D/05/4
[De tabellen en grafieken zijn beschikbaar in PDF en WORD PROCESSED
]
COMMISSION DES COMMUNAUTÉS EUROPÉENNES
TEXTE
NL
6. De Europese Raad heeft een akkoord bereikt over de financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013, zoals weergegeven in document 15915/05.
7. De Europese Raad neemt de EU-strategie "De EU en Afrika: naar een
strategisch partnerschap" aan, zoals gevraagd door de Europese Raad van juni
2005 (doc. 15702/1/05 REV 1). Voortbouwend op de Top van Caïro
onderstreept de Europese Raad het belang van intensivering van de dialoog tussen
de EU en Afrika, onder meer door het zo spoedig mogelijk houden van een tweede
Top EU-Afrika in Lissabon, en hij komt overeen om met ingang van 2006 de
vorderingen met de uitvoering van de strategie op gezette tijden te evalueren,
rekening houdend met de conclusies die de Raad op 21 november 2005
heeft aangenomen.
8. De Europese Raad neemt nota van het toenemende belang van migratievraagstukken voor de EU en haar lidstaten, alsmede van de recente ontwikkelingen die in sommige lidstaten tot toenemende ongerustheid bij de bevolking hebben geleid. Hij benadrukt dat er een evenwichtige, algehele en coherente aanpak moet komen, waarvan beleidsmaatregelen ter bestrijding van illegale immigratie een onderdeel vormen en waarbij, in samenwerking met derde landen, de voordelen van legale migratie benut worden. Hij herinnert eraan dat de migratieproblematiek een cruciaal element is in de betrekkingen van de EU met een hele reeks van derde landen, waaronder vooral de aan de Unie grenzende regio's, namelijk de oostelijke, zuidoostelijke en mediterrane regio's, en wijst erop hoe belangrijk het is dat deze beleidsmaatregelen van passende financiële middelen worden voorzien. De EU zal met al die landen de dialoog en samenwerking inzake migratievraagstukken, inclusief het terugkeerbeheer, intensiveren in een geest van partnerschap en met oog voor de bijzondere positie van het land.
9. De Europese Raad benadrukt dat het engagement van de Europese Unie om het
ontwikkelingsstreven van herkomst- en doorreislanden te ondersteunen, is ingebed
in een langetermijnproces, erop gericht om zich de kansen en uitdagingen van de
migratie ten nutte te maken, zoals beschreven in het Haags Programma. In dit
verband erkent de Europese Raad hoe belangrijk het is dat de diepere oorzaken
van migratie worden aangepakt, bijvoorbeeld door de landen en regio's van
herkomst van bestaansmiddelen te voorzien en er de armoede uit te roeien, de
markten open te stellen en economische groei, behoorlijk bestuur en bescherming
van de mensenrechten te bevorderen.
10. Als onderdeel van dit totaalproces juicht de Europese Raad de aan deze
conclusies gehechte mededeling van de Commissie van 30 november 2005:
"Prioritaire acties om een antwoord te bieden op de uitdagingen van de migratie"
toe en keurt hij de "Algehele aanpak van migratie: prioritaire acties gericht op
Afrika en het Middellandse-Zeegebied" goed, waarin de onderstaande thema's
worden bestreken:
De Europese Raad verzoekt de Commissie om vóór eind 2006 verslag
uit te brengen over de gemaakte vorderingen.
11. De Europese Raad onderstreept het belang van een alomvattend en evenredig antwoord op de dreiging van terrorisme. De Europese Raad neemt de EU-strategie inzake terrorismebestrijding (doc. 14469/4/05 REV 4) aan, die een kader biedt voor het voorkomen van radicalisering en rekrutering voor terrorisme, het beschermen van burgers en infrastructuur, het achtervolgen en opsporen van terroristen en voor een betere respons op de gevolgen van aanslagen. De Europese Raad neemt er nota van dat het EU-actieplan inzake terrorismebestrijding - het instrument om de uitvoering te controleren - thans wordt herzien om het optimaal op de nieuwe strategie af te stemmen.
12. De Europese Raad is tevens verheugd over de vooruitgang die, blijkens het
halfjaarlijks verslag van de coördinator voor terrorismebestrijding, in
prioritaire dossiers is geboekt, en roept ertoe op dit elan vast te houden. De
Europese Raad zal tijdens zijn bijeenkomst in juni 2006 de vorderingen met
de uitvoering van de terrorismebestrijdingsstrategie evalueren.
13. De Europese Raad neemt nota van de presentatie van de mededeling van de
Commissie over een vernieuwde EU-strategie inzake duurzame ontwikkeling voor de
komende vijf jaar. De Europese Raad ziet ernaar uit in juni 2006 een ambitieuze
en alomvattende strategie aan te nemen, die streefcijfers, indicatoren en een
doeltreffende monitoringprocedure bevat, die de interne en de externe dimensie
moet samenvoegen en die stoelt op een positieve langetermijnvisie, waarin de
prioriteiten en doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van duurzame
ontwikkeling worden gebundeld tot een duidelijke, coherente strategie die
eenvoudig en doeltreffend aan de burgers kan worden overgebracht.
14. De Europese Raad is voldaan over de vorderingen die in 2005 zijn gemaakt met de ontwikkeling van een middellange- en langetermijnstrategie voor de EU en over de nieuwe impuls voor de internationale onderhandelingen over klimaatverandering, en hij herinnert hierbij aan zijn conclusies van maart 2005. In dat verband spreekt de Europese Raad zijn voldoening uit over het positieve resultaat van de VN-conferentie inzake klimaatverandering in Montreal, dat de werkzaamheden met betrekking tot het VN-Kaderverdrag inzake klimaatverandering, waaronder de uitvoering van het Protocol van Kyoto en de flexibele mechanismen daarvan, ten goede komt, en maakt hij een aanvang met besprekingen over gezamenlijke langetermijnacties ter bestrijding van klimaatverandering, die zullen bijdragen tot de breedst mogelijke samenwerking van alle landen en de medewerking van die landen aan een doeltreffend en passend internationaal antwoord. De Europese Raad ziet uit naar het verder ontwikkelen van de middellange- en langetermijnstrategie van de EU teneinde tot deze besprekingen bij te dragen, alsmede naar de bespreking van voornoemde strategie tijdens het tweede halfjaar van 2006, indien dat nodig is.
15. Om deze werkzaamheden te ondersteunen benadrukt de Europese Raad ook het
belang van de uitvoering van het actieplan van Gleneagles, waarin sterk de
nadruk wordt gelegd op technologieoverdracht en het beheer van de gevolgen van
klimaatverandering, alsmede het belang van vooruitgang, onder meer tijdens
toekomstige topontmoetingen, in de dialoog en technologische samenwerking die
met India, China en Rusland zijn afgesproken, naast de ontwikkeling van
partnerschappen met alle landen die veel energie verbruiken.
16. De Europese Raad is ook verheugd over de mededeling "Het effect van de
luchtvaart op de klimaatverandering terugdringen" van de Commissie, erkent dat
uitbreiding van het systeem van verhandelbare emissierechten van de EU tot de
luchtvaartsector de beste manier lijkt om vooruitgang te boeken, en spreekt zijn
tevredenheid uit over het voornemen van de Commissie om hem vóór eind
2006 een wetgevingsvoorstel voor te leggen dat vergezeld gaat van een
effectbeoordeling, die de in de conclusies van de Raad van
2 december 2005 gevraagde specifieke analyse omvat.
17. De Europese Raad wijst op het belang van een geïntegreerde aanpak
ten aanzien van de doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, energie
en concurrentievermogen, en onderstreept dat investeringsstrategieën voor
schonere en duurzamere energie, zowel in de EU als daarbuiten, een reeks van
beleidsdoelstellingen kunnen ondersteunen, waaronder continuïteit van de
energievoorziening, concurrentievermogen, werkgelegenheid, luchtkwaliteit en
reductie van broeikasgasemissies. In dat verband is de Europese Raad verheugd
over het inluiden van de tweede fase van het Europees Programma inzake
klimaatverandering en over het voornemen van de Commissie om een actieplan
inzake energie-efficiëntie te ontwikkelen.
18. Herinnerend aan de conclusies van de Raad (ECOFIN) van
6 december 2005 stelt de Europese Raad vast dat de wereldeconomie een
periode van snelle en ingrijpende economische veranderingen doormaakt, en hij is
het erover eens dat Europa economische hervormingen, sociale modernisering en
duurzaam milieubeleid nodig heeft om zijn waarden veilig te stellen en
doeltreffend in te spelen op de problemen en mogelijkheden die het gevolg zijn
van mondialisering en demografische veranderingen. De Europese Raad onderstreept
het belang van innovatie, informatie- en communicatietechnologie, onderzoek en
menselijk kapitaal, met name in het MKB, voor meer werkgelegenheid,
productiviteit en duurzame groei in de gehele Europese Unie, zulks in het kader
van een gezond macro-economisch beleid.
19. De Europese Raad is verheugd over de nationale hervormingsprogramma's van
de lidstaten en het door de Commissie ingediende Lissabon-programma van de
Gemeenschap, en ziet uit naar het voortgangsverslag dat de Commissie in januari
zal uitbrengen. Hij onderstreept het belang van de nationale
hervormingsprogramma's om de strategie van Lissabon over de hele linie beter te
kunnen aansturen, en verzoekt de lidstaten, de Commissie en de Raad om de
uitvoering ervan overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van
maart 2005 te controleren en te evalueren.
20. Met inachtneming van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel
en de vereiste eerbiediging van het acquis communautaire beklemtoont de Europese
Raad dat een beter regelgevingskader in de Europese Unie, op het niveau van de
Gemeenschap en in de lidstaten, een cruciale factor is voor het creëren van
groei en werkgelegenheid. Daarbij moet de aandacht vooral uitgaan naar de
uitvoering van de verbintenissen die reeds door alle instellingen zijn
aangegaan, daaronder begrepen het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven"
van 16 december 2003. In dit verband is de Europese Raad verheugd over
de aanzienlijke vooruitgang die sinds de laatste bijeenkomst is geboekt en
onderschrijft hij het belang van de in de aangehechte bijlage omschreven verdere
werkzaamheden met betrekking tot i) het verminderen van de administratieve
lasten voor bedrijven en burgers door vereenvoudiging en doorlichting; ii) het
herziene effectbeoordelingssysteem en iii) een gemeenschappelijke EU-methode
voor het bepalen van uit wetgeving voortvloeiende administratieve
kosten.
21. De Europese Raad beklemtoont dat het van belang is om, in overeenstemming
met zijn conclusies van maart 2005, de goede werking van de interne markt,
onder meer voor diensten, te waarborgen. De Europese Raad neemt nota van de
vorderingen bij de behandeling van de dienstenrichtlijn en ziet uit naar het
gewijzigde voorstel van de Commissie opdat de dynamiek niet verloren
gaat.
IX. VERLAAGDE BTW-TARIEVEN
22. De Europese Raad verzoekt de Raad ECOFIN het vraagstuk van de verlaagde
BTW-tarieven tijdens zijn zitting in januari 2006 te bespreken zodat
hierover een definitief akkoord kan worden
bereikt.
X. VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK
MACEDONIË
23. De Europese Raad betuigt zijn waardering voor het advies van de Commissie
over het verzoek van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om
toetreding tot de Europese Unie. Hij is verheugd over de belangrijke vorderingen
die de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft gemaakt om te
voldoen aan de politieke criteria die de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen
heeft opgesteld en aan de eisen inzake het stabilisatie- en associatieproces die
de Raad in 1997 heeft vastgesteld.
24. In het licht van de analyse van de Commissie besluit de Europese Raad aan de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen, in het bijzonder rekening houdend met de aanzienlijke vorderingen die zijn gemaakt om het wetgevingskader in samenhang met het kaderakkoord van Ohrid te voltooien, en met de prestaties van het land op het gebied van de uitvoering van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (met inbegrip van de handelsbepalingen ervan) sedert 2001.
25. De Europese Raad verklaart dat er verdere stappen moeten worden overwogen in het licht van de volgende elementen: het debat over de uitbreidingsstrategie overeenkomstig de conclusies van de Raad van 12 december 2005; het voldoen door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan de politieke criteria van Kopenhagen; de naleving van de eisen van het stabilisatie- en associatieproces en de daadwerkelijke uitvoering van de stabilisatie- en associatieovereenkomst; de aanzienlijke vooruitgang die nog moet worden geboekt om te voldoen aan de overige in het advies van de Commissie genoemde aspecten en criteria voor toetreding; en de uitvoering, op basis van specifieke benchmarks, van de prioriteiten van het Europese partnerschap. Er moet tevens rekening gehouden worden met het opnemingsvermogen van de Unie. De Europese Raad verzoekt de Commissie hem in voortgangsverslagen op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.
XI. INTERNATIONAAL FONDS VOOR IERLAND
26. De Europese Raad heeft nota genomen van het belangrijke werk van het
Internationaal Fonds voor Ierland ter bevordering van vrede en verzoening. Hij
heeft de Commissie verzocht het nodige te doen met het oog op verdere EU-steun
voor het Fonds, nu het de cruciale slotfase van zijn werk tot 2010
ingaat.
27. De Europese Raad neemt een verklaring betreffende het
Middellandse-Zeegebied en het Midden-Oosten aan, waarvan de tekst in de bijlage
bij deze conclusies staat.
28. De Europese Raad hecht zijn goedkeuring aan het verslag van het
voorzitterschap over het EVDB (doc. 15678/05), dat tevens het mandaat voor het
aantredende voorzitterschap omvat.
29. De Europese Raad gaat over tot aanneming van de strategie van de EU ter
bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en
lichte wapens en munitie daarvoor (doc. 13066/05).
30. De Europese Raad is voldaan over de aanneming door de Raad, de lidstaten,
de Commissie en het Europees Parlement van "de Europese consensus inzake
ontwikkeling", die de Unie een gemeenschappelijke visie op de waarden, de
doelstellingen, de beginselen en de middelen voor ontwikkeling verschaft (doc.
14820/05). De Europese Raad is verheugd over het feit dat de Raad de in de
conclusies van de Raad van mei 2005 overeengekomen streefcijfers inzake de
omvang van de hulp regelmatig op grond van een monitoringverslag van de
Commissie zal evalueren.
31. De Europese Raad verzoekt het komende Oostenrijkse voorzitterschap de besprekingen over verbetering van de consulaire samenwerking en de samenwerking inzake visa voort te zetten.
________________________
BIJLAGE I
ALGEHELE AANPAK VAN MIGRATIE:
PRIORITAIRE ACTIES
GERICHT OP AFRIKA EN
HET
MIDDELLANDSE-ZEEGEBIED
De Europese Raad verwelkomt de mededeling
van de Commissie van 30 november 2005, getiteld: Prioritaire acties in
antwoord op de migratie-uitdagingen: eerste follow-up van Hampton
Court.
Tegen de achtergrond van de EU-strategie voor Afrika en de
strategie voor de externe dimensie van justitie en binnenlandse zaken, alsook de
recente gebeurtenissen in het Middellandse-Zeegebied komt de Europese Raad
overeen de aanzet te geven tot prioritaire acties die gericht zijn op Afrika en
de landen van het Middellandse-Zeegebied.
De Europese Raad is het erover
eens dat op korte termijn breed opgezette concrete acties moeten worden
ondernomen, die passen in de lopende werkzaamheden waarmee wordt beoogd migratie
aan alle betrokken landen ten goede te laten komen. Er moet actie worden
ondernomen om de illegale-migratiestromen en het verlies aan mensenlevens terug
te dringen, de veilige terugkeer van illegale migranten te garanderen, duurzame
oplossingen voor vluchtelingen te versterken en het vermogen uit te bouwen om
migratie beter te beheersen, onder meer door de voordelen van legale migratie zo
groot mogelijk te maken voor alle partners en tegelijk de mensenrechten en het
individuele asielrecht ten volle te respecteren. De hierna genoemde
kortetermijnacties maken deel uit van een bredere agenda voor de ontwikkeling
van de betrekkingen tussen de EU en Afrika en de landen van het
Middellandse-Zeegebied op basis van een werkelijk partnerschap. De Europese Raad
juicht tevens de aanvullende dialoog en samenwerking van de lidstaten op dit
gebied toe.
De Europese Raad beklemtoont voorts dat voor een aantal van
de voorgestelde prioritaire acties, bijvoorbeeld de initiatieven inzake
migratieroutes en veiligheid op zee, waaraan de landen van het
Middellandse-Zeegebied en bepaalde Afrikaanse landen deelnemen, een
geïntegreerde en complete benadering geboden is.
In het licht van de
mededeling van de Commissie keurt de Europese Raad de volgende acties goed en
verzoekt hij de Raad en de lidstaten nauw met de Commissie samen te werken om
deze in de loop van 2006 uit te voeren.
Méér operationele
samenwerking tussen de lidstaten
Dialoog en samenwerking met Afrika
Samenwerken met de
buurlanden
Financiering
Het verheugt de Europese
Raad dat hogere prioriteit wordt gegeven aan de migratieproblematiek en dat de
Commissie voornemens is om in haar betrekkingen met derde landen haar
financiële steun op terreinen die betrekking hebben op migratie of daaraan
gerelateerd zijn, te verhogen, onder meer door een toewijzing van maximaal 3%
van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI), en door
vergelijkbare inspanningen in het kader van andere toepasselijke
financieringsinstrumenten. Met name in de Afrikaanse landen bezuiden de Sahara
zullen vergelijkbare inspanningen worden overwogen, om de onderliggende oorzaken
van migratie aan te pakken.
De Europese Raad beklemtoont voorts dat
ervoor moet worden gezorgd dat in het kader van het AENEAS-programma wat de in
2006 te financieren acties betreft, onder meer ter bevordering van
synergieën tussen migratie en ontwikkeling, passende prioriteit wordt
gegeven aan Afrika en aan het Middellandse-Zeegebied. Voorts moet worden
gegarandeerd dat in het kader van de toekomstige financiële vooruitzichten
voldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor het thematische programma
voor samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en asiel, waarbij
de instrumenten voor de snelle uitkering van middelen in geval van ernstige en
dringende behoeften voldoende flexibel moeten zijn.
Uitvoering en
verslaglegging
De Europese Raad beklemtoont hoe belangrijk het is dat
de opgesomde prioritaire acties snel worden uitgevoerd en roept de Commissie op
coördinatievergaderingen te organiseren tussen de lidstaten, het Europees
Buitengrenzenagentschap, het UNHCR en, zo nodig, andere bevoegde
organisaties.
De Europese Raad verzoekt de Commissie uiterlijk eind 2006
een voortgangsverslag uit te brengen.________________________
BIJLAGE II
BETERE REGELGEVING
Verminderen van de administratieve
lasten voor bedrijven en burgers door vereenvoudiging en
doorlichting
De Europese Raad herhaalt hoe belangrijk het is onnodige
lasten voor bedrijven en burgers te verminderen. In dat verband begroet hij met
instemming het nieuwe programma van de Commissie voor de vereenvoudiging van de
EU-regelgeving[1] en roept hij
de Raad en het Europees Parlement op hoge prioriteit te verlenen aan de
behandeling van vereenvoudigingsvoorstellen bij het doorlopen van het
wetgevingsproces. De Raad is ingenomen met het initiatief van de Commissie met
betrekking tot doorlichting, neemt nota van de resultaten ervan en verzoekt de
Commissie hangende voorstellen te blijven toetsen op hun gevolgen, ook op
economisch, sociaal en milieugebied, zodat deze voorstellen indien nodig kunnen
worden gewijzigd, vervangen of ingetrokken.
Herzien
effectbeoordelingssysteem
De Europese Raad is verheugd over het
herziene effectbeoordelingssysteem van de
Commissie [2] en over het
feit dat zij in haar werkprogramma geïntegreerde effectbeoordelingen zal
opstellen voor alle belangrijke wetgevingsvoorstellen en beleidsbepalende
documenten. Deze effectbeoordelingen zouden ook een overzicht moeten bevatten
van zo mogelijk op sectorale analyses gebaseerde opties waarmee de gestelde
doelen van een voorstel zouden kunnen worden verwezenlijkt, met name opties
waarvoor geen wetgeving vereist is en mogelijkheden op het vlak van verdere
harmonisatie, voorzover zulks van toepassing is. De Europese Raad roept de Raad
en het Europees Parlement op de effectbeoordelingen van de Commissie ten volle
te benutten als informatiemiddel voor de politieke besluitvorming en de
interinstitutionele gemeenschappelijke aanpak van effectbeoordelingen uit te
voeren. Hij herhaalt hoe belangrijk het is dat de besluitvorming transparant
verloopt en dat de belanghebbende partijen tijdig en daadwerkelijk worden
geraadpleegd, en ziet uit naar de alomvattende, onafhankelijke evaluatie van de
toepassing van het effectbeoordelingssysteem van de Commissie waarmee begin 2006
een aanvang wordt gemaakt.
Gemeenschappelijke EU-methode voor het
bepalen van uit wetgeving voortvloeiende administratieve kosten
De
Europese Raad is ingenomen met de mededeling van de Commissie over een
gemeenschappelijke EU-methode voor het bepalen van uit wetgeving voortvloeiende
administratieve lasten [3]
en verzoekt de Commissie om te beginnen met het stelselmatig meten van de
administratieve lasten aan de hand van transparante criteria, als onderdeel van
een geïntegreerde effectbeoordeling die in januari 2006 van start
gaat. Hij benadrukt in dit verband dat deze methode een belangrijke bijdrage zou
kunnen leveren bij de inventarisatie van wetgeving die moet worden vereenvoudigd
en verzoekt de Commissie na te gaan hoe er voor specifieke sectoren meetbare
doelstellingen kunnen worden vastgesteld met betrekking tot het verminderen van
de administratieve lasten. De Europese Raad onderkent dat het van belang is dat
de lidstaten op verzoek en op evenredige wijze de nodige informatie verstrekken
om de uit de EU-wetgeving voortvloeiende administratieve kosten te
bepalen.________________________
VERKLARING VAN DE EUROPESE RAAD
1. De Europese Raad bevestigt zijn gehechtheid aan een veilig, welvarend en
vreedzaam Midden-Oosten en Middellandse-Zeegebied, gestoeld op respect voor de
rechtsstaat, democratie en mensenrechten.
2. De Europese Raad onderkent de problemen waarmee de landen in het Midden-Oosten en in het Middellandse-Zeegebied worden geconfronteerd. Hij verzoekt al zijn partners met klem hun geschillen vreedzaam te beslechten, zich te onthouden van dreiging met of gebruik van geweld, te stoppen met opruiing en zich te beijveren voor de regionale veiligheid. Hij roept hen op toe te treden tot de internationale overeenkomsten inzake non-proliferatie, wapenbeheersing en ontwapening en deze na te leven, en te streven naar een gebied in het Midden-Oosten dat vrij is van massavernietigingswapens en bijbehorende afvuursystemen. Hij dringt er bij hen op aan het terrorisme en de terreurnetwerken aan te pakken. De EU is vastbesloten met alle landen samen te werken om aan deze problemen het hoofd te bieden.
Iran
3. De Europese Raad veroordeelt onvoorwaardelijk de oproep van president Ahmadinejad tot vernietiging van Israël en diens ontkenning van de Holocaust. Deze uitlatingen zijn totaal onaanvaardbaar en geven geen pas in een beschaafd politiek debat. De Europese Raad herinnert eraan dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in november van dit jaar bij consensus, dus met inbegrip van Iran, een resolutie heeft aangenomen waarbij iedere gehele of gedeeltelijke ontkenning van de Holocaust als historische gebeurtenis wordt verworpen, en alle lidstaten worden opgeroepen om hun bevolking voor te lichten over de Holocaust. De Europese Raad bevestigt het recht van de staat Israël om binnen veilige en erkende grenzen te bestaan. De Europese Raad memoreert dat alle leden van de Verenigde Naties hebben toegezegd zich te onthouden van dreiging met of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van staten. De EU roept de Iraanse leiders op zich aan te sluiten bij de internationale consensus over de noodzaak van een tweestatenoplossing voor het Palestijns-Israëlische conflict, teneinde het streven naar vrede tussen Israël en zijn buurlanden te steunen en een einde te maken aan de steun voor groepen die aanzetten tot terrorisme of terroristische daden plegen.
4. De Europese Raad is ernstig verontrust over het feit dat Iran er niet in
slaagt het vertrouwen te wekken dat zijn nucleaire programma uitsluitend
vreedzame doeleinden dient. De hervatting door Iran van de activiteiten in de
uraniumverwerkingsfabriek in Isfahan, het voortdurende gebrek aan transparantie
van het land en zijn weigering om de stappen te ondernemen die de raad van
beheer van de IAEA in zijn opeenvolgende resoluties heeft geëist, doen de
diepe bezorgdheid van de EU over de intenties van Iran alleen maar toenemen. De
EU blijft weliswaar werken aan een diplomatieke oplossing, maar eens zullen de
mogelijkheden zijn uitgeput; de Europese Raad roept Iran op tot een
constructieve reactie, mede door alle vertrouwenwekkende maatregelen te nemen
die de raad van beheer van de IAEA heeft geëist en door zich te onthouden
van verdere eenzijdige maatregelen die de situatie kunnen verergeren.
5. De Europese Raad onderstreept dat het antwoord op de vraag of de betrekkingen van de EU met Iran op lange termijn beter dan wel slechter worden, zal afhangen van de vooruitgang die met betrekking tot alle punten van zorg wordt geboekt. In het licht van het provocerende politieke optreden van Iran sinds mei laatstleden is de Raad het erover eens de diplomatieke opties van de EU nauwgezet te blijven evalueren en de aanpak van de EU verder af te stemmen op de verklaringen en acties van Iran. De Europese Raad spreekt nogmaals zijn diepe bezorgdheid uit over de schendingen van de mensenrechten en de fundamentele politieke vrijheden in Iran, en roept Iran op aan te tonen dat het bereid is deze beginselen te eerbiedigen door concrete stappen te ondernemen, waaronder de definitieve vrijlating van Akbar Ganji en andere gewetensgevangenen. In de geest van solidariteit binnen de EU roept hij Iran op om alle discriminerende beperkingen tegen afzonderlijke lidstaten op te heffen.
Irak
6. De Europese Raad bevestigt dat de EU de politieke overgang in Irak blijft steunen, overeenkomstig de Resoluties 1546 en 1637 van de VN-Veiligheidsraad, en vastbesloten is om het Iraakse volk te helpen bij de opbouw van een veilig, stabiel, verenigd en welvarend Irak. Hij juicht de verkiezingen van 15 december 2005 toe als een verdere stap op de weg naar democratie en stabiliteit in Irak, en spoort aan tot een snelle vorming van een nieuwe regering. De Europese Raad onderkent dat tegenstellingen Irak blijven verdelen. Hij roept alle partijen in Irak op uitsluitend vreedzame activiteiten te ontplooien en actief te streven naar verzoening. Hij veroordeelt de wrede terreurdaden onvoorwaardelijk. De Europese Unie is bereid het Iraakse volk te helpen bij het verbreden van de consensus over de toekomst van zijn land, mede via een herziening van de grondwet, en bij het opbouwen van een nieuw, inclusief politiek bestel na de val van het regime van Saddam Hoessein. De Europese Raad is verheugd over de bijeenkomst over Irak die de Arabische Liga van 19 tot en met 21 november 2005 heeft belegd, en is voorstander van de bijeenroeping van een conferentie over het Iraqi National Accord begin 2006. De Europese Raad doet een klemmende oproep tot de staten in de regio, met name Syrië en Iran, om het politieke proces in Irak te steunen en goede nabuurschapsbetrekkingen te ontwikkelen, onder meer door met Irak samen te werken om grensoverschrijdingen van en steun voor terroristen te voorkomen.
7. De Europese Raad herhaalt vastbesloten te zijn om Irak te helpen bij de wederopbouw, mede via de EU-rechtsstaatmissie. De Europese Raad spreekt zijn bezorgdheid uit over de recente meldingen van schendingen van de mensenrechten in Irak, en verzoekt de Iraakse autoriteiten met klem daar met spoed en transparant tegen op te treden. Hij beklemtoont dat de EU sterk gekant is tegen het gebruik van de doodstraf. De Europese Raad blijft gehecht aan een regelmatige politieke dialoog met Irak in het kader van de gezamenlijke politieke verklaring van de EU en Irak. De EU hoopt de banden met Irak verder te verruimen en aan te halen nadat de grondwettelijk verkozen regering is samengesteld, mede via de totstandbrenging van betrekkingen in de vorm van een overeenkomst.
Libanon
8. De Europese Raad spreekt opnieuw zijn steun uit voor de eenheid, stabiliteit en onafhankelijkheid van Libanon en herinnert de buurlanden aan hun verplichting om de soevereiniteit van Libanon te eerbiedigen. De Europese Raad veroordeelt met kracht de moordaanslag op Gibran Tueni en diens reisgezellen. Deze moord is het jongste wapenfeit in een gewelddadige campagne tegen Libanese burgers, journalisten, politieke leiders en hun recht op vrije meningsuiting. De Europese Raad neemt tevens met de grootste bezorgdheid kennis van de conclusies in het tweede rapport van de onafhankelijke internationale VN-onderzoekscommissie (UNIIIC) onder leiding van de heer Detlev Mehlis. Hij neemt er nota van dat de ernstige aanwijzingen voor de betrokkenheid van de Libanese en Syrische veiligheidsdiensten bij de moord op Rafiq Hariri worden bevestigd, en spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de Syrische autoriteiten niet volledig samenwerken met de onderzoekscommissie. Hij roept Syrië op onvoorwaardelijk met de UNIIIC samen te werken bij verdere inspanningen om degenen die verantwoordelijk zijn voor de moord op Rafiq Hariri, voor de rechter te brengen. De Europese Raad is ingenomen met de met eenparigheid van stemmen aangenomen Resolutie 1644 van de VN-Veiligheidsraad van 15 december 2005 waarbij het mandaat van de UNIIIC wordt verlengd, de UNIIIC wordt gemachtigd om technische bijstand te verlenen aan de Libanese autoriteiten in hun onderzoek naar andere terroristische aanslagen die sinds 1 oktober 2004 in Libanon zijn gepleegd, en het verzoek van de Libanese regering wordt erkend om degenen die beschuldigd worden van betrokkenheid bij de moord op Rafiq Hariri voor een internationale rechtbank te brengen.
9. De Europese Raad bevestigt zijn onverkorte steun voor de regering van Libanon en roept haar op in heel het land haar gezag te vestigen en de economische en politieke hervormingen met spoed door te voeren, zoals overeengekomen tijdens de vergadering van de kerngroep van september in New York. Hij neemt er met voldoening kennis van dat begin 2006 een internationale conferentie zal worden georganiseerd. Hij herinnert alle betrokkenen aan hun verplichting Resolutie 1559 van de VN-Veiligheidsraad volledig uit te voeren, met inbegrip van de ontmanteling en de ontwapening van alle milities.
Vredesproces in het Midden-Oosten
10. De Europese Raad bevestigt zijn engagement voor de volledige uitvoering van de routekaart van het Kwartet. Hij beschouwt de terugtrekking van Israël uit Gaza en gedeelten van de Westelijke Jordaanoever als een belangrijke stap naar de uitvoering van de routekaart. De instelling van de EU-missie voor bijstandverlening inzake grensbeheer, die moet toezien op de werking van de grenspost bij Rafah, alsmede de EU-hulp ter vergroting van de Palestijnse capaciteit inzake grensbeheer weerspiegelen het vaste voornemen van de EU om de partijen te steunen in hun gezamenlijk streven naar een duurzame, op onderhandelingen gebaseerde regeling. De Europese Raad verzoekt om een snelle uitvoering van alle onderdelen van de overeenkomst van 15 november 2005 inzake verkeer en toegang. Hij prijst de inspanningen van de speciaal gezant van het Kwartet en wijst op het belang van een niet-aflatend internationaal engagement voor het vredesproces.
11. De Europese Raad benadrukt dat alle Palestijnse facties, inclusief Hamas, geweld moeten afzweren, het bestaansrecht van Israël moeten erkennen en tot ontwapening moeten overgaan. Degenen die willen deelnemen aan het politieke proces, mogen geen gewapende activiteiten ontplooien, omdat die activiteiten volstrekt niet te verzoenen zijn met de opbouw van een democratische staat. In dat verband is de Europese Raad ingenomen met de verklaringen van de Palestijnse Autoriteit waarin geweld wordt veroordeeld en de Palestijnse groepen die zich schuldig gemaakt hebben aan terrorisme, worden aangespoord hun activiteiten te staken en zich aan te sluiten bij het democratisch proces. Hij verzoekt de Palestijnse Autoriteit met klem streng tegen de plegers van geweld of intimidatie op te treden, en haar controle over de veiligheid in de onder haar gezag vallende gebieden volledig te herstellen. De EU blijft vastbesloten om de Palestijnse hervormingen te ondersteunen, en de Palestijnse veiligheidsdiensten alsook de civiele politie te versterken, mede via de EU-missie voor de civiele politie en de samenwerking met de veiligheidscoördinator van de VS.
12. De Europese Raad wijst op het belang van de verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad, die voor januari 2006 zijn gepland. Hij verzoekt Israël volledig samen te werken met de Palestijnse Autoriteit bij de voorbereiding en het verloop van de verkiezingen, in het bijzonder wat betreft de bewegingsvrijheid van alle kandidaten, verkiezingsmedewerkers en kiezers, met name in Oost-Jeruzalem, en is verheugd over de instelling van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie.
13. De Europese Raad verzoekt de Israëlische regering met klem een einde te maken aan alle activiteiten in de Palestijnse gebieden die strijdig zijn met het internationaal recht, waaronder de bouw van nederzettingen, de afbraak van Palestijnse huizen en het optrekken van de scheidingsmuur in bezet gebied. Deze activiteiten dreigen elke oplossing die gebaseerd is op het naast elkaar bestaan van twee levensvatbare staten fysiek onmogelijk te maken. De Israëlische activiteiten in en rond Oost-Jeruzalem zijn bijzonder verontrustend, met name met het oog op een definitief akkoord over een regeling inzake Jeruzalem.
Regionale stabiliteit
14. De Europese Raad roept de betrokken staten op onmiddellijk praktische
maatregelen te nemen ter ondersteuning van de regionale stabiliteit. Dit houdt
in dat het streven naar vrede tussen Israël en zijn buurlanden en het
inclusieve politieke proces in Irak alsmede de uitvoering van
Resolutie 1559 van de VN-Veiligheidsraad en andere toepasselijke resoluties
in Libanon moeten worden ondersteund, door een einde te maken aan de steun voor
groepen die geweld gebruiken, door te verhinderen dat zij zich verplaatsen, zich
organiseren en zich bewapenen, en door hen ervan te overtuigen dat zij het
terrorisme moeten afzweren.
Politieke, sociale en economische
hervormingen
15. De Europese Raad onderstreept vastbesloten te zijn om de politieke, sociale en economische hervormingen te steunen. Hij wijst op het belang dat hij hecht aan de volledige uitvoering van het strategisch partnerschap van de EU met het Middellandse-Zeegebied en met het Midden-Oosten, en op zijn engagement om met alle landen van de regio samen te werken, ook met de GCC-landen, Jemen, Iran en Irak.
Proces van Barcelona
16. De Europese Raad herinnert eraan dat het proces van Barcelona, versterkt door het Europees nabuurschapsbeleid, het centrale kader is voor de betrekkingen met de mediterrane landen. De Europese Raad is verheugd over de vooruitgang die is geboekt met de uitvoering van de actieplannen die in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid zijn opgezet met Israël, Jordanië, Marokko, de Palestijnse Autoriteit en Tunesië; neemt nota van de start van de onderhandelingen met Egypte en van een eerste overleg met Libanon; en verzoekt de Commissie een nationaal verslag over Algerije op te stellen met het oog op onderhandelingen over een actieplan.
17. De Europese Raad is verheugd over de Europees-mediterrane top die naar aanleiding van de tiende verjaardag van het proces van Barcelona op 27-28 november 2005 in deze stad is gehouden, en waar een gezamenlijk overeengekomen vijfjarenwerkprogramma en een Gedragscode terrorismebestrijding zijn aangenomen. Het vijfjarenwerkprogramma bevat doelstellingen op middellange termijn voor het politieke en veiligheidspartnerschap; duurzame economische groei en hervormingen; onderwijs en sociaal-culturele uitwisselingen; alsmede migratie, sociale integratie, justitie en veiligheid. De Europese Raad beveelt aan dat elk voorzitterschap, na overleg met de Commissie en de lidstaten, aan de Raad een verslag voorlegt waarin gedetailleerd wordt aangegeven hoe het voorzitterschap het werkprogramma denkt uit te voeren, en verzoekt de Commissie de Raad regelmatig op de hoogte te houden over de uitvoering ervan. De Gedragscode terrorismebestrijding is een belangrijke stap vooruit in onze samenwerking met de mediterrane partners op politiek en veiligheidsgebied.
Libië
18. De Europese Raad neemt nota van de vooruitgang in de ontwikkeling van de
betrekkingen met Libië, maar roept Libië op ernaar te blijven streven
de punten van bezorgdheid van de EU weg te nemen en andere hangende bilaterale
kwesties op te lossen. Hij herinnert aan de wens van de EU dat Libië een
volwaardig lid van het Proces van Barcelona wordt waarin Libië een
waardevolle rol zou kunnen vervullen. De deelname aan het proces, en de daaruit
resulterende voortgang met het oog op sluiting van een associatieovereenkomst,
zouden van Libië vergen dat het de verklaring en het acquis van Barcelona
volledig aanvaardt.
________________________
[1] Doc. 13976/05.
[2] http://ec.europa.eu/secretariat_general/impact/index_en.htm
[3] Doc. 13629/05.