Navigation path

Left navigation

Additional tools

EU-uitbreiding: voor het CvdR tellen geen woorden, maar daden

Committee of the Regions - COR/10/35   15/04/2010

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Perscommuniqué

De EU-assemblee van regionale en lokale afgevaardigden

COR/10/35

Brussel, 16 april 2010

EU-uitbreiding: voor het CvdR tellen geen woorden, maar daden

Het EU-toetredingsproces van Kroatië, Turkije en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stond woensdag 14 april hoog op de agenda van het Comité van de Regio's (CvdR). Na een toespraak van Štefan Füle, Europees commissaris voor de uitbreiding en het nabuurschapsbeleid van de EU, keurde het CvdR een advies goed dat Georgios Papastergiou (EL/EVP), prefect van Pieria, had opgesteld over de EU-uitbreidingsstrategie en de voornaamste uitdagingen voor de kandidaat-lidstaten. De CvdR-leden discussieerden vooral over de door Turkije gemaakte vorderingen en de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland.

In het advies wordt beoordeeld in hoeverre de kandidaat-lidstaten vooruitgang hebben geboekt op weg naar toetreding en stelt het CvdR tot zijn bezorgdheid vast dat tal van politieke toezeggingen van de kandidaat-lidstaten onvoldoende in concrete praktische maatregelen zijn vertaald. "Een besluit over toetreding van een land tot de EU kan pas worden genomen op basis van een grondige beoordeling van de werkelijke situatie op het terrein; het volstaat dus niet om na te gaan of het land de EU-wetgeving in nationale wetgeving heeft omgezet", aldus CvdR-rapporteur Georgios Papastergiou. In het CvdR-advies wordt beklemtoond dat kandidaat-lidstaten de kwaliteit van het lokale en regionale overheidsbestuur verder moeten verbeteren. Of een land klaar is voor toetreding, hangt namelijk mede af van de lokale en regionale bestuurscapaciteit.

Het was de eerste keer dat commissaris Füle de EU-assemblee van regionale en lokale afgevaardigden toesprak. Hij sloot zich bij de verzoeken van het CvdR aan: "Een essentiële vereiste voor het EU-lidmaatschap is dat er gezorgd wordt voor subsidiariteit en een hoogwaardig overheidsbestuur op alle niveaus. Lokale en regionale overheden moeten goed zijn toegerust om zich te kunnen kwijten van de taken die uit het EU-lidmaatschap voortvloeien. Alleen dan kan een nieuwe lidstaat optimaal gebruikmaken van de kansen die het lidmaatschap biedt."

Füle lichtte het standpunt van de Europese Commissie ten aanzien van de kandidaat-lidstaten kort toe. "Als commissaris bevoegd voor de EU-uitbreiding moet ik erop toezien dat landen op het moment van hun toetreding volledig klaar zijn voor het lidmaatschap. Elk land wordt op zijn eigen verdiensten beoordeeld en treedt toe als het klaar is. Er worden geen vrijkaartjes uitgedeeld en evenmin kunnen er sluiproutes worden genomen." Ook zei hij: "Wij kijken bovenal naar de kwaliteit van het toetredingsproces. De komst van elke nieuwe lidstaat moet de EU niet alleen groter, maar ook sterker maken."

Karl-Heinz Klär, staatsecretaris van de Duitse deelstaat Rijnland-Palts en voorzitter van de PSE-fractie in het CvdR, benadrukte dat zijn fractie de EU-uitbreidingsstrategie 2009-2010 een warm hart toedraagt en ingenomen is met de vorderingen die in elk van de EU-kandidaat-lidstaten (FYROM, Kroatië en Turkije) zijn gemaakt.

"De belangrijkste uitgangspunten in het EU-uitbreidingsproces zijn de criteria van Kopenhagen", memoreerde hij. Verder onderstreepte hij dat het belangrijk is binnen de bestaande internationale structuren constructief en toekomstgericht te overleggen over manieren om de samenwerking tussen alle partijen te verbeteren.

In het advies wordt onomwonden geanalyseerd in welke mate de diverse kandidaat-lidstaten vorderingen hebben gemaakt. Zo vindt het CvdR "de constructieve houding" van de Turkse regering "lofwaardig", maar merkt het tevens het volgende op: "Hoewel er wetgeving is goedgekeurd overeenkomstig de criteria van Kopenhagen, laat de toepassing hiervan helaas nog te wensen over, met name ten aanzien van de rechten van de vrouw, non-discriminatie, vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, zero tolerance ten opzichte van marteling en de bestrijding van corruptie." Voorts is het CvdR ten aanzien van Turkije ontevreden "over de trage vooruitgang in de overdracht van bevoegdheden aan lokale overheden."

Kroatië wordt door het CvdR geprezen voor de vooruitgang die het boekt bij het voldoen aan de criteria voor toetreding tot de Unie. Wel vindt het CvdR dat het land zich nog meer moet inspannen; zo moet "de administratieve slagkracht voor de bestrijding van corruptie worden opgevoerd", want "corruptie blijft op velerlei gebied verspreid." Ook stellen de CvdR-leden vast dat "de strategie voor decentralisering niet is goedgekeurd omdat er op politiek niveau geen toezeggingen zijn gedaan." Waar het gaat om de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wordt in het advies geconstateerd dat "de bestuurlijke slagkracht van bepaalde gemeenten gering blijft" en dat "de transparantie en verantwoording van de organisaties voor lokaal zelfbestuur gebrekkig blijft." Wel juicht het CvdR het voorstel voor de oprichting van een nieuwe commissie voor lokaal zelfbestuur toe.

Lees hier de speech van commissaris Füle.

Uitvoerige landenanalyses en de politieke verzoeken van het CvdR aan de kandidaat-lidstaten zijn te vinden in het ontwerpadvies en de ingediende wijzigingsvoorstellen.

Bezoek de website van het CvdR: www.cor.europa.eu

Het Comité van de Regio's

Het Comité van de Regio's (CvdR) is de EU-assemblee van regionale en lokale afgevaardigden. De 344 CvdR-leden, afkomstig uit alle EU-lidstaten, hebben tot taak om de lokale en regionale overheden en de door hen vertegenwoordigde gemeenschappen bij het EU-besluitvormingsproces te betrekken en over EU-beleid te informeren. De Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad zijn verplicht om het Comité van de Regio's te raadplegen op beleidsterreinen die regio's en steden aangaan. Het CvdR kan bij het Europees Hof van Justitie beroep instellen als zijn rechten worden geschonden of als het van mening is dat een EU-wet indruist tegen het subsidiariteitsbeginsel of voorbijgaat aan de bevoegdheden van lokale of regionale overheden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Athénaïs Cazalis de Fondouce

Comité van de Regio's van de EU

Tel.: +32 (0)2 546 2447

Athenaïs.cazalisdefondouce@cor.europa.eu

Klik hier voor eerdere persberichten van het CvdR.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website