Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE ES IT PT EL BG RO

Pers en Voorlichting

Hof van Justitie van de Europese Unie

PERSCOMMUNIQUÉ nr. 27/13

Luxemburg, 14 maart 2013

Conclusie van de advocaat-generaal in zaak C‑509/11

ÖBB-Personenverkehr AG

Volgens advocaat-generaal Jääskinen moeten treinreizigers een deel van de kosten van hun vervoerbewijs terugkrijgen in geval van significante vertraging ook al is de vertraging te wijten aan overmacht

Een spoorwegonderneming mag in dergelijke gevallen haar verplichting tot terugbetaling niet uitsluiten

Volgens de verordening betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer1 kan een reiziger de spoorwegonderneming om gedeeltelijke vergoeding van het vervoerbewijs verzoeken bij vertraging van een uur of meer. De minimumvergoeding bedraagt 25 % van de prijs van het vervoerbewijs bij een vertraging van 60 tot en met 119 minuten en een minimum van 50 % van de prijs van het vervoerbewijs bij een vertraging van 120 minuten of meer. De verordening bevat geen vrijstelling van het recht op vergoeding wanneer de vertraging is te wijten aan overmacht zoals slechte weersomstandigheden, schade aan de spoorwegvoorzieningen en arbeidsconflicten.

Het Oostenrijkse Verwaltungsgerichtshof (Administratief Gerechtshof) heeft het Hof van Justitie gevraagd of een spoorwegonderneming niettemin haar verplichting tot betaling van vergoeding kan uitsluiten wanneer vertraging, een gemiste aansluiting of uitval te wijten is aan overmacht. Het Verwaltungsgerichtshof moet beslissen in een door de Oostenrijkse spoorwegonderneming ÖBB-Personenverkehr AG ingesteld geding waarbij zij het besluit van de Schienen-Control Kommission (toezichtinstantie voor de spoorwegen) betwist volgens hetwelk ÖBB in haar algemene voorwaarden een voorwaarde moet schrappen die vergoeding uitsluit bij overmacht.

Advocaat-generaal N. Jääskinen is in zijn conclusie van vandaag van mening dat een spoorwegonderneming haar verplichting krachtens de verordening tot betaling van vergoeding van de prijs van het vervoerbewijs niet kan uitsluiten wanneer de vertraging is wijten aan overmacht.

Hij wijst erop dat niets in de tekst van de verordening deze verplichting beperkt in geval van overmacht. Hoewel aansprakelijkheidsbeperkingen in de regelen betreffende internationaal spoorwegvervoer2, waarnaar de verordening verwijst, niet van toepassing zijn op vergoedingen van het vervoerbewijs bij vertraging, verzet het feit dat de verordening de bescherming van de consument beoogt te verbeteren, zich tegen elke beperking van een dergelijke vergoeding in het kader van het algemene Unierechtelijke begrip overmacht. Indien de Uniewetgever deze verplichting in geval van overmacht had willen beperken, had hij dit duidelijk in de tekst van de verordening aangegeven. Volgens de advocaat-generaal kan voorts de overmachtregel in verordeningen inzake rechten van reizigers bij ander vervoer als vlieg-, boot- en busreizen, niet naar analogie worden toegepast. Hij wijst erop dat in de context van treinreizen de meest gebruikelijke oorzaken van overmacht, te weten slechte weersomstandigheden, schade aan de spoorwegvoorzieningen en arbeidsconflicten, een voorzienbare statistische frequentie vertonen, en kunnen worden doorberekend in de prijs van de vervoerbewijzen. Ook is de situatie van ondernemingen in de verschillende transportsectoren niet vergelijkbaar, aangezien de verschillende vormen van vervoer, wat hun gebruiksvoorwaarden betreft, niet verwisselbaar zijn.

Advocaat-generaal Jääskinen geeft in overweging een nadere vraag van het Verwaltungsgerichtshof over de bevoegdheden van de met de uitvoering van de verordening belaste nationale instantie aldus te beantwoorden dat de verordening niet toestaat dat deze instantie een spoorwegonderneming waarvan de vergoedingsregelingen niet voldoen aan de in deze verordening vastgelegde criteria, de precieze inhoud van de door deze onderneming toe te passen vergoedingsregelingen bindend voorschrijft, wanneer deze instantie naar nationaal recht slechts bevoegd is om dergelijke vergoedingsregelingen nietig te verklaren.

De advocaat-generaal voegt er evenwel aan toe dat de wettelijke verplichting van een spoorwegonderneming om te voldoen aan de verordening niet afhankelijk is van de bevoegdheid van de nationale instantie of de sancties die haar ter beschikking staan. Dat betekent dat de verordening ÖBB wettelijk bindt en dat reizigers zich erop kunnen beroepen in tegen deze spoorwegonderneming ingestelde civiele procedures inzake vergoeding van de prijs van vervoerbewijzen.

NOTA BENE: De conclusie van de advocaat-generaal bindt het Hof van Justitie niet. De advocaten-generaal hebben tot taak, het Hof in volledige onafhankelijkheid een juridische oplossing te bieden voor het concrete geschil. De rechters van het Hof beginnen vandaag met de beraadslagingen over het arrest, dat op een latere datum zal worden gewezen.

NOTA BENE: De prejudiciële verwijzing biedt de rechterlijke instanties van de lidstaten de mogelijkheid, in het kader van een bij hen aanhangig geding aan het Hof vragen te stellen over de uitlegging van het recht van de Unie of over de geldigheid van een handeling van de Unie. Het Hof beslecht het nationale geding niet. De nationale rechterlijke instantie dient het geding af te doen overeenkomstig de beslissing van het Hof. Deze beslissing bindt op dezelfde wijze de andere nationale rechterlijke instanties die kennis dienen te nemen van een soortgelijk probleem.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

De volledige tekst van de conclusie is op de dag van de uitspraak te vinden op de website CURIA.

Contactpersoon voor de pers: Stefaan Van der Jeught (+352) 4303 2170

Beelden zijn beschikbaar via "Europe by Satellite" (+32) 2 2964106

1 :

Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315, blz. 14).

2 :

Uniforme regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van reizigers en bagage (“CIV”).


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website