Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

De luchtvervoerder moet verzorging verstrekken aan de passagiers wier vlucht werd geannuleerd wegens buitengewone omstandigheden zoals de sluiting van het luchtruim ten gevolge van de uitbarsting van Eyjafjallajökull-vulkaan

Cour de justice - CJE/13/8   31/01/2013

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Pers en Voorlichting

Hof van Justitie van de Europese Unie

PERSCOMMUNIQUÉ nr. 8/13

Luxemburg, 31 januari 2013

Arrest in zaak C‑12/11

Denise McDonagh / Ryanair Ltd

De luchtvervoerder moet verzorging verstrekken aan de passagiers wier vlucht werd geannuleerd wegens buitengewone omstandigheden zoals de sluiting van het luchtruim ten gevolge van de uitbarsting van Eyjafjallajökull-vulkaan

Het Unierecht voorziet niet in een tijdelijke of financiële beperking van deze verplichting tot het verstrekken van verzorging aan passagiers (hotelaccommodatie, maaltijden, verfrissingen)

Op basis van het Unierecht1 dient een luchtvervoerder passagiers, in geval van een annulering van hun vlucht, verzorging en een compensatie te verstrekken. In het kader van zijn verplichting tot verzorging dient de luchtvervoerder, rekening houdende met de wachttijd, gratis verfrissingen, maaltijden en, in voorkomend geval, hotelaccommodatie, alsook vervoer van de luchthaven naar de plaats van de accommodatie en communicatiemiddelen met derden aan te bieden. De luchtvervoerder moet deze verplichting naleven zelfs ingeval de annulering van de vlucht veroorzaakt werd door buitengewone omstandigheden, te weten omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen. Daarentegen kan de luchtvervoerder zich aan zijn compensatieverplichting onttrekken als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht werd veroorzaakt door dergelijke omstandigheden.

Ten gevolge van de uitbarsting van de Eyjafjallajökull-vulkaan werd het luchtruim boven meerdere lidstaten – waaronder ook het Ierse luchtruim – tussen 15 en 22 april 2010 gesloten vanwege de risico’s voor de luchtvaart.

D. McDonagh was een van de passagiers van de op 17 april 2010 geplande vlucht van Faro naar Dublin, die werd geannuleerd ten gevolge van de vulkaanuitbarsting. De vluchten tussen Ierland en continentaal Europa werden pas op 22 april 2010 hervat en McDonagh is uiteindelijk op 24 april 2010 naar Ierland kunnen terugkeren. Gedurende deze periode heeft Ryanair haar geen enkele verzorging verstrekt. In deze omstandigheden is zij van mening dat deze luchtvaartmaatschappij haar een compensatie moet betalen van bijna 1 130 EUR, gelijk aan de uitgaven voor maaltijden, verfrissingen, accommodatie en vervoer, die zij tussen 17 en 24 april 2010 heeft gedaan.

De Dublin Metropolitan District Court (Ierland), bij wie het geding aanhangig is, vraagt het Hof van Justitie of de sluiting van het luchtruim vanwege een vulkaanuitbarsting onder het begrip buitengewone omstandigheden ” valt, zodat de luchtvervoerder verplicht is om de passagiers te verzorgen, dan wel of een vulkaanuitbarsting daarentegen een omstandigheid vormt die verder gaat dan de „buitengewone omstandigheden” en die de luchtvaartmaatschappij ontheffen van haar verplichting tot verzorging van de passagiers. Voor het geval dat het Hof zou besluiten dat dergelijke omstandigheden inderdaad onder het begrip buitengewone omstandighedenvallen, wordt het tevens verzocht om zich uit te spreken over de vraag of de verplichting tot verzorging in een dergelijke situatie tijdelijk of financieel moet worden beperkt.

Het Hof antwoordt ten eerste dat het Unierecht bovenop de buitengewone omstandighedengeen onderscheiden categorie van bijzonder buitengewone omstandigheden erkent die de luchtvervoerder van al zijn uit de verordening voortvloeiende verplichtingen, daaronder begrepen de verplichting tot verzorging, zou ontheffen . Indien omstandigheden als in deze zaak vanwege hun oorsprong en omvang verder zouden gaan dan het begrip „buitengewone omstandigheden”, zou dit immers tot gevolg hebben dat de luchtvervoerders verplicht zouden zijn om de in de verordening bedoelde verzorging alleen te verstrekken aan passagiers die zich ten gevolge van een annulering van hun vlucht in een beperkte situatie van ongemak bevinden. Daarentegen zou passagiers die zich in een bijzonder kwetsbare situatie bevinden doordat zij worden gedwongen om meerdere dagen op een luchthaven te blijven, deze verzorging worden onthouden. Het Hof antwoordt bijgevolg dat omstandigheden zoals de sluiting van het luchtruim ten gevolge van een vulkaanuitbarsting zoals die van de Eyjafjallajökull „buitengewone omstandigheden” vormen die de luchtvervoerders niet van hun verplichting tot verzorging ontheffen.

Het Hof preciseert vervolgens dat de verordening geen enkele beperking, zij het tijdelijk of financieel, bevat van de verplichting tot verzorging van passagiers die het slachtoffer zijn van een annulering van hun vlucht ten gevolge van buitengewone omstandigheden. Bijgevolg blijven alle verplichtingen tot verzorging van de passagiers onverkort gelden voor de luchtvaartmaatschappij en dit zolang de betrokken passagiers moeten wachten op een andere vlucht. Het Hof benadrukt dat de verzorging van de passagiers bijzonder belangrijk is wanneer er zich „buitengewone omstandigheden” voordoen die lang aanhouden en dat juist wanneer de wachttijd ten gevolge van de annulering van een vlucht bijzonder lang is, moet worden verzekerd dat de passagier toegang kan hebben tot producten en diensten voor zijn eerste levensbehoeften en dit zolang de wachttijd duurt.

Ten slotte merkt het Hof op dat hoewel de verplichting tot verzorging zekere financiële gevolgen voor de luchtvervoerders heeft, deze gevolgen niet als onevenredig aan de doelstelling van een hoog beschermingsniveau voor passagiers kunnen worden beschouwd. Het belang van de doelstelling van de bescherming van consumenten kan immers de voor sommige marktdeelnemers – zelfs aanzienlijke – negatieve economische gevolgen rechtvaardigen. Overigens zouden de luchtvaartmaatschappijen, als ervaren marktdeelnemers, de kosten verbonden aan de uitvoering van hun verplichting tot verzorging moeten voorzien. Bovendien kunnen zij de door deze verplichting teweeggebrachte kosten doorberekenen in de prijzen van de vliegtuigtickets.

Toch onderstreept het Hof dat wanneer een luchtvaartmaatschappij haar verplichting tot verzorging niet is nagekomen, de luchtreiziger als vergoeding enkel de terugbetaling kan verkrijgen van de bedragen die noodzakelijk, passend en redelijk bleken om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij goed te maken. Het staat aan de nationale rechter om dit te beoordelen.

NOTA BENE: De prejudiciële verwijzing biedt de rechterlijke instanties van de lidstaten de mogelijkheid, in het kader van een bij hen aanhangig geding aan het Hof vragen te stellen over de uitlegging van het recht van de Unie of over de geldigheid van een handeling van de Unie. Het Hof beslecht het nationale geding niet. De nationale rechterlijke instantie dient het geding af te doen overeenkomstig de beslissing van het Hof. Deze beslissing bindt op dezelfde wijze de andere nationale rechterlijke instanties die kennis dienen te nemen van een soortgelijk probleem.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

De volledige tekst van het arrest is op de dag van de uitspraak te vinden op de website CURIA.

Contactpersoon voor de pers: Stefaan Van der Jeught (+352) 4303 2170

Beelden van de uitspraak van het arrest zijn beschikbaar via "Europe by Satellite" (+32) 2 2964106

1 :

Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten (PB L 46, blz. 1).


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site