Navigation path

Left navigation

Additional tools

D/05/4


[De tabellen en grafieken zijn beschikbaar in PDF en WORD PROCESSED ]
COMMISSION DES COMMUNAUTÉS EUROPÉENNES





TEXTE NL







EUROPESE RAAD VAN BRUSSEL
15/16 DECEMBER 2005
CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP






  1. Voorafgaand aan de bijeenkomst van de Europese Raad heeft de voorzitter van het Europees Parlement, de heer Josep Borrell, een uiteenzetting gehouden, die is gevolgd door een gedachtewisseling.

  1. De Europese Raad wijst nogmaals op het belang van de gemeenschappelijke Europese waarden van solidariteit, sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid als grondslag voor de ontwikkeling van het beleid van de Unie. Deze vormen het kader waarin werk moet worden gemaakt van de in deze conclusies vervatte richtsnoeren.

  1. De Europese Raad wijst erop dat de EU voorstander is van een daadwerkelijk multilateraal stelsel dat op rechtsstatelijkheid berust, en dat de Verenigde Naties beter moeten worden toegerust voor de uitdagingen van de 21e eeuw. De Europese Raad onderstreept dat hij zich inzet voor de spoedige en volledige uitvoering van de tijdens de VN-Wereldtop van 2005 overeengekomen hervormingen en gedane verbintenissen.

  1. I. TOEKOMST VAN EUROPA

  1. Naar aanleiding van de informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders in Hampton Court neemt de Europese Raad nota van de verslagen van de Commissievoorzitter en van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger; hij komt overeen tijdens het Oostenrijkse voorzitterschap op deze onderwerpen terug te komen.

  1. De Europese Raad neemt nota van het gezamenlijk tussentijds verslag van het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk over het momenteel in alle lidstaten gevoerde debat aangaande de toekomst van Europa, zulks naar aanleiding van de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders tijdens de Europese Raad van juni over dit onderwerp. De Europese Raad zal in het eerste halfjaar van 2006 tijdens het Oostenrijkse voorzitterschap hierop terugkomen op basis van de voorbereidende besprekingen in de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen. De Europese Raad neemt tevens nota van het debat dat is gehouden tijdens de op 17 november 2005 in Den Haag door het voorzitterschap en Nederland georganiseerde conferentie "Sharing power in Europe", en neemt nota van het voornemen van het Oostenrijkse voorzitterschap om op dit vraagstuk terug te komen.

  1. II. FINANCIËLE VOORUITZICHTEN

6. De Europese Raad heeft een akkoord bereikt over de financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013, zoals weergegeven in document 15915/05.

  1. III. AFRIKA

7. De Europese Raad neemt de EU-strategie "De EU en Afrika: naar een strategisch partnerschap" aan, zoals gevraagd door de Europese Raad van juni 2005 (doc. 15702/1/05 REV 1). Voortbouwend op de Top van Caïro onderstreept de Europese Raad het belang van intensivering van de dialoog tussen de EU en Afrika, onder meer door het zo spoedig mogelijk houden van een tweede Top EU-Afrika in Lissabon, en hij komt overeen om met ingang van 2006 de vorderingen met de uitvoering van de strategie op gezette tijden te evalueren, rekening houdend met de conclusies die de Raad op 21 november 2005 heeft aangenomen.

  1. IV. ALGEHELE AANPAK VAN MIGRATIE

8. De Europese Raad neemt nota van het toenemende belang van migratievraagstukken voor de EU en haar lidstaten, alsmede van de recente ontwikkelingen die in sommige lidstaten tot toenemende ongerustheid bij de bevolking hebben geleid. Hij benadrukt dat er een evenwichtige, algehele en coherente aanpak moet komen, waarvan beleidsmaatregelen ter bestrijding van illegale immigratie een onderdeel vormen en waarbij, in samenwerking met derde landen, de voordelen van legale migratie benut worden. Hij herinnert eraan dat de migratieproblematiek een cruciaal element is in de betrekkingen van de EU met een hele reeks van derde landen, waaronder vooral de aan de Unie grenzende regio's, namelijk de oostelijke, zuidoostelijke en mediterrane regio's, en wijst erop hoe belangrijk het is dat deze beleidsmaatregelen van passende financiële middelen worden voorzien. De EU zal met al die landen de dialoog en samenwerking inzake migratievraagstukken, inclusief het terugkeerbeheer, intensiveren in een geest van partnerschap en met oog voor de bijzondere positie van het land.

9. De Europese Raad benadrukt dat het engagement van de Europese Unie om het ontwikkelingsstreven van herkomst- en doorreislanden te ondersteunen, is ingebed in een langetermijnproces, erop gericht om zich de kansen en uitdagingen van de migratie ten nutte te maken, zoals beschreven in het Haags Programma. In dit verband erkent de Europese Raad hoe belangrijk het is dat de diepere oorzaken van migratie worden aangepakt, bijvoorbeeld door de landen en regio's van herkomst van bestaansmiddelen te voorzien en er de armoede uit te roeien, de markten open te stellen en economische groei, behoorlijk bestuur en bescherming van de mensenrechten te bevorderen.

10. Als onderdeel van dit totaalproces juicht de Europese Raad de aan deze conclusies gehechte mededeling van de Commissie van 30 november 2005: "Prioritaire acties om een antwoord te bieden op de uitdagingen van de migratie" toe en keurt hij de "Algehele aanpak van migratie: prioritaire acties gericht op Afrika en het Middellandse-Zeegebied" goed, waarin de onderstaande thema's worden bestreken:

  • meer samenwerking en maatregelen tussen de lidstaten;
  • meer dialoog en samenwerking met de Afrikaanse staten;
  • meer dialoog en samenwerking met buurlanden in het hele Middellandse-Zeegebied;
  • alsmede financiering en uitvoering.

De Europese Raad verzoekt de Commissie om vóór eind 2006 verslag uit te brengen over de gemaakte vorderingen.

  1. V. TERRORISMEBESTRIJDING

11. De Europese Raad onderstreept het belang van een alomvattend en evenredig antwoord op de dreiging van terrorisme. De Europese Raad neemt de EU-strategie inzake terrorismebestrijding (doc. 14469/4/05 REV 4) aan, die een kader biedt voor het voorkomen van radicalisering en rekrutering voor terrorisme, het beschermen van burgers en infrastructuur, het achtervolgen en opsporen van terroristen en voor een betere respons op de gevolgen van aanslagen. De Europese Raad neemt er nota van dat het EU-actieplan inzake terrorismebestrijding - het instrument om de uitvoering te controleren - thans wordt herzien om het optimaal op de nieuwe strategie af te stemmen.

12. De Europese Raad is tevens verheugd over de vooruitgang die, blijkens het halfjaarlijks verslag van de coördinator voor terrorismebestrijding, in prioritaire dossiers is geboekt, en roept ertoe op dit elan vast te houden. De Europese Raad zal tijdens zijn bijeenkomst in juni 2006 de vorderingen met de uitvoering van de terrorismebestrijdingsstrategie evalueren.

  1. VI. DUURZAME ONTWIKKELING

13. De Europese Raad neemt nota van de presentatie van de mededeling van de Commissie over een vernieuwde EU-strategie inzake duurzame ontwikkeling voor de komende vijf jaar. De Europese Raad ziet ernaar uit in juni 2006 een ambitieuze en alomvattende strategie aan te nemen, die streefcijfers, indicatoren en een doeltreffende monitoringprocedure bevat, die de interne en de externe dimensie moet samenvoegen en die stoelt op een positieve langetermijnvisie, waarin de prioriteiten en doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van duurzame ontwikkeling worden gebundeld tot een duidelijke, coherente strategie die eenvoudig en doeltreffend aan de burgers kan worden overgebracht.

  1. VII. KLIMAATVERANDERING EN DUURZAME ENERGIE

14. De Europese Raad is voldaan over de vorderingen die in 2005 zijn gemaakt met de ontwikkeling van een middellange- en langetermijnstrategie voor de EU en over de nieuwe impuls voor de internationale onderhandelingen over klimaatverandering, en hij herinnert hierbij aan zijn conclusies van maart 2005. In dat verband spreekt de Europese Raad zijn voldoening uit over het positieve resultaat van de VN-conferentie inzake klimaatverandering in Montreal, dat de werkzaamheden met betrekking tot het VN-Kaderverdrag inzake klimaatverandering, waaronder de uitvoering van het Protocol van Kyoto en de flexibele mechanismen daarvan, ten goede komt, en maakt hij een aanvang met besprekingen over gezamenlijke langetermijnacties ter bestrijding van klimaatverandering, die zullen bijdragen tot de breedst mogelijke samenwerking van alle landen en de medewerking van die landen aan een doeltreffend en passend internationaal antwoord. De Europese Raad ziet uit naar het verder ontwikkelen van de middellange- en langetermijnstrategie van de EU teneinde tot deze besprekingen bij te dragen, alsmede naar de bespreking van voornoemde strategie tijdens het tweede halfjaar van 2006, indien dat nodig is.

15. Om deze werkzaamheden te ondersteunen benadrukt de Europese Raad ook het belang van de uitvoering van het actieplan van Gleneagles, waarin sterk de nadruk wordt gelegd op technologieoverdracht en het beheer van de gevolgen van klimaatverandering, alsmede het belang van vooruitgang, onder meer tijdens toekomstige topontmoetingen, in de dialoog en technologische samenwerking die met India, China en Rusland zijn afgesproken, naast de ontwikkeling van partnerschappen met alle landen die veel energie verbruiken.

16. De Europese Raad is ook verheugd over de mededeling "Het effect van de luchtvaart op de klimaatverandering terugdringen" van de Commissie, erkent dat uitbreiding van het systeem van verhandelbare emissierechten van de EU tot de luchtvaartsector de beste manier lijkt om vooruitgang te boeken, en spreekt zijn tevredenheid uit over het voornemen van de Commissie om hem vóór eind 2006 een wetgevingsvoorstel voor te leggen dat vergezeld gaat van een effectbeoordeling, die de in de conclusies van de Raad van 2 december 2005 gevraagde specifieke analyse omvat.

17. De Europese Raad wijst op het belang van een geïntegreerde aanpak ten aanzien van de doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, energie en concurrentievermogen, en onderstreept dat investeringsstrategieën voor schonere en duurzamere energie, zowel in de EU als daarbuiten, een reeks van beleidsdoelstellingen kunnen ondersteunen, waaronder continuïteit van de energievoorziening, concurrentievermogen, werkgelegenheid, luchtkwaliteit en reductie van broeikasgasemissies. In dat verband is de Europese Raad verheugd over het inluiden van de tweede fase van het Europees Programma inzake klimaatverandering en over het voornemen van de Commissie om een actieplan inzake energie-efficiëntie te ontwikkelen.

  1. VIII. GROEI EN WERKGELEGENHEID

18. Herinnerend aan de conclusies van de Raad (ECOFIN) van 6 december 2005 stelt de Europese Raad vast dat de wereldeconomie een periode van snelle en ingrijpende economische veranderingen doormaakt, en hij is het erover eens dat Europa economische hervormingen, sociale modernisering en duurzaam milieubeleid nodig heeft om zijn waarden veilig te stellen en doeltreffend in te spelen op de problemen en mogelijkheden die het gevolg zijn van mondialisering en demografische veranderingen. De Europese Raad onderstreept het belang van innovatie, informatie- en communicatietechnologie, onderzoek en menselijk kapitaal, met name in het MKB, voor meer werkgelegenheid, productiviteit en duurzame groei in de gehele Europese Unie, zulks in het kader van een gezond macro-economisch beleid.

19. De Europese Raad is verheugd over de nationale hervormingsprogramma's van de lidstaten en het door de Commissie ingediende Lissabon-programma van de Gemeenschap, en ziet uit naar het voortgangsverslag dat de Commissie in januari zal uitbrengen. Hij onderstreept het belang van de nationale hervormingsprogramma's om de strategie van Lissabon over de hele linie beter te kunnen aansturen, en verzoekt de lidstaten, de Commissie en de Raad om de uitvoering ervan overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van maart 2005 te controleren en te evalueren.

20. Met inachtneming van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel en de vereiste eerbiediging van het acquis communautaire beklemtoont de Europese Raad dat een beter regelgevingskader in de Europese Unie, op het niveau van de Gemeenschap en in de lidstaten, een cruciale factor is voor het creëren van groei en werkgelegenheid. Daarbij moet de aandacht vooral uitgaan naar de uitvoering van de verbintenissen die reeds door alle instellingen zijn aangegaan, daaronder begrepen het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven" van 16 december 2003. In dit verband is de Europese Raad verheugd over de aanzienlijke vooruitgang die sinds de laatste bijeenkomst is geboekt en onderschrijft hij het belang van de in de aangehechte bijlage omschreven verdere werkzaamheden met betrekking tot i) het verminderen van de administratieve lasten voor bedrijven en burgers door vereenvoudiging en doorlichting; ii) het herziene effectbeoordelingssysteem en iii) een gemeenschappelijke EU-methode voor het bepalen van uit wetgeving voortvloeiende administratieve kosten.

21. De Europese Raad beklemtoont dat het van belang is om, in overeenstemming met zijn conclusies van maart 2005, de goede werking van de interne markt, onder meer voor diensten, te waarborgen. De Europese Raad neemt nota van de vorderingen bij de behandeling van de dienstenrichtlijn en ziet uit naar het gewijzigde voorstel van de Commissie opdat de dynamiek niet verloren gaat.

IX. VERLAAGDE BTW-TARIEVEN

22. De Europese Raad verzoekt de Raad ECOFIN het vraagstuk van de verlaagde BTW-tarieven tijdens zijn zitting in januari 2006 te bespreken zodat hierover een definitief akkoord kan worden bereikt.

X. VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK MACEDONIË

23. De Europese Raad betuigt zijn waardering voor het advies van de Commissie over het verzoek van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om toetreding tot de Europese Unie. Hij is verheugd over de belangrijke vorderingen die de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft gemaakt om te voldoen aan de politieke criteria die de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen heeft opgesteld en aan de eisen inzake het stabilisatie- en associatieproces die de Raad in 1997 heeft vastgesteld.

24. In het licht van de analyse van de Commissie besluit de Europese Raad aan de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen, in het bijzonder rekening houdend met de aanzienlijke vorderingen die zijn gemaakt om het wetgevingskader in samenhang met het kaderakkoord van Ohrid te voltooien, en met de prestaties van het land op het gebied van de uitvoering van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (met inbegrip van de handelsbepalingen ervan) sedert 2001.

25. De Europese Raad verklaart dat er verdere stappen moeten worden overwogen in het licht van de volgende elementen: het debat over de uitbreidingsstrategie overeenkomstig de conclusies van de Raad van 12 december 2005; het voldoen door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan de politieke criteria van Kopenhagen; de naleving van de eisen van het stabilisatie- en associatieproces en de daadwerkelijke uitvoering van de stabilisatie- en associatieovereenkomst; de aanzienlijke vooruitgang die nog moet worden geboekt om te voldoen aan de overige in het advies van de Commissie genoemde aspecten en criteria voor toetreding; en de uitvoering, op basis van specifieke benchmarks, van de prioriteiten van het Europese partnerschap. Er moet tevens rekening gehouden worden met het opnemingsvermogen van de Unie. De Europese Raad verzoekt de Commissie hem in voortgangsverslagen op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.

XI. INTERNATIONAAL FONDS VOOR IERLAND

26. De Europese Raad heeft nota genomen van het belangrijke werk van het Internationaal Fonds voor Ierland ter bevordering van vrede en verzoening. Hij heeft de Commissie verzocht het nodige te doen met het oog op verdere EU-steun voor het Fonds, nu het de cruciale slotfase van zijn werk tot 2010 ingaat.

  1. XII. EXTERNE BETREKKINGEN

27. De Europese Raad neemt een verklaring betreffende het Middellandse-Zeegebied en het Midden-Oosten aan, waarvan de tekst in de bijlage bij deze conclusies staat.

28. De Europese Raad hecht zijn goedkeuring aan het verslag van het voorzitterschap over het EVDB (doc. 15678/05), dat tevens het mandaat voor het aantredende voorzitterschap omvat.

29. De Europese Raad gaat over tot aanneming van de strategie van de EU ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor (doc. 13066/05).

30. De Europese Raad is voldaan over de aanneming door de Raad, de lidstaten, de Commissie en het Europees Parlement van "de Europese consensus inzake ontwikkeling", die de Unie een gemeenschappelijke visie op de waarden, de doelstellingen, de beginselen en de middelen voor ontwikkeling verschaft (doc. 14820/05). De Europese Raad is verheugd over het feit dat de Raad de in de conclusies van de Raad van mei 2005 overeengekomen streefcijfers inzake de omvang van de hulp regelmatig op grond van een monitoringverslag van de Commissie zal evalueren.

31. De Europese Raad verzoekt het komende Oostenrijkse voorzitterschap de besprekingen over verbetering van de consulaire samenwerking en de samenwerking inzake visa voort te zetten.


________________________

BIJLAGE I


ALGEHELE AANPAK VAN MIGRATIE:
PRIORITAIRE ACTIES GERICHT OP AFRIKA EN
HET MIDDELLANDSE-ZEEGEBIED

De Europese Raad verwelkomt de mededeling van de Commissie van 30 november 2005, getiteld: Prioritaire acties in antwoord op de migratie-uitdagingen: eerste follow-up van Hampton Court.

Tegen de achtergrond van de EU-strategie voor Afrika en de strategie voor de externe dimensie van justitie en binnenlandse zaken, alsook de recente gebeurtenissen in het Middellandse-Zeegebied komt de Europese Raad overeen de aanzet te geven tot prioritaire acties die gericht zijn op Afrika en de landen van het Middellandse-Zeegebied.

De Europese Raad is het erover eens dat op korte termijn breed opgezette concrete acties moeten worden ondernomen, die passen in de lopende werkzaamheden waarmee wordt beoogd migratie aan alle betrokken landen ten goede te laten komen. Er moet actie worden ondernomen om de illegale-migratiestromen en het verlies aan mensenlevens terug te dringen, de veilige terugkeer van illegale migranten te garanderen, duurzame oplossingen voor vluchtelingen te versterken en het vermogen uit te bouwen om migratie beter te beheersen, onder meer door de voordelen van legale migratie zo groot mogelijk te maken voor alle partners en tegelijk de mensenrechten en het individuele asielrecht ten volle te respecteren. De hierna genoemde kortetermijnacties maken deel uit van een bredere agenda voor de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Afrika en de landen van het Middellandse-Zeegebied op basis van een werkelijk partnerschap. De Europese Raad juicht tevens de aanvullende dialoog en samenwerking van de lidstaten op dit gebied toe.

De Europese Raad beklemtoont voorts dat voor een aantal van de voorgestelde prioritaire acties, bijvoorbeeld de initiatieven inzake migratieroutes en veiligheid op zee, waaraan de landen van het Middellandse-Zeegebied en bepaalde Afrikaanse landen deelnemen, een geïntegreerde en complete benadering geboden is.

In het licht van de mededeling van de Commissie keurt de Europese Raad de volgende acties goed en verzoekt hij de Raad en de lidstaten nauw met de Commissie samen te werken om deze in de loop van 2006 uit te voeren.

Méér operationele samenwerking tussen de lidstaten

  • Het Europees Buitengrenzenagentschap oproepen om:

  1. zo spoedig mogelijk in 2006 in het Middellandse-Zeegebied maatregelen op het vlak van grensbeheer te implementeren, met name gemeenschappelijke operaties en proefprojecten;

  1. voortbouwend op recente studies, vóór mei 2006 een risicoanalyseverslag over Afrika voor te leggen;

  1. zo spoedig mogelijk in 2006 een haalbaarheidsstudie te verrichten naar de aanscherping van de controle en bewaking van de zuidelijke zeegrens van de EU, met name in het Middellandse-Zeegebied, alsook naar een netwerk van kustpatrouilles in het Middellandse-Zeegebied waaraan EU-lidstaten en landen uit Noord-Afrika deelnemen.

  • Nagaan of het technisch haalbaar is om vóór eind 2006 een bewakingssysteem voor de volledige zuidelijke zeegrens van de EU en de Middellandse Zee tot stand te brengen. Dit systeem zou gebruik maken van moderne technologie om levens op zee te redden en illegale immigratie te bestrijden.

  • Zo spoedig mogelijk in 2006 regionale netwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen (ILO's) oprichten waaraan prioritaire landen of regio's deelnemen, en uiterlijk in mei 2006 verslag uitbrengen over illegale immigratie en mensenhandel, zo nodig met de steun van de ILO's in de belangrijkste landen.

  • Uiterlijk in het voorjaar van 2006 een voorstel indienen voor de oprichting van snellereactie-teams van nationale deskundigen, die in geval van grote toevloed van migranten snel technische en operationele steun kunnen verlenen, overeenkomstig het Haagse Programma.

  • Zorgen voor een inhoudelijke follow-up van het verslag van de Wereldcommissie voor internationale migratie, en voorbereidingen treffen voor de VN-dialoog op hoog niveau over migratie en ontwikkeling die in september 2006 van start zal gaan.

  • Vóór eind maart 2006 een analyse presenteren van de toepasselijke internationale instrumenten inzake het recht van de zee, met inbegrip van de relevante elementen van het vluchtelingenrecht.


Dialoog en samenwerking met Afrika

  • Ernaar streven om van migratie een gezamenlijke prioriteit te maken voor de politieke dialoog tussen de EU en de Afrikaanse Unie, onder meer door geregelde vergaderingen op hoog niveau ter voorbereiding van de besprekingen van de ministeriële trojka EU-Afrika.

  • In partnerschap werken met de Afrikaanse landen en regionale organisaties, zoals de ECOWAS, in het kader van een reeks fora, initiatieven en regionale vergaderingen, onder meer een ministeriële conferentie EU-Afrika in 2006 in Marokko en een conferentie over migratie en ontwikkeling in maart 2006 in Brussel.

  • Nagaan of een initiatief op het gebied van migratieroutes haalbaar is, met het oog op operationele samenwerking tussen de landen van herkomst, doorreis en bestemming, met de bedoeling in 2006 een concreet initiatief te ontwikkelen.

  • Uiterlijk in het voorjaar van 2006 een dialoog opzetten met de belangrijkste Afrikaanse landen bezuiden de Sahara, op basis van artikel 13 van de Overeenkomst van Cotonou, over een breed scala aan vraagstukken, gaande van institutionele en capaciteitsopbouw en effectieve integratie van legale migranten tot de terugkeerproblematiek en de daadwerkelijke naleving van overnameverplichtingen, teneinde op dit gebied tot samenwerking te komen die de beide partijen ten goede komt.

  • Zo spoedig mogelijk in 2006 samen met Tanzania een proefprogramma inzake regionale bescherming opstellen en uitvoeren, onder auspiciën van een stuurgroep. Op basis van de bevindingen van dit proefproject, plannen voor nieuwe programma's in Afrika uitwerken.

  • Een studie verrichten om het inzicht in de onderliggende oorzaken van migratie te verbeteren, ter ondersteuning van de aanpak op lange termijn.

  • Zo spoedig mogelijk in 2006 een geregelde dialoog met het UNHCR tot stand brengen, met de bedoeling ervaringen en kennis inzake de samenwerking met landen in Afrika te delen.

  • Begin 2006 initiatieven ontwikkelen om goedkopere en gemakkelijker toegankelijke diensten voor geldovermaking te bevorderen en de huidige inspanningen van internationale organisaties ondersteunen om het verzamelen van gegevens over dergelijke geldstromen te verbeteren; nagaan hoe de inspanningen van de Afrikaanse landen kunnen worden ondersteund om de leden van de diaspora gemakkelijker te laten bijdragen aan de ontwikkeling van hun thuislanden, onder meer door gezamenlijke ontwikkelingsacties, en bekijken hoe het effect van competentieverlies in kwetsbare sectoren kan worden gelenigd.

  • Voorlichtingscampagnes opzetten om potentiële migranten te waarschuwen voor de gevaren van illegale migratie en om de beschikbare legale migratiekanalen beter bekend te maken.


Samenwerken met de buurlanden

  • In 2006 een Europees-mediterrane ministeriële vergadering over migratie organiseren.

  • De derde landen van het Middellandse-Zeegebied, voorzover van toepassing, betrekken bij de haalbaarheidsstudie naar een netwerk van kustpatrouilles in het Middellandse-Zeegebied, het bewakingssysteem voor de Middellandse Zee en de daarmee verband houdende proefprojecten.

  • Voorzover van toepassing, ervaringen en beste praktijken uit andere regionale samenwerkingsstructuren beschikbaar maken, onder meer met betrekking tot de Oostzee.

  • Alle beschikbare fora voor samenwerking met de partners uit het Middellandse-Zeegebied benutten, met inbegrip van de hierna genoemde structuren, om illegale migratie en mensenhandel te voorkomen en te bestrijden, het vermogen tot betere migratiebeheersing uit te bouwen, en te bezien hoe informatie over legale migratie en mogelijkheden op de arbeidsmarkt het best kan worden verspreid, bijvoorbeeld door migratieprofielen op te stellen en de subregionale fora te versterken.

  • Met de drie hieronder genoemde landen de volgende prioritaire acties ondernemen:

  1. Marokko - zo spoedig mogelijk projecten ter bestrijding van mensenhandel uitvoeren en de onderhandelingen over een overnameovereenkomst EG-Marokko voltooien;

  1. Algerije - begin 2006 een eerste vergadering houden om de samenwerking op basis van de bepalingen inzake migratie van de Associatieovereenkomst tussen de EG en Algerije te bevorderen en zo snel mogelijk onderhandelingen openen over een overnameovereenkomst, op basis van het mandaat aan de Commissie;

  1. Libië - zo spoedig mogelijk in 2006 de besprekingen voltooien met het oog op de goedkeuring van het actieplan EU-Libië inzake migratie, overeenkomstig de conclusies van de Raad van 3 juni 2005 over het opzetten van een dialoog en samenwerking met Libië over migratiekwesties, en zo spoedig mogelijk nadien projecten uitvoeren.

  • Méér onderzoek verrichten om het inzicht in, en de beheersing van migratiestromen te verbeteren, voortbouwend op de migratiecomponent van het regionale JBZ I MEDA-programma.

  • De banden tussen de Noord-Afrikaanse landen en de Afrikaanse landen bezuiden de Sahara helpen te versterken, in het kader van het eventuele initiatief inzake migratieroutes.

  • De dialoog en de samenwerking met het UNHCR voortzetten om de derde landen te helpen hun vermogen op het vlak van bescherming van vluchtelingen uit te bouwen.

  • In mei 2006 in Wenen een conferentie houden over De rol van binnenlandse veiligheid in de betrekkingen tussen de EU en haar buurlanden.

Financiering

Het verheugt de Europese Raad dat hogere prioriteit wordt gegeven aan de migratieproblematiek en dat de Commissie voornemens is om in haar betrekkingen met derde landen haar financiële steun op terreinen die betrekking hebben op migratie of daaraan gerelateerd zijn, te verhogen, onder meer door een toewijzing van maximaal 3% van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI), en door vergelijkbare inspanningen in het kader van andere toepasselijke financieringsinstrumenten. Met name in de Afrikaanse landen bezuiden de Sahara zullen vergelijkbare inspanningen worden overwogen, om de onderliggende oorzaken van migratie aan te pakken.

De Europese Raad beklemtoont voorts dat ervoor moet worden gezorgd dat in het kader van het AENEAS-programma wat de in 2006 te financieren acties betreft, onder meer ter bevordering van synergieën tussen migratie en ontwikkeling, passende prioriteit wordt gegeven aan Afrika en aan het Middellandse-Zeegebied. Voorts moet worden gegarandeerd dat in het kader van de toekomstige financiële vooruitzichten voldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor het thematische programma voor samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en asiel, waarbij de instrumenten voor de snelle uitkering van middelen in geval van ernstige en dringende behoeften voldoende flexibel moeten zijn.

Uitvoering en verslaglegging

De Europese Raad beklemtoont hoe belangrijk het is dat de opgesomde prioritaire acties snel worden uitgevoerd en roept de Commissie op coördinatievergaderingen te organiseren tussen de lidstaten, het Europees Buitengrenzenagentschap, het UNHCR en, zo nodig, andere bevoegde organisaties.
De Europese Raad verzoekt de Commissie uiterlijk eind 2006 een voortgangsverslag uit te brengen.________________________

BIJLAGE II

BETERE REGELGEVING

Verminderen van de administratieve lasten voor bedrijven en burgers door vereenvoudiging en doorlichting

De Europese Raad herhaalt hoe belangrijk het is onnodige lasten voor bedrijven en burgers te verminderen. In dat verband begroet hij met instemming het nieuwe programma van de Commissie voor de vereenvoudiging van de EU-regelgeving[1] en roept hij de Raad en het Europees Parlement op hoge prioriteit te verlenen aan de behandeling van vereenvoudigingsvoorstellen bij het doorlopen van het wetgevingsproces. De Raad is ingenomen met het initiatief van de Commissie met betrekking tot doorlichting, neemt nota van de resultaten ervan en verzoekt de Commissie hangende voorstellen te blijven toetsen op hun gevolgen, ook op economisch, sociaal en milieugebied, zodat deze voorstellen indien nodig kunnen worden gewijzigd, vervangen of ingetrokken.

Herzien effectbeoordelingssysteem

De Europese Raad is verheugd over het herziene effectbeoordelingssysteem van de Commissie [2] en over het feit dat zij in haar werkprogramma geïntegreerde effectbeoordelingen zal opstellen voor alle belangrijke wetgevingsvoorstellen en beleidsbepalende documenten. Deze effectbeoordelingen zouden ook een overzicht moeten bevatten van zo mogelijk op sectorale analyses gebaseerde opties waarmee de gestelde doelen van een voorstel zouden kunnen worden verwezenlijkt, met name opties waarvoor geen wetgeving vereist is en mogelijkheden op het vlak van verdere harmonisatie, voorzover zulks van toepassing is. De Europese Raad roept de Raad en het Europees Parlement op de effectbeoordelingen van de Commissie ten volle te benutten als informatiemiddel voor de politieke besluitvorming en de interinstitutionele gemeenschappelijke aanpak van effectbeoordelingen uit te voeren. Hij herhaalt hoe belangrijk het is dat de besluitvorming transparant verloopt en dat de belanghebbende partijen tijdig en daadwerkelijk worden geraadpleegd, en ziet uit naar de alomvattende, onafhankelijke evaluatie van de toepassing van het effectbeoordelingssysteem van de Commissie waarmee begin 2006 een aanvang wordt gemaakt.

Gemeenschappelijke EU-methode voor het bepalen van uit wetgeving voortvloeiende administratieve kosten

De Europese Raad is ingenomen met de mededeling van de Commissie over een gemeenschappelijke EU-methode voor het bepalen van uit wetgeving voortvloeiende administratieve lasten [3] en verzoekt de Commissie om te beginnen met het stelselmatig meten van de administratieve lasten aan de hand van transparante criteria, als onderdeel van een geïntegreerde effectbeoordeling die in januari 2006 van start gaat. Hij benadrukt in dit verband dat deze methode een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren bij de inventarisatie van wetgeving die moet worden vereenvoudigd en verzoekt de Commissie na te gaan hoe er voor specifieke sectoren meetbare doelstellingen kunnen worden vastgesteld met betrekking tot het verminderen van de administratieve lasten. De Europese Raad onderkent dat het van belang is dat de lidstaten op verzoek en op evenredige wijze de nodige informatie verstrekken om de uit de EU-wetgeving voortvloeiende administratieve kosten te bepalen.________________________

BIJLAGE III


VERKLARING VAN DE EUROPESE RAAD

1. De Europese Raad bevestigt zijn gehechtheid aan een veilig, welvarend en vreedzaam Midden-Oosten en Middellandse-Zeegebied, gestoeld op respect voor de rechtsstaat, democratie en mensenrechten.

2. De Europese Raad onderkent de problemen waarmee de landen in het Midden-Oosten en in het Middellandse-Zeegebied worden geconfronteerd. Hij verzoekt al zijn partners met klem hun geschillen vreedzaam te beslechten, zich te onthouden van dreiging met of gebruik van geweld, te stoppen met opruiing en zich te beijveren voor de regionale veiligheid. Hij roept hen op toe te treden tot de internationale overeenkomsten inzake non-proliferatie, wapenbeheersing en ontwapening en deze na te leven, en te streven naar een gebied in het Midden-Oosten dat vrij is van massavernietigingswapens en bijbehorende afvuursystemen. Hij dringt er bij hen op aan het terrorisme en de terreurnetwerken aan te pakken. De EU is vastbesloten met alle landen samen te werken om aan deze problemen het hoofd te bieden.

Iran

3. De Europese Raad veroordeelt onvoorwaardelijk de oproep van president Ahmadinejad tot vernietiging van Israël en diens ontkenning van de Holocaust. Deze uitlatingen zijn totaal onaanvaardbaar en geven geen pas in een beschaafd politiek debat. De Europese Raad herinnert eraan dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in november van dit jaar bij consensus, dus met inbegrip van Iran, een resolutie heeft aangenomen waarbij iedere gehele of gedeeltelijke ontkenning van de Holocaust als historische gebeurtenis wordt verworpen, en alle lidstaten worden opgeroepen om hun bevolking voor te lichten over de Holocaust. De Europese Raad bevestigt het recht van de staat Israël om binnen veilige en erkende grenzen te bestaan. De Europese Raad memoreert dat alle leden van de Verenigde Naties hebben toegezegd zich te onthouden van dreiging met of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van staten. De EU roept de Iraanse leiders op zich aan te sluiten bij de internationale consensus over de noodzaak van een tweestatenoplossing voor het Palestijns-Israëlische conflict, teneinde het streven naar vrede tussen Israël en zijn buurlanden te steunen en een einde te maken aan de steun voor groepen die aanzetten tot terrorisme of terroristische daden plegen.

4. De Europese Raad is ernstig verontrust over het feit dat Iran er niet in slaagt het vertrouwen te wekken dat zijn nucleaire programma uitsluitend vreedzame doeleinden dient. De hervatting door Iran van de activiteiten in de uraniumverwerkingsfabriek in Isfahan, het voortdurende gebrek aan transparantie van het land en zijn weigering om de stappen te ondernemen die de raad van beheer van de IAEA in zijn opeenvolgende resoluties heeft geëist, doen de diepe bezorgdheid van de EU over de intenties van Iran alleen maar toenemen. De EU blijft weliswaar werken aan een diplomatieke oplossing, maar eens zullen de mogelijkheden zijn uitgeput; de Europese Raad roept Iran op tot een constructieve reactie, mede door alle vertrouwenwekkende maatregelen te nemen die de raad van beheer van de IAEA heeft geëist en door zich te onthouden van verdere eenzijdige maatregelen die de situatie kunnen verergeren.

5. De Europese Raad onderstreept dat het antwoord op de vraag of de betrekkingen van de EU met Iran op lange termijn beter dan wel slechter worden, zal afhangen van de vooruitgang die met betrekking tot alle punten van zorg wordt geboekt. In het licht van het provocerende politieke optreden van Iran sinds mei laatstleden is de Raad het erover eens de diplomatieke opties van de EU nauwgezet te blijven evalueren en de aanpak van de EU verder af te stemmen op de verklaringen en acties van Iran. De Europese Raad spreekt nogmaals zijn diepe bezorgdheid uit over de schendingen van de mensenrechten en de fundamentele politieke vrijheden in Iran, en roept Iran op aan te tonen dat het bereid is deze beginselen te eerbiedigen door concrete stappen te ondernemen, waaronder de definitieve vrijlating van Akbar Ganji en andere gewetensgevangenen. In de geest van solidariteit binnen de EU roept hij Iran op om alle discriminerende beperkingen tegen afzonderlijke lidstaten op te heffen.

Irak

6. De Europese Raad bevestigt dat de EU de politieke overgang in Irak blijft steunen, overeenkomstig de Resoluties 1546 en 1637 van de VN-Veiligheidsraad, en vastbesloten is om het Iraakse volk te helpen bij de opbouw van een veilig, stabiel, verenigd en welvarend Irak. Hij juicht de verkiezingen van 15 december 2005 toe als een verdere stap op de weg naar democratie en stabiliteit in Irak, en spoort aan tot een snelle vorming van een nieuwe regering. De Europese Raad onderkent dat tegenstellingen Irak blijven verdelen. Hij roept alle partijen in Irak op uitsluitend vreedzame activiteiten te ontplooien en actief te streven naar verzoening. Hij veroordeelt de wrede terreurdaden onvoorwaardelijk. De Europese Unie is bereid het Iraakse volk te helpen bij het verbreden van de consensus over de toekomst van zijn land, mede via een herziening van de grondwet, en bij het opbouwen van een nieuw, inclusief politiek bestel na de val van het regime van Saddam Hoessein. De Europese Raad is verheugd over de bijeenkomst over Irak die de Arabische Liga van 19 tot en met 21 november 2005 heeft belegd, en is voorstander van de bijeenroeping van een conferentie over het Iraqi National Accord begin 2006. De Europese Raad doet een klemmende oproep tot de staten in de regio, met name Syrië en Iran, om het politieke proces in Irak te steunen en goede nabuurschapsbetrekkingen te ontwikkelen, onder meer door met Irak samen te werken om grensoverschrijdingen van en steun voor terroristen te voorkomen.

7. De Europese Raad herhaalt vastbesloten te zijn om Irak te helpen bij de wederopbouw, mede via de EU-rechtsstaatmissie. De Europese Raad spreekt zijn bezorgdheid uit over de recente meldingen van schendingen van de mensenrechten in Irak, en verzoekt de Iraakse autoriteiten met klem daar met spoed en transparant tegen op te treden. Hij beklemtoont dat de EU sterk gekant is tegen het gebruik van de doodstraf. De Europese Raad blijft gehecht aan een regelmatige politieke dialoog met Irak in het kader van de gezamenlijke politieke verklaring van de EU en Irak. De EU hoopt de banden met Irak verder te verruimen en aan te halen nadat de grondwettelijk verkozen regering is samengesteld, mede via de totstandbrenging van betrekkingen in de vorm van een overeenkomst.

Libanon

8. De Europese Raad spreekt opnieuw zijn steun uit voor de eenheid, stabiliteit en onafhankelijkheid van Libanon en herinnert de buurlanden aan hun verplichting om de soevereiniteit van Libanon te eerbiedigen. De Europese Raad veroordeelt met kracht de moordaanslag op Gibran Tueni en diens reisgezellen. Deze moord is het jongste wapenfeit in een gewelddadige campagne tegen Libanese burgers, journalisten, politieke leiders en hun recht op vrije meningsuiting. De Europese Raad neemt tevens met de grootste bezorgdheid kennis van de conclusies in het tweede rapport van de onafhankelijke internationale VN-onderzoekscommissie (UNIIIC) onder leiding van de heer Detlev Mehlis. Hij neemt er nota van dat de ernstige aanwijzingen voor de betrokkenheid van de Libanese en Syrische veiligheidsdiensten bij de moord op Rafiq Hariri worden bevestigd, en spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de Syrische autoriteiten niet volledig samenwerken met de onderzoekscommissie. Hij roept Syrië op onvoorwaardelijk met de UNIIIC samen te werken bij verdere inspanningen om degenen die verantwoordelijk zijn voor de moord op Rafiq Hariri, voor de rechter te brengen. De Europese Raad is ingenomen met de met eenparigheid van stemmen aangenomen Resolutie 1644 van de VN-Veiligheidsraad van 15 december 2005 waarbij het mandaat van de UNIIIC wordt verlengd, de UNIIIC wordt gemachtigd om technische bijstand te verlenen aan de Libanese autoriteiten in hun onderzoek naar andere terroristische aanslagen die sinds 1 oktober 2004 in Libanon zijn gepleegd, en het verzoek van de Libanese regering wordt erkend om degenen die beschuldigd worden van betrokkenheid bij de moord op Rafiq Hariri voor een internationale rechtbank te brengen.

9. De Europese Raad bevestigt zijn onverkorte steun voor de regering van Libanon en roept haar op in heel het land haar gezag te vestigen en de economische en politieke hervormingen met spoed door te voeren, zoals overeengekomen tijdens de vergadering van de kerngroep van september in New York. Hij neemt er met voldoening kennis van dat begin 2006 een internationale conferentie zal worden georganiseerd. Hij herinnert alle betrokkenen aan hun verplichting Resolutie 1559 van de VN-Veiligheidsraad volledig uit te voeren, met inbegrip van de ontmanteling en de ontwapening van alle milities.

Vredesproces in het Midden-Oosten

10. De Europese Raad bevestigt zijn engagement voor de volledige uitvoering van de routekaart van het Kwartet. Hij beschouwt de terugtrekking van Israël uit Gaza en gedeelten van de Westelijke Jordaanoever als een belangrijke stap naar de uitvoering van de routekaart. De instelling van de EU-missie voor bijstandverlening inzake grensbeheer, die moet toezien op de werking van de grenspost bij Rafah, alsmede de EU-hulp ter vergroting van de Palestijnse capaciteit inzake grensbeheer weerspiegelen het vaste voornemen van de EU om de partijen te steunen in hun gezamenlijk streven naar een duurzame, op onderhandelingen gebaseerde regeling. De Europese Raad verzoekt om een snelle uitvoering van alle onderdelen van de overeenkomst van 15 november 2005 inzake verkeer en toegang. Hij prijst de inspanningen van de speciaal gezant van het Kwartet en wijst op het belang van een niet-aflatend internationaal engagement voor het vredesproces.

11. De Europese Raad benadrukt dat alle Palestijnse facties, inclusief Hamas, geweld moeten afzweren, het bestaansrecht van Israël moeten erkennen en tot ontwapening moeten overgaan. Degenen die willen deelnemen aan het politieke proces, mogen geen gewapende activiteiten ontplooien, omdat die activiteiten volstrekt niet te verzoenen zijn met de opbouw van een democratische staat. In dat verband is de Europese Raad ingenomen met de verklaringen van de Palestijnse Autoriteit waarin geweld wordt veroordeeld en de Palestijnse groepen die zich schuldig gemaakt hebben aan terrorisme, worden aangespoord hun activiteiten te staken en zich aan te sluiten bij het democratisch proces. Hij verzoekt de Palestijnse Autoriteit met klem streng tegen de plegers van geweld of intimidatie op te treden, en haar controle over de veiligheid in de onder haar gezag vallende gebieden volledig te herstellen. De EU blijft vastbesloten om de Palestijnse hervormingen te ondersteunen, en de Palestijnse veiligheidsdiensten alsook de civiele politie te versterken, mede via de EU-missie voor de civiele politie en de samenwerking met de veiligheidscoördinator van de VS.

12. De Europese Raad wijst op het belang van de verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad, die voor januari 2006 zijn gepland. Hij verzoekt Israël volledig samen te werken met de Palestijnse Autoriteit bij de voorbereiding en het verloop van de verkiezingen, in het bijzonder wat betreft de bewegingsvrijheid van alle kandidaten, verkiezingsmedewerkers en kiezers, met name in Oost-Jeruzalem, en is verheugd over de instelling van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie.

13. De Europese Raad verzoekt de Israëlische regering met klem een einde te maken aan alle activiteiten in de Palestijnse gebieden die strijdig zijn met het internationaal recht, waaronder de bouw van nederzettingen, de afbraak van Palestijnse huizen en het optrekken van de scheidingsmuur in bezet gebied. Deze activiteiten dreigen elke oplossing die gebaseerd is op het naast elkaar bestaan van twee levensvatbare staten fysiek onmogelijk te maken. De Israëlische activiteiten in en rond Oost-Jeruzalem zijn bijzonder verontrustend, met name met het oog op een definitief akkoord over een regeling inzake Jeruzalem.

Regionale stabiliteit

14. De Europese Raad roept de betrokken staten op onmiddellijk praktische maatregelen te nemen ter ondersteuning van de regionale stabiliteit. Dit houdt in dat het streven naar vrede tussen Israël en zijn buurlanden en het inclusieve politieke proces in Irak alsmede de uitvoering van Resolutie 1559 van de VN-Veiligheidsraad en andere toepasselijke resoluties in Libanon moeten worden ondersteund, door een einde te maken aan de steun voor groepen die geweld gebruiken, door te verhinderen dat zij zich verplaatsen, zich organiseren en zich bewapenen, en door hen ervan te overtuigen dat zij het terrorisme moeten afzweren.

Politieke, sociale en economische hervormingen

15. De Europese Raad onderstreept vastbesloten te zijn om de politieke, sociale en economische hervormingen te steunen. Hij wijst op het belang dat hij hecht aan de volledige uitvoering van het strategisch partnerschap van de EU met het Middellandse-Zeegebied en met het Midden-Oosten, en op zijn engagement om met alle landen van de regio samen te werken, ook met de GCC-landen, Jemen, Iran en Irak.

Proces van Barcelona

16. De Europese Raad herinnert eraan dat het proces van Barcelona, versterkt door het Europees nabuurschapsbeleid, het centrale kader is voor de betrekkingen met de mediterrane landen. De Europese Raad is verheugd over de vooruitgang die is geboekt met de uitvoering van de actieplannen die in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid zijn opgezet met Israël, Jordanië, Marokko, de Palestijnse Autoriteit en Tunesië; neemt nota van de start van de onderhandelingen met Egypte en van een eerste overleg met Libanon; en verzoekt de Commissie een nationaal verslag over Algerije op te stellen met het oog op onderhandelingen over een actieplan.

17. De Europese Raad is verheugd over de Europees-mediterrane top die naar aanleiding van de tiende verjaardag van het proces van Barcelona op 27-28 november 2005 in deze stad is gehouden, en waar een gezamenlijk overeengekomen vijfjarenwerkprogramma en een Gedragscode terrorismebestrijding zijn aangenomen. Het vijfjarenwerkprogramma bevat doelstellingen op middellange termijn voor het politieke en veiligheidspartnerschap; duurzame economische groei en hervormingen; onderwijs en sociaal-culturele uitwisselingen; alsmede migratie, sociale integratie, justitie en veiligheid. De Europese Raad beveelt aan dat elk voorzitterschap, na overleg met de Commissie en de lidstaten, aan de Raad een verslag voorlegt waarin gedetailleerd wordt aangegeven hoe het voorzitterschap het werkprogramma denkt uit te voeren, en verzoekt de Commissie de Raad regelmatig op de hoogte te houden over de uitvoering ervan. De Gedragscode terrorismebestrijding is een belangrijke stap vooruit in onze samenwerking met de mediterrane partners op politiek en veiligheidsgebied.


Libië

18. De Europese Raad neemt nota van de vooruitgang in de ontwikkeling van de betrekkingen met Libië, maar roept Libië op ernaar te blijven streven de punten van bezorgdheid van de EU weg te nemen en andere hangende bilaterale kwesties op te lossen. Hij herinnert aan de wens van de EU dat Libië een volwaardig lid van het Proces van Barcelona wordt waarin Libië een waardevolle rol zou kunnen vervullen. De deelname aan het proces, en de daaruit resulterende voortgang met het oog op sluiting van een associatieovereenkomst, zouden van Libië vergen dat het de verklaring en het acquis van Barcelona volledig aanvaardt.



________________________


[1] Doc. 13976/05.

[2] http://ec.europa.eu/secretariat_general/impact/index_en.htm

[3] Doc. 13629/05.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website