democratie; zij erkent de Syrische Nationale Raad als legitieme vertegenwoordiger van alle Syriërs en roept alle leden van de Syrische oppositie op zich te verenigen in hun vreedzame strijd voor een nieuw Syrië waar alle burgers gelijke rechten genieten. De Europese Unie roept alle partijen op een proces te bevorderen dat tot een politieke oplossing leidt.

      35. De Europese Raad benadrukt de verantwoordelijkheid van de Syrische autoriteiten ten aanzien van de veiligheid van buitenlanders in Syrië, ook van journalisten, met name door de evacuatie van degenen die zulks nodig hebben, te vergemakkelijken.

      36. De Europese Raad is ingenomen met de conferentie inzake Somalië die op 23 februari 2012 in Londen is gehouden. De Europese Raad herinnert aan het strategisch kader van de EU voor de Hoorn van Afrika, dat de Raad op 14 november 2011 heeft aangenomen en verzoekt de Raad, de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger om, voortbouwend op het resultaat van de conferentie van Londen, het alomvattende engagement ten aanzien van Somalië te handhaven. Conform het strategisch kader van de EU dient de Raad Buitenlandse Zaken in oktober bij de Europese Raad verslag uit te brengen over de uitvoering van de overeengekomen maatregelen.

      37. De Europese Raad is ingenomen met de vooruitgang die het Oostelijk Partnerschap heeft geboekt bij het bevorderen van de politieke vereniging en economische integratie met de EU. Het partnerschap is gebaseerd op een gehechtheid aan gemeenschappelijke waarden, waarbij degenen die zich het meest inzetten voor hervormingen, meer voordeel zullen halen uit hun relatie met de EU. De Europese Raad kijkt uit naar de routekaart van het Oostelijk Partnerschap met het oog op de volgende top van het Oostelijk Partnerschap in de tweede helft van 2013.

      38. De Europese Raad drukt zijn ernstige en groeiende bezorgdheid uit over de verdere verslechtering van de situatie in Belarus. Hij is ingenomen met het besluit van de Raad ter uitbreiding van de lijst van personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechten­schendingen of de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, of die het regime van Loekasjenko ondersteunen of ervan profiteren, en die aan een reisverbod en een bevriezing van tegoeden onderworpen zijn. De Europese Raad verzoekt de Raad zijn werkzaamheden betreffende verdere maatregelen voort te zetten. Hij herhaalt dat de Unie vastbesloten blijft haar engagement ten aanzien van het Belarussische maatschappelijk middenveld te versterken en de democratische betrachtingen van het Belarussische volk te ondersteunen.

    IV. OVERIGE PUNTEN

    39. De Europese Raad bekrachtigt de conclusies van de Raad van 28 februari 2012 over uitbreiding en het stabilisatie- en associatieproces en besluit Servië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen.

    40. Herinnerend aan zijn besprekingen in 2011 wijst de Europese Raad er nogmaals op dat alle juridische voorwaarden zijn vervuld voor het nemen van een besluit inzake de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot het Schengengebied.

    41. De Europese Raad erkent ook de niet aflatende inspanningen van Bulgarije en Roemenië.

    42. De Europese Raad verzoekt de Raad om in de tussentijd maatregelen vast te stellen en uit te voeren die kunnen bijdragen tot de succesvolle uitbreiding van het Schengengebied met Roemenië en Bulgarije.

    43. De Europese Raad verzoekt de Raad om op deze kwestie terug te komen teneinde in de zitting van de JBZ-Raad in september 2012 een besluit te kunnen vaststellen.

    44. De Europese Raad memoreert zijn conclusies van juni 2011 over de versterking van de governance in het Schengengebied en benadrukt met name dat het belangrijk is spoedig overeenstemming te bereiken over de verordening betreffende de instelling van een evaluatie- en toezichtmechanisme voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis. Dit mechanisme moet ook betrekking hebben op de manier waarop de instellingen die bij de toepassing van het Schengenacquis zijn betrokken, dienen te werken.

    45. De Europese Raad heeft de heer Herman Van Rompuy herbenoemd tot voorzitter van de Europese Raad voor het tijdvak van 1 juni 2012 tot en met 30 november 2014.

    _________________________


Side Bar