Navigation path

Left navigation

Additional tools

KUNSILL EWROPEW 4 TA' FRAR 2011 KONKLUŻJONIJIET

European Council - DOC/11/1   04/02/2011

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO GA

D/11/1

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

COMMISSION EUROPÉENNE

SECRETARIAT GENERAL

Bruxelles, le 4 février 2011

TEXTE NL

CONSEIL EUROPEEN – BRUXELLES
04 février 2011
CONCLUSIONS DE LA PRÉSIDENCE

_________________

Voor de delegaties gaan hierbij de conclusies van de Europese Raad (4 februari 2011).

____________________

  • Belangrijk is dat er, naast de onmiddellijke actie die nodig is voor het aanpakken van de meest knellende problemen waarmee de economische en financiële crisis ons confronteert, wordt voortgebouwd aan een gedegen fundering voor duurzame, banenscheppende groei. Daartoe is in juni jongstleden de Europa 2020-strategie voor banen en groei aangenomen. Vandaag heeft de Europese Raad zich geconcentreerd op twee sectoren, energie en innovatie, die van cruciaal belang zijn voor de toekomstige groei en welvaart van Europa. Hij heeft een aantal prioritaire acties vastgesteld die aanzienlijk zullen bijdragen tot het aanjagen van de groei en het scheppen van banen, alsmede tot het stimuleren van het concurrentie­vermogen van Europa.

  • ENERGIE

  • Veilige, betrouwbare, duurzame en betaalbare energie die bijdraagt tot Europa's concurrentie­vermogen blijft een prioriteit voor Europa. Actie op EU-niveau kan en moet in dat verband een meerwaarde bieden. De afgelopen jaren is er veel werk verzet met betrekking tot de hoofdlijnen van een EU-energiebeleid; zo zijn er op energiegebied en inzake klimaat­verandering ambitieuze doelen gesteld, die met uitvoerige wetgeving zijn geschraagd. Vandaag heeft de Europese Raad met de volgende conclusies over een aantal praktische aspecten onderstreept hoezeer de EU vasthoudt aan die doelstellingen.

  • De EU heeft behoefte aan een goed functionerende, geïnterconnecteerde en geïntegreerde interne energiemarkt. Daarom moeten de lidstaten de wetgeving betreffende de interne energiemarkt snel en volledig en strikt binnen de afgesproken termijnen uitvoeren. De Raad en het Europees Parlement wordt verzocht spoedig een verordening betreffende de integriteit en transparantie van de energie­markt vast te stellen.

  • De interne markt moet uiterlijk in 2014 voltooid zijn, zodat gas en elektriciteit vrij kunnen stromen. Daartoe moeten in de eerste plaats de nationale energieregulators en transmissie­systeembeheerders in samenwerking met ACER meer vaart zetten achter de marktkoppeling en het opstellen van richtsnoeren en netcodes die voor alle Europese netwerken gelden. De lidstaten wordt verzocht om het tempo van de werkzaamheden in samenspraak met de Europese normalisatie-instellingen en het bedrijfsleven op te voeren zodat uiterlijk medio 2011 voor oplaadsystemen voor elektrische voertuigen en uiterlijk eind 2012 voor slimme netten en meters technische normen kunnen worden vastgesteld. De Commissie zal op gezette tijden verslag uitbrengen over de werking van de interne energiemarkt, met bijzondere aandacht voor de consumenten - ook de meest kwetsbare - overeenkomstig de conclusies van de Raad van 3 december 2010.

  • Er zijn grote inspanningen nodig om overeenkomstig de prioriteiten uit de Commissie­mededeling over energie-infrastructuur de Europese energie-infrastructuur te moderniseren en uit te breiden en de netten over de grenzen heen te verbinden. Dat is essentieel om de solidariteit tussen de lidstaten gestalte te geven, om alternatieve aan- en doorvoerkanalen en energiebronnen tot stand te brengen, en om hernieuwbare energiebronnen te ontwikkelen en te laten concurreren met traditionele energiebronnen. Het is belangrijk dat de vergunnings­procedures voor de aanleg van nieuwe infrastructuur worden gestroomlijnd en verbeterd, zonder afbreuk te doen aan de nationale bevoegdheden en procedures; de Europese Raad ziet uit naar het voorstel dat de Commissie ter zake heeft aangekondigd. De verschillende initiatieven van de lidstaten voor het integreren van markten en netten op regionaal niveau, en de in de Commissie­mededeling geschetste initiatieven dragen daartoe bij en verdienen steun. Na 2015 moeten alle EU-lidstaten zijn aangesloten op de Europese gas- en elektriciteitsnetten en mag geen van hen zijn energiezekerheid nog in gevaar gebracht zien door het ontbreken van adequate verbindingen.

  • De aanzienlijke financieringskosten voor investeringen in infrastructuur zullen grotendeels door de markt moeten worden opgebracht, maar kunnen door tarifering worden terugverdiend. Het is van groot belang dat er een reguleringskader komt dat investeren aantrekkelijk maakt. De tariefstelling moet, op een transparante en niet‑discriminerende wijze, goed worden afgestemd op de financieringsbehoeften en bij grensoverschrijdende investeringen moet er een correcte kostentoerekening plaatsvinden, waarbij de mededinging en het concurrentie­vermogen worden bevorderd en rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de consument. Voor sommige projecten, die vanuit het oogpunt van voorzieningszekerheid of solidariteit wellicht gerechtvaardigd zijn maar waarvoor op de markt onvoldoende financiering te vinden is, moeten mogelijkerwijs voor een klein deel publieke middelen worden uitgetrokken als hefboom voor private financiering. Dergelijke projecten moeten aan de hand van duidelijke en transparante criteria worden geselecteerd. De Commissie wordt verzocht uiterlijk in juni 2011 aan de Raad cijfers over de geraamde investeringen voor te leggen, evenals suggesties om de financiering rond te krijgen en om eventuele hindernissen voor infrastructuurinvesteringen weg te nemen.

  • Om de voorzieningszekerheid verder te vergroten, moet Europa's potentieel inzake duurzame winning en exploitatie van conventionele en niet-conventionele (schaliegas en olieschalie) fossiele brandstoffen in kaart worden gebracht.

  • Investeringen in energie-efficiëntie zijn goed voor het concurrentievermogen en zijn een goedkope manier om de continuïteit en duurzaamheid van de energie­voorziening te verbeteren. Het door de Europese Raad van juni 2010 gestelde doel van 20% energie-efficiëntie in 2020, waarvoor we niet op koers liggen, moet worden gehaald. Krachtige maatregelen zijn dan ook nodig om de ruime marges voor hogere energie­besparingen op gebouwen, vervoer en producten en processen te benutten. Met het EU-hoofddoel voor ogen moeten alle lidstaten vanaf 1 januari 2012 energie‑efficiëntienormen opnemen in de overheidsopdrachten voor belangrijke openbare gebouwen en diensten. De Raad wordt verzocht om het aangekondigde Commissievoorstel voor een nieuw energie-efficiëntieplan, waarin een aantal beleidslijnen en -maatregelen ten aanzien van de gehele energie­voorzienings­­keten nader wordt uiteengezet, meteen in behandeling te nemen. Hij zal de voortgang naar het energie-efficiëntiedoel van de EU voor 2013 evalueren en indien nodig extra maatregelen overwegen.

  • De Commissie wordt verzocht nauwer met de lidstaten samen te werken bij de uitvoering van de richtlijn energie uit hernieuwbare bronnen, met name wat betreft consequente nationale steunregelingen en samenwerkingsmechanismen.

  • De EU en haar lidstaten zullen investeringen in hernieuwbare energiebronnen en veilige en duurzame koolstofarme technologie stimuleren, en zullen zich toeleggen op de technologie­prioriteiten uit het Europees strategisch plan voor energietechnologie. De Commissie wordt verzocht met nieuwe initiatieven te komen over slimme netten, bij voorbeeld in verband met de ontwikkeling van schone voertuigen, energieopslag, duurzame biobrandstoffen en energie­besparende oplossingen voor steden.

  • De activiteiten van de EU en de lidstaten moeten beter op elkaar worden afgestemd om meer samenhang te brengen in de externe betrekkingen van de EU met de belangrijkste landen van productie, doorvoer en verbruik. De Commissie wordt verzocht uiterlijk in juni 2011 een mededeling in te dienen over voorzieningszekerheid en internationale samenwerking voor een beter gestroomlijnd extern optreden van de EU op energiegebied. De lidstaten wordt verzocht de Commissie vanaf 1 januari 2012 in kennis te stellen van al hun nieuwe en bestaande bilaterale energie­overeenkomsten met derde landen; de Commissie zal die informatie aan alle andere lidstaten beschikbaar stellen in een vorm die commercieel gevoelige informatie afschermt. De hoge vertegenwoordiger wordt verzocht bij haar werk het aspect energie­zekerheid alle aandacht te geven die het verdient. Daarnaast moet energiezekerheid ten volle tot uiting worden gebracht in het EU‑nabuurschapsbeleid.

  • De EU moet op bevoegde internationale fora met de Verdragen sporende initiatieven ontplooien om met cruciale actoren en rond strategische corridors wederzijds nuttige energiepartnerschappen te ontwikkelen voor uiteenlopende vraagstukken en regulerings­methoden, op alle gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals energiezekerheid, veilige en duurzame koolstofarme technologieën, energie-efficiëntie, investeringsklimaat, waarbij de hoogste normen voor nucleaire veiligheid gehandhaafd en bevorderd worden. Zij moet buurlanden aanmoedigen waar mogelijk haar voorschriften voor de interne energiemarkt over te nemen, met name door het Energiegemeenschapsverdrag uit te breiden en te verdiepen en regionale samenwerkings­initiatieven te bevorderen. In het kader van de energiestrategie 2020 dient de EU tevens de nodige maatregelen te ontwikkelen om de elektriciteits­producenten uit de EU een gelijk speelveld te bieden tegenover producenten van buiten de Europese Economische Ruimte. Europa moet zijn aanvoerroutes en voorzienings­bronnen diversifiëren. De Commissie wordt derhalve verzocht zich te blijven inspannen voor de ontwikkeling van strategische corridors voor het transport van grote hoeveelheden gas, zoals de zuidelijke corridor.

  • Zo snel mogelijk moet worden begonnen met het aangaan van een solide, transparant en op regels gebaseerd energiepartnerschap met Rusland op terreinen van gemeenschappelijk belang, als onderdeel van de onderhandelingen over het post-PSO-proces en in het licht van de lopende besprekingen over het partnerschap voor modernisering en over de energiedialoog.

  • De EU zal met derde landen samenwerken om de volatiliteit van de energieprijzen tegen te gaan en zal zich hiervoor in de G20 beijveren.

  • De Europese Raad kijkt vooruit naar een 2050-strategie voor een koolstofarme economie die het kader moet vormen voor het optreden op langere termijn in de energiesector en aanverwante sectoren. Willen de ontwikkelde landen tezamen het EU‑doel in het kader van de volgens het IPCC­ vereiste reducties - namelijk een vermindering van de broeikasgas­emissies in 2050 ten opzichte van 1990 met 80-95% - bereiken, dan zal er een omwenteling in de energie­systemen moeten plaatsgrijpen die nu meteen aanvangt. Aandachtspunt daarbij is dat er tussenstadia op weg naar het voor 2050 gestelde doel moeten worden bepaald. De Europese Raad zal de ontwikkelingen regelmatig evalueren.

  • INNOVATIE

  • Investeringen in onderwijs, onderzoek, technologie en innovatie zijn een belangrijke aanjager van de groei, en innoverende ideeën die kunnen worden omgezet in nieuwe commerciële producten en diensten, zorgen mee voor groei en kwaliteitsbanen. De Europese Raad verlangt een strategische en systematische aanpak ter bevordering van innovatie en voor het optimaal benutten van het intellectueel kapitaal van Europa, ten behoeve van burgers, bedrijfsleven (in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf) en onderzoekers. Hij zal de voortgang hiervan in het oog houden in het kader van de follow-up van de Europa 2020-strategie.

  • In dat verband nam de Europese Raad nota van de trends en ontwikkelingen die het innovatie­scorebord van de Commissie momenteel te zien geeft. Hij verzoekt de Commissie snel een universele indicator te ontwikkelen waarmee de voortgang op het stuk van innovatie beter kan worden bewaakt. Hij zal de ontwikkelingen hieromtrent blijven volgen.

  • Innovatie draagt ertoe bij de meest kritieke maatschappelijke problemen te overwinnen waarmee wij worden geconfronteerd. Europa moet zijn deskundigheid en middelen systematisch inzetten, en tussen de EU en de lidstaten moet een synergetisch klimaat worden gecultiveerd waarin innovaties met een maatschappelijke meerwaarde sneller hun weg vinden naar de markt. Er dient een gezamenlijke programmering te worden ontwikkeld. In dat verband is de start van het proef-innovatiepartnerschap inzake actief en gezond ouder worden een belangrijke stap. Om de langetermijnoogmerken en de concrete, jaarlijks vast te stellen doelen te halen zal de Raad op gezette tijden de stand van zaken moeten opmaken. De Raad zal de nodige politieke besluiten over toekomstige innovatiepartnerschappen nemen, vóór de aanvang ervan.

  • Om talent en investeringen aan te trekken heeft Europa een eengemaakte onderzoeksruimte nodig. Daarom moeten de resterende leemten snel worden opgevuld en moet de Europese Onderzoeksruimte in 2014 worden voltooid, zodat er een echte interne markt voor kennis, onderzoek en innovatie ontstaat. Met name moet worden getracht de mobiliteit en de loopbaanperspectieven van onderzoekers en de mobiliteit van masterstudenten te verbeteren, en Europa aantrekkelijker te maken voor buitenlandse onderzoekers. Daarnaast moet informatie over publiek gefinancierde O&O beter worden verspreid - zonder de intellectuele-eigendomsrechten met voeten te treden - met name door een inventaris van door de EU gefinancierde O&O en vergelijkbare inventarissen van nationaal gefinancierde O&O-programma's op te stellen.

  • Private investeringen in innovatieve producten en diensten moeten worden gestimuleerd, met name door betere randvoorwaarden te creëren. In dit verband wordt de Commissie verzocht:

  • voorstellen te doen die ertoe strekken de normalisatieprocedures te versnellen, te vereenvoudigen en te moderniseren, met name door het mogelijk te maken dat normen uit het bedrijfsleven onder bepaalde voorwaarden in Europese normen kunnen worden omgezet;

  • richtsnoeren te geven voor de toepassing van de richtlijnen inzake overheids­opdrachten; meer in het algemeen moeten overheidsopdrachten meer gericht zijn op het creëren van een grotere vraag naar innovatieve goederen en diensten;

  • in 2011 een tussentijdse evaluatie van de toepasselijke kaders voor staatssteun te verrichten;

  • mogelijkheden te verkennen voor het uitwerken van een instrument voor de exploitatie van intellectuele-eigendomsrechten op Europees niveau, met name om de kennismarkt toegankelijker te maken voor het midden- en kleinbedrijf, en uiterlijk eind 2011 verslag uit te brengen aan de Raad.

  • Om uiterlijk in 2015 de digitale eengemaakte markt tot stand te brengen, wordt de Commissie verzocht op sleutelgebieden van de digitale economie snelle vorderingen te maken, onder meer met betrekking tot het bevorderen en beschermen van creativiteit, het ontwikkelen van e-handel en de beschikbaarheid van informatie van de publieke sector.

  • Alles moet in het werk worden gesteld om resterende juridische en administratieve obstakels voor grensoverschrijdend durfkapitaal weg te werken. De Commissie wordt verzocht uiterlijk eind 2011 voorstellen te presenteren:

  • voor de instelling van een voor de hele EU geldende durfkapitaalregeling die steunt op het EIF en andere financiële instellingen op dit gebied, in samenwerking met de nationale actoren;

  • voor het optrekken van de financieringsfaciliteit met risicodeling;

  • en om te beoordelen hoe middels een marktgebaseerde aanpak het best kan worden ingespeeld op de behoeften van snel groeiende innoverende ondernemingen. In dit verband wordt de Commissie tevens verzocht te onderzoeken of er een innovatie­onderzoeksregeling voor kleine ondernemingen kan worden opgezet.

  • Bij het consolideren van hun begrotingen moeten de lidstaten prioriteit geven aan uitgaven die duurzame groei stimuleren op gebieden als onderzoek en innovatie, onderwijs en energie.

  • Die inspanningen moeten worden gekoppeld aan duidelijke hervormingsmaatregelen ter bevordering van de effectiviteit van de onderzoeks- en innovatiestructuren van de lidstaten. Op nationaal niveau moeten de lidstaten voor ogen houden dat zij zich bereid hebben verklaard ten minste 50% van de emissiehandelsinkomsten uit te trekken voor de financiering van klimaatgerelateerde maatregelen, waaronder innoverende projecten. Voorts dienen zij de bestaande structuurfondsen voor onderzoek- en innovatieprojecten beter te benutten.

  • Het is van vitaal belang dat de EU-instrumenten voor het stimuleren van O&O&I worden vereenvoudigd zodat zij gemakkelijker kunnen worden gebruikt door de beste wetenschappers en de meest innoverende ondernemingen; dit kan met name gebeuren door tussen de betrokken instellingen afspraken te maken over een nieuw evenwicht tussen vertrouwen en controle en tussen risico's nemen en risico's mijden. De Commissie wordt verzocht uiterlijk eind dit jaar met voorstellen te komen, en ervoor te zorgen dat alle financieringsinstrumenten voor onderzoek en innovatie samen functioneren binnen een gemeenschappelijk strategisch kader. Er moet worden gezocht naar mogelijkheden voor het ontwikkelen van geschikte financieringsregelingen voor grote Europese projecten die een belangrijke aanjager zijn voor onderzoek en innovatie. Meer dan ooit is het van cruciaal belang om op nationaal en EU-niveau publieke middelen efficiënter te besteden. In dat verband moet de vereenvoudiging van het Financieel Reglement uiterlijk eind dit jaar haar beslag krijgen, zodat het EU-beleid over effectieve implementatiemechanismen kan beschikken.

III. ECONOMISCHE SITUATIE

  • De Europese Raad heeft de economische balans opgemaakt, en merkt op dat de algemene economische vooruitzichten verbeteren, maar dat er nog aanzienlijke problemen moeten worden opgelost. Hij heeft overeenstemming bereikt over wat er voor de Europese Raad van maart nog moet gebeuren.

  • De Europese Raad verzoekt de Raad in maart een algemene oriëntatie betreffende de wetgevingsvoorstellen van de Commissie inzake economische governance vast te stellen waarin volledige uitvoering wordt gegeven aan de aanbevelingen van de task force, zodat eind juni een definitief akkoord met het Europees Parlement tot stand kan komen. Hierdoor zal het stabiliteits- en groeipact kunnen worden versterkt en een nieuw macro-economisch kader kunnen worden doorgevoerd.

  • Tot de Europese Bankautoriteiten en andere bevoegde autoriteiten richt de Europese Raad het verzoek dat er ambitieuze stresstests worden uitgevoerd, en tot de lidstaten dat er concrete, met de EU-regels inzake staatssteun conforme plannen worden opgesteld voor banken die in de stresstests kwetsbaar zouden blijken.

  • In het kader van het Europese semester en aan de hand van de door de Commissie gepresenteerde jaarlijkse groeianalyse zal de Europese Raad van maart de prioriteiten vaststellen voor structurele hervormingen, en voor begrotingsconsolidatie met het oog op de volgende ronde van de stabiliteits- en convergentieprogramma's, alsmede op de bevoegdheids­­terreinen van de EU, met name de interne markt. Op basis hiervan wordt de lidstaten verzocht om, geleid door de geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020, in april zowel hun nationale hervormingsprogramma's als hun stabiliteits- of convergentie­programma's in te dienen.

  • De Europese Raad van maart zal ook het definitieve besluit betreffende de beperkte Verdragswijziging met het oog op de oprichting van het Europees stabiliteits­mechanisme goedkeuren.

  • De Europese Raad is ingenomen met de verklaring in bijlage dezes van de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone en van de EU-instellingen.

IV. EXTERNE BETREKKINGEN

  • De Europese Raad heeft een verklaring over Egypte en de regio aangenomen (bijlage II).

  • De Europese Raad benadrukt dat het door de ontwikkelingen in het Middellandse Zeegebied nog urgenter is geworden eerdere vredesakkoorden gestand te doen en in het vredesproces voor het Midden-Oosten snel vooruitgang te verwezenlijken. Hij spreekt de hoop uit dat een wezenlijke bijdrage hiertoe zal worden geleverd met de bijeenkomst van het Kwartet op 5 februari 2011 in München.

34. De Europese Raad bevestigt de conclusies die de Raad Buitenlandse Zaken op 31 januari inzake Belarus heeft aangenomen, inclusief de beslissing om beperkende maatregelen op te leggen. De Europese Unie herhaalt dat zij zich krachtig committeert aan de versterking van haar engagement met het maatschappelijk middenveld in Belarus. Zij houdt vast aan haar beleid van kritische betrokkenheid, onder andere via dialoog en via het oostelijk partnerschap, waarbij als voorwaarde geldt dat de democratische beginselen, de rechtsstaat en de mensenrechten worden geëerbiedigd. De Raad Buitenlandse Zaken zal de toestand in Belarus regelmatig opnieuw evalueren, en staat klaar om in voorkomend geval op alle terreinen verdere gerichte maatregelen te overwegen.

_________________________

BIJLAGE I

VERKLARING VAN DE STAATSHOOFDEN EN REGERINGSLEIDERS VAN DE EUROZONE EN VAN DE EU-INSTELLINGEN

Ten vervolge op hun verklaring van december 2010 hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone en de EU-instellingen - die verklaren dat zij bereid zijn alles te doen wat nodig is om de stabiliteit van de eurozone in haar geheel te verzekeren - de totaalstrategie om de financiële stabiliteit veilig te stellen en ervoor te zorgen dat de eurozone sterker uit de crisis tevoorschijn komt, aan een voortgangs­evaluatie onderworpen.

Die strategie omvat het wetgevingspakket inzake economische governance, de stresstests en de reparatie van de financiële sector, alsmede de implementatie van het Europese semester. Daarnaast is overeengekomen in het kader van het in maart af te ronden totaalpakket de volgende stappen te zetten:

  • Verdere succesvolle uitvoering van de bestaande programma's met Griekenland en Ierland.

  • Evaluatie door de Commissie, in samenspraak met de ECB, van de vooruitgang die in de lidstaten van de eurozone wordt geboekt bij de uitvoering van de maatregelen ter versterking van de begrotingsposities en de groeivooruitzichten.

  • Concrete voorstellen van de Eurogroep tot versterking van de EFSF, teneinde de voor een adequate steunverlening vereiste effectiviteit te bewerkstelligen.

  • Voltooiing, onder voorzitterschap van de voorzitter van de Eurogroep, van de operationele kenmerken van het Europees stabiliteitsmechanisme overeenkomstig het in december overeengekomen mandaat.

Voortbouwend op het nieuwe kader voor economische governance zullen de staatshoofden en regeringsleiders verdere stappen zetten om een nieuwe vorm van coördinatie van het economisch beleid in de eurozone, ter verbetering van het concurrentievermogen, tot stand te brengen, en aldus tot een grotere mate van convergentie te komen, zonder de interne markt te ondermijnen. De niet‑eurolidstaten worden uitgenodigd aan de coördinatie deel te nemen. De voorzitter van de Europese Raad zal met de staatshoofden en regerings­leiders van de lidstaten van de eurozone overleg voeren en hierover een verslag uitbrengen met concrete verdere maatregelen, die in overeen­stemming zijn met het Verdrag. Daartoe zal hij nauw samenwerken met de voorzitter van de Commissie. Hij zal erop toezien dat de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten buiten de eurozone die daarvoor belang­stelling hebben, naar behoren bij het overleg worden betrokken.

______________________

BIJLAGE II

VERKLARING OVER EGYPTE EN DE REGIO

    De Europese Raad volgt met grote bezorgdheid de verslechtering van de situatie in Egypte. Hij veroordeelt in de krachtigste bewoordingen het geweld, en al diegenen die gebruik maken van en aanzetten tot geweld. Hij benadrukt dat alle burgers het recht hebben om vrij en vreedzaam te demonstreren, onder adequate bescherming van de rechtshandhavings­autoriteiten. Dat getracht wordt om het vrije verkeer van informatie aan banden te leggen, mede door agressief en intimiderend optreden tegen journalisten en mensenrechtenverdedigers, is onaanvaardbaar.

    De Europese Raad roept de Egyptische autoriteiten op aan de aspiraties van het Egyptische volk tegemoet te komen met politieke hervormingen, niet met repressie. Alle partijen moeten zich terughoudend opstellen, verder geweld vermijden en aan een ordelijke overgang naar een representatieve regering beginnen. De Europese Raad benadrukt dat dit proces van transitie nu moet beginnen. De betrekkingen van de EU met Egypte moeten worden geschraagd door de in de Associatie­overeenkomst neergelegde beginselen en de gedane toezeggingen.

    De Europese Raad juicht de vreedzame en waardige wijze toe waarop het Tunesische en Egyptische volk uiting hebben gegeven aan hun legitieme, democratische, economische en sociale aspiraties die in overeenstemming zijn met de waarden die de Europese Unie in de Unie zelf en in de wereld uitdraagt. De Europese Raad benadrukt dat aan de democratische aspiraties van de burgers moet worden tegemoetgekomen door, geheel in overeenstemming met de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, een dialoog te voeren, politieke hervormingen door te voeren en vrije en eerlijke verkiezingen te organiseren. Hij roept alle partijen op daartoe een zinvolle dialoog op gang te brengen.

De Europese Unie is vastbesloten haar volle steun te verlenen aan het proces van overgang naar democratisch bestuur, pluralisme, betere kansen op economische welvaart en sociale insluiting, en aan versterkte regionale stabiliteit. De Europese Raad verbindt zich ertoe, onder meer via het Europese nabuurschapsbeleid en de Unie voor het Middellandse Zeegebied, een nieuw partnerschap aan te gaan waarin voortaan daadwerkelijker steun zal worden gegeven aan landen die streven naar politieke en economische hervormingen.

In dit verband,

  • verzoekt de Europese Raad de hoge vertegenwoordiger tijdens haar aanstaande bezoek aan Tunesië en Egypte onze boodschap over te brengen;

  • verzoekt hij de hoge vertegenwoordiger in het kader van dit partnerschap een pakket maatregelen op te stellen met behulp waarvan de Europese Unie steun kan verlenen aan het overgangs- en transformatie­proces (versterking van de democratische instellingen, bevordering van democratisch bestuur en sociale rechtvaardigheid, en het verlenen van bijstand bij het voorbereiden en houden van vrije en eerlijke verkiezingen), alsmede het Europees nabuurschapsbeleid en de Unie voor het Middellandse Zeegebied strakker aan deze doelstellingen te koppelen; en

  • verzoekt hij de hoge vertegenwoordiger en de Commissie snel tot aanpassing van het instrumentarium van de Europese Unie over te gaan, humanitaire hulp beschikbaar te stellen, en maatregelen en projecten, met name een geavanceerde status voor Tunesië, voor te stellen die de samenwerking, uitwisseling en investeringen in de regio stimuleren, en aldus de economische en sociale ontwikkeling bevorderen.

______________________


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website